
De woonbonus is de Vlaamse belastingvermindering voor de lening van uw eigen woning. Voor nieuwe leningen bestaat hij niet meer sinds 1 januari 2020, maar wie vóór die datum een hypothecaire lening afsloot, krijgt hem vaak nog elk jaar via de belastingaangifte. Hier leest u welke woonbonus voor uw lening geldt, hoeveel hij bedraagt, wanneer u de verhoging verliest en wat er gebeurt bij een herfinanciering of een verhuizing. Zo mist u geen fiscaal voordeel of financiële steun waarop u als eigenaar nog recht hebt.
Wat is de woonbonus en bestaat hij nog?
De woonbonus is een belastingvermindering in de personenbelasting voor wat u betaalt voor de hypothecaire lening van uw eigen woning: de interesten, de kapitaalaflossingen en de premies van de schuldsaldoverzekering die aan die lening gekoppeld is. Het is een Vlaamse maatregel: Vlaanderen bepaalt de regels, maar de FOD Financiën berekent en verrekent de vermindering in uw aanslag.
Voor hypothecaire leningen die u vanaf 1 januari 2020 afsluit, bestaat er geen woonbonus meer. Wat telt, is de datum van de notariële leningsakte: dateert die van 31 december 2019 of vroeger, dan kan uw lening nog onder de woonbonus vallen, ook vandaag. Vlaanderen verving het voordeel door een lagere registratiebelasting bij de aankoop van uw enige eigen woning, zodat kopers de steun meteen bij de aankoop krijgen in plaats van gespreid over jaren.
Werd er geen notariële akte opgemaakt, bijvoorbeeld bij een heropname binnen een bestaande kredietopening, dan geldt de datum waarop u het kredietaanbod aanvaardde. Een heropname van 2020 of later krijgt dus geen woonbonus meer.
Welke woonbonus geldt voor uw lening?
Er bestaat niet één woonbonus, maar er zijn verschillende regelingen naargelang het jaar waarin u uw lening afsloot. De bedragen, het percentage en de voorwaarden verschillen per regeling, kijkt u dus best eerst na in welk jaar uw leningsakte werd getekend.
De oudste regeling, de Vlaamse woonbonus, is voorbehouden aan uw enige eigen woning. De nieuwere geïntegreerde woonbonus vraagt enkel dat het uw eigen woning is, maar geeft de extra verhoging alleen zolang het uw enige woning blijft. De tabel zet de bedragen per regeling op een rij, telkens per persoon en per jaar.
| Leningsakte getekend | Regeling | Vermindering | Basisbedrag |
| van 1 januari 2005 tot en met 31 december 2014 | Vlaamse woonbonus (enige eigen woning) | aan uw marginale tarief | 2.280 € |
| van 1 januari 2015 tot en met 31 december 2015 | Vlaamse woonbonus (enige eigen woning) | 40 % | 1.520 € |
| van 1 januari 2016 tot en met 31 december 2019 | geïntegreerde woonbonus (eigen woning) | 40 % | 1.520 € |
| vanaf 1 januari 2020 | geen woonbonus meer | geen | geen |
Voor leningen van vóór 2005 gold het bouwsparen, de voorloper van de woonbonus. Voldeed een lening van vóór 2016 niet aan de voorwaarden van de Vlaamse woonbonus, bijvoorbeeld omdat het niet uw enige woning was, dan kan mogelijk een andere Vlaamse belastingvermindering gelden, zoals die voor langetermijnsparen.
Hoeveel bedraagt de woonbonus?
Het basisbedrag is het maximum aan uitgaven dat u per jaar mag inbrengen. Bij de geïntegreerde woonbonus is dat 1.520 € per persoon. Daarbovenop komt een verhoging van 760 € gedurende de eerste tien jaar, als de woning uw enige woning was op 31 december van het jaar waarin u de lening afsloot. Had u op 1 januari van het jaar na de lening minstens drie kinderen ten laste, dan komt er nog eens 80 € bij. Een kind met een handicap telt daarbij als twee kinderen.
De belastingvermindering zelf bedraagt 40 % van de uitgaven die u mag inbrengen. Die bedragen worden sinds 1 januari 2015 niet meer geïndexeerd: wat u vandaag inbrengt, is dus hetzelfde bedrag als bij de start van uw lening. De tabel toont de maximale vermindering per persoon bij de geïntegreerde woonbonus.
| Situatie (geïntegreerde woonbonus) | Maximum aan uitgaven | Maximale vermindering per jaar |
| eigen woning, niet uw enige woning | tot 1.520 € | tot 608 € |
| enige woning, in de eerste tien jaar | tot 2.280 € (1.520 € + 760 €) | tot 912 € |
| enige woning, in de eerste tien jaar, minstens drie kinderen ten laste | tot 2.360 € (1.520 € + 760 € + 80 €) | tot 944 € |
Betaalt u minder dan dat maximum, dan telt enkel wat u werkelijk betaald hebt. Bij de Vlaamse woonbonus voor een lening van vóór 2015 is het basisbedrag 2.280 €, met dezelfde verhogingen van 760 € en 80 €, maar daar wordt de vermindering berekend aan uw marginale tarief, het tarief van de hoogste schijf van uw inkomen. Dat tarief hangt af van uw persoonlijke situatie.
Voorbeeld: u sloot in 2017 een hypothecaire lening af voor uw enige woning en had op 1 januari 2018 twee kinderen ten laste. U betaalt 7.600 € per jaar aan interesten en aflossingen. U mag daarvan maximaal 2.280 € inbrengen (1.520 € basisbedrag plus 760 € verhoging), wat een belastingvermindering van 912 € per jaar oplevert, zolang de verhoging loopt.
Aan welke voorwaarden moet uw lening voldoen?
Niet elke woonlening geeft recht op de woonbonus. De lening moet gewaarborgd zijn door een hypothecaire inschrijving, afgesloten zijn bij een instelling in de Europese Economische Ruimte en een looptijd van minstens tien jaar hebben. Een lening bij familie of vrienden komt dus niet in aanmerking.
De lening moet ook dienen om uw eigen woning te verwerven of te behouden. Dat omvat meer dan alleen de aankoop: ook bouwen, verbouwen en het betalen van schenkbelasting of erfbelasting voor uw woning tellen mee. Ook een lening om te verbouwen die u vóór 2020 met een hypotheek afsloot, valt dus onder dezelfde regels.
- Enkel het deel van de lening dat door een hypothecaire inschrijving gedekt is, telt. Het deel dat alleen door een hypothecair mandaat (volmacht) gedekt is, geeft geen woonbonus.
- Wat u bijkomend leent om de notariskosten of een wederbeleggingsvergoeding te betalen, komt niet in aanmerking.
- De woning moet uw eigen woning zijn op het moment van de uitgaven: u woont er zelf, ook al hoeft u er niet officieel ingeschreven te zijn.
Soms geldt een woning toch als uw eigen woning terwijl u er nog niet woont: bijvoorbeeld omdat de bouw- of verbouwingswerken nog lopen, omdat de woning bij de aankoop nog verhuurd is, of om beroeps- of sociale redenen. Richt u een deel van uw woning in als zorgwoning voor uw ouders, dan tellen de uitgaven voor dat deel ook mee.
Wanneer verliest u de verhoging van de woonbonus?
De verhogingen van 760 € en 80 € zijn tijdelijk. Ze vervallen in elk geval na de eerste tien jaar, te tellen vanaf het jaar waarin u de lening afsloot. Voor een lening van eind 2016 was het inkomstenjaar 2025 (aanslagjaar 2026), dus het laatste jaar met de verhoging. Voor leningen van 2017, 2018 en 2019 valt de verhoging de komende jaren weg.
U verliest de verhogingen ook vroeger als u (volle) eigenaar wordt van een tweede woning en die op 31 december van dat jaar nog in uw bezit is. Dat verlies is definitief, ook als u die tweede woning later verkoopt. Het basisbedrag van 1.520 € blijft wel gewoon bestaan zolang u aan de andere voorwaarden voldoet.
Bij de geïntegreerde woonbonus zijn er twee uitzonderingen bij de beoordeling van de enige woning: een vorige woning die u op 31 december van het jaar van de lening te koop had gezet en uiterlijk op 31 december van het jaar erna verkocht, telt niet mee. Hetzelfde geldt voor een woning waarvan u door een erfenis mede-eigenaar, blote eigenaar of vruchtgebruiker werd.
Herfinancieren, heropnemen of de looptijd verlengen
Bij een zuivere herfinanciering, waarbij u het openstaande kapitaal tegen een betere rente opnieuw financiert zonder meer te lenen, telt de datum van de oorspronkelijke lening. U behoudt dus de woonbonus die u al had, en de periode van tien jaar voor de verhoging begint niet opnieuw te lopen. De nieuwe bank moet wel nagaan of de oude lening aan de fiscale voorwaarden voldeed, want alleen dan mag ze een fiscaal attest uitreiken.
Leent u bij de herfinanciering extra geld, bijvoorbeeld voor verbouwingen, dan geldt dat bijkomende bedrag als een nieuwe lening. Sluit u die vandaag af, dan valt ze niet meer onder de woonbonus. Hetzelfde geldt voor een heropname vanaf 1 januari 2020. Voor zulke werken kunt u beter kijken naar de Mijn VerbouwPremie of de Mijn VerbouwLening.
Ook een langere looptijd levert geen extra woonbonus op: de resterende looptijd zoals die op 31 december 2019 gold, wordt als het ware bevroren. Betalingen na die oorspronkelijke einddatum tellen niet meer mee. Betaalt u uw lening binnen de eerste tien jaar vervroegd terug, dan geeft die terugbetaling zelf geen woonbonus, maar de vermindering die u vroeger kreeg, wordt niet teruggevorderd.
Verhuizen of uw woning verkopen met woonbonus
Verkoopt u uw woning en verhuist u, dan houdt de woonbonus voor de oude lening op te lopen vanaf het moment dat de woning niet meer uw eigen woning is. Een nieuwe lening voor uw volgende woning, afgesloten vanaf 2020, geeft geen woonbonus meer. Voor die aankoop betaalt u wel het verlaagde tarief van de registratiebelasting als het uw enige eigen woning wordt.
Had u de Vlaamse woonbonus (lening vóór 2016) of de geïntegreerde woonbonus (lening van 2016 tot en met 2019), dan kunt u die onder voorwaarden behouden met een hypotheekoverdracht (ook pandwissel genoemd): de lening blijft lopen, maar de hypotheek verhuist naar een ander onroerend goed, meestal uw nieuwe woning. Daarvoor moet de eerste woning verkocht zijn om een andere woning te verwerven of te behouden. Zolang u al in de nieuwe woning woont maar de oude nog niet verkocht is, loopt er geen woonbonus.
Omdat de voorwaarden bij een verhuizing streng zijn, vraagt u best vooraf aan uw bank of uw lening na de overdracht nog aan alle fiscale voorwaarden voldoet. Houd de akten van verkoop en hypotheekoverdracht bij, want de FOD Financiën kan ze opvragen.
Gehuwd of samenwonend: hoe verdeelt u de woonbonus?
De woonbonus geldt per persoon. Bent u gehuwd of wettelijk samenwonend en hebben beide partners recht, dan kan elke partner het basisbedrag en de verhogingen inbrengen. Bij een gezamenlijke aangifte mag u de uitgaven binnen die grenzen vrij verdelen, los van wie welk deel van de woning bezit of wie de aflossing betaalde.
Bij feitelijk samenwonenden ligt dat anders: elk brengt de uitgaven in naar verhouding van zijn eigendomsaandeel in de woning. Bent u voor 60 % eigenaar en uw partner voor 40 %, dan verdeelt u de aflossingen in die verhouding, telkens met het eigen maximum per persoon. Meer over de fiscale gevolgen van samenwonen leest u bij wettelijk samenwonen.
Gaat u uit elkaar, dan verandert er vaak iets aan de eigendom van de woning of aan wie er blijft wonen. Kijk bij een scheiding dus goed na wie de lening verder aflost en voor wie de woning nog de eigen woning is, want die elementen bepalen of u de woonbonus behoudt.
Hoe krijgt u de woonbonus via uw belastingaangifte?
U vraagt de woonbonus niet apart aan: u krijgt hem via uw jaarlijkse aangifte in de personenbelasting. Uw bank en uw verzekeraar bezorgen elk jaar een fiscaal attest met de interesten, de kapitaalaflossingen en de premies die u betaalde. Die bedragen brengt u in, of u controleert ze als ze al vooraf ingevuld zijn in uw aangifte op MyMinfin.
Welk gewest bevoegd is, hangt af van uw fiscale woonplaats op 1 januari van het aanslagjaar, niet van de plaats waar de woning ligt. Woonde u op die datum in Vlaanderen, dan gelden de Vlaamse regels uit dit artikel. Brussel en Wallonië hebben hun eigen regels voor de fiscaliteit van de eigen woning.
- Zoek het fiscaal attest van uw lening en van uw schuldsaldoverzekering op.
- Controleer in uw aangifte de vooraf ingevulde bedragen en de datum van uw leningsakte.
- Hebt u zowel een lening van vóór 2016 als een van 2016 tot 2019, maak dan een keuze: de keuze voor de geïntegreerde woonbonus is definitief.
- Controleer op uw aanslagbiljet of de vermindering correct werd toegepast.
Wat kwam er in de plaats van de woonbonus?
Koopt u vandaag uw eerste woning, dan krijgt u geen woonbonus meer, maar wel een lager tarief van de registratiebelasting op de aankoop van uw enige eigen woning: sinds 1 januari 2025 is dat 2 %, als u aan de voorwaarden voldoet. Het voordeel komt zo meteen bij de aankoop, op het moment dat de kosten het hoogst zijn, in plaats van gespreid over de looptijd van uw lening.
Daarnaast bestaan er andere vormen van steun voor wie een woning koopt of verbouwt. Met een beperkt inkomen kunt u nagaan of u een sociale lening kunt krijgen, of aankloppen bij het Vlaams Woningfonds. Ook de vermindering van de onroerende voorheffing kan uw woonkosten verlagen.