Minimumpensioen 2026 in België: bedrag, voorwaarden en berekening

2 Oktober 2026 door Isabelle - 10 minuten leestijd
Ontdek op welke steun u recht hebt
Bereken mijn steun

Minimumpensioen in Belgie: gepensioneerde man bekijkt thuis zijn pensioendocumenten

Het minimumpensioen is het gewaarborgd minimumbedrag dat de Federale Pensioendienst toekent aan werknemers met een lange loopbaan maar een laag berekend pensioen. Sinds 1 september 2026 bedraagt het voor een volledige loopbaan 1.881,92 € bruto per maand voor een alleenstaande en 2.351,65 € als gezinsbedrag. U leest hier welke loopbaanvoorwaarden gelden, hoe het bedrag bij een onvolledige loopbaan wordt berekend en wat het verschil is met de IGO (Inkomensgarantie voor Ouderen) en andere regelingen voor senioren.

Wat is het minimumpensioen en waarvoor dient het?

Het minimumpensioen is een wettelijk gewaarborgde ondergrens voor het pensioen van werknemers. Valt het gewone berekende pensioen lager uit dan dat drempelbedrag, dan trekt de Federale Pensioendienst (FPD) het op tot het gewaarborgd minimum. De FPD doet dat zelf wanneer ze uw pensioen berekent en u aan de voorwaarden voldoet. De bedragen volgen de index; de laatste aanpassing dateert van 1 september 2026.

Het doel is eenvoudig: wie een lange loopbaan heeft gehad met een laag loon, mag uiteindelijk niet met een te klein pensioen achterblijven. Het minimumpensioen hoort bij het wettelijk pensioen (de eerste pijler), los van een aanvullend pensioen via uw werkgever (tweede pijler) en van uw eigen pensioensparen (derde pijler).

Haal het minimumpensioen niet door elkaar met andere regelingen. De IGO is een bijstandsuitkering voor ouderen met te weinig bestaansmiddelen, los van hun loopbaan. Het minimum overlevingspensioen is bestemd voor de langstlevende echtgenoot van een overleden werknemer, ongeacht of die al met pensioen was. Het minimumpensioen zelf is een werknemerspensioen en vraagt een minimale loopbaan.

Wie een te korte loopbaan heeft, komt mogelijk niet in aanmerking voor het minimumpensioen, maar kan wel in aanmerking komen voor de IGO. Zelfstandigen hebben een eigen gewaarborgd minimum; meer daarover leest u in ons artikel over het pensioen als zelfstandige. Ambtenaren vallen onder de overheidspensioenregeling, met eigen regels. Wat volgt, geldt voor het minimumpensioen voor werknemers.

Komt uw berekend pensioen lager uit dan het gewaarborgd minimum en voldoet u aan de loopbaanvoorwaarden? Dan verhoogt de Federale Pensioendienst uw pensioen zelf tot dat minimum.

Voorwaarden om recht te hebben op het minimumpensioen

Voor een voltijds minimumpensioen hebt u een loopbaan nodig van minstens twee derde van een volledige loopbaan. Een volledige loopbaan telt 45 jaar, dus voor bijna alle werknemers gaat het om 30 loopbaanjaren. Elk van die jaren moet minstens 208 dagen tellen: gewerkte dagen of dagen die met werk gelijkgesteld zijn. Voor zeevarenden, mijnwerkers en vliegend personeel gelden andere loopbaanvoorwaarden.

Sinds 1 januari 2025 geldt daarnaast een voorwaarde van effectieve tewerkstelling: over uw hele loopbaan moet u 5.000 voltijdse dagen effectief gewerkt hebben; deeltijds werk wordt daarvoor omgerekend naar voltijdse dagen. Niet elke gelijkgestelde dag telt daarvoor mee. Dagen van volledige werkloosheid en van brugpensioen (SWT) tellen bijvoorbeeld niet als effectief gewerkt, terwijl tijdelijke werkloosheid, uw vakantiedagen en moederschapsrust wel meetellen. Voor wie tussen 1963 en 1969 geboren is, bestaat een overgangsregeling met minder dagen.

Ook wie lang deeltijds heeft gewerkt, kan een minimumpensioen krijgen, maar dan als deeltijds minimum. Daarvoor tellen loopbaanjaren van minstens 156 dagen, en volstaan 3.120 voltijdse dagen effectief werk. Periodes van tijdskrediet of loopbaanonderbreking tellen niet altijd mee als effectief werk. Controleer uw loopbaan daarom op MyPension, het online portaal van de Federale Pensioendienst.

Overzicht van de belangrijkste voorwaarden

Voorwaarde Detail
Minimale loopbaan 2/3 van 45 jaar = 30 jaar, elk jaar met minstens 208 dagen (voltijds minimum)
Effectieve tewerkstelling 5.000 voltijdse dagen effectief gewerkt over de hele loopbaan (sinds 1 januari 2025, met overgangsregeling voor wie geboren is tussen 1963 en 1969)
Deeltijdse loopbaan 30 jaar met minstens 156 dagen en 3.120 voltijdse dagen effectief werk (deeltijds minimum)
Stelsel Werknemersstelsel
Pensioenleeftijd 66 jaar (geboren tussen 1960 en 1963), 67 jaar (geboren vanaf 1964)

De overgangsregeling voor de 5.000 dagen werkt per geboortejaar. Bent u geboren in 1963 tot en met 1968, dan geldt ze alleen als u op 1 januari 2025 nog geen 30 loopbaanjaren als werknemer had; had u er al 30, dan moet u de volle 5.000 dagen halen. Bent u geboren in 1969, dan geldt de overgangsregeling altijd. Geboren in 1970 of later: altijd 5.000 dagen. Voor lange periodes van ziekte of invaliditeit gelden bijzondere regels. De tabel geldt voor wie onder de overgangsregeling valt.

Geboortejaar Vereiste dagen effectief werk (voltijds minimum)
1963 1.250 dagen
1964 1.500 dagen
1965 1.750 dagen
1966 2.250 dagen
1967 2.750 dagen
1968 3.500 dagen
1969 4.250 dagen
1970 of later 5.000 dagen
Belangrijk
Dagen van volledige werkloosheid tellen wel mee voor de 30 loopbaanjaren, maar niet voor de 5.000 dagen effectief werk. Ook brugpensioen (SWT) telt niet mee voor die 5.000 dagen. Controleer uw loopbaan op MyPension.

Naast de loopbaanvoorwaarden moet u ook met pensioen gaan: op de wettelijke pensioenleeftijd of met een vervroegd pensioen als u aan de loopbaanvereisten daarvan voldoet. Werkt u nog en verwacht u dat uw pensioen laag zal uitvallen, dan kunt u het verschil gedeeltelijk opvangen met pensioensparen in de derde pijler.

Meer informatie
Is uw inkomen na uw pensioen te laag, ook met het minimumpensioen? Dan kunt u mogelijk een aanvulling krijgen via de IGO. Lees meer op onze pagina over de IGO.

Bedrag: hoeveel krijgt u in 2026?

De bedragen van het minimumpensioen stijgen mee met de index. Sinds 1 september 2026 gelden de onderstaande bedragen van de Federale Pensioendienst, voor een volledige loopbaan van 45 jaar. Het zijn brutobedragen, dus vóór inhoudingen.

Het gezinsbedrag is alleen voor gehuwde gepensioneerden. De FPD berekent zelf wat voor u en uw echtgenoot het voordeligst is: één pensioen aan het gezinsbedrag, of twee pensioenen aan het bedrag als alleenstaande. Twee gepensioneerden die samenwonen zonder getrouwd te zijn, krijgen elk een pensioen aan het bedrag als alleenstaande.

Minimumpensioen bedragen vanaf 1 september 2026

Categorie Bruto per maand Bruto per jaar
Gezinsbedrag 2.351,65 € 28.219,84 €
Alleenstaande 1.881,92 € 22.582,98 €
Minimum overlevingspensioen 1.856,77 € 22.281,18 €

Het gezinsbedrag van 2.351,65 € per maand ligt duidelijk hoger dan het bedrag als alleenstaande van 1.881,92 €. Verandert uw gezinssituatie, dan kan uw bedrag wijzigen: kreeg u een gezinspensioen en scheidt u, dan brengt de FPD uw pensioen automatisch terug naar het bedrag als alleenstaande. Wanneer het geld op uw rekening komt, leest u bij de betaaldata van het pensioen.

Ter vergelijking staat ook het minimum overlevingspensioen in de tabel: 1.856,77 € per maand. Dat is een apart pensioen voor de langstlevende echtgenoot van een overleden werknemer. Het komt dicht in de buurt van het minimumpensioen als alleenstaande. Wie een overlevingspensioen krijgt én zelf een pensioen heeft opgebouwd, kan beide in bepaalde gevallen combineren, binnen de cumulatiegrenzen van de FPD.

Kijk welke andere tegemoetkomingen u met een bescheiden pensioen mogelijk kunt krijgen
Bereken mijn steun

Berekening bij een onvolledige loopbaan

Hebt u geen volledige loopbaan van 45 jaar, maar voldoet u wel aan de voorwaarden (minstens 30 loopbaanjaren en de dagen effectief werk)? Dan krijgt u een evenredig minimumpensioen. De FPD vermenigvuldigt het minimumbedrag met uw loopbaanbreuk: het aantal loopbaanjaren gedeeld door 45. Voor die breuk telt elk jaar met minstens 52 dagen mee. Met 35 loopbaanjaren krijgt u dus 35/45 van het minimumpensioen.

Voor een alleenstaande komt dat neer op: 35 gedeeld door 45, vermenigvuldigd met 1.881,92 €, of ongeveer 1.463,72 € bruto per maand. Als gezinsbedrag is dat ongeveer 1.829,06 €. Dit is een indicatieve berekening: de Federale Pensioendienst berekent het precieze bedrag op basis van uw volledige loopbaandossier.

Komt uw gewoon berekend pensioen hoger uit dan dat evenredig minimum, dan krijgt u gewoon uw normaal pensioen. Het gewaarborgd minimum is een ondergrens, geen vast bedrag. Voldoet u aan de voorwaarden, dan ontvangt u dus het hoogste van de twee bedragen.

De Federale Pensioendienst vergelijkt zelf uw normaal berekend pensioen met het gewaarborgd minimum en betaalt het hoogste bedrag als u aan de voorwaarden voldoet.

Minimumpensioen voor alleenstaanden: wie valt eronder?

Het minimumpensioen voor alleenstaanden van 1.881,92 € bruto per maand geldt voor wie niet gehuwd is of voor wie de FPD twee aparte pensioenen voordeliger vindt dan één gezinspensioen. Dat zijn niet alleen vrijgezellen, maar ook gescheiden personen, weduwen en weduwnaars en ongehuwde samenwonenden. Voor de meeste gepensioneerden die alleen leven, is dit het bedrag waaronder hun pensioen niet kan zakken als ze aan de loopbaanvoorwaarden voldoen.

Gewaarborgd minimum voor ambtenaren

Ook voor ambtenaren bestaat er een gewaarborgd minimum, maar in een ander stelsel. Voor een ambtenaar met een voltijds ambt die met pensioen gaat wegens leeftijd of anciënniteit bedraagt het sinds 1 september 2026, onder voorwaarden, 1.881,58 € bruto per maand als alleenstaande en 2.351,89 € als gehuwde. Ambtenaren die om gezondheidsredenen stoppen, vinden meer uitleg in ons artikel over het ziektepensioen voor ambtenaren.

Aandacht
De bedragen in dit artikel gelden vanaf 1 september 2026 en komen van de Federale Pensioendienst. Voor uw persoonlijke situatie raadpleegt u MyPension of neemt u contact op met de FPD.

Verschil tussen het minimumpensioen en de IGO

Het minimumpensioen en de IGO (Inkomensgarantie voor Ouderen) worden vaak door elkaar gehaald, maar het zijn twee verschillende regelingen. Het onderscheid is belangrijk als u twijfelt over uw rechten als gepensioneerde of toekomstige gepensioneerde. De IGO is een bijstandsuitkering die ook door de Federale Pensioendienst (FPD) wordt uitbetaald, maar ze hangt niet af van een opgebouwd pensioen.

Het minimumpensioen is een recht op basis van arbeid: u bouwt het op door te werken en bij te dragen aan de sociale zekerheid. De IGO is inkomensafhankelijk: u kunt ze krijgen vanaf de wettelijke pensioenleeftijd als uw bestaansmiddelen per maand lager liggen dan 1.644,28 € voor een alleenstaande of 1.096,18 € voor een samenwonende (bedragen vanaf 1 september 2026). De IGO staat dus ook open voor mensen die weinig of niet gewerkt hebben.

Voor de IGO kijkt de FPD naar uw bestaansmiddelen en die van uw echtgenoot of wettelijk samenwonende partner als u die hebt, inclusief de pensioenen zelf. Ook met een laag pensioen, bijvoorbeeld een evenredig minimumpensioen, kunt u onder de grens blijven; dan kunt u de IGO als aanvulling krijgen. Beide regelingen kunnen elkaar dus aanvullen.

Kenmerk Minimumpensioen IGO
Basis Opgebouwd via arbeid Onderzoek naar de bestaansmiddelen (bijstand)
Loopbaanvereiste Ja, minstens 30 jaar (2/3 van 45) Nee
Leeftijd Bij pensionering Vanaf de wettelijke pensioenleeftijd
Inkomenstoets Nee Ja
Beheerd door Federale Pensioendienst Federale Pensioendienst
Meer informatie
Wilt u weten hoe u de IGO aanvraagt en hoe de FPD uw bestaansmiddelen berekent? Lees ons volledige artikel over de Inkomensgarantie voor Ouderen.

Hoe de Federale Pensioendienst uw minimumpensioen berekent

De Federale Pensioendienst berekent uw pensioen op basis van uw loopbaandossier. Uw loopbaangegevens kunt u zelf nakijken op MyPension. Ook periodes in de Europese Economische Ruimte, het Verenigd Koninkrijk, Zwitserland of een land waarmee België een verdrag heeft gesloten, tellen mee voor de loopbaanvoorwaarde.

De berekening gebeurt in twee stappen. Eerst berekent de FPD uw normaal pensioen op basis van uw lonen en het aantal loopbaanjaren. Daarna vergelijkt de dienst dat bedrag met het gewaarborgd minimum. Is uw normaal pensioen lager, dan wordt het opgetrokken. Uw verwacht pensioen kunt u al ruim op voorhand bekijken via MyPension op mypension.be.

Hebt u ook als zelfstandige gewerkt, dan is er sprake van een gemengde loopbaan. De jaren als zelfstandige tellen dan mee om de loopbaanvoorwaarde te halen, maar voor het bedrag van het gewaarborgd minimum als werknemer telt alleen uw loopbaan als werknemer. Meer uitleg vindt u op de officiële pagina van de Federale Pensioendienst over het gewaarborgd minimumpensioen.

Twijfelt u over uw situatie, dan kunt u terecht bij de Federale Pensioendienst. Was u ooit langdurig ziek, dan leest u in ons artikel over arbeidsongeschiktheid meer over die periode.

Stelt u uw pensioen uit tot na de wettelijke pensioenleeftijd, dan kunt u volgens de pensioenhervorming een nieuwe pensioenbonus opbouwen: de opbouw loopt vanaf 2026, voor pensioenen die in 2027 of later ingaan, als u aan extra loopbaanvoorwaarden voldoet. De opbouw van de oude pensioenbonus werd op 31 december 2025 stopgezet. Bekijk met een bescheiden pensioen ook de voorwaarden van de verhoogde tegemoetkoming bij het ziekenfonds en van de medische kaart via het OCMW.

Uw loopbaan en uw verwacht pensioen kunt u raadplegen via MyPension op mypension.be.

Isabelle is redacteur bij Mijntoeslagen.be en schrijft over hulpverlening en administratie in Vlaanderen. Voel je vrij om contact met haar op te nemen in het commentaargedeelte als je vragen hebt.


Stel een vraag aan onze deskundige

Ons algoritme berekent voor welke steun u in aanmerking komt

Simuleer gratis mijn hulpmiddelen