
Het leefloon is een maandelijkse uitkering voor wie niet genoeg inkomsten heeft om menswaardig te leven. Het wordt uitbetaald door het OCMW van uw gemeente en is een federaal recht: het geldt zowel in Vlaanderen als in Brussel en Wallonië. Het leefloon maakt deel uit van de gezondheidszorg en sociale bescherming in België. Hieronder leest u hoeveel het leefloon in 2026 bedraagt, welke voorwaarden gelden, hoe u het aanvraagt en wat u kunt doen als het OCMW uw aanvraag weigert.
Wat is het leefloon?
Het leefloon is de financiële steun die het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn (OCMW) toekent aan wie over onvoldoende bestaansmiddelen beschikt. Vroeger heette deze uitkering het bestaansminimum; sinds de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie spreekt men van leefloon. Beide termen slaan op hetzelfde: een minimuminkomen waarmee u basisuitgaven zoals huur, energie en voeding kunt betalen.
Het leefloon is een federale uitkering, geen Vlaamse steunmaatregel. De wet van 26 mei 2002 geldt in heel België en wordt uitgevoerd door het OCMW van de gemeente waar u woont, ongeacht in welk gewest dat is. De federale overheid betaalt het leefloon ook grotendeels terug aan het OCMW: 55 %, en tot 65 % of 70 % voor OCMW’s met veel gerechtigden. De POD Maatschappelijke Integratie staat in voor die financiering. Het leefloon staat los van de klassieke sociale zekerheid: het is een residuair recht, het laatste vangnet voor wie nergens anders nog terechtkan.
Bedrag leefloon
Het leefloon is een vast bedrag dat afhangt van uw gezinssituatie. De wet onderscheidt drie categorieën, en per categorie ligt een jaarbedrag vast dat door twaalf wordt gedeeld om het maandbedrag te krijgen. Hoeveel u effectief ontvangt, hangt bovendien af van uw eigen bestaansmiddelen: het OCMW trekt uw inkomsten af van het basisbedrag.
De bedragen wijzigen op 1 september 2026. Ze stijgen dan met 2 % door een indexering. In de tabel hieronder vindt u zowel de bedragen die gelden tot en met 31 augustus 2026 als de nieuwe bedragen die vanaf 1 september 2026 van kracht zijn.
| Categorie | Situatie | Tot 31 augustus 2026 | Vanaf 1 september 2026 |
| Categorie 1 | Samenwonende | 893,65 € | 911,56 € |
| Categorie 2 | Alleenstaande of dakloze | 1.367,34 € | 1.367,34 € |
| Categorie 3 | Samenwonend met gezinslast | 1.847,89 € | 1.847,89 € |
Bedragen per maand, volgens de officiële tabel van de POD Maatschappelijke Integratie. De bedragen van het leefloon zijn gekoppeld aan de spilindex, de maatstaf die de prijsstijgingen meet. Sinds de programmawet van 18 juli 2025 worden de sociale uitkeringen pas drie maanden na de overschrijding van de spilindex aangepast, en niet meer de maand erna. De spilindex werd in juni 2026 overschreden, waardoor het leefloon op 1 september 2026 stijgt. Daarnaast kunnen de bedragen ook toenemen door een welvaartsaanpassing, een wettelijk mechanisme dat de uitkeringen mee laat evolueren met de algemene levensstandaard.
Voorwaarden Leefloon
Om recht te hebben op een leefloon moet u aan alle onderstaande voorwaarden samen voldoen. Het OCMW toetst die stuk voor stuk tijdens het sociaal onderzoek. Voldoet u aan één voorwaarde niet, dan volgt in principe een weigering, al kan het OCMW u wel een andere vorm van hulp aanbieden.
De voorwaarden hebben te maken met uw verblijfplaats, uw nationaliteit of verblijfsstatuut, uw leeftijd, uw inkomsten en uw bereidheid om te werken. Ze staan hieronder op een rij, zoals de wet ze omschrijft.
- U hebt uw werkelijke verblijfplaats in België, wat betekent dat u hier gewoonlijk en bestendig verblijft. Het leefloon is niet exporteerbaar: u kunt het niet meenemen naar het buitenland.
- U bent meerderjarig (18 jaar of ouder). Als minderjarige wordt u met een meerderjarige gelijkgesteld in drie gevallen: u bent ontvoogd door een huwelijk, u hebt één of meer kinderen ten laste, of u bewijst dat u zwanger bent.
- U behoort tot een van deze categorieën van personen: u hebt de Belgische nationaliteit; u bent burger van de Europese Unie, of familielid dat een EU-burger begeleidt of zich bij hem voegt, met een verblijfsrecht van meer dan drie maanden; u bent als vreemdeling ingeschreven in het bevolkingsregister; u bent staatloos; u bent erkend vluchteling; of u geniet de subsidiaire beschermingsstatus.
- U beschikt niet over toereikende bestaansmiddelen, u kunt er geen aanspraak op maken en u bent niet in staat ze door eigen inspanningen te verwerven.
- U bent werkbereid, tenzij dat om gezondheidsredenen of billijkheidsredenen niet mogelijk is. Studeren of eerst andere problemen aanpakken kan zo’n billijkheidsreden zijn.
- U laat eerst uw rechten gelden op andere uitkeringen waarop u aanspraak kunt maken, zowel volgens de Belgische als volgens een buitenlandse sociale wetgeving. Het OCMW gaat na of u recht hebt op bijvoorbeeld een werkloosheidsuitkering, een invaliditeitsuitkering of een integratietegemoetkoming. Het OCMW kan u ook verplichten om onderhoudsgeld te vorderen van uw ex-echtgenoot, uw ouders of uw kinderen.
Verschillende categorieën
Uw categorie bepaalt rechtstreeks hoeveel leefloon u krijgt. Het OCMW kijkt daarvoor niet naar uw officiële burgerlijke staat, maar naar uw feitelijke woonsituatie: met wie deelt u een woning en met wie deelt u de kosten van het huishouden?
De maatschappelijk werker die uw dossier behandelt, bekijkt uw individuele situatie en bepaalt op basis daarvan tot welke categorie u behoort. Verandert uw situatie, bijvoorbeeld omdat u gaat samenwonen of omdat een kind bij u komt wonen, dan moet u dat melden: uw categorie en dus uw bedrag wijzigen mee.
- Samenwonende: u woont onder hetzelfde dak met minstens één andere persoon en u regelt de huishoudelijke aangelegenheden hoofdzakelijk gemeenschappelijk, zoals huur en energie. Dat hoeft niet uw partner te zijn; ook een broer, een ouder of een huisgenoot telt mee.
- Alleenstaande: u woont alleen en behoort niet tot een van de andere categorieën. Wettelijk vallen ook daklozen onder deze categorie.
- Samenwonend met gezinslast: u woont samen met minstens één ongehuwd minderjarig kind dat u ten laste hebt. Het kind hoeft niet uw biologisch kind te zijn. Ook uw partner kan onder bepaalde voorwaarden onder deze categorie vallen.
Welke bestaansmiddelen telt het OCMW mee?
Het leefloon vult aan tot een minimum. Het OCMW berekent daarom eerst welke inkomsten u al hebt en trekt die af van het bedrag van uw categorie. Wie bijvoorbeeld een klein inkomen uit werk of een lage uitkering heeft, krijgt het verschil bijgepast en niet het volledige bedrag.
Onder bestaansmiddelen valt in principe alles wat uw financiële draagkracht bepaalt: loon, uitkeringen, onderhoudsgeld, huurinkomsten en de opbrengst van uw kapitaal. Ook spaargeld en een eigen woning spelen een rol. De wet voorziet hiervoor specifieke berekeningsregels en een reeks vrijstellingen, zodat niet elke euro spaargeld één op één van uw leefloon wordt afgetrokken. Omdat die regels technisch zijn en van uw persoonlijke situatie afhangen, vraagt u het OCMW het best om een concrete berekening voor uw dossier. Hebt u schulden die u niet meer kunt dragen, dan kan een collectieve schuldenregeling een oplossing zijn naast het leefloon.
Procedure
Om het leefloon aan te vragen, neemt u contact op met de sociale dienst van het OCMW van de gemeente waar u werkelijk verblijft. Dat kan mondeling tijdens een sociale zitdag of per brief. Stuur die brief bij voorkeur aangetekend, zodat u een bewijs hebt. In de praktijk aanvaarden veel OCMW’s ook een aanvraag per e-mail. Klopt u voor het eerst bij een OCMW aan, dan kunt u uw aanvraag ook online indienen via OCMW Online, een toepassing van de POD Maatschappelijke Integratie waarbij u zich aanmeldt met uw eID of met itsme. Let op: die toepassing is enkel bedoeld voor een eerste hulpaanvraag, niet voor wie al bekend is bij het OCMW.
Er bestaat geen termijn om een leefloon aan te vragen: u dient de aanvraag in zodra u onvoldoende bestaansmiddelen hebt. Wel loont het om niet te wachten, want een gunstige beslissing heeft uitwerking vanaf de datum van uw aanvraag. Na uw aanvraag volgt het sociaal onderzoek: een maatschappelijk werker brengt uw identiteit, uw financiële toestand en uw bestaansmiddelen in kaart, meestal met een huisbezoek. Het OCMW moet binnen dertig dagen na ontvangst van uw aanvraag beslissen, en die beslissing wordt u binnen acht dagen betekend met een aangetekende zending of tegen ontvangstbewijs. Het OCMW kan ook een andere vorm van dienstverlening voorstellen, zoals een medische kaart of tewerkstelling via artikel 60.
Welke documenten moet u meenemen?
Er bestaat geen wettelijke lijst van documenten: elk OCMW bepaalt zelf welke stukken het nodig heeft. Wat wel vastligt, is dat de maatschappelijk werker tijdens het sociaal onderzoek gedetailleerde inlichtingen verzamelt over uw identiteit, uw financiële toestand en uw bestaansmiddelen. Vraag uw OCMW dus vooraf welke documenten het precies verwacht.
Hoe vollediger uw dossier bij de eerste afspraak, hoe vlotter het onderzoek verloopt. Ontbreekt er iets, dan kunt u het meestal nog nabezorgen. Laat een ontbrekend document u dus niet tegenhouden om de aanvraag alvast in te dienen. De onderstaande stukken worden vrijwel overal gevraagd.
- Uw identiteitskaart of verblijfsdocument.
- Bewijzen van al uw inkomsten: loonfiches, uitkeringen, onderhoudsgeld of documenten van de RVA als uw werkloosheidsuitkering werd stopgezet.
- Een overzicht van uw spaargeld en rekeningen.
- Uw huurcontract en recente facturen van energie en water.
- Documenten over uw gezinssituatie, zoals bewijs van het Groeipakket voor uw kinderen.
Het GPMI: uw afspraken met het OCMW
Bij veel leefloondossiers hoort een geïndividualiseerd project voor maatschappelijke integratie, afgekort GPMI. Dat is een schriftelijke overeenkomst tussen u en het OCMW waarin staat welke stappen u zet richting werk, opleiding of een stabielere situatie, en welke begeleiding het OCMW daar tegenover stelt. U hebt recht op zo’n GPMI binnen drie maanden na de datum waarop het OCMW beslist dat u aan de voorwaarden voldoet, hetzij op uw eigen vraag, hetzij op initiatief van het OCMW.
Een GPMI is dus in de eerste plaats een recht, en niet altijd een verplichting. Het GPMI is verplicht als u jonger bent dan 25 jaar en in een van deze situaties zit: u studeert, u volgt een traject naar werk, of u kreeg de laatste drie maanden geen leefloon. Bent u 25 of ouder, dan is het GPMI enkel verplicht als u de laatste drie maanden geen recht op maatschappelijke integratie had. U onderhandelt mee over de inhoud en u krijgt een exemplaar van de overeenkomst. Komt u de afspraken zonder geldige reden niet na, dan kan het OCMW uw leefloon tijdelijk schorsen, maar dat kan pas na een procedure waarin u wordt gehoord.
Leefloon voor studenten
Ook wie voltijds studeert, kan onder voorwaarden een leefloon krijgen. Studeren kan in dat geval aanvaard worden als billijkheidsreden voor de werkbereidheid: u hoeft dus niet altijd te stoppen met uw opleiding om er recht op te hebben. Het OCMW verwacht wel dat u uw studies ernstig neemt en dat de opleiding uw kansen op de arbeidsmarkt vergroot.
Voor studenten met een voltijds leerplan die jonger zijn dan 25 jaar op het moment van de toekenning, geldt een specifieke vrijstelling voor inkomsten uit werk, en daarvoor is een GPMI verplicht. Daarnaast verwacht het OCMW dat u eerst uw andere rechten uitput, zoals de studietoelage. Werkt u erbij als jobstudent, dan telt dat inkomen mee als bestaansmiddel, al zorgt die specifieke vrijstelling voor studenten ervoor dat werken lonend blijft.
Werken met een leefloon
Werk en leefloon sluiten elkaar niet uit. Wie een deeltijdse job of een tijdelijk contract vindt, verliest het leefloon niet automatisch: het OCMW herberekent uw dossier en past het verschil bij zolang uw inkomen onder het bedrag van uw categorie blijft.
Om te vermijden dat werken u financieel benadeelt, bestaat er een socioprofessionele vrijstelling. Van uw beroepsinkomen wordt dan 315,67 € per maand niet meegeteld als bestaansmiddel; dat is het bedrag op 1 maart 2026. De vrijstelling geldt drie jaar, op te nemen binnen een periode van zes jaar vanaf de dag dat u begint te werken of een beroepsopleiding start. Zoekt u werk, dan kan de begeleiding van de VDAB of van de diensten voor werkgelegenheid u verder helpen, en wie aan de slag gaat, bekijkt het best ook of de jobbonus van toepassing is.
Wanneer wordt het leefloon uitbetaald?
Zodra het OCMW uw recht heeft erkend, wordt het leefloon maandelijks op uw rekening gestort. De uitbetaling gebeurt door het OCMW zelf, wat betekent dat de precieze betaaldatum van gemeente tot gemeente kan verschillen. Uw maatschappelijk werker kan u zeggen welke dag in uw OCMW gebruikelijk is.
Omdat het recht ingaat op de aanvraagdatum, wordt de tussenliggende periode nabetaald wanneer het onderzoek langer duurt. Komt u in die tussenperiode in acute problemen, dan kan het OCMW dringende steun toekennen. Ook het sociaal verwarmingsfonds en voedselhulp kunnen dan uitkomst bieden.
Niet akkoord met de beslissing van het OCMW?
Het OCMW moet u zijn beslissing schriftelijk meedelen en die motiveren. In die brief staat waarom u wel of geen leefloon krijgt, welk bedrag werd toegekend en hoe u in beroep kunt gaan. Lees de brief aandachtig: de beroepsmogelijkheid en de termijn worden er verplicht in vermeld.
Bent u het niet eens met de beslissing, dan kunt u binnen drie maanden beroep aantekenen bij de arbeidsrechtbank. Die termijn loopt vanaf de betekening van de beslissing, of vanaf het moment waarop wordt vastgesteld dat het OCMW niet binnen dertig dagen heeft beslist. Neemt het OCMW dus helemaal geen beslissing, dan staat de weg naar de rechtbank eveneens open. De procedure bij de arbeidsrechtbank is kosteloos en u kunt zich laten bijstaan door een advocaat of een vertrouwenspersoon. Wie de kosten van een advocaat niet kan dragen, kan terecht bij de commissie voor juridische bijstand.
Andere steun naast het leefloon
Het leefloon dekt de basis, maar het is zelden het enige waarop u recht hebt. Wie een leefloon ontvangt, krijgt vaak automatisch of onder soepelere voorwaarden toegang tot andere rechten, zeker op het vlak van gezondheidszorg, wonen en energie. Het loont dus om uw volledige situatie te laten bekijken.
Voor gezondheidszorg is er de verhoogde tegemoetkoming, die u aanvraagt via uw mutualiteit. Zij verlaagt wat u zelf betaalt bij de dokter en in de apotheek.
Voor wonen bestaan de huurpremie en de huursubsidie, naast de mogelijkheid om een sociale woning aan te vragen. Dreigt u uw woning te verliezen, dan kunt u aankloppen bij de huurdersbond of bij het fonds ter bestrijding van de uithuiszettingen.
Voor energie, telecom en gezin zijn er het sociaal energietarief en het sociaal tarief voor internet. Gezinnen met kinderen bekijken daarnaast de sociale toeslag en de schooltoeslag, en wie alleen voor de kinderen instaat de eenoudertoeslag. Bent u 65 of ouder, dan komt u mogelijk in aanmerking voor de inkomensgarantie voor ouderen, die in de plaats kan komen van het leefloon.
Saved as a favorite, I like your web site!
mijn dochter zal op huurcontract staan als medehuurder (voorwaarde om huis te kunnen huren, ze heeft vaste job ook) ze zal echter niet bij mij wonen , heeft dit invloed op het leefloon?
Beste Kelly,
Goede vraag. Voor het leefloon kijkt het OCMW niet naar wie er formeel op het huurcontract staat, maar naar de werkelijke gezinssituatie: wie er effectief samenwoont en een huishouden deelt. Het bedrag van het leefloon (categorie alleenstaande, samenwonende of gezin met kinderen ten laste) wordt bepaald op basis van die feitelijke woonsituatie, niet op basis van wie mee huurder is.
Als je dochter enkel medehuurder is om praktische redenen (bijvoorbeeld omdat ze een vast inkomen heeft, wat vaak gevraagd wordt door verhuurders), maar zij er zelf niet effectief woont en geen deel uitmaakt van jouw huishouden, dan zou dit in principe geen invloed mogen hebben op jouw leefloon-categorie. Het OCMW zal dit wel controleren, bijvoorbeeld via een huisbezoek of domicilie-onderzoek, om na te gaan of de effectieve woonsituatie overeenstemt met het contract.
Omdat dit een individuele beoordeling is die het OCMW zelf maakt, raad ik je aan om dit vooraf duidelijk te melden bij je OCMW-maatschappelijk werker. Zo vermijd je discussies achteraf en kan je meteen aantonen (bijvoorbeeld met een ander domicilieadres van je dochter) dat zij niet bij jou inwoont.
Met vriendelijke groeten,
Isabelle
IK BEN OEKRAINSE VLUCHTELING WOON SINDS 06-08-2024 IN BEGIE OPGEVANGEN IN PLEEGGEZIN VOLG SEDERTDIEN LES IN LBC
ST NIKLAAS HEB IK RECHT OP LEEFLOON DANK VOOR ANTW
Beste Mukhailo,
Bedankt voor je bericht. Of je concreet recht hebt op het leefloon, hangt af van je individuele situatie (verblijfsstatuut, inkomsten, samenstelling van het gezin waarin je verblijft, enz.), dus dat kunnen wij hier niet met zekerheid voor jou beoordelen.
Wat wel belangrijk is: als Oekraïense vluchteling heb je meestal een statuut van tijdelijke bescherming. Voor mensen met dat statuut gelden specifieke regels bij het OCMW, die kunnen verschillen van de gewone voorwaarden voor het leefloon zoals beschreven in het artikel. Het is dus mogelijk dat je eerder in aanmerking komt voor een andere vorm van OCMW-steun dan het “klassieke” leefloon, of net wel voor het leefloon zelf, afhankelijk van je precieze statuut en situatie.
Om zeker te weten waar je recht op hebt, raden we je aan om persoonlijk langs te gaan bij het OCMW van Sint-Niklaas. Zij kennen jouw dossier en kunnen exact nagaan welke steun voor jou van toepassing is en welke stappen je moet zetten.
Met vriendelijke groeten,
Isabelle
Voor het verkrijgen van een leefloon, wordt er ook rekening gehouden met de waarde van je huis?
Beste Eddy,
Goede vraag. Bij de aanvraag van een leefloon voert het OCMW altijd een zogenaamd bestaansmiddelenonderzoek uit. Daarbij wordt niet alleen naar je inkomen gekeken, maar ook naar je volledige patrimonium, dus zowel roerende goederen (spaargeld, beleggingen) als onroerende goederen (huizen, gronden, …).
De manier waarop een woning precies meetelt, kan wel verschillen naargelang de situatie: het maakt bijvoorbeeld verschil of het gaat om de woning waarin je zelf woont, dan wel om een tweede eigendom die je verhuurt of die leeg staat. Het OCMW bekijkt dit geval per geval, en kan de waarde van een eigendom (of de inkomsten die eruit voortvloeien) mee in rekening brengen bij het bepalen van je recht op leefloon en het bedrag ervan.
Omdat dit sterk kan afhangen van je persoonlijke situatie (bijvoorbeeld of je alleenstaand bent, of je de woning zelf bewoont, of er een hypotheek op rust, …), raden we je aan om dit concreet te bespreken met de maatschappelijk werker van je OCMW. Zij kunnen op basis van je dossier precies aangeven hoe jouw woning wordt meegerekend.
Met vriendelijke groeten,
Isabelle
Beste,
Mijn naam is Beatrice (25) en ik studeer in September af aan een master EU-Studies. Ik zou vanaf oktober/november een onbetaalde stage van 3-4 maand willen doen in London in mijn veld. Ik dacht eerst dat ik hiervoor een beurs zou kunnen krijgen, maar blijkbaar zijn alle beurzen voor niet EU-landen al op. Aangezien ik al een mogelijke stageplek heb en volop met hen in gesprek ben is dit vervelend om te horen.
Daarom vraag ik me af of het mogelijk is om een leefloon te krijgen vanaf dat ik afgestudeerd ben. Dit zou me helpen om de periode tussen het afstuderen en mijn eerste job te overbruggen, inclusief de periode dat ik stage zou lopen in het VK.
Ik sta nog gedomicilieerd bij mijn mama (die werkt) en mijn zus (die niet werkt) in Antwerpen, maar ik woon in Gent. Ik zou voor het leefloon me zowel gedomicilieerd kunnen laten staan in Antwerpen, of mijn domicilie-adres naar Gent verplaatsen, waar ik samenwoon met drie vrienden.
Ik heb op dit moment wel een studentenjob, waar ik 1x/week werk (en in de zomer 2-3x/week), maar die zal/kan stoppen na mijn afstuderen.
Weet u of ik recht zou hebben op het leefloon? En of er andere financiële bijstand is waar ik op zou kunnen steunen terwijl ik stage loop (in het buitenland) en voordat ik betaald werk vind?
Alvast bedankt voor de info.
Mvg,
Beatrice McBrearty
Beste Beatrice,
Fijn dat je zo goed vooruit plant! Op basis van je situatie zijn er een paar aandachtspunten die belangrijk zijn voor je vraag.
Kortom: gezien de combinatie van je geplande verblijf in het buitenland en je specifieke woonsituatie, is dit een dossier waarbij het antwoord echt afhangt van de concrete beoordeling door het OCMW (en eventueel VDAB). Neem dus tijdig contact op met OCMW Gent, vóór je stage start, zodat je weet waar je aan toe bent.
Met vriendelijke groeten,
Isabelle
Beste,
Mag je al alleenstaande xxx€ spaarcenten hebben als je een leefloon aanvraagt of moet je eerst je spaarcenten opgebruiken.
met vriendelijke groeten
Giuseppe Grisorio
Beste,
We behandelen geen persoonlijke dossiers. Je kan een aanvraag indienen bij je lokale OCMW en daar wordt je verder geholpen door een maatschappelijke werker. Gelieve ook geen persoonlijke informatie over je financiën te delen want dit is een publieke website.
Met vriendelijke groeten,
Isabelle
Hallo,
Ik ben Guillaume jaar en nog altijd student. Ik had een vraag in verband met de leefloon. Mijn moeder is alleenstaande moeder met kinderen ten laste onder andere ik. Ze heeft het moeilijk, ik probeer veel studentenjobs te doen maar ik heb ook school en sport die ik beoefen. Ik vroeg me af of ik ook het leefloon kon ontvangen of niet. Ze werkt ook als poetsvrouw maar dat brengt ook niet zo veel op. Ik heb ook een stiefvader maar die is invalide en die kan dus niet werken.
Alvast bedankt
Met vriendelijke groeten
Guillaume Wilson
Beste Guillaume,
Mogelijk kom je in aanmerking voor het leefloon, maar dat kan ik niet met zekerheid zeggen. U kan best contact opnemen met het OCMW van uw gemeente en daar zal u verder geïnformeerd worden door een maatschappelijke werker.
Met vriendelijke groeten,
Isabelle
Ik werk momenteel op interim basis, ik ga uit elkaar met mijn partner en ik zou eigenlijk willen bekijken of ik in aanmerking kom om een leefloon aan te vragen. Ik heb 3 kinderen van 5, 3 en 1 jaar.
Beste Alexandra,
Mogelijk kom je in aanmerking. Je kan best contact opnemen met de sociale dienst van het OCMW in je gemeente. Daar zal een maatschappelijke werker je aanvraag bekijken en je verder informeren.
Met vriendelijke groeten,
Isabelle
Ben gescheiden en heb co-ouderschap, mijn kinderen zijn meerderjarig de jongste zoon is 19 en gaat nog naar school, oudste zoon is 22 en werkt om de week zijn ze bij mij.
Volgens ocmw Sint-Truiden is mijn leefloon momenteel+-650€ omwille dat mijn kinderen meerderjarig zijn. Is dit bedrag juist kan mijn rekeningen niet betalen want mijn huur van het huis is 476€ , ik heb 174€ over waarvan ik elek, gas en telefoon en water moet betalen dit lukt niet.hoeveel leefloon moet ik eigenlijk krijgen.
Beste Bart,
Ik kan me voorstellen dat het niet gemakkelijk is om rond te komen met dat bedrag. We kunnen helaas geen individuele dossiers behandelen. Indien u twijfelt over het bedrag, kan u best contact opnemen met uw contactpersoon van het OCMW.
Met vriendelijke groeten,
Isabelle
Ik krijg al een 5 tal jaren werkloosheidsuitkeringen en ben bang dr die nieuwe regering ze kwijt te spelen.Ik heb ook nog invaliditeitsuikering van 600 euro omdat ik 23 procent invalide bent door arbeidsongeval. Ik heb ook nog wat spaargeld. Hoe wordt dat dan berekent? Bij de rva houden ze geen rekening met die 600 euro. Mag je spaargeld hebben als je leefloon hebt, of wordt dat afgetrokken. Hoeveel zou ik dan hebben als alleenstaande zonder eigendommen.? Alvast bedankt. Mvg
Beste Kristoffel,
Je kan hiervoor best contact opnemen met het OCMW van je gemeente. Je kan daar een maatschappelijk werker spreken over je aanvraag van een leefloon.
Met vriendelijke groeten,
Isabelle