
Het inschrijvingsgeld aan een universiteit of hogeschool kost in 2026-2027 voor een volledig jaar van 60 studiepunten 1.181,40 €. Komt uw gezin in aanmerking voor het beurstarief, dan betaalt u maar 139,40 €, en met het bijna-beurstarief 623,40 €. Dat verminderd studiegeld is een vorm van steun voor studenten van de Vlaamse overheid: u vraagt het aan via dezelfde aanvraag als de studietoelage. Hieronder leest u hoeveel u betaalt, wie minder betaalt en hoe u het aanvraagt.
Wat is het inschrijvingsgeld aan een universiteit of hogeschool?
Wie zich inschrijft aan een Vlaamse universiteit of hogeschool, betaalt studiegeld, in de volksmond inschrijvingsgeld genoemd. Het bedrag bestaat uit een vast bedrag en een variabel bedrag per studiepunt waarvoor u zich inschrijft. Een voltijds jaar telt meestal 60 studiepunten, maar wie minder of meer opneemt, betaalt ook minder of meer.
Hoeveel u precies betaalt, hangt af van drie zaken: het soort contract (diploma-, credit- of examencontract), het aantal studiepunten en uw statuut. Krijgt u een studietoelage of ligt het gezinsinkomen net boven de grens, dan betaalt u een verminderd tarief. De bedragen worden elk jaar geïndexeerd, zodat ze bij elk nieuw academiejaar een beetje stijgen.
Het inschrijvingsgeld is maar een deel van de rekening. Daarnaast kunnen er opleidingsgebonden kosten zijn, zoals materiaal voor practica of software, en betaalt u zelf uw cursussen en boeken en, als u op kot gaat, de huur van uw kot. Voor die kosten bestaat er aparte steun, zoals het Groeipakket dat tijdens de studies verder loopt.
Hoeveel bedraagt het inschrijvingsgeld in 2026-2027?
Voor een inschrijving met een diplomacontract in een bachelor, een initiële master, een graduaatsopleiding, een lerarenopleiding of een schakel- of voorbereidingsprogramma gelden in 2026-2027 drie tarieven. Het standaardtarief bedraagt 305,40 € plus 14,60 € per studiepunt, het bijna-beurstarief 305,40 € plus 5,30 € per studiepunt en het beurstarief een vast bedrag van 139,40 €, ongeacht het aantal studiepunten.
Die bedragen rekenen onder meer de Universiteit Antwerpen, UGent en AP Hogeschool aan in 2026-2027. Controleer het bedrag wel in het reglement studiegelden van uw eigen instelling. Voor 60 studiepunten komt dat neer op de bedragen in deze tabel:
| Tarief (diplomacontract) | Berekening | Voor 60 studiepunten in 2026-2027 | Ter vergelijking: 2025-2026 |
| Standaardtarief | 305,40 € + 14,60 € per studiepunt | 1.181,40 € | 1.157 € |
| Bijna-beurstarief | 305,40 € + 5,30 € per studiepunt | 623,40 € | 611 € |
| Beurstarief | 139,40 € vast | 139,40 € | 136,50 € |
Schrijft u zich voor minder studiepunten in, dan kunt u het eenvoudig zelf berekenen: bij het standaardtarief en 30 studiepunten betaalt u 305,40 € + 30 × 14,60 €, of 743,40 €. Bij het beurstarief blijft het 139,40 €, ook als u maar een deel van de studiepunten opneemt.
Examencontract, bachelor-na-bachelor en master-na-master
Met een examencontract volgt u de lessen niet en legt u alleen de examens af. Daarvoor betaalt u in 2026-2027 minstens 139,40 € plus 5,30 € per studiepunt, of 457,40 € voor 60 studiepunten. Sommige instellingen rekenen daar nog een extra bedrag bij. Voor een bachelor-na-bachelor of een master-na-master is er geen verschil in studiegeld: u betaalt daar hetzelfde bedrag als andere studenten. Een lager tarief voor studenten met een studietoelage bestaat er niet.
Studenten zonder de nationaliteit van een land van de Europese Economische Ruimte (EER) en zonder een verblijfsvergunning die hen gelijkstelt, betalen een verhoogd studiegeld. Dat bedrag verschilt per instelling en per opleiding: kijk daarvoor in het reglement studiegelden van uw universiteit of hogeschool.
Wie heeft recht op het beurstarief?
Het beurstarief is het laagste inschrijvingsgeld. U krijgt het automatisch als u een studietoelage van de Vlaamse overheid krijgt. Ook zonder studietoelage kunt u er recht op hebben, als u wel aan de financiële voorwaarden voldoet, bijvoorbeeld omdat uw opleiding niet aan de pedagogische voorwaarden van de studietoelage voldoet.
Voor het beurstarief zonder studietoelage moet u aan drie voorwaarden tegelijk voldoen. De dienst Studietoelagen kijkt daarvoor naar het inkomen van het gezin en het kadastraal inkomen (de zogenaamde KI-test):
- u voldoet aan de nationaliteitsvoorwaarden van de dienst Studietoelagen of u bent onderdaan van een EER-land;
- u voldoet aan de financiële voorwaarden, met inbegrip van de KI-test;
- u volgt met een diplomacontract een graduaat, bachelor, master, schakel- of voorbereidingsprogramma of een lerarenopleiding.
Sinds academiejaar 2026-2027 gelden er voor de studietoelage twee extra voorwaarden: een leeftijdsgrens en een minimum van 54 studiepunten. Volgens de Vlaamse overheid veranderen die niets aan het recht op verminderd studiegeld. Voor het beurstarief hoeft u niet aan de leeftijdsvoorwaarde te voldoen en hoeft u geen 54 studiepunten op te nemen.
De inkomensgrenzen zelf vindt u in ons artikel over de studietoelage in Vlaanderen. De dienst Studietoelagen rekent voor u uit of uw gezin eronder valt. Voor dringende financiële problemen kunt u ook terecht bij het OCMW (Sociaal Huis) van uw gemeente.
Wat is het bijna-beurstarief?
Het bijna-beurstarief (of tussentarief) is bedoeld voor gezinnen die net te veel verdienen voor een studietoelage. U betaalt dan geen 1.181,40 € maar 623,40 € voor 60 studiepunten, een besparing van 558 € op een volledig jaar.
U komt in aanmerking als het gezinsinkomen hoogstens 4.081 € boven de maximumgrens voor een studietoelage ligt (bedrag voor 2026-2027, jaarlijks geïndexeerd). De KI-test speelt hier geen rol. Verder moet u aan dezelfde nationaliteitsvoorwaarde voldoen en met een diplomacontract een graduaat, bachelor, master, lerarenopleiding of schakel- of voorbereidingsprogramma volgen.
Een voorbeeld maakt het concreet. Valt het inkomen van uw gezin 3.000 € boven de grens voor een studietoelage, dan krijgt u geen studietoelage, maar wel het bijna-beurstarief. Ligt het 5.000 € boven de grens, dan betaalt u het standaardtarief.
Hoe vraagt u verminderd inschrijvingsgeld aan?
U vraagt het verminderd studiegeld aan via het digitaal loket Studietoelagen van de Vlaamse overheid. Er is geen aparte aanvraag nodig: met één dossier onderzoekt de dienst Studietoelagen of u recht hebt op een studietoelage en op verminderd studiegeld. Ook als u denkt dat u net te veel verdient voor een studietoelage, dient u best een aanvraag in: de dienst Studietoelagen onderzoekt dan of u recht hebt op verminderd studiegeld.
Na de beslissing brengt de dienst Studietoelagen uw universiteit of hogeschool automatisch op de hoogte van het tarief dat u moet betalen: beurstarief, bijna-beurstarief of geen verminderd studiegeld. U hoeft zelf niets te bewijzen bij uw instelling. Het stappenplan ziet er zo uit:
- U schrijft zich in aan uw universiteit of hogeschool.
- U dient een aanvraag voor een studietoelage in via het digitaal loket Studietoelagen.
- De dienst Studietoelagen berekent uw tarief en geeft het door aan uw instelling.
- Betaalde u te veel, dan krijgt u het verschil terug van uw instelling. Betaalde u het beurstarief en blijkt u er geen recht op te hebben, dan betaalt u het verschil bij.
Wie in het secundair onderwijs een schooltoeslag kreeg, kent het principe al: ook dat is een toelage op basis van het gezinsinkomen. Voor het hoger onderwijs loopt de aanvraag via het digitaal loket van de dienst Studietoelagen.
Wat als de beslissing nog niet bekend is?
Vaak schrijft u zich in voordat de dienst Studietoelagen uw dossier heeft behandeld. Volgens de Vlaamse overheid rekenen de meeste hogescholen en universiteiten dan al automatisch het laagste studiegeld aan. Sommige instellingen vragen toch eerst het volledige studiegeld, ook al loopt uw aanvraag nog.
Zit u in dat geval en kunt u het volledige bedrag niet voorschieten, neem dan contact op met de studentenvoorzieningen van uw instelling. Zij kunnen uw aanvraag bekijken en intern een regeling treffen. Bij sommige instellingen kunt u zonder betaling van het volledige studiegeld niet deelnemen aan de examens zolang uw tarief niet vastligt.
Er is ook een situatie waarin u later nog moet bijbetalen. Vordert de dienst Studietoelagen uw studietoelage volledig terug, dan rekent uw instelling ook het extra studiegeld voor dat academiejaar aan. Bij een gedeeltelijke terugvordering verandert er niets: u houdt het beurstarief.
Leerkrediet en terugbetaling als u stopt
Betaalt u het standaardtarief en schrijft u zich in voor studiepunten waarvoor u geen leerkrediet meer hebt, dan mag de instelling daarvoor een extra bedrag per studiepunt aanrekenen. In 2025-2026 was dat maximaal 14,30 € per studiepunt; ook dat bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd.
Voor studenten met het beurstarief of het bijna-beurstarief geldt die regeling niet: hun instelling mag geen verhoogd studiegeld vragen omdat ze te weinig leerkrediet hebben. Ook om die reden loont een aanvraag als uw gezinsinkomen in de buurt van de grenzen ligt.
Stopt u met studeren voor het einde van het academiejaar, dan bepaalt uw universiteit of hogeschool zelf of u (een deel van) het studiegeld terugkrijgt. Die regels staan in het onderwijs- en examenreglement of het reglement studiegelden van uw instelling. Kijk dat na voordat u zich uitschrijft: bij sommige instellingen krijgt u na een bepaalde datum in het najaar niets meer terug.
Twijfelt u nog over uw richting, gebruik dan de hulpmiddelen om een opleiding te zoeken voordat u zich inschrijft. Zo voorkomt u dat u inschrijvingsgeld en leerkrediet verspilt aan een opleiding die u na enkele weken stopzet.
Welke andere steun bestaat er voor studenten en ouders?
Het verminderd studiegeld staat zelden alleen. Tijdens de studies loopt het Groeipakket tot uw 25ste door zolang u aan de studievoorwaarden voldoet: de hogeschool of universiteit stuurt het inschrijvingsattest zelf door naar de uitbetaler. Bij MyFamily en de andere uitbetalers kunt u de betalingen volgen. Lees ook wat de sociale toeslag van het Groeipakket inhoudt.
Wie naast de studies wil bijverdienen, kan dat als jobstudent. Studenten die het financieel niet redden, kunnen onder voorwaarden bij het OCMW een leefloon als student aanvragen, en wie een deel van de opleiding in het buitenland volgt, kan een Erasmus+ beurs aanvragen.
Volgt u als volwassene een opleiding naast uw job, lees dan ook wat het Vlaams opleidingsverlof inhoudt. Voor ouders zijn ook de fiscale voordelen voor kinderen ten laste van belang.