
Het Sociaal Huis van uw gemeente is de plek waar u terechtkunt met vragen over geld, wonen, energie, gezondheid of schulden. Achter dat loket zit het OCMW, dat het leefloon betaalt en ook andere financiële steun kan toekennen als u niet rondkomt. Hieronder leest u welke hulp u kunt krijgen, hoe u ze aanvraagt en wat u doet als het OCMW nee zegt.
Wat is het Sociaal Huis en wat is het OCMW?
Het OCMW (Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn) bestaat in elke Belgische gemeente. Het OCMW heeft als opdracht om ervoor te zorgen dat mensen een menswaardig leven kunnen leiden. Daarvoor kent het een leefloon toe, geeft het financiële en materiële hulp en begeleidt het mensen met een maatschappelijk werker. In Vlaanderen werken de gemeente en het OCMW nauw samen als één lokaal bestuur: ze voeren een gezamenlijk beleid en delen hun diensten, al blijven het twee aparte rechtspersonen.
Het Sociaal Huis is de voordeur van die hulp. Elk Vlaams lokaal bestuur moet een Sociaal Huis hebben waar u terechtkunt voor informatie, een loket en een eerste onthaal over het hele lokale aanbod aan sociale hulp. U hoeft dus niet zelf uit te zoeken welke dienst bevoegd is: in het Sociaal Huis kunt u terecht met uw vraag en wordt u wegwijs gemaakt in het lokale aanbod.
Het Sociaal Huis werkt ook samen met andere diensten. In het geïntegreerd breed onthaal zitten minstens het OCMW, het CAW (Centrum Algemeen Welzijnswerk) en de diensten maatschappelijk werk van de ziekenfondsen. Zo kan een maatschappelijk werker van uw mutualiteit u ook naar het OCMW doorverwijzen, en omgekeerd.
Welke financiële steun kunt u bij het OCMW krijgen?
Het OCMW kent twee vormen van hulp. Het recht op maatschappelijke integratie gaat vooral over het leefloon en werk. Het recht op maatschappelijke dienstverlening is breder: elke vorm van hulp die u nodig hebt om menswaardig te leven, zoals een tegemoetkoming in uw huur, uw energiefactuur of uw medische kosten.
Welke hulp u krijgt, hangt af van uw situatie. Een maatschappelijk werker bekijkt uw inkomen, uw kosten en uw gezin en stelt dan voor welke steun past. Behalve het leefloon zijn de meeste vormen van hulp niet in een vast bedrag vastgelegd: elk OCMW beslist er zelf over.
Leefloon
Het leefloon is het minimuminkomen voor wie geen of te weinig inkomsten heeft. De bedragen zijn in heel België dezelfde. Sinds 1 september 2026 gelden deze maximumbedragen:
| Categorie | Leefloon per maand |
| Samenwonende | 911,56 € |
| Alleenstaande | 1.367,34 € |
| Persoon die samenwoont met minstens één minderjarig kind ten laste | 1.847,89 € |
Hebt u zelf een klein inkomen, dan wordt dat van het leefloon afgetrokken: het OCMW betaalt het verschil tot dat bedrag. Alle voorwaarden en de berekening leest u in ons artikel over het leefloon bij het OCMW.
Financiële hulp gelijk aan het leefloon
Niet iedereen die in nood is, heeft recht op het leefloon zelf. Bent u een asielzoeker of een vreemdeling die niet in het bevolkingsregister is ingeschreven en hebt u daarom geen recht op het leefloon, dan kunt u onder bepaalde voorwaarden financiële steun krijgen die gelijkwaardig is aan het leefloon (een equivalent leefloon). Wie in een opvangcentrum verblijft, krijgt in de regel materiële hulp in plaats van geld. Het OCMW onderzoekt uw situatie.
Aanvullende financiële steun
Komt u met een leefloon, een uitkering of een laag loon toch niet rond, dan kan het OCMW aanvullende steun geven. Denk aan een tussenkomst in een hoge energiefactuur, schoolkosten, de huur of een eenmalige uitgave. Elk OCMW legt zelf vast wanneer en hoeveel het geeft, dus vraag ernaar bij uw Sociaal Huis.
Hulp bij uw energiefactuur en water
Verwarmt u met stookolie, lamppetroleum (type c) of bulkpropaan (geen propaan of butaan in flessen) en valt u in een van deze groepen: u hebt recht op de verhoogde tegemoetkoming, uw gezinsinkomen ligt onder de inkomensgrens, of u zit in schuldbemiddeling of collectieve schuldenregeling en kunt uw verwarmingsfactuur niet betalen, dan kunt u de verwarmingstoelage van het Sociaal Verwarmingsfonds aanvragen bij het OCMW, binnen 60 dagen na de levering.
Met een leefloon kunt u ook recht hebben op het sociaal tarief voor gas en elektriciteit en op het sociaal tarief voor water. Voor water telt of u er op 1 januari van dat jaar recht op had.
Medische kosten
Kunt u de dokter of de apotheker niet betalen, dan kan het OCMW een medische kaart toekennen. Daarmee neemt het OCMW (een deel van) uw medische kosten voor zijn rekening. Kijk daarnaast of u recht hebt op de verhoogde tegemoetkoming van uw ziekenfonds: die verlaagt uw remgeld zolang u aan de voorwaarden voldoet (het ziekenfonds controleert uw inkomen elk jaar).
Huur en wonen
Het OCMW kan ook helpen als u een huurwaarborg niet kunt betalen of een huurachterstal hebt opgebouwd. Dreigt een uithuiszetting, ga dan zo snel mogelijk naar het Sociaal Huis: hoe vroeger het OCMW ervan weet, hoe meer het kan doen.
Andere hulp via het Sociaal Huis
Het Sociaal Huis is meer dan een loket voor geld. U kunt er ook terecht voor hulp bij schulden, voeding, zorg aan huis en werk. Welke diensten er precies zijn, verschilt van gemeente tot gemeente, omdat elk lokaal bestuur zijn eigen aanbod samenstelt.
Vaak hoort u in het Sociaal Huis ook welke organisaties in uw buurt helpen, zoals een voedselbank of een buurtcentrum. Een overzicht van zulke lokale oplossingen tegen armoede vindt u ook op onze site. Dit zijn de bekendste vormen van hulp:
- Schulden: het OCMW kan u helpen met budgetbegeleiding, budgetbeheer en schuldbemiddeling. Lukt een minnelijke regeling niet meer, dan is er nog de collectieve schuldenregeling via de rechter.
- Boodschappen: in sommige gemeenten kan het OCMW u doorverwijzen naar een sociale kruidenier, waar u goedkoper boodschappen doet.
- Zorg aan huis: voor ouderen en zorgbehoevenden zijn er maaltijden aan huis, gezinszorg en poetshulp.
- Werk: met een artikel 60-tewerkstelling geeft het OCMW u een tijdelijke job, zodat u werkervaring opdoet en opnieuw rechten op sociale zekerheid opbouwt.
Wie heeft recht op hulp van het OCMW?
Recht op maatschappelijke dienstverlening hebben personen die de hulp nodig hebben om een menswaardig leven te leiden. Het OCMW kijkt naar uw concrete situatie: uw inkomen, uw kosten, uw gezin en wat u zelf nog kunt doen.
Voor het leefloon gelden strengere voorwaarden. U moet onder meer meerderjarig zijn (of als minderjarige gelijkgesteld zijn: ontvoogd door een huwelijk, zwanger of met een kind ten laste), uw werkelijke verblijfplaats in België hebben, onvoldoende bestaansmiddelen hebben en bereid zijn om te werken, tenzij uw gezondheid of andere ernstige redenen dat verhinderen. U moet ook eerst uw rechten op andere uitkeringen laten gelden, zoals een werkloosheids- of ziekte-uitkering of een inkomensgarantie voor ouderen.
Bij welk OCMW moet u zijn?
U gaat naar het OCMW van de gemeente waar u gewoonlijk verblijft op het moment dat u de hulp vraagt. Het gaat om de plaats waar u echt woont, niet om een adres waar u maar af en toe bent. Daarvoor stapt u binnen in het Sociaal Huis van die gemeente.
Voor sommige groepen gelden andere regels. Bent u een student die voltijds studeert en jonger dan 25 jaar, dan gaat u naar het OCMW van de gemeente waar uw hoofdverblijfplaats is ingeschreven op het moment van de aanvraag. Dat OCMW blijft bevoegd zolang uw studies zonder onderbreking doorlopen. Verblijft u in bepaalde instellingen, zoals een opvangtehuis, dan is het OCMW bevoegd van de gemeente waar u bij uw opname ingeschreven was.
Hoe vraagt u steun aan bij het OCMW?
U kunt uw vraag mondeling of schriftelijk stellen in het Sociaal Huis van uw gemeente. Het OCMW noteert uw aanvraag de dag zelf in een register en geeft u een ontvangstbewijs. Bewaar dat goed: het bewijst op welke datum u hulp hebt gevraagd, en vanaf die datum kan de steun ingaan.
Daarna volgt een sociaal onderzoek. Een maatschappelijk werker spreekt met u en vraagt documenten op. Breng daarom al zoveel mogelijk mee naar uw eerste gesprek:
- uw identiteitskaart of verblijfsdocument;
- bewijzen van al uw inkomsten, zoals loonbrieven, uitkeringen en bankuittreksels;
- uw huurcontract en recente facturen (energie, water, medische kosten);
- de beslissing van de RVA of de uitbetalingsinstelling als uw werkloosheidsuitkering gestopt is;
- het rekeningnummer waarop het OCMW de steun kan storten.
Het OCMW moet binnen 30 dagen na uw aanvraag beslissen en u die beslissing binnen 8 dagen meedelen, per aangetekende brief (ook elektronisch via eBox) of tegen ontvangstbewijs. In de beslissing staat ook hoe u in beroep kunt gaan.
Niet akkoord met de beslissing? Zo gaat u in beroep
Weigert het OCMW uw aanvraag of krijgt u minder dan u had gevraagd, dan kunt u in beroep gaan bij de arbeidsrechtbank van uw woon- of verblijfplaats. U kunt eerst ook de maatschappelijk werker om meer uitleg vragen: soms ontbrak er alleen een document. Een nieuwe aanvraag heeft wel pas zin als er een nieuw element is.
U hebt drie maanden om in beroep te gaan, vanaf de kennisgeving van de beslissing. Hebt u binnen een maand na uw aanvraag nog geen beslissing gekregen, dan kunt u ook naar de rechtbank stappen. U dient het beroep in met een ondertekende brief aan de arbeidsrechtbank (best aangetekend, zo hebt u een bewijs dat u op tijd was) of mondeling op de griffie. Vermeld uw naam en adres en het OCMW tegen wie u in beroep gaat, en voeg een kopie van de beslissing toe. Uitleggen waarom u het niet eens bent, is niet verplicht.
Werkloosheidsuitkering kwijt: wanneer stapt u naar het OCMW?
Door de beperking van de werkloosheidsuitkering in de tijd kunnen mensen hun uitkering verliezen. Zonder ander inkomen kunt u dan bij het OCMW een leefloon of andere steun vragen. Wacht daar niet mee tot uw spaargeld op is: het leefloon gaat pas in vanaf de dag van uw aanvraag, niet met terugwerkende kracht tot de dag dat uw uitkering stopte.
Blijf daarnaast ingeschreven als werkzoekende. Het OCMW vraagt dat u bereid bent om te werken, en de inschrijving bij de VDAB helpt u ook bij het zoeken naar een job of een opleiding. Vraagt u voor het eerst een leefloon aan, of had u de afgelopen drie maanden geen leefloon, dan stelt u samen met het OCMW een geïndividualiseerd project voor maatschappelijke integratie (GPMI) op, met afspraken over werk, opleiding of studie. Kunt u om gezondheids- of billijkheidsredenen niet meewerken, dan kan het OCMW daarvan afwijken.