
Bent u zwanger, dan hebt u in België recht op moederschapsverlof, officieel moederschapsrust genoemd. Als werkneemster krijgt u 15 weken, waarvan een deel verplicht is, en tijdens die weken betaalt uw ziekenfonds u een uitkering in plaats van uw loon. Ook zelfstandige moeders hebben recht op moederschapsrust. Hieronder leest u hoeveel weken u krijgt, hoe u uw bevallingsverlof berekent, hoeveel de uitkering bedraagt en hoe u alles aanvraagt. Meer over de steun voor gezinnen vindt u bij onze gids voor families.
Wat is moederschapsverlof of moederschapsrust?
Moederschapsrust is de periode rond de bevalling waarin u als moeder niet werkt, zodat u kunt herstellen en voor uw baby kunt zorgen. In het dagelijks leven spreekt men ook van moederschapsverlof of bevallingsverlof, maar het gaat om hetzelfde. De moederschapsrust bestaat uit een prenatale periode vóór de bevalling en een postnatale periode erna.
De regels zijn federaal: ze gelden in heel België, dus ook in Vlaanderen. Tijdens de moederschapsrust krijgt u geen loon van uw werkgever, maar een moederschapsuitkering van uw ziekenfonds. Werkneemsters, werkloze vrouwen en zelfstandigen hebben elk hun eigen regeling. De andere ouder kan geboorteverlof opnemen, en later kunnen beide ouders nog ouderschapsverlof nemen.
Hoeveel weken moederschapsrust als werkneemster in 2026?
Als werkneemster hebt u recht op 15 weken moederschapsrust, of 17 weken als u een meerling verwacht. Een deel van die weken neemt u vóór de bevalling op, het andere deel erna. Sommige weken zijn verplicht, andere kunt u zelf inplannen.
Dezelfde regels gelden voor werkloze vrouwen. De weken die u vóór de bevalling niet opneemt, gaan niet verloren: u kunt ze na de bevalling erbij nemen.
- Prenatale rust: maximaal 6 weken vóór de verwachte bevallingsdatum (8 weken bij een meerling). De week vlak vóór de verwachte bevallingsdatum is verplicht.
- Facultatieve prenatale weken: de andere 5 weken (7 bij een meerling) mag u vóór de bevalling opnemen, maar het hoeft niet. Neemt u ze niet op, dan draagt u ze over naar na de bevalling.
- Postnatale rust: 9 weken na de bevalling, die u verplicht moet opnemen. De overgedragen prenatale weken komen daar nog bij.
- Meerling: op uw verzoek kan de postnatale rust nog met 2 weken verlengd worden, tot in totaal 19 weken moederschapsrust.
Verlenging als uw baby in het ziekenhuis blijft
Moet uw kind na de geboorte langer in het ziekenhuis blijven, dan kunt u uw postnatale rust verlengen. Blijft uw baby na de eerste 7 dagen nog opgenomen, dan wordt de rust verlengd met de duur van die ononderbroken opname na die 7 dagen, met een maximum van 24 weken. Bezorg daarvoor vóór het einde van uw postnatale rust een getuigschrift van het ziekenhuis met de duur van de opname aan uw ziekenfonds.
Was u ziek tijdens de facultatieve prenatale weken, dan verliest u ook die weken niet. De dagen van arbeidsongeschiktheid in die periode worden gelijkgesteld met werk, zodat ze toch na de bevalling bij uw postnatale rust komen.
De laatste 2 weken omzetten in losse verlofdagen
Kan uw postnatale rust met minstens 2 weken verlengd worden, dan mag u de laatste 2 weken omzetten in dagen postnatale rust. Die dagen neemt u op binnen 8 weken na het einde van uw ononderbroken postnatale rust, bijvoorbeeld om geleidelijk weer aan het werk te gaan. U verwittigt uw werkgever en uw ziekenfonds daarvan ten laatste 4 weken vóór het einde van de 9 verplichte weken.
Bevallingsverlof berekenen: een voorbeeld
Wilt u uw bevallingsverlof berekenen, dan vertrekt u van de verwachte bevallingsdatum die op het medisch getuigschrift staat. Tel vervolgens hoeveel weken u vóór die datum stopt met werken. Alles wat u van de 6 prenatale weken niet gebruikt, komt na de 9 verplichte postnatale weken.
Voorbeeld: u verwacht één kindje en stopt 2 weken vóór de verwachte bevallingsdatum met werken. U gebruikt dan de verplichte week en 1 facultatieve week. De andere 4 facultatieve weken schuiven door naar na de bevalling. Uw postnatale rust duurt dan 9 + 4 = 13 weken, en in totaal neemt u 2 + 13 = 15 weken moederschapsrust op. Bevalt u later dan verwacht, dan loopt de prenatale rust door tot de bevalling en ligt de exacte einddatum anders: uw ziekenfonds berekent ze voor u.
Welke uitkering krijgt u tijdens de moederschapsrust?
Tijdens de moederschapsrust betaalt uw ziekenfonds u een moederschapsuitkering. Als werkneemster krijgt u de eerste 30 dagen 82 % van uw brutoloon, zonder bovengrens. Vanaf de 31e dag krijgt u 75 % van uw begrensde brutoloon.
Omdat het loon vanaf dag 31 begrensd is, is er een maximumbedrag per dag. Op 1 maart 2026 bedroeg dat maximum 140,09 € per dag. Verdient u minder dan het plafond, dan krijgt u gewoon 75 % van uw eigen brutoloon. Het precieze bedrag van uw moederschapsuitkering hangt dus af van uw loon.
- Werkneemster, dag 1 tot 30: 82 % van het onbegrensde brutoloon.
- Werkneemster, vanaf dag 31: 75 % van het begrensde brutoloon, maximaal 140,09 € per dag (bedrag op 1 maart 2026).
- Werkloze: uw werkloosheidsuitkering, aangevuld met 19,5 % van het begrensde brutoloon de eerste 30 dagen, en met 15 % vanaf dag 31.
Hoe vraagt u moederschapsrust aan?
De aanvraag verloopt in twee stappen: bij uw werkgever en bij uw ziekenfonds. Uw werkgever moet weten wanneer u stopt met werken. Bezorg uw werkgever daarom een medisch getuigschrift met de verwachte bevallingsdatum, ten laatste 7 weken vóór die datum (9 weken bij een meerling).
Ook uw ziekenfonds krijgt een medisch getuigschrift met de verwachte bevallingsdatum. Na de geboorte bezorgt u uw ziekenfonds zo snel mogelijk een uittreksel van de geboorteakte. Uw ziekenfonds laat u weten welke formulieren u nodig hebt.
- Vraag uw arts of vroedvrouw een medisch getuigschrift met de verwachte bevallingsdatum.
- Geef het aan uw werkgever, ten laatste 7 weken vóór die datum.
- Bezorg ook uw ziekenfonds een getuigschrift.
- Stuur na de geboorte een uittreksel van de geboorteakte naar uw ziekenfonds.
Moederschapsrust voor zelfstandigen in 2026
Ook als zelfstandige hebt u recht op moederschapsrust, met een forfaitaire uitkering per week van uw ziekenfonds. Voor een moederschapsrust die begint vanaf 1 juli 2026 duurt de rust maximaal 15 weken. Begon uw rust vóór 1 juli 2026, dan gelden nog 12 weken.
Van die 15 weken zijn er 3 verplicht: 1 week vóór en 2 weken na de bevalling. De andere 12 weken zijn facultatief. U kiest zelf of u ze voltijds opneemt, of halftijds gespreid over 24 weken, zodat u uw zaak deels kunt voortzetten. Bij een meerling komt er 1 voltijdse week bij.
- Uitkering week 1 tot 4: 917,33 € per week voltijds, of 458,66 € per week halftijds.
- Uitkering vanaf week 5: 839,82 € per week voltijds, of 419,91 € per week halftijds.
- Dienstencheques: de laatste 3 facultatieve weken hangen af van de dienstencheques voor hulp in het huishouden. Neemt u maximaal 9 facultatieve weken op, dan kunt u 105 dienstencheques vragen. Bij maximaal 10 weken zijn dat er 70, bij maximaal 11 weken 35, en bij alle 12 weken krijgt u geen dienstencheques. Uw sociaal verzekeringsfonds bezorgt u een attest met het gekozen aantal, dat u aan uw ziekenfonds bezorgt.
Meer over de verlofregelingen voor zelfstandige ouders leest u op onze pagina over ouderschapsverlof voor zelfstandigen. Wordt u na de bevalling ziek, kijk dan ook naar de ziekte-uitkering voor zelfstandigen.
Bescherming van zwangere werkneemsters op het werk
Zwangerschap mag geen reden zijn voor discriminatie op het werk. Al tijdens een sollicitatie mag een werkgever u geen vragen stellen over een eventuele zwangerschap, tenzij de functie wettelijk als gevaarlijk wordt beschouwd voor de gezondheid van moeder of kind. Breng uw werkgever op de hoogte van uw zwangerschap, bijvoorbeeld met een medisch getuigschrift.
Vanaf het moment dat uw werkgever op de hoogte is, geniet u ontslagbescherming tot een maand na het einde van uw postnatale rust. Ontslaat uw werkgever u in die periode, dan moet hij bewijzen dat de reden niets te maken heeft met uw lichamelijke toestand door de zwangerschap of de bevalling. Lukt dat niet, of geeft hij geen reden, dan moet hij u een forfaitaire vergoeding betalen van 6 maanden brutoloon. Meer details leest u op onze pagina over moederschapsbescherming.
- U mag met behoud van loon afwezig zijn voor zwangerschapsonderzoeken die niet buiten de werkuren kunnen plaatsvinden. Verwittig uw werkgever vooraf.
- Als zwangere werkneemster mag u geen overwerk verrichten.
- Uw werkgever mag u niet verplichten tot nachtarbeid in de 8 weken vóór de verwachte bevallingsdatum.
- Is uw werk gevaarlijk voor u of uw baby en kan uw werkgever uw taken niet aanpassen, dan volgt een werkverwijdering. Het ziekenfonds betaalt dan een uitkering voor het loonverlies. Geeft u daarna borstvoeding, bekijk dan ook het borstvoedingsverlof.
Adoptieverlof: verlof bij adoptie
Adopteert u een kind, dan hebt u geen recht op moederschapsrust, maar wel op adoptieverlof. Dat geldt voor elke adoptieouder. Het adoptieverlof bestaat uit een basisperiode van maximaal 6 weken per adoptieouder, aangevuld met extra weken.
Adopteert u alleen, dan krijgt u 4 extra weken. Adopteren twee ouders samen, dan kunnen ze die 4 extra weken onder elkaar verdelen. Heeft het kind een handicap van ten minste 66 %, dan wordt het adoptieverlof verdubbeld. Adopteert u meerdere kinderen tegelijk, dan komen er 2 weken bij.
- Werknemer: de werkgever betaalt de eerste 3 dagen loon. Daarna betaalt het ziekenfonds 82 % van het begrensde brutoloon.
- Zelfstandige: een forfaitaire adoptie-uitkering van 642,83 € per week, betaald door het ziekenfonds.
Neemt u een kind in een pleeggezin op, dan gelden andere regels. Die leest u op onze pagina over pleegzorg.
Andere steun bij de geboorte van uw kind
Naast de moederschapsrust bestaan er nog andere regelingen voor jonge ouders. De vader of meemoeder heeft recht op maximaal 20 dagen geboorteverlof, op te nemen binnen 4 maanden na de bevalling. De werkgever betaalt de eerste 3 dagen, de andere dagen betaalt het ziekenfonds.
Kijk in Vlaanderen ook naar het startbedrag van het Groeipakket. Na de bevalling kunt u een beroep doen op kraamzorg, en voor later is het nuttig om na te gaan hoeveel kinderopvang met inkomenstarief u zou kosten.