
Met het fiscaal attest kinderopvang krijgt u een belastingvermindering van 45 % op wat u betaalt voor de opvang van uw kind jonger dan 14 jaar, met een maximum van 16,90 € per opvangdag en per kind voor de uitgaven die u in 2025 betaalde. U hoeft het attest niet zelf op te stellen: de crèche, de onthaalouder of de buitenschoolse opvang bezorgt het u. Zo ziet u hoeveel u bespaart, welke opvang meetelt, waar u het bedrag in uw aangifte invult en wat u doet als het attest ontbreekt. Het is een van de fiscale voordelen in onze gids over steun voor gezinnen.
Wat is het fiscaal attest kinderopvang?
Het fiscaal attest kinderopvang is het bewijs van wat u in een jaar hebt betaald voor de opvang van uw kind. De organisator van de opvang stelt het op volgens een verplicht model van de FOD Financiën, het attest 281.86. Met dat attest kunt u in uw belastingaangifte de belastingvermindering voor kinderopvang vragen.
Het gaat om een federale belastingvermindering: de regels zijn dezelfde in Vlaanderen, Brussel en Wallonië. Ze staat los van de toeslagen van het Groeipakket, dat Vlaanderen betaalt. Op het attest staan onder meer het aantal opvangdagen, het bedrag dat u betaald hebt, de gegevens van uw kind en de gegevens van de opvang, met de vergunning of erkenning waarop die zich beroept.
Een attest geeft niet automatisch recht op de vermindering. U moet zelf ook aan de voorwaarden voldoen: een kind jonger dan 14 jaar, opvang die meetelt en beroepsinkomsten. Die voorwaarden leest u verderop. Meer over de FOD Financiën en haar diensten vindt u in onze definitie.
Hoeveel belastingvermindering krijgt u voor kinderopvang?
De vermindering bedraagt 45 % van de uitgaven die u werkelijk gedaan hebt. Per kind en per opvangdag telt de FOD Financiën wel maximaal 16,90 € mee voor de uitgaven die u in 2025 betaalde (aangifte in 2026, aanslagjaar 2026). Dat maximum wordt elk jaar geïndexeerd, dus voor uitgaven in 2026 geldt een nieuw bedrag. Daarbij geldt het maximum van het jaar waarin u betaalt, niet dat van het jaar van de opvang.
Wie per dag minder betaalt dan het maximum, rekent met het volledige bedrag. Wie meer betaalt, rekent per dag met 16,90 €. Per opvangdag levert de vermindering dus hoogstens ongeveer 7,60 € op (45 % van 16,90 €, eigen berekening). Twee voorbeelden voor uitgaven betaald in 2025:
| Situatie | Betaald | Bedrag dat meetelt | Belastingvermindering (45 %) |
| 200 dagen crèche aan 25 € per dag | 5.000 € | 200 × 16,90 € = 3.380 € | 1.521 € |
| 180 dagen opvang aan 12 € per dag | 2.160 € | 2.160 € (onder het maximum) | 972 € |
De bedragen in de tabel zijn rekenvoorbeelden met fictieve dagprijzen, geen officiële tarieven. Hoeveel u in werkelijkheid terugziet, hangt ook af van hoeveel belasting u verschuldigd bent: de vermindering van 45 % is niet terugbetaalbaar. Ze verlaagt alleen de belasting die u moet betalen. Valt uw belasting lager uit dan de vermindering, dan krijgt u het verschil niet uitbetaald.
Bent u samen belast als gehuwden of wettelijk samenwonenden, dan wordt de vermindering over u beiden verdeeld naar verhouding van uw belastbaar inkomen. Wat samenwonen fiscaal nog verandert, leest u bij de voordelen van wettelijk samenwonen.
Voor welke kinderen en ouders geldt de vermindering?
De opvang moet gaan over een kind dat jonger is dan 14 jaar op het moment van de opvang. Voor een kind met een zware handicap ligt de grens op 21 jaar. Tot aanslagjaar 2020 lagen die grenzen op 12 en 18 jaar; sinds aanslagjaar 2021 gelden 14 en 21 jaar. Wordt uw kind 14 tijdens een vakantiekamp, dan tellen alleen de dagen vóór de verjaardag.
Het kind moet bovendien fiscaal ten laste zijn van u, of de helft van het belastingvoordeel voor dat kind moet aan u zijn toegekend omdat de huisvesting gelijkmatig verdeeld is (co-ouderschap). De algemene fiscale voordelen voor kinderen ten laste staan in ons artikel over de belastingvrije som.
- U moet beroepsinkomsten hebben. Bent u samen belast, dan volstaat het dat één van u beiden beroepsinkomsten had.
- De opvang gebeurt in de Europese Economische Ruimte (de EU plus IJsland, Liechtenstein en Noorwegen).
- Gaat uw kind naar school, dan telt alleen opvang buiten de normale lesuren.
- U hebt de kosten zelf betaald. Dagen waarop uw kind er niet was en extra kosten tellen niet mee.
Welke opvang komt in aanmerking en welke niet?
De opvang moet vergund, erkend, gesubsidieerd of gecontroleerd zijn door een overheid, of een kwaliteitslabel hebben gekregen. In Vlaanderen is dat Opgroeien, in de Franse Gemeenschap de ONE en in de Duitstalige Gemeenschap haar eigen regering. Ook opvang van een gemeente of een andere openbare overheid telt mee. Wat Kind en Gezin voor jonge gezinnen doet, leest u in ons artikel over hulp en opvang voor jonge gezinnen.
Een opvang voor baby’s en peuters zonder vergunning of kwaliteitslabel telt niet mee. Opgroeien kent een vergunning niet met terugwerkende kracht toe: alleen de kosten vanaf de dag van de vergunning tellen. Kampen of vrijetijdsopvang van een commerciële onderneming zonder erkenning of controle door een overheid tellen evenmin mee, maar een privé-crèche met een vergunning van Opgroeien telt wel mee. Zoekt u nog een opvangvorm, bekijk dan ons overzicht van de kinderopvang in Vlaanderen. Deze vormen tellen wel mee:
- Kinderdagverblijven (crèches) en onthaalouders die onder toezicht van Opgroeien, de ONE of de Duitstalige Gemeenschap werken.
- Buitenschoolse opvang: voor- en nabewaking, middagopvang, woensdagnamiddag, weekend en schoolvakanties.
- Opvang door de school of door haar inrichtende macht, buiten de lesuren.
- Vakantieprogramma’s van lokale jeugdwerkinitiatieven, zoals speelpleinwerking en vakantiekampen, als de gemeente of een andere overheid ze erkent, subsidieert of controleert.
- Thuisopvang van een ziek kind door een erkende organisatie of zelfstandige oppas.
Welke kosten tellen niet mee?
Niet alles wat u aan de opvang of de school betaalt, is een opvangkost. De FOD Financiën sluit maaltijdkosten, schoolkosten en kledij uitdrukkelijk uit. Voor schoolrekeningen bestaan andere regelingen, die u vindt in ons artikel over schoolkosten.
Ook lidgelden van een vereniging en de gewone zaterdag- of zondagbijeenkomsten van een jeugdbeweging tellen niet mee. Hetzelfde geldt voor kampen van een commerciële onderneming en voor opvang die u betaald hebt maar waaraan uw kind uiteindelijk niet heeft deelgenomen. Ook deze activiteiten vallen erbuiten:
- Bosklassen, sneeuwklassen en schoolreizen.
- Bijles en lessen die bij het onderwijs horen.
Wanneer en hoe krijgt u het fiscaal attest?
Bij kinderopvang is de organisator verantwoordelijk voor het attest en bezorgt die het u vóór 1 maart van het jaar waarin u uw aangifte indient. Voor wat u in 2025 betaalde, krijgt u het attest dus begin 2026. Let op het moment waarop u betaalt: opvang van december die u pas in januari betaalt, komt op het attest van het volgende jaar.
Bij een kamp of ander vrijetijdsaanbod kunt u het attest per kind vragen aan de organisator. Doe dat tijdig, zeker als uw kind in de zomer naar meerdere initiatieven ging. Voor opvang met inkomenstarief krijgt u daarnaast een attest inkomenstarief: dat dient alleen om uw dagprijs te berekenen en is niet hetzelfde als het fiscaal attest.
De organisatie bezorgt de gegevens van het attest ook elektronisch aan de FOD Financiën. Zo kan de FOD Financiën het bedrag vooraf invullen in uw aangifte. Vergelijk dat bedrag best met het attest dat u zelf kreeg, en bewaar dat attest: u moet het ter beschikking houden van de FOD Financiën.
Waar vult u het bedrag in uw belastingaangifte in?
In de aangifte personenbelasting staat de belastingvermindering voor kinderopvang in vak X, deel II (federaal), rubriek B. Het bedrag dat in aanmerking komt, vult u in bij code 1384-71. Daar komt het bedrag dat al begrensd is op 16,90 € per dag en per kind, niet het totaal dat u betaalde.
Hebt u meerdere attesten, bijvoorbeeld van de crèche en van een speelpleinwerking, dan telt u de bedragen samen. Staat het bedrag al vooraf ingevuld, vergelijk het dan met uw attesten voor u de aangifte bevestigt. Wie andere vragen heeft over de aangifte, kan terecht bij de infolijn van de FOD Financiën op het nummer 02 572 57 57. In ons overzicht van de fiscale voordelen voor kinderen ziet u welke andere codes voor gezinnen belangrijk zijn.
Gescheiden ouders en co-ouderschap
Na een scheiding bepaalt de fiscale situatie van het kind wie de vermindering kan vragen. Is het kind ten laste van één ouder, dan is het die ouder die de vermindering vraagt. Bij gelijkmatig verdeelde huisvesting krijgt elke ouder de helft van het belastingvoordeel voor het kind. Dat geldt alleen als de verdeling vaststaat in een overeenkomst die uiterlijk op 1 januari van het aanslagjaar geregistreerd of gehomologeerd was, of in een rechterlijke beslissing. Dan kunnen beide ouders de vermindering vragen, elk voor de kosten die hij of zij zelf betaalde.
Meer uitleg over kinderen ten laste bij co-ouderschap geeft de FOD Financiën. Betaalt u onderhoudsgeld voor uw kind, dan bestaat daarvoor een aparte regeling, uitgelegd in ons artikel over de belastingvermindering voor onderhoudsgeld. Meer over de onderhoudsbijdrage zelf leest u in ons artikel over onderhoudsgeld.
Fout of geen attest gekregen?
Ontbreekt het attest of staan er fouten op, zoals een verkeerd aantal dagen of een verkeerd bedrag, neem dan contact op met de opvang zodat die het kan aanpassen. Doe dat zodra u het attest ontvangt, zodat u het juiste bedrag in uw aangifte kunt gebruiken.
Krijgt u bij een vakantie-initiatief geen attest, vraag het dan zelf per kind aan bij de organisator. Ging uw kind naar een opvang zonder vergunning of naar een commercieel kamp, dan krijgt u geen bruikbaar attest: die kosten tellen niet mee voor de vermindering. Ging uw kind naar een opvang met een vergunning van Opgroeien die geen inkomenstarief hanteert, dan kunt u wel recht hebben op de kinderopvangtoeslag van het Groeipakket. Dat is een aparte regeling met eigen voorwaarden.