Ziekte-uitkering als zelfstandige in 2026: bedragen, wachttijd en aanvraag bij uw ziekenfonds

19 Oktober 2026 door Isabelle - 12 minuten leestijd
Ontdek op welke steun u als zieke zelfstandige recht hebt
Controleer uw rechten

Ziekte-uitkering zelfstandige: zelfstandige met een arm in een draagdoek praat aan de keukentafel met zijn partner

Bent u zelfstandige en wordt u ziek, dan krijgt u geen gewaarborgd loon, maar wel een ziekte-uitkering als zelfstandige van uw ziekenfonds. Sinds 1 september 2026 bedraagt die tijdens het eerste jaar 82,64 € per dag met gezinslast, 65,56 € als alleenstaande en 50,28 € als samenwonende. In deze gids over uitkeringen en terugbetalingen voor uw gezondheid leest u wie recht heeft, hoe lang de wachttijd is, waarom de eerste week soms niet betaald wordt en onder welke voorwaarden u geen sociale bijdragen meer hoeft te betalen als u langdurig ziek bent.

Wat is de ziekte-uitkering voor zelfstandigen?

De ziekte-uitkering heet officieel de arbeidsongeschiktheidsuitkering. Ze vervangt een deel van uw inkomen als u door ziekte of een ongeval niet meer kunt werken. Het RIZIV bepaalt de regels, maar voor de uitkering zelf hebt u vooral met uw ziekenfonds te maken: daar geeft u uw ziekte aan, daar beslist de adviserend arts en daar wordt de uitkering betaald.

Het grote verschil met een werknemer is het bedrag. Een werknemer krijgt eerst gewaarborgd loon van de werkgever en daarna een uitkering die afhangt van het loon. U krijgt als zelfstandige een forfaitair bedrag per dag, dat alleen afhangt van uw gezinssituatie: met gezinslast, alleenstaand of samenwonend. Hoe de uitkering voor werknemers werkt, leest u in onze gids over arbeidsongeschiktheid.

Uw uitkering loopt in twee fasen. Het eerste jaar heet de primaire arbeidsongeschiktheid. Bent u na dat jaar nog altijd ziek, dan gaat u over naar de invaliditeit. Daar gelden eigen bedragen en strengere regels om erkend te blijven.

Wie heeft recht op een ziekte-uitkering als zelfstandige?

Dat u zelfstandige bent en uw ziekte aangeeft, geeft u nog niet automatisch recht op een uitkering. De adviserend arts van uw ziekenfonds moet u eerst arbeidsongeschikt erkennen. Dat kan alleen als u al uw werk hebt stopgezet om gezondheidsredenen.

Daarnaast moet u een wachttijd van zes maanden doorlopen hebben. U betaalt daarvoor gedurende twee kwartalen uw sociale bijdragen en u mag in die zes maanden niet arbeidsongeschikt zijn. Het RSVZ legt deze voorwaarden op:

  • u bent aangesloten bij een ziekenfonds;
  • u hebt de wachttijd van 6 maanden doorlopen, of u bent ervan vrijgesteld;
  • u hebt uw sociale bijdragen betaald, of u bent ervan vrijgesteld;
  • uw behandelend arts heeft het getuigschrift van arbeidsongeschiktheid ingevuld en ondertekend;
  • u bezorgt dat getuigschrift binnen 7 kalenderdagen aan uw ziekenfonds (bent u te laat, dan kunt u een deel van uw uitkering verliezen).

Als zelfstandige bent u niet verzekerd tegen arbeidsongevallen, maar ook na een ongeval op het werk kunt u terugvallen op de ziekte- en invaliditeitsverzekering van het zelfstandigenstelsel. Ook voor een beroepsziekte doet u als zelfstandige een beroep op deze ziekte-uitkering. Bent u zelfstandige in bijberoep, vraag dan aan uw ziekenfonds hoe uw situatie beoordeeld wordt.

Hoeveel bedraagt de ziekte-uitkering als zelfstandige in 2026?

Het bedrag is een forfait per dag, bruto, en volgt de index. Op 1 september 2026 zijn de bedragen voor het laatst verhoogd. Tijdens het eerste jaar speelt alleen uw gezinssituatie mee. Vanaf het tweede jaar telt ook of het RSVZ uw ziekte heeft gelijkgesteld voor uw pensioen: dan krijgt u de uitkering met stopzetting van uw onderneming, anders de uitkering zonder stopzetting.

Voor wie met gezinslast of alleen woont, zijn de drie bedragen gelijk. Alleen voor samenwonenden maakt de gelijkstelling vanaf het tweede jaar een verschil van bijna 6 € per dag. Dit zijn de bedragen vanaf 1 september 2026, volgens het RIZIV:

Gezinssituatie Eerste jaar (per dag) Invaliditeit zonder stopzetting (per dag) Invaliditeit met stopzetting (per dag)
Met gezinslast 82,64 € 82,64 € 82,64 €
Alleenstaand 65,56 € 65,56 € 65,56 €
Samenwonend 50,28 € 50,28 € 56,21 €

Uw ziekenfonds betaalt in een zesdagenstelsel: u krijgt een uitkering voor elke dag van maandag tot en met zaterdag, alleen de zondag niet. Hebt u gezinslast, dan komt dat in een maand met 26 uitkeringsdagen neer op ongeveer 2.148,64 € bruto (82,64 € x 26).

Tijdens het eerste jaar kan uw ziekenfonds 11,11 % bedrijfsvoorheffing inhouden op uw uitkering, dus netto houdt u minder over. Vraag uw ziekenfonds wat in uw geval van toepassing is. Op welke dagen het geld op uw rekening komt, leest u in ons overzicht van de uitbetaling van de invaliditeitsuitkering.

Aandacht
Uw ziekenfonds beslist of u als persoon met gezinslast, als alleenstaande of als samenwonende vergoed wordt, en dus welk bedrag voor u geldt: geef elke wijziging in uw gezin meteen door.

Waarom krijgt u de eerste week soms niets? De carenztijd van 7 dagen

Voor zelfstandigen geldt een carenztijd van 7 dagen. Bent u minder dan 8 dagen arbeidsongeschikt erkend, dan krijgt u geen enkele uitkering. Een korte griep of een paar dagen rugpijn draait u dus zelf financieel op.

Duurt uw erkende arbeidsongeschiktheid langer dan 7 dagen, dan wordt u wel vergoed vanaf de eerste dag. Een voorbeeld van het RIZIV: bent u erkend van 23 januari tot 5 februari 2026, dan krijgt u een uitkering voor de volledige periode. Bent u erkend van 26 tot 30 januari 2026, dan krijgt u niets, omdat u de 8 dagen niet haalt.

Wordt u kort na uw herstel opnieuw ziek, dan spreekt men van een herval: binnen de 8 dagen na een primaire arbeidsongeschiktheid of binnen de 3 maanden na een periode van invaliditeit. Ook dan moet u uw ziekte opnieuw aangeven bij uw ziekenfonds.

Controleer welke andere steun u krijgt als u als zelfstandige ziek bent
Bereken mijn steun

Hoe vraagt u de ziekte-uitkering aan als zelfstandige?

U vraagt de uitkering niet apart aan: u doet aangifte van uw arbeidsongeschiktheid bij uw ziekenfonds en dat geldt als aanvraag. Daarvoor vult u samen met uw behandelend arts het getuigschrift van arbeidsongeschiktheid in, zodra u ziek wordt. Het formulier krijgt u bij uw ziekenfonds of op de website van uw ziekenfonds.

Het belangrijkste is de termijn: u hebt 7 kalenderdagen, de eerste dag van uw ziekte niet meegeteld. Begint uw ziekte op 1 juni 2026, dan doet u aangifte uiterlijk op 8 juni 2026. Valt de laatste dag op een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag, dan hebt u tijd tot en met de eerstvolgende werkdag.

  1. Laat het getuigschrift invullen door de arts die u behandelt. De arts vult ook de begindatum en de einddatum van uw arbeidsongeschiktheid in.
  2. Bezorg het aan uw ziekenfonds: per post, of ter plaatse tegen een ontvangstbevestiging. Uw huisarts kan het attest ook elektronisch aan uw ziekenfonds bezorgen. Voor een arbeidsongeschiktheid van meer dan 14 dagen en voor verlengingen moet de huisarts het attest sinds 1 januari 2026 elektronisch versturen.
  3. Wacht op de beslissing van de adviserend arts. Die aanvaardt de data, roept u op voor een medisch onderzoek of kort de periode in. U krijgt de beslissing schriftelijk.

Ligt u in het ziekenhuis, dan hoeft u nog geen aangifte te doen, maar wel meteen nadat u het ziekenhuis verlaten hebt. Sinds 1 januari 2026 is een attest bovendien maximaal drie maanden geldig: duurt uw ziekte langer, dan verlengt uw arts het telkens met maximaal drie maanden.

Belangrijk
Doet u te laat aangifte, dan kan uw uitkering met 10 % per dag verminderd worden. Dat geldt vanaf de dag waarop u recht hebt op een uitkering tot en met de dag van uw aangifte. Begint de erkende periode meer dan 14 dagen vóór de dag waarop uw arts het getuigschrift ondertekende, dan gaat uw recht pas in op de veertiende dag vóór die ondertekening, behalve bij overmacht. Die regel geldt niet bij een verlenging of een herval.

Uw ziekenfonds kan in bepaalde gevallen beslissen de vermindering niet toe te passen: als u in totaal minstens 25 € zou verliezen en u een laag gezinsinkomen hebt of te laat was door overmacht. Raadpleeg daarom zo snel mogelijk uw arts, ook als u denkt dat het maar een paar dagen duurt. Hebt u nog geen vaste huisarts, dan loont het om een globaal medisch dossier te openen.

Geen sociale bijdragen zolang u ziek bent: de gelijkstelling wegens ziekte

Bent u voor langere tijd ziek, dan kunt u vragen om geen sociale bijdragen meer te betalen. Dat heet de gelijkstelling wegens ziekte. U blijft dan wel sociaal verzekerd: u bouwt verder rechten op voor uw pensioen en u blijft gedekt door de ziekte- en invaliditeitsverzekering.

De gelijkstelling vraagt u aan bij uw socialeverzekeringsfonds of bij het RSVZ. U voegt het attest van arbeidsongeschiktheid toe dat uw ziekenfonds doorstuurt, en het bewijs dat u uw zelfstandige activiteit hebt stopgezet. Het RSVZ stelt deze voorwaarden:

  • u bent al minstens 90 kalenderdagen zelfstandige en u hebt uw bijdragen betaald voor het kwartaal vóór de start van de gelijkstelling;
  • u bent arbeidsongeschikt erkend door de adviserend arts van uw ziekenfonds;
  • u hebt uw zelfstandige activiteit volledig stopgezet;
  • uw activiteit wordt niet in uw naam door een tussenpersoon voortgezet.

De gelijkstelling start in het kwartaal na het kwartaal waarin u ziek wordt. Wordt u ziek in de eerste maand van een kwartaal, dan start ze meteen. De gelijkstelling eindigt vanaf het kwartaal waarin u uw beroepsactiviteit hervat, tenzij u herbegint in de derde maand van het kwartaal: dan eindigt ze in het volgende kwartaal. Hervat u niet, dan blijft de gelijkstelling gelden tot en met het kwartaal waarin uw arbeidsongeschiktheid eindigt.

Onder bepaalde voorwaarden tellen die periodes zo gratis mee voor uw pensioen, ook voor de loopbaanduur die u nodig hebt om vervroegd met pensioen te gaan. Meer daarover leest u in onze gids over het pensioen als zelfstandige. Bent u na een jaar nog ziek, dan hangt het bedrag van uw invaliditeitsuitkering ook af van de gelijkstelling: voor samenwonenden maakt ze een verschil, voor de andere gezinssituaties niet.

Mag u werken tijdens uw arbeidsongeschiktheid als zelfstandige?

Ja, maar alleen met toestemming van de adviserend arts van uw ziekenfonds. Dat kan de gedeeltelijke uitoefening van uw vroegere zaak zijn, maar ook een ander zelfstandig beroep of een job als werknemer. De arts bepaalt de aard en het volume van het werk en eventuele voorwaarden, en het werk mag niet gevaarlijk zijn voor uw gezondheid.

U geeft de werkhervatting aan en vraagt de toelating uiterlijk de werkdag vóór u begint, met het formulier van uw ziekenfonds. Daarna mag u al beginnen, zonder te wachten op de schriftelijke toelating: de adviserend arts heeft daarvoor maximaal 30 werkdagen. De toelating kan vanaf de tweede dag van uw arbeidsongeschiktheid, nadat de adviserend arts uw arbeidsongeschiktheid heeft erkend. Ze is maximaal 2 jaar geldig en kan telkens verlengd worden.

Wat gebeurt er met uw uitkering?

Werken met toelating heeft gevolgen voor het bedrag, in drie stappen:

  • tot het einde van maand 6 van uw toegelaten werk: uw uitkering blijft gelijk;
  • vanaf de zevende maand tot het einde van het derde jaar na het jaar waarin u begon: uw uitkering daalt met 10 %;
  • vanaf het vierde jaar: uw ziekenfonds vergelijkt elk jaar het netto belastbaar beroepsinkomen dat u drie jaar eerder uit het toegelaten werk verwierf met een grensbedrag van het RIZIV. Overschrijdt u dat met minder dan 15 %, dan daalt uw uitkering met hetzelfde percentage; vanaf 15 % wordt ze geschorst.

Werkt u als zelfstandige opnieuw, ook gedeeltelijk, dan bent u weer sociale bijdragen in hoofdberoep verschuldigd. Wilt u begeleiding, dan kunt u via uw ziekenfonds een terug-naar-werktraject starten, met een terug-naar-werkcoördinator en een re-integratieplan. Blijft u zonder geldige reden weg van het medisch onderzoek of het eerste contactmoment met de terug-naar-werkcoördinator, dan kan uw dagbedrag met 2,5 % dalen.

Onbezoldigd werk van niet-professionele aard verlaagt uw uitkering niet. Het RIZIV noemt als voorbeelden vrijwilligerswerk dat niet voldoet aan de voorwaarden van de vrijwilligerswetgeving en een werkstraf.

Welke extra steun kunt u krijgen als zieke zelfstandige?

Hebt u hulp nodig bij gewone dagelijkse handelingen, zoals uzelf verplaatsen, eten, uw persoonlijke hygiëne of het huishouden, dan kunt u bij uw ziekenfonds de erkenning van uw behoefte aan hulp van derden aanvragen. Het ziekenfonds bepaalt uw graad van behoefte. De tegemoetkoming bedraagt 30,57 € per dag en kan ingaan vanaf de vierde maand van uw arbeidsongeschiktheid. Uw ziekenfonds betaalt ze samen met uw uitkering.

Bent u op 31 december al minstens een jaar arbeidsongeschikt en bent u dat in mei van het volgende jaar nog altijd, dan hebt u bovendien recht op een jaarlijkse inhaalpremie. Uw ziekenfonds betaalt die samen met de uitkering van de maand mei.

Lange ziekte brengt ook medische kosten mee. Ga daarom na of u recht hebt op de verhoogde tegemoetkoming, die uw remgeld verlaagt, en of de maximumfactuur uw kosten boven een jaarlijks maximum laat terugbetalen. Chronisch zieken kunnen onder voorwaarden ook het forfait voor chronisch zieken krijgen. Blijft er onvoldoende inkomen over, dan kan het OCMW nagaan of u recht hebt op een leefloon.

Meer informatie
Krijgt u als zelfstandige een kind, dan hebt u andere uitkeringen: lees ons overzicht over ouderschapsverlof voor zelfstandigen. Moet u uw zaak noodgedwongen stopzetten, bekijk dan ook het overbruggingsrecht.

Wanneer stopt uw ziekte-uitkering?

Tijdens de eerste zes maanden kan alleen de adviserend arts van uw ziekenfonds een einde maken aan uw arbeidsongeschiktheid. Vanaf de zevende maand kan ook de Geneeskundige raad voor invaliditeit dat doen. In de invaliditeit blijft u alleen erkend als u niet alleen uw vroegere werk, maar ook ander werk niet kunt uitoefenen. Daarbij houdt men onder meer rekening met uw gezondheid, uw sociale positie en uw beroepsopleiding.

Gaat u zelf weer aan de slag omdat u hersteld bent, dan vult u het formulier Kennisgeving van arbeidshervatting in. U bezorgt het aan uw ziekenfonds binnen 2 dagen na het einde van uw arbeidsongeschiktheid. Volgens het RSVZ stopt uw uitkering in deze gevallen definitief:

  • u bereikt de wettelijke pensioenleeftijd. Werkt u daarna verder als zelfstandige, dan hebt u nog recht op de eerste zes maanden van de primaire arbeidsongeschiktheid, als u evenveel bijdragen betaalt als een zelfstandige in hoofdberoep en geen rustpensioen krijgt;
  • u bent het slachtoffer van een ongeval door een zware fout die u zelf begaan hebt;
  • u hervat uw vroegere of een andere beroepsactiviteit zonder voorafgaande toestemming van de adviserend arts: dan moet u de uitkeringen terugbetalen die u ten onrechte kreeg.

Bent u het niet eens met de beslissing dat u niet langer arbeidsongeschikt bent, dan kunt u ze aanvechten bij de arbeidsrechtbank van uw woonplaats, binnen 3 maanden na de kennisgeving. Dat doet u met een gedateerd en ondertekend verzoekschrift, dat u neerlegt bij de griffie of aangetekend verstuurt.

Isabelle is redacteur bij Mijntoeslagen.be en schrijft over hulpverlening en administratie in Vlaanderen. Voel je vrij om contact met haar op te nemen in het commentaargedeelte als je vragen hebt.


Stel een vraag aan onze deskundige

Ons algoritme berekent voor welke steun u in aanmerking komt

Simuleer gratis mijn hulpmiddelen