
Gaan uw kinderen naar de kleuterschool, de lagere of de middelbare school, dan kunt u als gezin met een bescheiden inkomen elk jaar een schooltoeslag krijgen. Het is een van de toeslagen voor gezinnen in Vlaanderen. Hieronder vindt u wie recht heeft en hoeveel dagen uw kind op school moet zijn. U leert ook hoe u de schooltoeslag zelf berekent, met de bedragen en inkomensgrenzen voor het schooljaar 2026-2027.
Wat is de schooltoeslag?
De schooltoeslag is een jaarlijks bedrag voor leerlingen in het kleuter-, lager of secundair onderwijs als het gezinsinkomen niet te hoog is. Officieel heet de toeslag de selectieve participatietoeslag. Een overzicht van de bedragen per niveau vindt u ook op onze pagina over de schooltoeslag.
De schooltoeslag is een van de toeslagen binnen het Groeipakket. Gezinnen met een laag inkomen kunnen daarnaast recht hebben op de sociale toeslag of, als alleenstaande ouder, op de eenoudertoeslag. De vroegere kleutertoeslag bestaat sinds 1 januari 2026 niet meer. De schoolbonus is een apart bedrag, dat in augustus automatisch wordt betaald voor kinderen die in juli recht hebben op een sociale toeslag.
Wie heeft recht op de schooltoeslag?
Of uw kind recht heeft, hangt af van drie dingen: het onderwijs dat het volgt, de aanwezigheid op school en het gezinsinkomen. Uw kind moet bovendien voldoen aan de algemene voorwaarden van het Groeipakket.
De school moet erkend, gesubsidieerd of gefinancierd zijn door de Vlaamse Gemeenschap. Dat geldt voor scholen in Vlaanderen en voor Nederlandstalige scholen in Brussel. Uw kind hoeft daarvoor niet in Vlaanderen te wonen.
- uw kind zit in het kleuteronderwijs, het lager onderwijs of het secundair onderwijs, of volgt de opleiding HBO5 Verpleegkunde;
- uw kind is voldoende aanwezig op school;
- het gezinsinkomen blijft onder de maximale inkomensgrens.
Wanneer is er geen recht op schooltoeslag?
Niet elke opleiding geeft recht op de schooltoeslag. Volgt uw kind een van de opleidingen hieronder, dan is er geen schooltoeslag voor dat schooljaar.
- volwassenenonderwijs (CVO) en tweedekansonderwijs;
- thuisonderwijs;
- niet-erkend privéonderwijs (uitzonderingen: Eureka, De Leerwijzer, Safe en Sint-Ignatiusschool);
- Syntra-opleidingen zonder leertijd;
- HBO5-opleidingen, behalve Verpleegkunde;
- de Examencommissie secundair onderwijs;
- deeltijds kunstonderwijs (muziekschool, academie).
Leeftijdsgrens
Leerlingen in het secundair onderwijs krijgen een schooltoeslag tot en met het schooljaar waarin ze 22 jaar worden. Er is geen leeftijdsgrens voor leerlingen in het buitengewoon secundair onderwijs en in de opleiding HBO5 Verpleegkunde.
Voldoende aanwezig op school
Het aantal halve dagen dat uw kind aanwezig moet zijn, stijgt met de leeftijd. De leeftijd op 31 december van het schooljaar bepaalt welke voorwaarde geldt.
| Leeftijd op 31 december van het jaar waarin het schooljaar begint | Voorwaarde |
| Jonger dan 3 jaar | minstens 100 halve dagen aanwezig |
| 3 jaar | minstens 150 halve dagen aanwezig |
| 4 jaar | minstens 185 halve dagen aanwezig |
| 5 jaar | minstens 290 halve dagen aanwezig |
| 6 jaar of ouder | maximaal 29 halve dagen ongewettigd afwezig |
Voor kleuters jonger dan 5 jaar tellen de halve dagen waarop uw kleuter effectief aanwezig was. Vanaf 6 jaar telt het aantal ongewettigde afwezigheden: een afwezigheid zonder geldige reden is ongewettigd, met een geldig ziektebriefje is ze gewettigd. Die regel geldt ook in het lager en het secundair onderwijs. De aanwezigheid van het lopende of het voorafgaande schooljaar volstaat.
De uitbetaler van het Groeipakket krijgt de inschrijvings- en aanwezigheidsgegevens van het Departement Onderwijs. Klopt een gegeven niet, dan kan uw dossier alleen worden aangepast op basis van verbeterde gegevens van Onderwijs. Neem daarvoor contact op met de school.
Hoe vraagt u de schooltoeslag aan?
Meestal hoeft u de schooltoeslag niet zelf aan te vragen. Uw uitbetaler van het Groeipakket onderzoekt elk jaar automatisch of uw kind recht heeft en betaalt de toeslag dan uit. Woont u niet in Vlaanderen, maar gaat uw kind naar een erkende Vlaamse school, dan hebt u misschien nog geen uitbetaler: kies er dan een en doet u best zelf een aanvraag. Na die eerste aanvraag onderzoekt de uitbetaler uw recht de volgende schooljaren meestal automatisch.
Welke uitbetaler uw dossier beheert, staat in uw eigen documenten; hoe u een uitbetaler kiest, vindt u in ons artikel over het kinderbijslagfonds. Voor het hoger onderwijs bestaat er geen schooltoeslag: daar vraagt u een studietoelage aan bij het Departement Onderwijs.
Wanneer wordt de schooltoeslag uitbetaald?
De schooltoeslag wordt betaald tussen de laatste week van augustus en december. Uw uitbetaler ontvangt elke maand nieuwe inschrijvingsgegevens van de scholen, en die komen niet voor alle kinderen op hetzelfde moment binnen.
Daardoor krijgt u de schooltoeslag niet altijd voor al uw kinderen tegelijk. Denkt u recht te hebben, maar hebt u eind december nog niets gekregen? Neem dan contact op met uw uitbetaler van het Groeipakket.
Hoeveel bedraagt de schooltoeslag in 2026-2027?
Het bedrag hangt af van het type onderwijs, van de vraag of uw kind intern of extern is en van het gezinsinkomen. Met een inkomen op of onder de minimale grens krijgt u de volledige toeslag; tussen de minimale en de maximale grens krijgt u een deel ervan.
De uitzonderlijke toeslag is een hoger bedrag voor gezinnen met een zeer laag inkomen, en geldt niet voor elke leerling. Hieronder staan de bedragen per jaar voor het schooljaar 2026-2027.
| Onderwijs | Minimumtoeslag | Volledige toeslag | Uitzonderlijke toeslag |
| Kleuteronderwijs | geen | 131,10 € | geen |
| Lager onderwijs | 152,98 € | 237,92 € | 308,92 € |
| Secundair, 3de leerjaar 3de graad voltijds tso of bso, extern | 354,71 € | 1.431,11 € | 1.680,34 € |
| Secundair, 3de leerjaar 3de graad voltijds tso of bso, intern | 916,69 € | 2.352,67 € | geen |
| Ander voltijds secundair onderwijs, extern | 295,48 € | 1.192,46 € | 1.400,13 € |
| Ander voltijds secundair onderwijs, intern | 763,91 € | 1.960,50 € | geen |
| Stelsel leren en werken | 248,48 € | 679,40 € | 876,47 € |
| Gehuwde, zelfstandige of alleenstaande leerling (secundair) | 901,31 € | 4.132,12 € | geen |
| HBO5 Verpleegkunde, extern | 1.048,99 € | 1.532,48 € | geen |
| HBO5 Verpleegkunde, intern | 1.048,99 € | 4.602,31 € | geen |
Voor het kleuteronderwijs bestaat er één vast bedrag: ligt uw gezinsinkomen op of onder de maximale inkomensgrens, dan krijgt u altijd de volledige toeslag (131,10 €); ligt het erboven, dan krijgt u niets. Een leerling die tijdens het schooljaar van richting verandert, krijgt het hoogste bedrag van de gevolgde opleidingen. Dat geldt sinds het schooljaar 2021-2022, zodat er bij zo’n verandering niets meer wordt teruggevorderd. Wat u naast de schooltoeslag nog krijgt, ziet u in ons overzicht van de bedragen van het Groeipakket.
Interne leerlingen
Voor veel leerlingen in het secundair onderwijs ligt het bedrag hoger als ze intern zijn. Dat zijn leerlingen die tijdens het schooljaar minstens 149 dagen in een door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierd of gesubsidieerd internaat verblijven, of een kot huren op een ander adres dan hun hoofdverblijfplaats, met een huurovereenkomst van minstens 149 dagen.
Ook wie minstens 149 dagen residentieel verblijft in een erkend multifunctioneel centrum (MFC) voor minderjarigen met een handicap, telt als intern. Een gehuwde, zelfstandige of alleenstaande leerling geldt als intern.
Welk inkomen telt mee? Het statuut van de leerling
Om te berekenen of uw kind recht heeft, kijkt de uitbetaler naar het statuut van de leerling op 31 augustus van het schooljaar. Dat statuut bepaalt van wie het inkomen meetelt: van de ouders, van de leerling en zijn partner, of van de leerling alleen.
Er zijn vier statuten. Het gezinsinkomen wordt bepaald op basis van het laatste aanslagbiljet, dus het inkomen van twee jaar geleden.
- Leerling ten laste: de leerling woont bij één of beide ouders of opvoeders. Het inkomen van die ouder(s) of opvoeder(s) telt, in voorkomend geval samen met dat van een partner van die ouder.
- Gehuwde leerling: de leerling is gehuwd of woont wettelijk of feitelijk samen met een partner. Ook wie op hetzelfde adres woont met iemand met wie hij een gemeenschappelijk kind heeft, of de kinderen van de partner ten laste neemt (of omgekeerd), geldt als gehuwde leerling. Het inkomen van de leerling en de partner telt.
- Zelfstandige leerling: de leerling is ontvoogd, is 16 jaar en niet meer gedomicilieerd bij zijn ouders, of ontvangt zelf Groeipakket. Het eigen inkomen telt.
- Alleenstaande leerling: de leerling is niet gedomicilieerd bij zijn ouders of opvoeders en is geen gehuwde of zelfstandige leerling. Het eigen inkomen telt.
Schooltoeslag berekenen: punten en inkomensgrenzen
De inkomensgrenzen hangen af van de gezinsgrootte, uitgedrukt in punten. Elk gezin start met 1 punt, behalve alleenstaande en zelfstandige leerlingen zonder kinderen. Er komt telkens 1 punt bij voor elke persoon in het gezin die fiscaal ten laste is, voor elke leerling in het gezin die niet meer fiscaal ten laste is maar geen zelfstandige, gehuwde of alleenstaande leerling is, en voor elke persoon in het gezin met een handicap van minstens 66 %. Wie hoger onderwijs volgt, telt ook mee, maar daarna gaat er 1 punt af van het totaal (nooit lager dan 0).
Alleen de personen die op 31 augustus van het schooljaar op het domicilieadres van de leerling wonen, tellen mee. Met het aantal punten zoekt u in de tabel de minimale en maximale inkomensgrens voor 2026-2027. De officiële tabel gaat tot 20 punten.
| Punten | Minimale inkomensgrens | Maximale inkomensgrens |
| 0 punten | 14.927,91 € | 30.532,90 € |
| 1 punt | 25.870,75 € | 42.875,07 € |
| 2 punten | 29.187,79 € | 52.449,97 € |
| 3 punten | 31.978,19 € | 59.527,67 € |
| 4 punten | 33.663,05 € | 67.201,34 € |
| 5 punten | 35.330,39 € | 76.663,03 € |
| 6 punten | 36.997,61 € | 83.070,14 € |
| 7 punten | 38.664,87 € | 86.501,04 € |
| 8 punten | 40.332,11 € | 89.889,87 € |
| 9 punten | 41.999,38 € | 93.286,35 € |
| 10 punten | 43.666,67 € | 96.899,70 € |
| 11 punten | 45.333,98 € | 100.079,47 € |
| 12 punten | 47.001,21 € | 103.620,47 € |
| 13 punten | 48.668,47 € | 106.944,79 € |
| 14 punten | 50.335,80 € | 110.341,31 € |
| 15 punten | 51.959,53 € | 113.737,76 € |
| 16 punten | 53.489,32 € | 117.134,34 € |
| 17 punten | 55.019,09 € | 120.530,84 € |
| 18 punten | 56.548,85 € | 123.927,33 € |
| 19 punten | 58.078,64 € | 127.323,93 € |
| 20 punten | 59.608,40 € | 130.720,41 € |
Ligt uw gezinsinkomen op of onder de minimale grens, dan krijgt u de volledige toeslag. Ligt het tussen de twee grenzen, dan krijgt u een deel van de volledige toeslag; is het precies gelijk aan de maximale grens, dan krijgt u de minimumtoeslag (behalve in het kleuteronderwijs, waar u dan de volledige toeslag krijgt). Ligt het boven de maximale grens, dan is er geen schooltoeslag. Het deel berekent u zo:
Bedrag = volledige toeslag x (maximale grens – gezinsinkomen) / (maximale grens – minimale grens)
Voorbeeld: uw gezinsinkomen bedraagt 33.000 €, uw gezin telt 3 punten en uw kind zit in het lager onderwijs. Dan is het bedrag 237,92 € x (59.527,67 € – 33.000 €) / (59.527,67 € – 31.978,19 €) = 237,92 € x 26.527,67 € / 27.549,48 €. Uw schooltoeslag bedraagt dan 229,10 € voor het schooljaar 2026-2027.
Een pleegkind dat op 31 augustus voor het betrokken schooljaar al langer dan een jaar onafgebroken in hetzelfde pleeggezin verblijft, moet niet voldoen aan de financiële voorwaarden. Het krijgt de volledige toeslag, voor zover aan de voorwaarden over onderwijs en aanwezigheid voldaan is.
Uitzonderlijke toeslag
U hebt recht op de uitzonderlijke toeslag als uw gezinsinkomen lager is dan, of gelijk aan, een tiende van de maximale inkomensgrens. Dat inkomen moet bovendien voor minstens 70 % bestaan uit een of meer van de inkomens hieronder.
Die grens hangt dus af van het aantal punten van uw gezin. Sommige leerlingen hebben geen recht op de uitzonderlijke toeslag: interne, gehuwde, zelfstandige en alleenstaande leerlingen.
- vervangingsinkomens, zoals een werkloosheids- of ziekte-uitkering;
- een leefloon of een equivalent leefloon;
- een inkomensvervangende tegemoetkoming;
- onderhoudsgeld.