
Naast het basisbedrag van het Groeipakket kan uw kind in Vlaanderen recht hebben op extra steun voor gezinnen. Er zijn toeslagen voor gezinnen met een laag inkomen, voor kinderen die naar school of naar de kinderopvang gaan en voor kinderen die (half)wees zijn, in een pleeggezin wonen of extra zorg nodig hebben. In dit overzicht ziet u per toeslag voor wie ze bedoeld is, hoeveel ze bedraagt sinds 1 september 2026 en of u er zelf iets voor moet doen.
Welke toeslagen bestaan er in het Groeipakket?
Een kind dat in Vlaanderen woont en daar ingeschreven is, krijgt onder de voorwaarden van het Vlaams Groeipakket het basisbedrag. Voor kinderen geboren vanaf 1 januari 2019 is dat 190,66 € per maand. Bovenop dat basisbedrag kunnen een of meer toeslagen komen, afhankelijk van het inkomen van uw gezin, de school of opvang van uw kind en zijn of haar gezondheid of gezinssituatie.
U kunt de toeslagen in drie groepen indelen. De sociale toeslag en de schoolbonus hangen af van uw gezinsinkomen. De schooltoeslag en de kinderopvangtoeslag zijn er voor kinderen die naar school of naar de opvang gaan. De wezentoeslag, de pleegzorgtoeslag, de zorgtoeslag en de ondersteuningstoeslag zijn er voor kinderen in een bijzondere situatie. Het overzicht hieronder toont de bedragen die gelden sinds 1 september 2026.
| Toeslag | Voor wie? | Bedrag | Aanvragen? |
| Sociale toeslag | Gezinnen met een laag inkomen | 38,53 € tot 111,83 € per kind per maand (kinderen geboren vanaf 2019) | Automatisch |
| Schoolbonus | Gezinnen die in juli recht hebben op een sociale toeslag | 23,82 € tot 71,48 € per kind per jaar | Automatisch, in augustus |
| Schooltoeslag | Leerlingen en studenten uit gezinnen met een lager inkomen | 131,10 € (kleuteronderwijs) tot 4.602,31 € per schooljaar | Automatisch onderzocht |
| Kinderopvangtoeslag | Kinderen in een erkende opvang waarvan de prijs niet van uw inkomen afhangt | 3,78 € per volledige opvangdag | Automatisch als uw kind al een Groeipakket krijgt |
| Wezentoeslag | Kinderen die vanaf 2019 een of beide ouders verloren | 152,54 € (halfwees) of 190,65 € (wees) per maand | Automatisch |
| Pleegzorgtoeslag | Minderjarige kinderen die vanaf 2019 in een pleeggezin geplaatst zijn | 73,63 € per maand | Automatisch |
| Zorgtoeslag voor kinderen met een specifieke ondersteuningsbehoefte | Kinderen tot 21 jaar met een erkende aandoening of beperking | 96,23 € tot 641,49 € per maand | Zelf aanvragen bij uw uitbetaler |
| Ondersteuningstoeslag | Kinderen tot 21 jaar met minstens 12 punten op de medisch-sociale schaal | 357,47 € per maand | Automatisch in Vlaanderen, aanvragen in Brussel |
De sociale toeslag: extra steun bij een laag gezinsinkomen
De sociale toeslag is extra steun voor gezinnen met een lager inkomen. Voor kinderen geboren vanaf 2019 bedraagt ze 76,09 € per kind per maand als uw gezin 1 of 2 kinderen heeft en het gezinsinkomen lager is dan 42.020,32 €. Ligt uw inkomen tussen 42.020,32 € en 49.023,71 €, dan krijgt u nog 38,53 € per kind.
Gezinnen met 3 of meer kinderen krijgen meer: 111,83 € per kind onder de grens van 42.020,32 € en 88,01 € per kind bij een inkomen tot 79.041,20 €. Voor die grote gezinnen geldt wel een extra voorwaarde: minstens één kind moet het nieuwe basisbedrag krijgen, dus geboren zijn vanaf 2019. Voor kinderen geboren vóór 2019 gelden in de regel nog de vroegere bedragen van de kinderbijslag.
U hoeft de sociale toeslag niet aan te vragen. Uw uitbetaler onderzoekt het recht elk jaar automatisch, op basis van uw aanslagbiljet van twee jaar geleden. Is uw inkomen intussen sterk gedaald, of bent u alleenstaande geworden, dan kunt u via de alarmbelprocedure toch een sociale toeslag krijgen. Wie een leefloon, een inkomensvervangende tegemoetkoming of een inkomensgarantie voor ouderen krijgt, ontvangt de sociale toeslag voor die maanden automatisch.
Schoolbonus, schooltoeslag en kinderopvangtoeslag
De schoolbonus is een jaarlijks extra bedrag per kind. U krijgt de schoolbonus alleen als er in juli recht is op een sociale toeslag; de betaling volgt dan automatisch in augustus, voor de start van het schooljaar. Het bedrag hangt af van de leeftijd die uw kind dat jaar bereikt: 23,82 € tot en met 4 jaar, 41,70 € van 5 tot 11 jaar, 59,57 € van 12 tot 17 jaar en 71,48 € van 18 tot 24 jaar.
De schooltoeslag is een andere toeslag. Ze hangt af van uw gezinsinkomen, uw gezinssituatie en het type onderwijs, en wordt tussen augustus en december betaald. Voor een kind in het kleuteronderwijs is dat 131,10 € per schooljaar; in het lager onderwijs gaat het om 152,98 € tot 308,92 €. Hoe uw uitbetaler de inkomensgrenzen met punten berekent, leest u in onze uitleg over de schooltoeslag berekenen.
De kinderopvangtoeslag bedraagt 3,78 € per volledige opvangdag van minstens 5 uur, en de helft voor een halve dag van minstens 3 uur. U krijgt ze alleen als de prijs van de opvang niet afhangt van uw inkomen. Betaalt u een inkomenstarief, dan hebt u er geen recht op. Het recht stopt zodra uw kind naar de kleuterschool gaat.
Toeslagen bij overlijden, pleegzorg, ziekte of handicap
Verliest een kind een of beide ouders, dan krijgt het automatisch de wezentoeslag, meestal vanaf de maand van het overlijden. Voor kinderen die vanaf 2019 (half)wees werden, is dat 80 % van het basisbedrag voor een halfwees (152,54 € per maand) en 100 % voor een wees (190,65 € per maand). Of de overblijvende ouder later samenwoont of een nieuw gezin vormt, speelt voor de wezentoeslag geen rol. Voor de partner zelf kan er een overlevingspensioen bestaan.
Kinderen die al vóór 2019 een verhoogde wezenbijslag kregen, behouden die zolang ze aan de voorwaarden blijven voldoen. Voor een halfwees kan dat recht wel vroeger stoppen, bijvoorbeeld als de overblijvende ouder gaat samenwonen met iemand die geen familie is.
Woont een kind in een pleeggezin, dan komt er bovenop het basisbedrag een pleegzorgtoeslag van 73,63 € per maand. Bij een langdurige plaatsing gaat ze naar de pleegouders, bij een plaatsing van korte duur meestal naar de ouders. Die toeslag staat los van een eventuele pleegzorgvergoeding.
Voor kinderen met een aandoening, beperking of handicap bestaan er twee toeslagen. De zorgtoeslag voor kinderen met een specifieke ondersteuningsbehoefte vraagt u zelf aan bij uw uitbetaler. Een evaluatieteam van Opgroeien beoordeelt de zorgnood van uw kind in punten; op basis van het attest bepaalt uw uitbetaler het bedrag, van 96,23 € tot 641,49 € per maand. De ondersteuningstoeslag van 357,47 € per maand is er voor kinderen met een zware zorgbehoefte, met minstens 12 punten op de medisch-sociale schaal, tot en met de maand waarin ze 21 worden. Wie al een persoonlijk assistentiebudget of een basisondersteuningsbudget van een zorgkas krijgt, heeft geen recht op de ondersteuningstoeslag. Ook in andere situaties, zoals een inkomensvervangende tegemoetkoming of integratietegemoetkoming voor een kind jonger dan 21 jaar of een verblijf in bepaalde voorzieningen, is er geen recht; vraag het na bij uw uitbetaler.
Moet u de toeslagen zelf aanvragen?
Voor de meeste toeslagen hoeft u niets te doen. Uw uitbetaler van het Groeipakket kent de sociale toeslag, de schoolbonus, de schooltoeslag, de wezentoeslag en de pleegzorgtoeslag automatisch toe. U hoeft daarvoor meestal niets aan te vragen. Ook de kinderopvangtoeslag loopt vanzelf zodra uw kind een Groeipakket krijgt en de opvang de aanwezigheden doorgeeft.
Er zijn wel uitzonderingen. De zorgtoeslag voor kinderen met een specifieke ondersteuningsbehoefte moet u zelf aanvragen, net als de ondersteuningstoeslag als uw kind in Brussel woont. Daalt uw inkomen plots, neem dan zelf contact op met uw uitbetaler voor de alarmbelprocedure. Weet u niet wie uw uitbetaler is, dan vindt u dat via Mijn Burgerprofiel of op uw rekeninguittreksels. In Vlaanderen zijn er vijf uitbetalers: FONS, Infino, KidsLife Vlaanderen, MyFamily en Parentia.
Het basisbedrag, de sociale toeslag en de pleegzorgtoeslag worden samen maandelijks uitbetaald, rond de 8ste van de maand die volgt op de maand waarvoor u recht hebt. De kinderopvangtoeslag volgt rond de 20ste van de volgende maand, de schoolbonus in augustus en de schooltoeslag tussen augustus en december.
Andere steun voor gezinnen naast het Groeipakket
Het Groeipakket is niet de enige steun voor gezinnen met kinderen. Bij de geboorte of adoptie krijgt u eenmalig een startbedrag van 1.310,75 €. Daarnaast levert elk kind ten laste fiscale voordelen op in de personenbelasting, en voor kinderen in het hoger onderwijs bestaat er de studietoelage van de Vlaamse overheid.
Voor de kosten van kinderopvang kunt u bovendien een fiscaal attest kinderopvang gebruiken in uw belastingaangifte. Wie het financieel moeilijk heeft, kan ook terecht bij het OCMW of bij lokale initiatieven tegen armoede. Zo hebt u een overzicht van wat er naast het Groeipakket bestaat.