
Wie op het werk of onderweg naar het werk een ongeval krijgt, valt niet onder de gewone ziekteverzekering maar onder een aparte tak van de sociale zekerheid: de arbeidsongevallenverzekering. Uw werkgever is verplicht die verzekering af te sluiten, en die vergoedt uw loonverlies, uw medische kosten en, als u blijvende letsels overhoudt, een jaarlijkse vergoeding. In dit artikel leest u wanneer een ongeval wettelijk een arbeidsongeval is, wie de aangifte indient en binnen welke termijn, hoeveel u krijgt en wat u doet als de verzekeraar uw dossier niet erkent.
Wat is een arbeidsongeval volgens de wet
Niet elk letsel dat u op het werk oploopt, is juridisch een arbeidsongeval. De arbeidsongevallenwet van 10 april 1971, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 24 april 1971 en van kracht sinds 1 januari 1972, omschrijft in artikel 7 een arbeidsongeval als elk ongeval dat een werknemer tijdens en door het feit van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst overkomt en dat een letsel veroorzaakt. Uit artikel 9 en de rechtspraak volgt dat er daarnaast een plotselinge gebeurtenis moet zijn: een aanwijsbaar voorval op een bepaald moment, geen klacht die er stilaan insluipt.
Het letsel mag lichamelijk of psychisch zijn. Een val van een ladder, een snijwonde, een aanrijding met een heftruck maar ook een zware schok na een gewelddadig voorval kunnen dus meetellen. U moet drie zaken aantonen: de plotselinge gebeurtenis, het letsel, en dat het voorval gebeurde terwijl u aan het werk was. Daarna werken twee wettelijke vermoedens in uw voordeel: de wet vermoedt dat het letsel door dat ongeval komt (artikel 9) en dat het ongeval gebeurde door het feit van de uitvoering van uw overeenkomst (artikel 7, tweede lid). Beide vermoedens gelden behoudens tegenbewijs door de verzekeraar.
Overkomt hetzelfde voorval u in uw vrije tijd, dan is het een ongeval in het privéleven. U valt dan terug op de gewone uitkeringsverzekering van uw ziekenfonds, met andere bedragen en andere termijnen. Het onderscheid is dus geen formaliteit: het bepaalt wie u uitbetaalt, hoeveel u krijgt en bij welke instantie u terechtkunt. Ook uw rechten als werknemer tijdens de afwezigheid hangen ervan af.
Ook onderweg: het ongeval op de weg naar en van het werk
Artikel 8, §1 van dezelfde wet stelt het arbeidswegongeval gelijk aan een arbeidsongeval. Het gaat om het ongeval op het normale traject dat u moet afleggen om van uw verblijfplaats naar uw werkplek te gaan, en omgekeerd. Het vervoermiddel speelt geen rol: te voet, met de fiets, met de wagen of met het openbaar vervoer, de bescherming is dezelfde. Wie met de fiets pendelt, combineert die bescherming vaak met de fietsvergoeding.
Een omweg maakt uw traject niet meteen abnormaal. De wet aanvaardt uitdrukkelijk de nodige en redelijkerwijze te verantwoorden omwegen, onder meer voor gemeenschappelijk woon-werkverkeer met collega’s en om uw kinderen naar de kinderopvang of de school te brengen of ze daar op te halen. Een korte boodschap onderweg doet uw recht dus niet zonder meer verdwijnen, maar hoe verder u van het gewone traject afwijkt, hoe meer u zult moeten uitleggen. Wat uw werkgever u voor die verplaatsingen terugbetaalt, leest u in ons artikel over de reiskosten voor het werk.
Wie is verzekerd tegen een arbeidsongeval en wie niet
Elke werkgever in de privésector moet zijn personeel verzekeren bij een toegelaten verzekeringsonderneming, en dat vanaf de eerste werkdag (artikel 49 van de wet). De verplichting geldt voor vast, tijdelijk en occasioneel werk, en dus ook voor de jobstudent die één zaterdag komt werken. Bij uitzendarbeid blijft het uitzendkantoor de juridische werkgever: dat kantoor verzekert u, niet de onderneming waar u de opdracht uitvoert (de gebruiker).
Er zijn wel duidelijke uitzonderingen. Zelfstandigen vallen niet onder de verplichte arbeidsongevallenverzekering en zijn dus niet gedekt wanneer hun tijdens hun beroepsactiviteit een ongeval overkomt; zij moeten zich daarvoor apart verzekeren. Dat geldt zowel voor wie voltijds zelfstandig is als voor wie in bijberoep bijverdient. Ambtenaren en statutaire personeelsleden vallen dan weer onder een eigen stelsel, geregeld door de wet van 3 juli 1967, een kaderwet waarbij de overheidswerkgever zelf als verzekeraar optreedt.
Voor stagiairs en leerlingen bestaat sinds 1 januari 2020 de regeling van de kleine statuten. Loopt u een onbetaalde stage, dan ligt de verzekeringsplicht niet bij de stageplaats maar bij de onderwijsinstelling die de stage organiseert. Werkt u als freelancer of via een eenmanszaak, dan valt u niet onder deze regeling en regelt u uw bescherming zelf.
Wat u meteen na het ongeval doet
De eerste uren bepalen vaak hoe vlot uw dossier verloopt. Voor de werknemer legt de wet geen termijn op: de officiële regel is dat u het ongeval zo snel mogelijk aan uw werkgever meldt. Doe dat ook wanneer u gewoon kunt doorwerken en er geen onmiddellijke hinder is, want de gevolgen van een letsel duiken soms pas weken later op.
Laat u daarnaast onderzoeken door een arts en vraag een medisch attest waarop de vaststellingen en de vermoedelijke duur van de ongeschiktheid staan. Hoe concreter dat attest het verband tussen het voorval en uw letsel beschrijft, hoe minder ruimte de verzekeraar heeft om het tegenbewijs te leveren waarover de wet spreekt. Bewaar ook alles wat uw versie ondersteunt: foto’s van de plaats, het uur van de melding en de namen van getuigen.
- Meld het ongeval zo snel mogelijk aan uw werkgever of uw leidinggevende.
- Laat de feiten schriftelijk vaststellen en noteer de gegevens van de getuigen.
- Ga naar een arts en vraag een medisch attest met de aard van het letsel.
- Bezorg dat attest aan uw werkgever en houd zelf een kopie bij.
- Vraag uw werkgever om een kopie van de aangifte die hij bij de verzekeraar indient.
De aangifte: wie ze indient en binnen welke termijn
De aangifte is de taak van uw werkgever, niet van u. Hij dient ze binnen acht dagen, te rekenen vanaf de dag na het ongeval, in bij zijn verzekeringsonderneming. Die termijn staat in artikel 2 van het koninklijk besluit van 12 maart 2003, dat artikel 62 van de wet uitvoert en dat op 2 april 2003 in het Belgisch Staatsblad verscheen. Is uw werkgever niet verzekerd, dan gaat de aangifte rechtstreeks naar Fedris.
Laat uw werkgever die termijn verstrijken, dan is uw recht niet verloren. Het ongeval moet nog altijd worden aangegeven, en dat kan tot uiterlijk drie jaar na de datum van het ongeval. U kunt de aangifte in dat geval ook zelf indienen. Meer uitleg over de procedure vindt u bij Fedris, het federaal agentschap dat de arbeidsongevallendossiers controleert.
Voor een licht arbeidsongeval gelden andere regels. Het gaat om een voorval dat aan drie voorwaarden tegelijk voldoet: de eerste zorgen werden ter plaatse toegediend, er kwam geen arts aan te pas en er was geen arbeidsongeschiktheid en geen loonverlies. Zo’n ongeval hoeft niet aan de verzekeraar te worden aangegeven, maar u moet het wel laten opnemen in het register van eerste hulp. Verergert het nadien, dan doet uw werkgever alsnog aangifte binnen acht dagen na de dag waarop hij van die verergering op de hoogte werd gebracht.
Hoeveel u krijgt tijdens de tijdelijke arbeidsongeschiktheid
Kunt u door het ongeval tijdelijk helemaal niet werken, dan hebt u recht op een dagelijkse vergoeding van 90 % van het gemiddeld dagbedrag (artikel 22). Dat gemiddeld dagbedrag is uw basisloon gedeeld door 365, en de vergoeding wordt uitbetaald per kalenderdag, weekends en feestdagen inbegrepen. De dag van het ongeval zelf krijgt u nog uw normale dagloon; de vergoeding gaat de dag daarna in.
Het basisloon is uw brutoloon van de twaalf maanden vóór het ongeval, en het is begrensd. Voor ongevallen vanaf 1 januari 2026 bedraagt het maximumbasisloon 58.096,10 € per jaar en het minimumbasisloon 8.666,78 € per jaar; voor ongevallen uit 2025 was dat 55.841,37 € en 8.330,42 €. Die bedragen worden automatisch geïndexeerd en door Fedris gepubliceerd. Onthoud vooral welke datum telt: doorslaggevend is het plafond dat gold op de dag van het ongeval, niet het plafond van het jaar waarin u wordt uitbetaald. Wat de indexeringen met uw loon doen, leest u in ons artikel over de loonindexering.
Wie wat betaalt, hangt af van uw statuut en van hoelang u arbeidsongeschikt bent. Anders dan bij een gewone ziekte is er bij een arbeidsongeval geen anciënniteitsvoorwaarde voor het gewaarborgd loon.
| Periode | Arbeider | Bediende |
| De dag van het ongeval zelf | Normaal dagloon van de werkgever | Normaal dagloon van de werkgever |
| De eerste zeven dagen van de ongeschiktheid | 100 % van het gewone loon, ten laste van de werkgever | Gewaarborgd loon aan 100 %, ten laste van de werkgever |
| De 23 kalenderdagen daarna, tot en met dag 30 | Het gewone loon als voorschot van de werkgever; de verzekeraar betaalt hem de dagvergoedingen terug | Gewaarborgd loon aan 100 % ten laste van de werkgever; de verzekeraar stort hem de dagvergoedingen |
| Vanaf dag 31 | 90 % van het gemiddeld dagbedrag, rechtstreeks van de verzekeraar | 90 % van het gemiddeld dagbedrag, rechtstreeks van de verzekeraar |
Een bediende met een contract van minder dan drie maanden volgt de regeling van de arbeiders. Hervat u het werk deeltijds of in aangepaste taken, dan vult de verzekeraar het verschil met uw vroegere loon aan. Duurt uw ongeschiktheid lang, dan loont het de moeite na te gaan op welke andere steun u recht hebt, want een arbeidsongeval sluit een aantal tegemoetkomingen voor werknemers met een gezondheidsprobleem niet uit.
Blijvende arbeidsongeschiktheid: hoe uw jaarlijkse vergoeding wordt berekend
Houdt u letsels over die niet meer verbeteren, dan spreekt de verzekeraar van consolidatie. Vanaf dat moment vervangt een jaarlijkse vergoeding de dagelijkse vergoeding. Die vergoeding is uw basisloon vermenigvuldigd met de graad van blijvende arbeidsongeschiktheid die de raadsgeneesheer van de verzekeringsonderneming vaststelt, in overleg met uw eigen arts (artikel 24). Die graad drukt uit hoeveel van uw verdienvermogen op de arbeidsmarkt verloren is gegaan, en niet enkel hoe zwaar uw letsel medisch weegt.
Bij lage graden wordt het bedrag verminderd. De vergoeding daalt met 50 % wanneer de graad lager ligt dan 5 %, en met 25 % wanneer hij 5 % of meer bedraagt maar onder 10 % blijft. In dat tweede geval ontvangt u dus 75 % van het berekende bedrag. Het akkoord tussen u en de verzekeraar heeft trouwens pas uitwerking nadat Fedris het bekrachtigt, wat in de praktijk binnen drie maanden gebeurt.
| Graad van blijvende arbeidsongeschiktheid | Berekening van de jaarlijkse vergoeding |
| Minder dan 5 % | Basisloon × graad, verminderd met 50 % |
| Vanaf 5 % en minder dan 10 % | Basisloon × graad, verminderd met 25 % (u ontvangt 75 %) |
| 10 % of meer | Basisloon × graad, zonder vermindering |
De eerste jaren staat uw graad nog niet vast. De herzieningstermijn bedraagt drie jaar en begint te lopen op de datum van de bekrachtiging door Fedris, op de eenendertigste dag nadat het vonnis van de arbeidsrechtbank aan u werd betekend, of op de datum van het arrest van het arbeidshof. Binnen die termijn kunnen u en de verzekeraar een herziening vragen als uw toestand verandert. De termijn kan niet verlengd worden: daarna ligt uw graad definitief vast en wordt de jaarlijkse vergoeding een levenslange rente.
Welke kosten de verzekeraar nog terugbetaalt
Naast uw loonverlies vergoedt de arbeidsongevallenverzekeraar ook uw medische kosten, en dat volgens het officiële RIZIV-tarief. Blijft de rekening binnen dat tarief, dan krijgt u alles terug, het remgeld inbegrepen. Erelonen boven het tarief betaalt u zelf, tenzij de verzekeraar ze vooraf goedkeurde. Voor kinesitherapie, heelkundige ingrepen, een opname van meer dan één dag, zorg in het buitenland en alternatieve behandelingen vraagt u dus vooraf akkoord.
U kiest uw zorgverlener vrij, met één uitzondering: heeft uw werkgever op eigen kosten een erkende medische dienst ingericht die aan alle voorwaarden van artikel 29 voldoet, dan moet u zich tot de artsen van die dienst wenden. Ook uw verplaatsingen worden vergoed. Met uw eigen wagen krijgt u sinds 1 januari 2026 een kilometervergoeding van 0,4427 €/km, op voorwaarde dat het traject heen en terug minstens vijf kilometer bedraagt; openbaar vervoer wordt volledig terugbetaald op vertoon van de originele vervoerbewijzen, parkeerkosten niet. De details staan op de pagina van Fedris over de vergoedingen in de privésector.
Hebt u geregeld hulp van derden nodig, dan komt daar een bijkomende jaarlijkse vergoeding bovenop. Zij wordt forfaitair berekend op het gewaarborgd gemiddeld minimummaandinkomen en mag op jaarbasis twaalf keer dat bedrag niet overschrijden. Verblijft u ononderbroken langer dan negentig dagen in het ziekenhuis, dan wordt die vergoeding vanaf de eenennegentigste dag niet meer uitbetaald.
Wat u doet als de verzekeraar het arbeidsongeval niet erkent
Een weigering betekent niet dat u zonder inkomen valt. Blijft een erkenning uit, dan betaalt uw ziekenfonds intussen uw uitkering voorlopig verder en treedt het in uw rechten om dat geld later bij de verzekeraar terug te vorderen. Die regel staat in artikel 136, §2 van de wet van 14 juli 1994 over de ziekte- en invaliditeitsverzekering. Uw dossier wordt op dat moment behandeld als een gewone arbeidsongeschiktheid, met de bedragen en termijnen die daarbij horen.
Bent u het met de beslissing oneens, dan legt u de zaak voor aan de arbeidsrechtbank, die volgens artikel 579 van het Gerechtelijk Wetboek bevoegd is voor arbeidsongevallen en arbeidswegongevallen. Tegen dat vonnis kunt u binnen één maand nadat het aan u werd betekend in beroep gaan bij het arbeidshof. Een belangrijk detail: de kosten van de procedure vallen ten laste van de verzekeringsonderneming (artikel 68), maar het ereloon van uw eigen advocaat of raadsgeneesheer betaalt u wel zelf. Let daarbij op de verjaringstermijn van drie jaar voor uw vordering tegen de verzekeraar, een andere termijn dan de drie jaar om aangifte te doen en dan de herzieningstermijn. U stuit die verjaring met een aangetekende brief.
Wat er gebeurt bij een overlijden door een arbeidsongeval
Overlijdt de getroffene door het arbeidsongeval, dan voorziet de wet in een vergoeding voor de begrafeniskosten gelijk aan dertigmaal het gemiddeld dagbedrag, dus het basisloon gedeeld door 365 en vermenigvuldigd met dertig (artikel 10). Er bestaat geen vast bedrag in euro: het hangt volledig af van het loon van het slachtoffer. De kosten om het lichaam over te brengen worden daarnaast volledig terugbetaald.
De nabestaanden krijgen een rente, berekend op het basisloon. De partner ontvangt levenslang 30 %. Elk kind dat één ouder verliest, krijgt 15 %, met een maximum van 45 % samen; verliest het kind beide ouders, dan is dat 20 % per kind met een maximum van 60 %. Deze rente staat los van het overlevingspensioen, dat via de pensioendienst loopt en zijn eigen voorwaarden heeft.
Arbeidsongeval, beroepsziekte of gewone ziekte: waar ligt het verschil
Drie stelsels lijken op elkaar en worden vaak door elkaar gehaald. Bij een arbeidsongeval is er altijd een plotselinge gebeurtenis en betaalt de verzekeraar van uw werkgever de vergoeding. Een beroepsziekte ontstaat geleidelijk door blootstelling aan een beroepsrisico en wordt behandeld door Fedris zelf. Een ziekte of ongeval in het privéleven valt onder uw ziekenfonds en wordt na één jaar een invaliditeitsuitkering.
Dat onderscheid bepaalt niet alleen het bedrag, maar ook bij welke deur u aanklopt en welke termijnen u moet naleven. Fedris is trouwens niet de instantie die u bij een gewoon arbeidsongeval uitbetaalt: het agentschap controleert de dossiers, bekrachtigt de overeenkomsten en betaalt zelf alleen in bijzondere gevallen, zoals een niet-verzekerde werkgever, ongevallen van vóór 1988 of een blijvende ongeschiktheid tot en met 19 %. Het agentschap heet sinds 1 januari 2017 Federaal agentschap voor beroepsrisico’s, na de fusie van het Fonds voor arbeidsongevallen en het Fonds voor de beroepsziekten door de wet van 16 augustus 2016 (Belgisch Staatsblad van 5 september 2016).
| Situatie | Wie betaalt de vergoeding | Uitkering |
| Arbeidsongeval of arbeidswegongeval | De arbeidsongevallenverzekeraar van uw werkgever | 90 % van het gemiddeld dagbedrag, daarna een jaarlijkse vergoeding |
| Beroepsziekte | Fedris | Vergoeding volgens de erkende lijst of het open systeem |
| Ziekte of ongeval in het privéleven | Uw ziekenfonds | Uitkering wegens arbeidsongeschiktheid, na één jaar invaliditeit |
Tot slot: de preventieadviseur-arbeidsarts beslist niet of uw voorval een arbeidsongeval is. Die arts stelt de arbeidsongevallensteekkaart op en geeft advies wanneer u het werk hervat, waar nodig in aangepaste taken. Dat advies is verplicht in de gevallen die artikel 23 van de wet aanwijst. Ook het RIZIV speelt geen rol in uw individuele dossier: het stuurt de ziekenfondsen aan en zijn tarieven dienen enkel als basis voor de terugbetaling van uw medische kosten.
Tot vandaag is er in 2025 en 2026 geen hervorming geweest van de aangifte, de termijnen of de vergoedingen. De laatste wetswijzigingen dateren van 2024, met onder meer de wet van 21 maart 2024 (Belgisch Staatsblad van 2 april 2024) en de wet van 3 mei 2024 (Belgisch Staatsblad van 5 juni 2024). Wat in 2026 verandert, zijn dus de geïndexeerde bedragen, niet de regels zelf.