
Voor de meeste tandzorg krijgt u via de verplichte ziekteverzekering een deel terug, en voor kinderen en jongeren onder 19 jaar is de basistandzorg zelfs volledig terugbetaald. Hoeveel u terugkrijgt bij de terugbetaling van de tandarts, hangt wel af van de vraag of uw tandarts geconventioneerd is, of u vorig jaar al bij de tandarts ging en of u recht hebt op de verhoogde tegemoetkoming. Hieronder leest u hoeveel u zelf betaalt, wat er voor een beugel of een prothese geldt en hoe u uw geld terugkrijgt. Bekijk daarnaast ook de andere steun rond gezondheid en zorgkosten.
Hoe werkt de terugbetaling van de tandarts?
Voor tandzorg die in de officiële lijst van het RIZIV staat, betaalt uw ziekenfonds een vast bedrag terug. Die tegemoetkoming komt uit de verplichte ziekteverzekering, een onderdeel van de sociale zekerheid. Wat u daarna nog zelf betaalt, is het remgeld, in officiële termen uw persoonlijk aandeel.
Hoeveel u terugkrijgt, hangt af van drie zaken: uw leeftijd, uw statuut (gewone verzekerde of verhoogde tegemoetkoming) en de vraag of u het vorige kalenderjaar al terugbetaalde tandzorg kreeg. Daarnaast speelt het statuut van uw tandarts mee: een geconventioneerde tandarts houdt zich aan de tarieven die met de ziekenfondsen zijn afgesproken.
U hoeft daarvoor niets aan te vragen. Sinds 1 september 2025 moeten de meeste tandartsen hun verstrekkingen elektronisch factureren aan het ziekenfonds, ook als ze niet geconventioneerd zijn. U hoeft dan geen papieren getuigschrift meer in te dienen bij uw ziekenfonds: het ziekenfonds stort de tegemoetkoming op uw rekening.
Hoeveel remgeld betaalt u bij de tandarts?
Bij een geconventioneerde tandarts ligt uw eigen aandeel voor de gewone verzorging vast. Vanaf 19 jaar betaalt u als gewone verzekerde 6,00 € remgeld voor een consultatie en 4,00 € voor het jaarlijkse mondonderzoek. Hebt u recht op de verhoogde tegemoetkoming, of bent u jonger dan 19, dan betaalt u voor die verstrekkingen niets.
De bedragen in de tabel volgen de RIZIV-tarieven voor tandartsen van 1 juni 2026. Het honorarium is wat een geconventioneerde tandarts aanrekent, het remgeld is het deel dat na de terugbetaling voor uw rekening blijft.
| Verstrekking (vanaf 19 jaar) | Honorarium | Remgeld gewone verzekerde | Remgeld met verhoogde tegemoetkoming |
| Consultatie bij de tandarts | 31,84 € | 6,00 € | 0,00 € |
| Jaarlijks mondonderzoek | 82,00 € | 4,00 € | 0,00 € |
| Tandsteen verwijderen (per kwadrant) | 17,98 € | 4,00 € | 0,00 € |
Het remgeld dat u betaalt, telt mee voor de maximumfactuur. Loopt het remgeld dat u in een jaar voor uw zorg betaalt hoog op, dan betaalt uw ziekenfonds de kosten boven het maximumbedrag automatisch terug.
Tandzorg voor kinderen en jongeren onder 19 jaar: volledig terugbetaald
Voor kinderen en jongeren is de regel eenvoudig: bij een geconventioneerde tandarts betaalt het ziekenfonds de basistandzorg volledig terug tot de 19de verjaardag. U betaalt dan geen remgeld voor een consultatie, een mondonderzoek, het verwijderen van tandsteen of het vullen en herstellen van tanden.
Tot 18 jaar mag de tandarts twee keer per jaar een preventief mondonderzoek aanrekenen, telkens met een reiniging. Tussen 18 en 19 jaar is dat één mondonderzoek per jaar, ook zonder remgeld. Sinds 1 september 2023 loopt die volledige terugbetaling tot 19 jaar in plaats van tot 18 jaar. Naast het Groeipakket is dat een belangrijke besparing voor elk gezin met kinderen.
Het mondzorgtraject: waarom een jaarlijks bezoek loont
Vanaf 19 jaar stapt u automatisch in het mondzorgtraject. Kreeg u het voorgaande kalenderjaar terugbetaalde tandzorg, dan geldt u als regelmatige patiënt en betaalt u minder remgeld voor onder meer vullingen, wortelkanaalbehandelingen, extracties en radiografieën. Ging u het vorige jaar niet naar de tandarts, dan ligt uw eigen aandeel voor die behandelingen hoger.
Voor de consultatie en het jaarlijkse mondonderzoek zelf maakt dat geen verschil: daar geldt het tarief uit de tabel hierboven. Het loont dus om elk kalenderjaar minstens één keer langs te gaan, bijvoorbeeld voor dat mondonderzoek. Zo blijft u in het traject en kan een onverwachte vulling of extractie later goedkoper uitvallen. Hebt u recht op de verhoogde tegemoetkoming, dan stijgt uw persoonlijk aandeel zonder regelmatig bezoek met maximaal 2 €.
Verhoogde tegemoetkoming: minder remgeld en geen supplementen
Met de verhoogde tegemoetkoming betaalt u voor een consultatie, het mondonderzoek en het verwijderen van tandsteen geen remgeld. Voor andere verzorging blijft uw eigen aandeel beperkt. Of u dat statuut hebt, hangt af van uw inkomen of van een uitkering zoals het leefloon. In veel gevallen kent uw ziekenfonds het automatisch toe, en u kunt het altijd navragen.
Sinds 1 juli 2026 mag geen enkele tandarts, geconventioneerd of niet, nog een supplement aanrekenen aan wie recht heeft op de verhoogde tegemoetkoming, voor alle ambulante tandzorg die het RIZIV terugbetaalt. Zorg die niet in de officiële lijst staat, valt daar niet onder: die mag de tandarts nog altijd tegen zijn eigen prijs aanrekenen.
Geconventioneerde of niet-geconventioneerde tandarts?
Een geconventioneerde tandarts heeft het nationaal akkoord tussen tandartsen en ziekenfondsen aanvaard en volgt de officiële tarieven. Een niet-geconventioneerde tandarts mag meer vragen: dat verschil is een supplement dat u volledig zelf betaalt, want het ziekenfonds betaalt alleen het officiële bedrag terug.
Voor 2026 en 2027 geldt een nieuw akkoord, dat sinds 19 maart 2026 in werking is. Of uw tandarts geconventioneerd is, ziet u via de zoekfunctie “Een zorgverlener zoeken” op de website van het RIZIV, of u vraagt het aan uw ziekenfonds. Past de tandarts de derdebetalersregeling toe, dan betaalt u meteen alleen uw eigen deel en rekent hij geen supplement aan. Dat is sinds 1 januari 2022 mogelijk voor alle tandzorg, maar de tandarts beslist zelf of hij het doet.
Orthodontie: wanneer wordt een beugel terugbetaald?
Een beugel wordt alleen terugbetaald als de orthodontische behandeling start vóór de 15de verjaardag van uw kind. Voor volwassenen is er geen tegemoetkoming van de verplichte ziekteverzekering voor orthodontie. U hoeft zelf geen aanvraag in te dienen: sinds 1 juli 2022 geldt het eerste forfait voor de apparatuur als melding van de start aan het ziekenfonds.
Start de behandeling pas na de 15de verjaardag, dan moet de tandarts het ziekenfonds tussen de 13de en de 15de verjaardag vooraf op de hoogte brengen. De behandeling moet dan binnen 24 kalendermaanden starten. Is het ziekenfonds niet vóór de 15de verjaardag op de hoogte gebracht, dan is er geen tegemoetkoming, ook niet als de zorg vóór die verjaardag werd uitgevoerd.
De terugbetaling loopt via forfaits: twee forfaits voor de apparatuur en maximaal 36 forfaits voor de behandelingszittingen. Volgens de RIZIV-tarieven van 1 juni 2026 ziet dat er bij een geconventioneerde tandarts zo uit:
| Forfait orthodontie | Honorarium | Tegemoetkoming | Remgeld gewone verzekerde |
| Forfait voor de apparatuur | 238,31 € | 192,31 € | 46,00 € |
| Forfait per behandelingszitting | 30,30 € | 23,30 € | 7,00 € |
Met de verhoogde tegemoetkoming betaalt u voor deze forfaits geen remgeld.
Bij ernstige craniofaciale groeistoornissen kan de Technisch Tandheelkundige Raad uitzonderlijk nog tussenkomen, op voorwaarde dat de aanvraag vóór de 22ste verjaardag gebeurt.
Tandprothesen en implantaten: wat betaalt het ziekenfonds terug?
Een uitneembare tandprothese wordt in de regel terugbetaald vanaf de 50ste verjaardag. U krijgt één terugbetaalde prothese per kaak per zeven kalenderjaren, en het jaar waarin de prothese geplaatst wordt, telt als eerste van die zeven jaar. Ook een herstelling of het bijplaatsen van tanden valt onder die regeling, wat vooral voor senioren een verschil maakt.
Bent u jonger dan 50, dan is terugbetaling alleen mogelijk in bepaalde medische situaties, na akkoord van de adviserend arts van uw ziekenfonds of van de Technische Tandheelkundige Raad. Het gaat onder meer om tandverlies door radiotherapie of chemotherapie, om malabsorptie of ingrijpende operaties aan het spijsverteringsstelsel en om het aangeboren ontbreken van minstens drie blijvende tanden.
Voor implantaten is de regeling strenger. Het ziekenfonds betaalt eenmalig twee implantaten terug om een volledige onderprothese vast te zetten, als u al minstens 12 maanden zo’n prothese draagt op een volledig tandeloze onderkaak.
Bijzondere regels bij kanker, anodontie en tandvleesproblemen
Hebt u door kanker of door anodontie (het ontbreken van blijvende tanden) een complexe tandherstelling nodig, dan wordt die sinds 1 januari 2020 terugbetaald. Sinds 1 juli 2024 geldt dat ook bij een belangrijke oligodontie, het aangeboren ontbreken van meerdere tanden. Voor die behandelingen betaalt u geen remgeld en geen supplement, ook niet bij een niet-geconventioneerde tandarts.
Voor tandvleesproblemen is er een parodontaal mondonderzoek, dat van 19 tot 65 jaar één keer per kalenderjaar gedeeltelijk wordt terugbetaald. Daarvoor moet uw tandarts eerst een verhoogde score voor het tandvlees vaststellen, en moet u in hetzelfde of het vorige jaar een terugbetaalde reiniging of een mondonderzoek gehad hebben.
Hoe krijgt u uw geld terug?
In de meeste gevallen gaat het vanzelf. De tandarts stuurt de gegevens van uw verstrekkingen elektronisch naar uw ziekenfonds, dat de tegemoetkoming op uw rekening stort. U betaalt de tandarts dus eerst het volledige honorarium, tenzij hij de derdebetalersregeling toepast: dan betaalt u meteen alleen uw eigen deel.
Houd er wel rekening mee dat het ziekenfonds alleen terugbetaalt wat in de officiële lijst van het RIZIV staat, tot het officiële bedrag. Vraag bij een grotere behandeling daarom vooraf een prijsraming en vraag welk deel het ziekenfonds zal terugbetalen. Zit u financieel krap, dan kan het OCMW soms helpen met een medische kaart. Vraag daarvoor bij uw OCMW na wat mogelijk is.