
Bij de dokter eerst het volledige honorarium betalen en daarna wachten tot uw ziekenfonds een deel terugstort: met de derdebetalersregeling hoeft dat niet. U betaalt alleen uw eigen deel en de zorgverlener rekent de rest rechtstreeks af met uw ziekenfonds. Hierna leest u wanneer die regeling verplicht is, wanneer u erom kunt vragen, wat u nog zelf betaalt en hoe ze past in de andere steun rond gezondheid en zorgkosten.
Wat is de derdebetalersregeling precies?
Bij een gewone consultatie betaalt u het volledige honorarium aan de zorgverlener. Uw ziekenfonds stort daarna het deel terug dat de verplichte ziekteverzekering voor zijn rekening neemt. Wat u uiteindelijk zelf draagt, heet het persoonlijk aandeel of remgeld.
Met de derdebetalersregeling valt dat voorschieten weg. De zorgverlener rekent de tegemoetkoming van de ziekteverzekering rechtstreeks aan bij uw ziekenfonds, en u betaalt aan de balie alleen uw persoonlijk aandeel. Bij een arts die niet geconventioneerd is, kan daar nog een supplement bij komen. De “derde betaler” is dus uw ziekenfonds: een derde partij naast u en uw zorgverlener.
Het RIZIV regelt het systeem op federaal niveau, als onderdeel van de verplichte ziekteverzekering en de bredere sociale zekerheid. Het geldt dus in heel België, los van de Vlaamse regelingen.
Wanneer is de derdebetalersregeling verplicht?
Sinds 1 januari 2022 mogen alle zorgverleners de derdebetalersregeling toepassen voor al hun patiënten en voor alle geneeskundige verstrekkingen: de huisarts, de tandarts, de kinesitherapeut, de logopedist, de apotheker enzovoort. Of ze dat ook doen, kiest de zorgverlener in de regel zelf.
In een beperkt aantal situaties is er geen keuze en moet de zorgverlener de regeling toepassen. Het gaat om deze gevallen:
| Zorgverlener | Wanneer verplicht? |
| Huisarts | Voor patiënten met een verhoogde tegemoetkoming, sinds 1 oktober 2015 (niet bij huisbezoeken) |
| Arts | Bij consultaties op afstand, voor alle patiënten, sinds 1 augustus 2022 |
| Tandarts | Bij moeilijke tandherstellingen bij kankerpatiënten of bij anodontie |
| Bandagist of orthopedisch technoloog | Voor stomamateriaal |
Verhoogde tegemoetkoming: wanneer moet de huisarts de regeling toepassen?
De belangrijkste verplichting geldt voor wie recht heeft op de verhoogde tegemoetkoming. Voor die patiënten moet de huisarts de derdebetalersregeling toepassen bij consultaties en bij de verstrekkingen tijdens die consultatie. Dat staat in artikel 53, § 1, 14de lid, van de gecoördineerde wet van 14 juli 1994 op de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, en het geldt zowel voor geconventioneerde als voor niet-geconventioneerde huisartsen. Ook in een huisartsenwachtpost is de regeling voor u verplicht.
De huisarts kan die verplichting niet omzeilen, zelfs niet als u er zelf om vraagt. Er zijn wel twee uitzonderingen: bij een huisbezoek en in een woonzorgcentrum mag de huisarts de regeling toepassen, maar hoeft hij dat niet. Verblijft u in een woonzorgcentrum, dan betaalt u dus niet altijd via de derde betaler.
Daarnaast mag een niet-geconventioneerde huisarts aan patiënten met een verhoogde tegemoetkoming geen ereloonsupplement meer aanrekenen. Dat verbod geldt sinds 1 januari 2025 voor wie het statuut automatisch krijgt en sinds 1 januari 2026 voor alle patiënten met een verhoogde tegemoetkoming.
Wie heeft dat statuut? Uw ziekenfonds kent het automatisch toe als u onder meer het leefloon (al drie maanden), de inkomensgarantie voor ouderen of een tegemoetkoming voor personen met een handicap van de FOD Sociale Zekerheid krijgt, of het Vlaamse zorgbudget voor ouderen met een zorgnood. In andere gevallen, bijvoorbeeld als alleenstaande ouder of als gepensioneerde, dient u een aanvraag in bij uw ziekenfonds, dat uw gezinsinkomen onderzoekt. Bent u alleenstaande en al minstens drie maanden werkloos of arbeidsongeschikt, of bent u als alleenstaande in invaliditeit, dan gaat uw ziekenfonds uw inkomen zelf na aan de hand van officiële gegevensbanken en hoeft u niets aan te vragen: ligt uw gecontroleerde inkomen onder de jaargrens voor een alleenstaande, dan krijgt u automatisch recht op de verhoogde tegemoetkoming.
Geen verhoogde tegemoetkoming? Zo krijgt u de regeling toch
Hebt u geen verhoogde tegemoetkoming, dan is de derdebetalersregeling bij een gewone consultatie in de praktijk niet verplicht. Sinds 2022 mag elke arts ze wel voor iedereen toepassen, ongeacht uw statuut of uw leeftijd. Of uw praktijk dat standaard doet of alleen op vraag, verschilt van arts tot arts.
Vraag er dus gewoon naar, het liefst bij het maken van de afspraak. Vroeger moest een arts nog rechtvaardigen waarom hij de regeling toepaste, bijvoorbeeld met een verklaring op erewoord over een financiële noodsituatie. Die formaliteit is sinds 1 januari 2022 afgeschaft: zit u tijdelijk krap, dan volstaat een eerlijk gesprek met uw arts. Bij een consultatie op afstand, zoals een videoconsultatie, hoeft u niets te vragen: daar is de regeling voor iedereen verplicht.
Wat betaalt u nog zelf met de derdebetalersregeling?
De derdebetalersregeling verandert niets aan het bedrag dat de ziekteverzekering betaalt: ze verandert alleen wie het geld voorschiet. U betaalt dus nog altijd uw remgeld. Een voorbeeld: bij een geconventioneerde en geaccrediteerde huisarts bedraagt het honorarium van een consultatie 33,74 €. Beheert die arts uw globaal medisch dossier, dan betaalt u als gewone verzekerde 4,00 €, met een verhoogde tegemoetkoming 1,00 €. Zonder derde betaler betaalt u eerst het volledige honorarium en wacht u op de terugbetaling.
Er bestaan ook gevallen waarin u helemaal niets betaalt. Sinds 1 oktober 2023 is het remgeld afgeschaft voor kinderen en jongeren tot en met 24 jaar met een verhoogde tegemoetkoming die een globaal medisch dossier hebben: bij een geconventioneerde huisarts of specialist betalen zij niets voor een consultatie of een huisbezoek. Bovendien mag een huisarts die de derdebetalersregeling toepast, afzien van het remgeld: dat aanrekenen is voor hem geen verplichting.
Wat de regeling niet dekt:
- Supplementen van een niet-geconventioneerde zorgverlener, voor zover die ze nog mag vragen.
- Zorg die de ziekteverzekering niet terugbetaalt, zoals verstrekkingen buiten de nomenclatuur.
- Het remgeld zelf, dat wel meetelt voor de maximumfactuur.
Geldt de derdebetalersregeling ook bij de tandarts, de kinesitherapeut en de apotheker?
Ook buiten de huisartsenpraktijk kunt u de derdebetalersregeling tegenkomen. Sinds 1 januari 2022 mag een tandarts ze toepassen voor alle tandheelkundige verstrekkingen, ongeacht uw leeftijd. Doet hij dat, dan moet hij de tarieven van het akkoord tussen tandartsen en ziekenfondsen naleven en mag hij geen ereloonsupplement aanrekenen.
Verplicht is de regeling bij de tandarts alleen bij moeilijke tandherstellingen voor kankerpatiënten of bij anodontie, de volledige afwezigheid van blijvende tanden. Hebt u een verhoogde tegemoetkoming, dan mag de tandarts u sinds 1 juli 2026 voor geen enkele ambulante verstrekking van artikel 5 van de nomenclatuur nog een supplement aanrekenen, of hij nu geconventioneerd is of niet. Bij de kinesitherapeut, de logopedist of de apotheker is de derdebetalersregeling eveneens mogelijk, maar niet verplicht: vraag vooraf hoe de praktijk werkt, zeker als u een lange reeks behandelingen voor de boeg hebt.
Welke papieren krijgt u nog?
Past uw zorgverlener de derdebetalersregeling toe, dan hoeft u geen getuigschrift voor verstrekte hulp meer naar uw ziekenfonds te sturen. In bepaalde gevallen krijgt u een bewijsstuk met wat u zelf betaalt, wat uw ziekenfonds betaalt en de totale kostprijs. Dat document is voor uw eigen administratie: u hoeft het niet door te sturen. Met uw toestemming kan de arts het ook naar uw eBox sturen.
Sinds 1 september 2025 moeten huisartsen, specialisten en tandartsen hun verstrekkingen in de regel elektronisch factureren, of ze nu de derdebetalersregeling toepassen of niet. Voor u betekent dat minder papier: ook als u niet via de derde betaler betaalt, hoeft u in de regel geen getuigschrift meer naar uw ziekenfonds te sturen. Neem bij een nieuwe zorgverlener uw identiteitskaart mee, want bij de derdebetalersregeling moet hij uw identiteit controleren. Beheert uw huisarts uw globaal medisch dossier, dan gebeurt die controle bij het openen van dat dossier. Wie geen elektronische identiteitskaart heeft, zoals een jong kind, gebruikt de ISI+-kaart van het ziekenfonds.
Wat als de huisarts de regeling weigert?
Hebt u een verhoogde tegemoetkoming en vraagt uw huisarts bij een consultatie in de praktijk toch het volledige honorarium, dan leeft hij de wet niet na. Een afspraak tussen arts en patiënt om de verplichting te omzeilen is niet geldig. Wijs de arts er rustig op dat u dat statuut hebt.
Blijft het probleem bestaan, neem dan contact op met uw ziekenfonds. Dat kan nagaan of uw statuut correct geregistreerd is en u uitleggen welke stappen u kunt zetten. Is de derdebetalersregeling voor u niet verplicht, dan kan de arts ze wel weigeren; u krijgt de tegemoetkoming dan gewoon achteraf van uw ziekenfonds terug. Wie van ziekenfonds wil veranderen, vindt meer uitleg bij het Neutraal Ziekenfonds en in onze gids over mutualiteiten.
Andere steun die uw zorgkosten verlaagt
De derdebetalersregeling lost het voorschieten op, maar niet de totale rekening. Daarvoor bestaan er andere regelingen. De maximumfactuur legt een plafond op het remgeld dat uw gezin per jaar betaalt, en een globaal medisch dossier bij uw huisarts verlaagt uw remgeld per consultatie. Staat het OCMW in voor uw medische kosten, dan factureert de huisarts via het systeem MediPrima en hebt u bij hem geen medische kaart meer nodig; bij een specialist in een privépraktijk blijft die kaart wel van belang.
Bent u langdurig ziek, lees dan ook onze uitleg over arbeidsongeschiktheid en de invaliditeitsuitkering: wie al drie maanden arbeidsongeschikt is, kan onder voorwaarden ook de verhoogde tegemoetkoming krijgen. Voor de verplaatsingen naar uw behandeling bestaat er daarnaast een regeling voor reiskosten van zorggebruikers, en wie mantelzorg opneemt, vindt de steun daarvoor op onze pagina over mantelzorg.