
Wordt u ziek, dan verliest u uw loon niet meteen: uw werkgever betaalt het eerst nog een tijd door. Dat heet het gewaarborgd loon, en het is de eerste schakel van de ziekte- en invaliditeitsverzekering voordat uw ziekenfonds overneemt. Hieronder leest u hoeveel dagen uw werkgever doorbetaalt, hoeveel procent u krijgt als arbeider of als bediende, welke termijnen u zelf moet naleven en wat er gebeurt wanneer u kort na uw werkhervatting opnieuw uitvalt.
Wat is gewaarborgd loon en wie heeft er recht op
Het gewaarborgd loon is het loon dat uw werkgever blijft betalen tijdens de eerste periode van uw arbeidsongeschiktheid. U valt dus niet onmiddellijk terug op een uitkering: pas als die eerste periode voorbij is, neemt het ziekenfonds over. Die volgorde verklaart waarom u de eerste weken vaak nog uw gewone nettoloon op uw rekening ziet verschijnen.
Het recht geldt voor werknemers met een arbeidsovereenkomst, zowel in de privésector als bij veel werkgevers in de openbare sector met contractueel personeel. Twee zaken bepalen wat u precies krijgt: uw statuut (arbeider of bediende) en het soort contract dat u hebt. Werkt u als zelfstandige, dan hebt u geen werkgever en dus ook geen gewaarborgd loon. Duurt uw ongeschiktheid hoogstens zeven dagen, dan krijgt u niets; duurt ze langer, dan betaalt uw ziekenfonds u vanaf de eerste dag van die ongeschiktheid.
Belangrijk is ook wat het gewaarborgd loon niet is. Het is geen uitkering en geen tegemoetkoming, maar gewoon loon: het is uw werkgever die het betaalt, niet uw ziekenfonds. Ook uw vakantiedagen en uw andere arbeidsvoorwaarden blijven tijdens die periode gewoon lopen.
Gewaarborgd loon als bediende
Bent u bediende met een contract van onbepaalde duur, dan betaalt uw werkgever u 30 dagen lang 100 % van uw normale loon door. Er geldt voor u geen anciënniteitsvoorwaarde: ook wie net in dienst is, heeft dat recht vanaf de eerste ziektedag.
Die dertig dagen zijn kalenderdagen, geen werkdagen. Weekends en feestdagen tellen dus mee, en de teller loopt gewoon door zolang uw ongeschiktheid duurt. Dat verschil is belangrijk: wie in werkdagen rekent, denkt al snel zes weken doorbetaald loon te krijgen terwijl het er in werkelijkheid vier zijn.
Twee groepen bedienden vallen buiten die regeling en volgen een getrapt systeem met eigen percentages: wie nog onder een proefbeding valt en wie een contract van bepaalde duur of voor een duidelijk omschreven werk van minder dan drie maanden heeft. Voor hen geldt 100 % van dag 1 tot en met dag 7, 86,93 % van dag 8 tot en met dag 14, en van dag 15 tot en met dag 30 nog 26,93 % van het deel van uw loon onder de loongrens en 86,93 % van het deel erboven. Ook hier is één maand anciënniteit vereist.
Die percentages lijken op die van de arbeider, maar ze zijn het niet: verwar de twee reeksen niet met elkaar. Wat uw contract u verder waarborgt, leest u in ons overzicht van de rechten van de werknemer.
Gewaarborgd loon als arbeider
Als arbeider krijgt u het gewaarborgd loon in schijven. De eerste week wordt volledig doorbetaald, daarna zakt het percentage en springt het ziekenfonds gedeeltelijk bij. In tegenstelling tot de bediende moet u wel minstens één maand ononderbroken in dienst zijn bij dezelfde werkgever.
Vanaf de vijftiende dag wordt het bedrag gesplitst volgens de loongrens die het RIZIV hanteert voor de primaire arbeidsongeschiktheidsuitkering (60 %), en die sinds 1 september 2026 op 189,3583 € bruto per dag ligt: op het deel onder die grens past uw werkgever een lager percentage toe, op het deel erboven een hoger. Dat oogt ingewikkeld, maar het komt erop neer dat u tot en met dag 30 samen met de tussenkomst van het ziekenfonds ongeveer uw gewone inkomen behoudt.
| Periode | Bediende (contract onbepaalde duur) | Arbeider |
| Dag 1 tot en met dag 7 | 100 % ten laste van de werkgever | 100 % ten laste van de werkgever |
| Dag 8 tot en met dag 14 | 100 % ten laste van de werkgever | 85,88 % ten laste van de werkgever |
| Dag 15 tot en met dag 30 | 100 % ten laste van de werkgever | 25,88 % van het deel onder de loongrens en 85,88 % van het deel erboven, plus 60 % van het ziekenfonds |
| Vanaf dag 31 | Uitkering van het ziekenfonds | Uitkering van het ziekenfonds |
Voorbeeld: een arbeider met een brutodagloon onder het plafond krijgt de eerste week zijn volledige loon, daarna een kleine week tegen 85,88 % en vanaf dag 15 een aanvulling van zijn werkgever bovenop de uitkering van zijn ziekenfonds.
De carenzdag bestaat niet meer
Lang was de eerste ziektedag van een arbeider onbetaald. Die carenzdag is afgeschaft: sinds 1 januari 2014 hebben arbeiders, net als bedienden, recht op gewaarborgd loon vanaf de allereerste dag van hun afwezigheid, hoe kort die ook is.
De afschaffing maakte deel uit van de gelijkschakeling van het statuut van arbeiders en bedienden. Voor een afwezigheid van één of twee dagen betekent dat concreet dat uw werkgever u gewoon doorbetaalt, op voorwaarde dat u de regels rond verwittigen en attest naleeft.
Wat u zelf moet doen om uw gewaarborgd loon niet te verliezen
Uw eerste plicht is onmiddellijk verwittigen. U laat uw werkgever dezelfde dag nog weten dat u ziek bent, op de manier die in uw arbeidsreglement staat. Wie dat nalaat, riskeert voor de dagen vóór de verwittiging zijn gewaarborgd loon te verliezen.
Daarnaast bezorgt u een medisch attest wanneer uw arbeidsreglement of uw sector daarin voorziet. Legt geen van beide een termijn op, dan geldt de wettelijke termijn van twee werkdagen: vanaf de dag van uw arbeidsongeschiktheid, of, als het getuigschrift enkel op verzoek van uw werkgever vereist is, vanaf de dag waarop u dat verzoek ontvangt. Een te laat bezorgd attest is een van de meest voorkomende redenen waarom een werkgever het gewaarborgd loon weigert.
U hoeft trouwens niet voor elke korte afwezigheid naar de dokter. U kunt twee keer per kalenderjaar een ziektedag opnemen zonder medisch attest, ook wanneer uw arbeidsreglement of uw sector er normaal wel een vraagt. Het gaat telkens om de eerste dag van een ziekteperiode: duurt uw afwezigheid langer, dan hebt u vanaf de tweede dag opnieuw een attest nodig.
Uw werkgever mag u tijdens uw ziekte laten controleren door een controlearts. Weigert u die controle of bent u zonder geldige reden niet thuis tijdens de uren waarop u beschikbaar moet zijn, dan onttrekt u zich aan de medische controle en verliest u het recht op gewaarborgd loon voor de dagen vóórdat u zich alsnog aan die controle onderwerpt. De controlearts oordeelt enkel over uw arbeidsongeschiktheid, niet over uw behandeling.
Herval: wanneer uw werkgever niet opnieuw betaalt
Wordt u opnieuw ziek kort nadat u het werk hebt hervat, dan spreekt men van herval. In dat geval telt de nieuwe afwezigheid als een voortzetting van de vorige ziekteperiode en betaalt uw werkgever geen tweede keer een volledige periode gewaarborgd loon: u krijgt hoogstens het saldo dat nog overbleef.
De termijn waarbinnen dat geldt, is verlengd. Voor ongeschiktheden die beginnen vanaf 1 januari 2026 loopt die termijn van veertien dagen naar acht weken na het einde van uw vorige arbeidsongeschiktheidsperiode. Levert u een attest af waaruit blijkt dat het om een andere aandoening gaat, dan geldt de hervalregel niet en begint er wel een nieuwe periode.
Praktisch betekent dit dat een te snelle werkhervatting u geld kan kosten. Hervat u het werk terwijl u nog niet hersteld bent en valt u binnen die acht weken opnieuw uit, dan valt u veel sneller terug op de uitkering van uw ziekenfonds dan bij een eerste ziekteperiode.
Na dertig dagen: het ziekenfonds neemt over
Zodra uw gewaarborgd loon op is, betaalt uw ziekenfonds een uitkering. U zit dan in de primaire arbeidsongeschiktheid, die het eerste jaar van uw ongeschiktheid dekt. Hoe die periode verloopt en wie beslist of u arbeidsongeschikt blijft, leest u in ons artikel over arbeidsongeschiktheid.
Die uitkering bedraagt 60 % van uw brutodagloon, en uw loon telt daarbij maar mee tot de loongrens van 189,3583 € per dag. In de praktijk komt dat sinds 1 september 2026 neer op een uitkering van hoogstens 113,62 € per dag. Reken er dus op dat uw inkomen daalt zodra dag 31 in zicht komt, en bekijk tijdig welke kosten u kunt drukken.
Duurt uw ongeschiktheid langer dan één jaar, dan gaat u over naar de invaliditeit. Uw uitkering wordt dan berekend aan 65 % van uw begrensde brutodagloon als u gezinslast hebt, 55 % als u alleenstaande bent en 40 % als u samenwonende bent. De bedragen en voorwaarden van die volgende fase staan in ons artikel over de invaliditeitsuitkering.
Situaties met hun eigen regels
Niet elke afwezigheid valt onder dezelfde regeling. Bij een arbeidsongeval of een ongeval op de weg van en naar het werk is het niet uw werkgever maar de arbeidsongevallenverzekeraar die tussenkomt, met eigen percentages en een eigen aangifteprocedure.
Ook uw arbeidsregime speelt mee. Werkt u deeltijds, dan wordt het gewaarborgd loon berekend op basis van uw deeltijdse loon. Bent u tijdelijk werkloos op het ogenblik dat u ziek wordt, dan valt u niet terug op uw werkgever maar op een uitkering.
Wie een flexi-job uitoefent of via meerdere werkgevers werkt, bekijkt best per contract wat er van toepassing is: elk contract heeft zijn eigen teller. Wordt uw contract beëindigd tijdens uw ziekte, dan blijven de regels rond de opzegtermijn en ontslag onverkort gelden.
Welke steun kunt u krijgen als uw inkomen daalt
Een lange ziekteperiode drukt op uw budget zodra het gewaarborgd loon op is. Via uw ziekenfonds kunt u nagaan of u recht hebt op de verhoogde tegemoetkoming, die uw remgeld bij de dokter en in het ziekenhuis flink verlaagt.
Blijft u langdurig ziek, dan bestaan er nog andere vormen van steun: het zorgforfait voor chronisch zieken, de medische kaart van het OCMW wanneer u uw zorgkosten niet meer kunt betalen, en in het uiterste geval het leefloon. Komt u financieel niet meer rond, dan kunt u ook aankloppen voor een collectieve schuldenregeling.
Ten slotte loont het om te kijken of een aangepaste werkregeling mogelijk is. Wie zorg draagt voor een ziek familielid, kan gebruikmaken van de thematische verlofdagen, het tijdskrediet of de loopbaanonderbreking, telkens met een uitkering van de RVA.