
Een beroepsziekte is een ziekte die u oploopt door de risico’s van uw job, zoals stof, lawaai, trillingen of zwaar tilwerk. Anders dan bij een gewone ziekte valt u daarvoor niet alleen terug op de ziekteverzekering: het federaal agentschap Fedris kan uw ziekte erkennen en u een eigen vergoeding toekennen. Of u recht hebt, hangt af van uw statuut, van de aard van uw ziekte en van wat u kunt bewijzen over de risico’s op uw werk. Daarnaast bepalen de duur van uw ongeschiktheid en uw loon hoeveel u krijgt.
Wat is een beroepsziekte?
Er bestaat in België geen wettelijke definitie van een beroepsziekte. Een ziekte wordt erkend wanneer ze aan specifieke voorwaarden voldoet, en die voorwaarden verschillen naargelang de ziekte al dan niet op de officiële lijst van beroepsziekten staat. In de regel moet u in beide gevallen aantonen dat u tijdens uw werk bent blootgesteld aan het beroepsrisico dat die ziekte kan veroorzaken. Voor een beperkte groep ziekten die de overheid daarvoor heeft aangewezen, hoeft u die blootstelling niet apart te bewijzen.
Die blootstelling moet eigen zijn aan uw beroep, duidelijk hoger liggen dan bij de bevolking in het algemeen en volgens de medische kennis de overwegende oorzaak van de ziekte zijn in de groepen die eraan blootgesteld worden. Een beroepsziekte ontstaat dus meestal geleidelijk, terwijl een arbeidsongeval altijd een plotselinge gebeurtenis veronderstelt. Dat verschil bepaalt ook wie u betaalt: bij een arbeidsongeval is dat de verzekeraar van uw werkgever, bij een beroepsziekte in de privésector Fedris zelf.
Een ziekte die niets met uw werk te maken heeft, blijft een gewone ziekte. Dan krijgt u eerst gewaarborgd loon van uw werkgever en daarna een uitkering van uw ziekenfonds. Meer over dat gewone stelsel leest u in onze gids over arbeidsongeschiktheid.
Lijstsysteem of open systeem: wat moet u bewijzen?
Staat uw ziekte op de Belgische lijst van beroepsziekten, dan spreekt men van het lijstsysteem. U moet dan bewijzen dat u aan die ziekte lijdt en dat u aan het risico werd blootgesteld. Het oorzakelijk verband tussen de ziekte en uw concrete werk hoeft u niet apart aan te tonen: voldoet u aan de criteria die Fedris per ziekte hanteert, dan kan de ziekte erkend en vergoed worden.
Staat uw ziekte niet op de lijst, dan valt u onder het open systeem. De lat ligt daar hoger: u moet aantonen dat u de ziekte in uw concrete geval niet zou hebben opgelopen als u dat werk niet had gedaan. Fedris spreekt van een rechtstreeks en doorslaggevend oorzakelijk verband. Het onderzoek duurt in dat geval vaak langer, omdat er geen vooraf vastgelegde criteria voor de blootstelling bestaan.
Welke beroepsziekten komen vaak voor?
Beroepsziekten zijn niet beperkt tot zware industrie. Ook in de zorg, de bouw, de voeding of de schoonmaak lopen werknemers risico’s die na jaren tot een erkende ziekte kunnen leiden. Fedris noemt een aantal aandoeningen die het vaak erkent, telkens met de werkomstandigheden waarin ze typisch ontstaan.
De lijst hieronder is een selectie en geen volledige opsomming. Ook een andere ziekte kan erkend worden, zolang het verband met uw werk wordt aangetoond via het open systeem.
- Aandoeningen van spieren en pezen, zoals tendinitis of het carpaletunnelsyndroom, bij repetitieve bewegingen of trillend gereedschap zoals slijpers, breekhamers of kettingzagen (niet bij louter computerwerk).
- Ademhalingsziekten, zoals stoflongen en asbestgerelateerde aandoeningen, door stof, meelstof of chemische stoffen.
- Gehoorschade, zoals doofheid of hardhorigheid, na langdurig lawaai in de bouw-, metaal- of muzieksector.
- Huidziekten, zoals contacteczeem, bij kappers, schoonmakers, zorgpersoneel of in de chemie.
- Rug- en gewrichtsaandoeningen door zwaar fysiek werk, tillen of belastende houdingen.
- Infectieziekten, zoals tuberculose of hepatitis bij zorgverleners.
Wie is verzekerd tegen beroepsziekten?
De meeste werknemers zijn automatisch verzekerd: u hoeft zelf niets af te sluiten en uw werkgever ook niet. Het stelsel dat Fedris uitvoert, geldt voor werknemers in de privésector en voor het personeel van provinciale en gemeentelijke overheden. Ook mijnwerkers, zeevarenden van de koopvaardij, personen die een beroepsherscholing volgen na ziekte of werkloosheid, scholieren en studenten, en leerjongens en stagiairs vallen eronder, zelfs als ze geen loon krijgen.
Voor andere statuten gelden aparte regels. Het personeel van de federale overheid valt onder een eigen stelsel waarin de overheid zelf de beroepsziekte regelt en de medische beoordeling bij een dienst zoals Medex ligt; de personeelsdienst is daar uw eerste aanspreekpunt. Ook voor de politie, militairen en het personeel van de NMBS bestaat een specifieke regeling. Uw rechten als werknemer hangen dus af van wie uw werkgever is.
Zelfstandigen zijn niet automatisch verzekerd tegen beroepsziekten. Zij vallen onder de ziekte- en invaliditeitsverzekering voor zelfstandigen, die geen specifieke bescherming tegen beroepsziekten biedt. Werkt u als freelancer of combineert u een job met een zelfstandige activiteit in bijberoep, dan kunt u voor die activiteit met vragen terecht bij uw ziekenfonds of het RSVZ.
Een beroepsziekte aanvragen bij Fedris: zo gaat u te werk
Werkt u in de privésector, dan dient u de aanvraag rechtstreeks bij Fedris in. U vult zelf formulier 501 in, de aanvraag tot schadeloosstelling, en uw arts vult formulier 503 in, het medisch getuigschrift. Beide formulieren bestaan elektronisch en op papier; Fedris geeft de voorkeur aan de elektronische weg omdat het dossier dan vlotter loopt.
Bij de formulieren voegt u de medische bewijsstukken die op formulier 503 worden gevraagd. Documenten die uw blootstelling aantonen, zoals een attest van uw werkgever of een taakbeschrijving, zijn welkom maar niet verplicht. De formulieren en de elektronische aanvraag vindt u op de pagina van Fedris over de aanvraag. Een papieren dossier stuurt u naar Fedris, Toekenning beroepsziekten, Sterrenkundelaan 1, 1210 Brussel.
Werkt u voor een provincie of gemeente, dan gebruikt u formulier 601 en laat u uw arts formulier 603 invullen. U bezorgt alles aan uw werkgever, die de aanvraag doorstuurt naar Fedris. Liep u de ziekte op bij een buitenlandse werkgever, dan neemt u contact op met de bevoegde instantie in dat land.
Wat gebeurt er na uw aanvraag?
Fedris controleert eerst of uw dossier volledig is en of u onder een statuut valt dat toegang geeft tot de regeling. Ontbreekt er iets, dan neemt Fedris in de privésector rechtstreeks contact met u op. Daarna volgen een medisch onderzoek door een arts van Fedris, waarvoor u per brief kunt worden uitgenodigd, en een blootstellingsonderzoek door ingenieurs van Fedris, die kijken naar de duur, de intensiteit en de frequentie van uw blootstelling.
Als werknemer in de privésector krijgt u de gemotiveerde beslissing per aangetekende brief, via uw eBox of via de post. Bij een provinciale of gemeentelijke overheid bezorgt Fedris een advies aan uw werkgever, die zelf de definitieve beslissing neemt. Verder hoeft u tijdens de procedure niets te doen, tenzij Fedris bijkomende informatie vraagt.
Hoeveel bedraagt de vergoeding bij tijdelijke arbeidsongeschiktheid?
Kunt u door een beroepsziekte tijdelijk niet werken, dan kan Fedris u een vergoeding voor tijdelijke arbeidsongeschiktheid toekennen. De ongeschiktheid moet minstens 15 dagen duren en u dient de aanvraag in terwijl de symptomen aanwezig zijn. De vergoeding kan ten vroegste ingaan 365 dagen vóór de datum van uw aanvraag, dus wacht niet te lang.
Bij volledige arbeidsongeschiktheid krijgt u 90 % van uw dagloon, dat is uw basisloon gedeeld door 365, en dat voor elke kalenderdag, ook in het weekend en op feestdagen. Werkt u nog gedeeltelijk, dan compenseert de vergoeding het loonverlies tussen uw vroegere en uw huidige loon. Het basisloon is het loon waarop u recht had tijdens de vier volledige kwartalen vóór uw aanvraag.
Het basisloon is begrensd. Voor beroepsziekten vanaf 1 januari 2026 telt Fedris maximaal 58.096,10 € per jaar mee; wat u daarboven verdiende, speelt geen rol. Een voorbeeld van Fedris zelf: met een basisloon van 45.000 € bedraagt het dagloon 123,29 € en de vergoeding 110,96 € per dag.
Terwijl Fedris uw dossier onderzoekt, loopt uw inkomen niet vanzelf door. Eerst betaalt uw werkgever het gewaarborgd loon. Loopt die periode af en kunt u nog altijd niet werken, dan valt u terug op de uitkering van uw ziekenfonds. Wordt uw beroepsziekte later erkend, dan rekent Fedris die bedragen mee bij de achterstallen. Blijft uw inkomen intussen laag, kijk dan ook of u recht hebt op de verhoogde tegemoetkoming voor uw medische kosten.
Blijvende arbeidsongeschiktheid: hoe wordt uw rente berekend?
Heeft uw beroepsziekte blijvende gevolgen, dan kan Fedris een vergoeding voor blijvende arbeidsongeschiktheid toekennen, in officiële documenten een rente genoemd. De arts van Fedris legt een graad van arbeidsongeschiktheid vast, uitgedrukt in procent. Die graad wordt vermenigvuldigd met uw basisloon in de privésector, of met uw jaarlijkse bezoldiging bij een provincie of gemeente.
Anders dan de vergoeding voor tijdelijke ongeschiktheid staat de rente los van uw concrete tewerkstelling: ze vergoedt het blijvend verlies aan verdienvermogen. In de privésector betaalt Fedris de rente maandelijks, vanaf de datum waarop de blijvende ongeschiktheid ingaat, maar nooit vroeger dan 120 dagen vóór uw aanvraag. Het voorbeeld van Fedris: een basisloon van 40.000 € en een graad van 20 % geven een rente van 8.000 € per jaar.
Voor lage graden gelden alleen in de privésector wettelijke verminderingen, en niet elke rente volgt de index. De tabel vat de regels samen.
| Graad van blijvende ongeschiktheid | Wat er met de rente gebeurt |
| Minder dan 5 % | Rente met de helft verminderd (enkel privésector) |
| Van 5 % tot en met 9 % | Rente met een vierde verminderd (enkel privésector) |
| Vanaf 10 % | Geen vermindering (enkel privésector) |
| Lager dan 16 % | Rente niet gekoppeld aan de index |
| 16 % of meer | Rente gekoppeld aan de index van de consumptieprijzen |
Wordt uw gezondheid later slechter, dan kunt u op elk moment een herziening vragen, ook jaren na de erkenning. U gebruikt daarvoor opnieuw formulier 501 en 503, met recente medische verslagen. Een hogere vergoeding kan ten vroegste ingaan 60 dagen vóór uw herzieningsaanvraag. Moet u door uw beroepsziekte geholpen worden bij dagelijkse handelingen zoals zich wassen of aankleden, dan kunt u in de privésector een extra forfaitaire vergoeding voor hulp van een andere persoon krijgen. Die vraagt u aan met formulier 505, dat een arts invult. Helpt een familielid u, lees dan ook onze gids over mantelzorg.
Medische kosten en verplaatsingen: wat betaalt Fedris terug?
Met een erkende beroepsziekte kunt u recht hebben op de terugbetaling van de medische kosten die nodig zijn om de ziekte te behandelen: doktersbezoeken, ziekenhuisopnames, kinesitherapie, geneesmiddelen en hulpmiddelen zoals een hoorapparaat, een bril of een orthopedisch toestel. Eerst betaalt uw ziekenfonds zijn deel volgens het officiële tarief, daarna kan Fedris het remgeld vergoeden.
Rekent een zorgverlener meer dan het officiële tarief, dan blijft het verschil voor uw rekening. Voor de terugbetaling bezorgt u Fedris de juiste documenten: een getuigschrift GZ2 voor een doktersbezoek, een voorschrift GZ1 voor geneesmiddelen of een getuigschrift GZ3 voor kinesitherapie, telkens met een kleefbriefje van uw ziekenfonds. Vermeld altijd uw dossiernummer.
Ook verplaatsingskosten kunnen terugbetaald worden als u zich verplaatst op vraag van Fedris of van de arbeidsrechtbank. Daarnaast bestaan er vaste forfaits: 0,70 € per kalenderdag tijdens een periode van tijdelijke arbeidsongeschiktheid en 20 € per maand bij een blijvende ongeschiktheid met minstens 50 % fysieke ongeschiktheid. Parkeerkosten worden nooit terugbetaald.
Stopzetting van schadelijk werk en herscholing
Soms is het gevaarlijker om verder te werken dan om te stoppen. In de privésector kan Fedris daarom voorstellen dat u het schadelijke werk tijdelijk of definitief stopzet. Dat kan bij een erkende beroepsziekte, bij de eerste symptomen of zelfs bij een verhoogd risico, nog vóór u klachten hebt. Ook de arbeidsarts van uw bedrijf kan Fedris daarvoor contacteren.
Bij een tijdelijke stopzetting krijgt uw werkgever 15 dagen om te reageren en wordt eerst bekeken of aangepast werk mogelijk is. Betaalt dat werk minder, dan kan Fedris het loonverlies compenseren. Is er geen aangepast werk, dan krijgt u dezelfde vergoeding als bij volledige tijdelijke ongeschiktheid, 90 % van uw basisloon, en mag u geen andere beroepsactiviteit uitoefenen.
Stopt u definitief en kunt u in het bedrijf geen ander werk doen, dan kan een herscholing volgen, bijvoorbeeld een opleiding bij de VDAB. De opleiding is gratis, en tijdens de hele herscholing krijgt u een vergoeding alsof u 100 % blijvend arbeidsongeschikt bent. Weigert u het voorstel en blijft u het schadelijke werk doen, dan verliest u uw aanspraak op een vergoeding als u later hervalt of als de ziekte daardoor verergert.
Belastingen en pensioen: wat verandert er aan uw vergoeding?
De fiscus behandelt niet elke vergoeding van Fedris op dezelfde manier. De vergoeding voor tijdelijke arbeidsongeschiktheid is een vervangingsinkomen: er wordt bedrijfsvoorheffing op ingehouden, u krijgt een fiscale fiche en het bedrag staat meestal al ingevuld in uw aangifte via Tax-on-web. Wat de FOD Financiën verder doet, leest u in onze uitleg over die overheidsdienst.
Bij blijvende arbeidsongeschiktheid hangt het af van de graad. Tot en met 20 % is de rente niet belastbaar en hoeft u niets aan te geven. Boven 20 % is alleen het deel dat overeenstemt met de graad boven die grens belastbaar. Vanaf het moment dat u een rust- of overlevingspensioen ontvangt, beschouwt de fiscus de rente van Fedris niet langer als belastbaar inkomen.
Bij uw pensioen verandert in de privésector ook het bedrag. Vanaf de eerste dag van de maand waarin u voor het eerst een wettelijk pensioen krijgt, wordt uw rente vervangen door een vast maandbedrag dat afhangt van uw graad van ongeschiktheid. De erkenning van uw beroepsziekte blijft behouden, net als de terugbetaling van uw medische kosten. Wanneer u met pensioen kunt gaan, leest u in onze gids over de pensioenleeftijd.
Bent u niet akkoord met de beslissing van Fedris?
Gaat u niet akkoord met de weigering van uw erkenning, met de graad van arbeidsongeschiktheid of met de toegekende vergoeding, dan kunt u de beslissing aanvechten bij de arbeidsrechtbank. U doet dat binnen één jaar na de datum waarop de beslissing u werd meegedeeld, met een verzoekschrift op tegenspraak of een dagvaarding.
Fedris zelf kan geen uitspraak doen over uw beroep, maar de dienst Geschillen geeft wel praktische uitleg over uw dossier. Gaat uw klacht niet over de beslissing maar over de manier waarop Fedris u behandelde, dan dient u een klacht over de dienstverlening in, bijvoorbeeld via het online klachtenformulier.
Overlijden door een beroepsziekte: de rechten van de nabestaanden
Overlijdt iemand als rechtstreeks gevolg van een erkende beroepsziekte, dan kunnen de nabestaanden recht hebben op een tegemoetkoming van Fedris. Het gaat om de partner, de kinderen, de ouders, de kleinkinderen en de broers of zussen van het slachtoffer, al heeft niet elke nabestaande automatisch recht op een tussenkomst. Fedris onderzoekt dat per situatie.
Mogelijk zijn een jaarlijkse vergoeding en de terugbetaling van begrafeniskosten en overbrengingskosten. U bezorgt Fedris altijd de overlijdensakte, voor de kosten de facturen en betalingsbewijzen, en voor een jaarlijkse vergoeding formulier 340. Voor de partner is daarnaast het overlevingspensioen een aparte regeling die u bij de pensioendienst aanvraagt.