
Wie elke dag incontinentiemateriaal nodig heeft, ziet die uitgaven het hele jaar terugkomen. Het incontinentieforfait is een jaarlijks bedrag van uw ziekenfonds dat een deel van die kosten opvangt voor wie thuis woont. Er bestaan twee forfaits: 648,08 € per jaar voor afhankelijke personen en 211,53 € per jaar bij onbehandelbare urine-incontinentie. U leest hier wie recht heeft op welk forfait, hoe de aanvraag verloopt en welke andere steun bij gezondheids- en zorgkosten u kunt combineren.
Wat is het incontinentieforfait?
Het incontinentieforfait is een tegemoetkoming van de verplichte ziekteverzekering voor mensen die thuis wonen en kampen met incontinentie. Het is geen terugbetaling op basis van kasticketjes, maar een vast bedrag per jaar dat het ziekenfonds toekent en uitbetaalt. Het geld is bedoeld voor de kosten van uw incontinentiemateriaal.
De regeling is federaal en geldt dus in heel België, binnen de sociale zekerheid. Er zijn twee verschillende forfaits: het forfait voor afhankelijke personen (in de praktijk vaak het grote forfait genoemd) en het forfait voor onbehandelbare urine-incontinentie (het kleine forfait). In de regel krijgt u in een periode van twaalf maanden maar één forfait; op die regel bestaat één uitzondering, die verderop aan bod komt. Volgens cijfers van het RIZIV werden in 2024 88.331 kleine en 72.575 grote forfaits toegekend.
Hoeveel bedraagt het incontinentieforfait in 2026?
De bedragen worden elk jaar geïndexeerd. Op 1 januari 2026 stegen alle federale forfaits met 2,72 %. In de regel wordt het forfait één keer per jaar betaald: er moeten minstens 12 maanden verstreken zijn sinds de vorige toekenning voor u een nieuw forfait krijgt.
Welk forfait u krijgt, hangt af van uw situatie: bent u zwaar zorgbehoevend en krijgt u thuisverpleging, of hebt u vooral last van urineverlies dat niet meer te behandelen is? De bedragen voor 2026 op een rij:
| Forfait | Voor wie | Bedrag per jaar (2026) |
| Forfait voor afhankelijke personen | Zwaar zorgbehoevenden met thuisverpleging (forfait B of C) en score 3 of 4 voor incontinentie | 648,08 € |
| Forfait voor onbehandelbare urine-incontinentie | Wie geen recht heeft op het grote forfait, thuis woont en urine-incontinentie heeft die niet meer te behandelen is | 211,53 € |
Het bedrag is een forfait: u krijgt hetzelfde bedrag, ongeacht hoeveel materiaal u echt gebruikt. Hebt u een laag inkomen, kijk dan ook of u recht hebt op de verhoogde tegemoetkoming van het ziekenfonds.
Wie heeft recht op het forfait voor afhankelijke personen?
Dit forfait is bedoeld voor mensen die thuis zware verpleegkundige zorg krijgen. De thuisverpleegkundige vult daarvoor een Katz-schaal in: een rooster dat meet hoe zelfstandig u zich kunt wassen, aankleden, verplaatsen, eten en naar het toilet gaan. Op dat rooster moet voor het criterium incontinentie een score 3 of 4 staan.
Daarnaast moet de adviserend arts van uw ziekenfonds gedurende minstens 4 maanden, berekend binnen de 12 maanden vóór de beslissing, akkoord gegaan zijn met verpleegkundige zorg waarvoor de thuisverpleging een forfait B of C mag aanrekenen. Het forfait kan ook toegekend worden als de thuisverpleging de palliatieve forfaits PB of PC aanrekent. En u moet thuis wonen.
Gebeurt dat toch niet, terwijl u denkt dat u aan de voorwaarden voldoet? Dan kan voor dit forfait elke arts, ook uw huisarts, het aanvraagformulier invullen. Het ziekenfonds moet dat attest ontvangen binnen 3 maanden na de ondertekening. Wie een globaal medisch dossier heeft, bespreekt dit het makkelijkst met de vaste huisarts.
Wie heeft recht op het forfait voor onbehandelbare urine-incontinentie?
Het kleine forfait is er voor wie niet in aanmerking komt voor het forfait voor afhankelijke personen, maar wel lijdt aan een onbehandelbare vorm van urine-incontinentie: urineverlies dat met een behandeling niet meer onder controle te krijgen is. Het gaat uitsluitend om urine-incontinentie. Wie alleen last heeft van stoelgangverlies (fecale incontinentie), komt voor dit forfait niet in aanmerking.
U moet aan alle voorwaarden hieronder tegelijk voldoen. Let vooral op de laatste: wie de voorbije twaalf maanden al een tegemoetkoming kreeg voor bepaald incontinentiemateriaal, krijgt het forfait pas als die twaalf maanden voorbij zijn.
- U lijdt aan een onbehandelbare urine-incontinentie, vastgesteld door een arts.
- U hebt de 12 voorgaande maanden geen incontinentieforfait gekregen.
- U woont thuis.
- U kreeg de 12 maanden vóór de beslissing geen tegemoetkoming voor autosondage of voor incontinentiemateriaal dat de ziekteverzekering apart terugbetaalt (bijvoorbeeld een penishuls of urinezakken via een orthopedisch technoloog).
Het attest moet ingevuld worden door een huisarts of een arts in de urologie, gynaecologie, geriatrie of pediatrie. De arts beschrijft welke onderzoeken en behandelingen al gebeurd zijn en waarom de incontinentie onbehandelbaar is. Tegemoetkomingen voor stomamateriaal vallen niet onder het cumulverbod: die kunt u wel naast het kleine forfait krijgen.
Hoe vraagt u het incontinentieforfait aan?
Voor het kleine forfait en voor het grote forfait (als het niet automatisch komt) is er één gezamenlijk aanvraagformulier. Uw behandelend arts vult het in en u bezorgt het aan uw ziekenfonds, dat het voorlegt aan de adviserend arts. De datum waarop het ziekenfonds het attest ontvangt, geldt als startdatum van het akkoord en van de beslissing.
Sinds 1 januari 2026 kan de arts het formulier niet meer als beveiligde elektronische kopie versturen. Volgens het RIZIV wordt er een nieuwe elektronische oplossing in de software van de artsen ontwikkeld, maar die is nog niet beschikbaar. De aanvraag verloopt in vier stappen:
- Bespreek uw incontinentie met uw arts. Dat is voor veel mensen de moeilijkste stap, maar zonder attest is er geen forfait.
- De arts vult het aanvraagformulier in. Voor het kleine forfait beschrijft hij de onderzoeken en behandelingen die al gebeurd zijn.
- U bezorgt het attest aan uw ziekenfonds. Het moet er binnen 3 maanden na de ondertekening door de arts toekomen.
- Het ziekenfonds beslist en betaalt. De adviserend arts geeft zijn akkoord en het ziekenfonds controleert de andere voorwaarden, zoals het thuis wonen.
Na de eerste toekenning van het kleine forfait hoeft u niet elk jaar opnieuw aan te vragen. Een jaar na die eerste toekenning gaat het ziekenfonds uit eigen beweging elke maand na of u een nieuw forfait kunt krijgen, zolang het akkoord van de adviserend arts loopt. Loopt uw akkoord af, dan dient u een nieuw attest in: komt dat aan binnen de 3 maanden vóór of na het einde van het oude akkoord, dan sluit het nieuwe akkoord er naadloos op aan.
Wat betekent “thuis wonen” voor het incontinentieforfait?
Beide forfaits zijn er alleen voor wie thuis woont. Het ziekenfonds kijkt daarvoor naar de laatste dag vóór de beslissing. Verblijft u op die dag in een woonzorgcentrum, een ziekenhuis of een psychiatrisch verzorgingstehuis, dan krijgt u het forfait niet. Woont uw naaste in een woonzorgcentrum, lees dan hoe de tussenkomst in de kosten van het rusthuis werkt.
Niet elke opname telt als verblijf in een instelling. Gaat u overdag naar een dagverzorgingscentrum, woont u in een initiatief voor beschut wonen of wordt u opgenomen in een dienst voor dag- of nachtverpleging van een ziekenhuis, dan blijft u voor het forfait gewoon thuis wonen. Voor het kleine forfait telt ook een opname in bepaalde acute diensten van een algemeen ziekenhuis niet als verblijf in een instelling.
Kunt u beide forfaits combineren?
De twee forfaits stapelen niet: in de regel krijgt u één forfait per twaalf maanden. Er is één uitzondering. Krijgt u eerst het kleine forfait en voldoet u binnen die twaalf maanden aan de voorwaarden voor het forfait voor afhankelijke personen, dan kent het ziekenfonds u dat grote forfait toe. Het trekt er wel het bedrag van het kleine forfait af voor de maanden die nog liepen. Die pro-rataberekening gebeurt per maand.
Overlijdt iemand nadat hij aan alle voorwaarden voldeed, maar vóór de betaling, dan blijft het forfait verschuldigd. Wie een naaste verzorgt, kan daarnaast kijken naar steun voor mantelzorgers, zoals een mantelzorgpremie, die sommige gemeenten geven.
Welke andere steun bestaat er bij incontinentie en zware zorg?
Het incontinentieforfait is een vast bedrag en dekt niet noodzakelijk al uw kosten. Daarom loont het om na te gaan welke andere tegemoetkomingen u kunt krijgen. Wie veel remgeld betaalt én zich in een afhankelijkheidssituatie bevindt (bijvoorbeeld met thuisverpleging met forfait B of C), kan ook recht hebben op het zorgforfait voor chronisch zieken. De maximumfactuur beperkt bovendien wat uw gezin per jaar aan remgeld betaalt.
In Vlaanderen bestaat het zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden van de Vlaamse sociale bescherming, dat u aanvraagt via uw zorgkas. Hebt u een handicap, dan kan het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH) daarnaast een jaarlijkse tegemoetkoming geven voor absorberend incontinentiemateriaal. Niet elke vorm van incontinentie komt daarvoor in aanmerking. Hulp aan huis bij de verzorging vindt u bij een dienst voor gezinszorg.