
Het overbruggingsrecht is het vangnet van de sociale zekerheid voor zelfstandigen die hun zaak gedwongen moeten onderbreken of stopzetten, bijvoorbeeld na een faillissement, een brand of een natuurramp, of omdat ze door economische moeilijkheden niet verder kunnen. U kunt dan onder voorwaarden een maandelijkse uitkering van 1.704,40 € zonder gezinslast of 2.128,11 € met gezinslast krijgen, en bij een onderbreking van minstens een volledige kalendermaand behoudt u uw rechten in de ziekteverzekering zonder bijdragen te betalen. U leest hier in welke situaties en onder welke voorwaarden u er recht op hebt, hoe lang het duurt en hoe u het aanvraagt. Meer steun voor ondernemers vindt u in onze rubriek onderneming.
Wat is het overbruggingsrecht voor zelfstandigen?
Het overbruggingsrecht is een regeling uit het sociaal statuut van de zelfstandigen. Ze geeft u een tijdelijk vervangingsinkomen als u uw zelfstandige activiteit niet meer kunt voortzetten door een gebeurtenis die u niet zelf in de hand had, of omdat uw zaak financieel niet meer rendeert. Een werknemer die zijn job onvrijwillig verliest, kan onder voorwaarden een werkloosheidsuitkering krijgen. Voor de zelfstandige bestaat er een eigen vangnet: het overbruggingsrecht.
Het overbruggingsrecht bestaat uit twee delen. U krijgt een maandelijkse uitkering en u behoudt uw rechten op geneeskundige verzorging en op uitkeringen bij arbeidsongeschiktheid, invaliditeit en moederschap, zonder dat u daarvoor sociale bijdragen moet betalen. Onder bepaalde voorwaarden hebt u volgens het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen (RSVZ) ook recht op de verhoogde tegemoetkoming voor uw medische kosten. Het overbruggingsrecht is een federale regeling: het RSVZ geeft er uitleg over en u vraagt het aan via uw socialeverzekeringsfonds.
In welke situaties hebt u recht op het overbruggingsrecht?
Het overbruggingsrecht geldt niet voor elke stopzetting. Het moet volgens het RSVZ onmogelijk zijn om uw activiteit tijdelijk of definitief voort te zetten door een van de gebeurtenissen die de wet opsomt. Die gebeurtenissen vallen in twee groepen: een gedwongen onderbreking of stopzetting, en een stopzetting door economische moeilijkheden.
Stopt u zonder dat u in een van die situaties zit, dan hebt u geen recht op het overbruggingsrecht. Combineert u uw zaak met een job, lees dan eerst ons artikel over zelfstandige in bijberoep: voor het overbruggingsrecht moet u namelijk bijdragen in hoofdberoep verschuldigd geweest zijn.
Gedwongen onderbreking of stopzetting
Uw zaak moet stilvallen door een van deze feiten:
- een faillissement;
- een natuurramp, zoals een overstroming of een aardbeving;
- een brand;
- onbruikbare bedrijfsgebouwen of bedrijfsuitrusting door beschadiging;
- een allergie die door de uitoefening van uw beroep is veroorzaakt;
- een beslissing van een derde economische actor of een gebeurtenis met een economische impact, die uw activiteit rechtstreeks en aanzienlijk raakt.
Stopzetting door economische moeilijkheden
Stopt u omdat uw zaak niet meer rendeert, dan erkent het RSVZ enkel deze drie situaties als economische moeilijkheden:
- u krijgt een leefloon van het OCMW op het moment van uw stopzetting;
- het RSVZ heeft u in de voorbije 12 maanden een vrijstelling van sociale bijdragen gegeven;
- uw inkomsten uit uw activiteit in het jaar van de stopzetting en in het jaar daarvoor zijn niet hoger dan de minimumdrempel voor een zelfstandige in hoofdberoep.
Die inkomensdrempel bedraagt 17.374,08 € voor 2026 en 17.008,88 € voor 2025. Voor een meewerkende echtgenoot of echtgenote in het maxistatuut is dat 7.632,44 € voor 2026 en 7.472,00 € voor 2025. Stopt u dit jaar, dan kijkt uw socialeverzekeringsfonds dus naar uw inkomsten van 2026 en van 2025.
Aan welke voorwaarden moet u voldoen?
Naast een erkende gebeurtenis legt het RSVZ een aantal persoonlijke voorwaarden op. Die gaan vooral over uw statuut, uw woonplaats en de sociale bijdragen die u de voorbije jaren effectief betaald hebt. Hebt u in de 16 kwartalen die eindigen met het kwartaal van uw onderbreking of stopzetting niet minstens 4 kwartalen uw verschuldigde voorlopige bijdragen betaald (of gelijkgestelde kwartalen gehad), dan hebt u geen recht op het overbruggingsrecht: kijk uw bijdragen na voordat u stopt.
U komt alleen in aanmerking als u aan al deze voorwaarden tegelijk voldoet. Ontbreekt er één, dan hebt u geen recht op het overbruggingsrecht:
- u bent zelfstandige, helper of meewerkende echtgenoot in het maxistatuut;
- u hebt uw hoofdverblijfplaats in België;
- u was verzekeringsplichtig als zelfstandige tijdens het kwartaal van de onderbreking of stopzetting en de drie kwartalen daarvoor, en u was in die periode bijdragen verschuldigd als hoofdberoep;
- u hebt in een periode van 16 kwartalen vóór het kwartaal dat volgt op uw onderbreking of stopzetting minstens 4 kwartalen de verschuldigde voorlopige bijdragen effectief betaald;
- u oefent minstens 7 opeenvolgende kalenderdagen geen enkele beroepsactiviteit meer uit;
- u hebt de omstandigheden niet opzettelijk veroorzaakt om het overbruggingsrecht of een ander voordeel te krijgen, en u krijgt het niet door bedrieglijke handelingen of door valse of opzettelijk onvolledige verklaringen;
- bij een faillissement: u bent niet strafrechtelijk veroordeeld in het kader van dat faillissement.
Voor de drie kwartalen vóór uw stopzetting tellen kwartalen van gelijkstelling wegens ziekte en van voortgezette verzekering niet mee. Voor de 4 betaalde kwartalen in de periode van 16 kwartalen tellen gelijkgestelde kwartalen, zoals bij ziekte of mantelzorg, wel mee. Kwartalen waarvoor het RSVZ u een vrijstelling van bijdragen gaf, tellen daar dan weer niet mee.
Hoeveel bedraagt de uitkering van het overbruggingsrecht?
Het bedrag van uw uitkering hangt af van twee dingen: of u personen ten laste hebt bij uw ziekenfonds voor de verzekering voor geneeskundige verzorging, en hoe lang uw onderbreking duurt. Onderbreekt u uw activiteit een volledige kalendermaand, dan krijgt u de uitkering voor die volledige maand: 1.704,40 € zonder gezinslast en 2.128,11 € met gezinslast.
Onderbreekt u korter dan een volledige kalendermaand, dan krijgt u een uitkering per periode van zeven opeenvolgende kalenderdagen. Een onderbreking van minder dan zeven dagen levert dus geen uitkering op, en bij een onderbreking korter dan een volledige kalendermaand behoudt u uw sociale rechten niet. De bedragen per maand zijn volgens het RSVZ:
| Duur van de onderbreking | Zonder gezinslast | Met gezinslast |
| 28 dagen of meer | 1.704,40 € | 2.128,11 € |
| Van 21 tot en met 27 dagen | 1.278,30 € | 1.596,08 € |
| Van 14 tot en met 20 dagen | 852,20 € | 1.064,06 € |
| Van 7 tot en met 13 dagen | 426,10 € | 532,03 € |
| Minder dan 7 dagen | 0 € | 0 € |
Deze bedragen gelden sinds de verhoging van 1 september 2026. Woont uw kind in Vlaanderen, dan komt u naast het overbruggingsrecht mogelijk ook in aanmerking voor het Groeipakket; bij een laag gezinsinkomen komt daar mogelijk een sociale toeslag bij.
Hoe lang krijgt u het overbruggingsrecht?
U krijgt een basispakket van maximaal twaalf maanden uitkering en maximaal vier kwartalen behoud van uw sociale rechten. Dat basispakket geldt voor uw hele loopbaan: hebt u het overbruggingsrecht al eens gekregen, dan telt die periode mee. Een periode die u kreeg in het tijdelijk crisiskader telt volgens het RSVZ niet mee.
Hebt u uw basispakket opgebruikt, dan kunt u bij een nieuw feit bijkomende maanden krijgen. Hoeveel, hangt af van het aantal pensioenvormende kwartalen dat u opbouwde tussen het vorige feit en het nieuwe. Per feit krijgt u nooit meer dan 12 maanden uitkering en 4 kwartalen behoud van rechten. Bijkomende rechten die u niet gebruikt, kunt u niet meenemen naar een volgend feit.
| Pensioenvormende kwartalen tussen beide feiten | Bijkomende maanden uitkering | Bijkomende kwartalen behoud van rechten |
| Minder dan 12 | 3 | 1 |
| 12 tot en met 15 | 4 | 1 |
| 16 tot en met 19 | 5 | 1 |
| 20 tot en met 23 | 6 | 2 |
| 24 tot en met 27 | 7 | 2 |
| 28 tot en met 31 | 8 | 2 |
| 32 tot en met 35 | 9 | 3 |
| 36 tot en met 39 | 10 | 3 |
| 40 tot en met 43 | 11 | 3 |
| 44 of meer | 12 | 4 |
Daarnaast bestaat er de voortgezette verzekering: daarmee behoudt u met een verminderde bijdrage bepaalde sociale rechten, ofwel enkel uw pensioenrechten, ofwel uw pensioenrechten en uw ziekteverzekering. Uw socialeverzekeringsfonds kan u zeggen of u daarvoor in aanmerking komt. Hoe uw loopbaan als zelfstandige meetelt voor later, leest u in ons artikel over het pensioen als zelfstandige.
Mag u het overbruggingsrecht combineren met werk of een andere uitkering?
Een ander vervangingsinkomen mag u combineren met het overbruggingsrecht, maar alleen tot een maximum: samen mogen beide niet hoger zijn dan het bedrag van het overbruggingsrecht. Gaat u daarboven, dan wordt de uitkering van het overbruggingsrecht verminderd. Die combinatie is niet beperkt in de tijd.
Opnieuw aan de slag gaan kan ook, als werknemer, ambtenaar of opnieuw als zelfstandige, maar pas nadat u al uw beroepsactiviteiten minstens één volledige kalendermaand hebt onderbroken. Voor elke volledige maand zonder werk mag u daarna één maand uitkering combineren met een beroepsactiviteit, met een maximum van drie maanden. In die maanden daalt de uitkering trapsgewijs:
- de eerste maand met 25 %;
- de tweede maand met 50 %;
- de derde maand met 75 %.
Die drie maanden hoeven niet op elkaar te volgen, maar ze worden volledig afgetrokken van uw basispakket. Onderbrak u uw activiteit minder dan een volledige kalendermaand, dan verliest u de uitkering voor elke periode van zeven opeenvolgende dagen waarin u toch werkte. Wilt u na uw stopzetting in loondienst bijverdienen zonder opnieuw zelfstandige te worden, lees dan ook ons artikel over bijverdienen zonder zelfstandige te worden.
Hoe vraagt u het overbruggingsrecht aan?
U vraagt het overbruggingsrecht aan bij uw socialeverzekeringsfonds, het fonds waar u als zelfstandige aangesloten bent en uw bijdragen betaalt (niet bij de RVA).
Let goed op de termijn: u moet uw aanvraag indienen vóór het einde van het tweede kwartaal dat volgt op het kwartaal waarin u uw activiteit onderbrak of stopzette. Stopt u bijvoorbeeld in oktober 2026 (vierde kwartaal), dan moet uw aanvraag vóór het einde van juni 2027 binnen zijn.
- Verzamel de documenten waaruit de oorzaak van uw onderbreking of stopzetting blijkt.
- Dien uw aanvraag vóór het einde van die termijn in bij uw socialeverzekeringsfonds en voeg die documenten toe.
Welke andere steun bestaat er als uw zaak stopt?
Het overbruggingsrecht is beperkt in de tijd. Hebt u na afloop nog geen nieuw inkomen, of volstaat de uitkering niet om uw vaste kosten te betalen, dan bestaan er nog andere vormen van steun voor uw gezin. Kunt u na de stopzetting van uw zaak uw schulden niet meer aflossen, kijk dan of u onder voorwaarden in aanmerking komt voor een collectieve schuldenregeling: voor wie een zaak had, gelden daarbij bijzondere regels.
Hebt u een laag inkomen, dan kunt u bij het OCMW nagaan of u recht hebt op een leefloon of een andere vorm van maatschappelijke dienstverlening. Voor uw energiefactuur bestaat het sociaal tarief voor energie, en verhuist u met een bescheiden inkomen naar een nieuwe huurwoning in Vlaanderen, kijk dan of u in aanmerking komt voor huursubsidie. Kunt u uw factuur voor elektriciteit of gas niet meer betalen, lees dan wat u kunt doen in ons artikel over energiefacturen die u niet kunt betalen.