
Hoe hoog wordt uw pensioen als zelfstandige, en wanneer kunt u stoppen? Het RSVZ berekent uw pensioen op basis van de beroepsinkomsten waarop u sociale bijdragen betaalde, met een minimum en een plafond per jaar. Hebt u minstens 30 loopbaanjaren, dan kan uw pensioen onder voorwaarden worden opgetrokken tot het minimumpensioen, dat sinds 1 september 2026 voor een volledige loopbaan 1.881,92 € bruto per maand bedraagt voor een alleenstaande. Hieronder leest u hoe de berekening werkt, wanneer u vervroegd kunt vertrekken, wat de malus en de nieuwe bonus vanaf 2027 betekenen en hoe u uw pensioen aanvraagt. De andere steun voor senioren vindt u in ons overzicht.
Wie bouwt pensioen op als zelfstandige?
U bouwt een pensioen als zelfstandige op wanneer u als zelfstandige in hoofdberoep werkt, als helper meewerkt of als meewerkende echtgenoot in het maxistatuut bent aangesloten. Uw loopbaan bewijst u niet met loonfiches, maar met de betaling van uw sociale bijdragen aan uw socialeverzekeringsfonds. Hoe dat stelsel in elkaar zit, leest u in onze uitleg over de sociale zekerheid.
Uw pensioenrechten worden onderzocht door het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen (RSVZ). De Federale Pensioendienst (FPD) betaalt de pensioenen van zelfstandigen uit. Werkte u daarnaast als werknemer of ambtenaar, dan hebt u een gemengde loopbaan: uw loopbaanduur wordt dan afzonderlijk berekend in elke pensioenregeling en daarna opgeteld, en of die dagen volledig, gedeeltelijk of niet meetellen, hangt af van uw situatie.
Niet elke periode als zelfstandige levert pensioen op. Let vooral op deze gevallen:
- Bijberoep: betaalde u bijdragen als zelfstandige in bijberoep, dan bouwt u daarmee geen pensioen op. U krijgt wel een pensioen voor uw hoofdberoep als werknemer of ambtenaar. Betaalde u voor dat bijberoep bijdragen tegen het tarief van een hoofdberoep, dan kunt u er wel pensioenrechten mee hebben opgebouwd.
- Vrijstelling van bijdragen: kwartalen waarvoor u vrijstelling kreeg, tellen niet mee. U kunt die bijdragen binnen een termijn van 5 jaar nog betalen.
- Freelance: werkt u als freelancer, dan bewijst u uw loopbaan als zelfstandige met de betaling van uw sociale bijdragen.
Hoeveel bedraagt het pensioen van een zelfstandige?
Voor elk kalenderjaar als zelfstandige bouwt u een stukje pensioen op. Het RSVZ neemt daarvoor uw geherwaardeerde beroepsinkomen van dat jaar, deelt het door 45 en neemt daarvan 60 % als alleenstaande of 75 % als u recht hebt op het gezinsbedrag. De optelsom van al die jaren vormt uw bruto jaarpensioen. De logica is dezelfde als bij werknemers, zoals u leest in onze gids over pensioen berekenen.
Het inkomen dat meetelt, is begrensd. Voor inkomstenjaar 2026 geldt een minimum van 17.374,08 €: als zelfstandige in hoofdberoep betaalt u minstens bijdragen op dat bedrag. Het pensioenplafond ligt op 80.627,22 €: wat u daarboven verdient, levert geen extra pensioen op. Voor inkomsten vanaf 2021 geldt bovendien geen correctiecoëfficiënt meer, waardoor een recent loopbaanjaar als zelfstandige meer pensioen oplevert dan vroeger.
Zo ziet de opbrengst van één volledig jaar 2026 eruit, volgens het RSVZ (bruto jaarbedrag, voor een pensioen dat ingaat op 1 september 2026):
| Beroepsinkomen 2026 | Gezinsbedrag (75 %) | Alleenstaande (60 %) |
| Minimuminkomen (17.374,08 €) | 289,57 € per jaar | 231,65 € per jaar |
| Pensioenplafond (80.627,22 €) | 1.343,79 € per jaar | 1.075,03 € per jaar |
Minimumpensioen voor zelfstandigen: bedragen en voorwaarden
Is het pensioen op basis van uw inkomsten laag, dan kan het worden opgetrokken tot het minimumpensioen. Daarvoor moet u een loopbaan van minstens 30 jaar kunnen bewijzen, dat is 2/3 van een volledige loopbaan van 45 jaar. Voor die 30 jaar tellen mee: uw jaren als zelfstandige, uw jaren als werknemer in België en uw jaren in een andere EU-lidstaat of in een land waarmee België een sociale zekerheidsovereenkomst heeft.
Voor pensioenen die voor het eerst ingaan vanaf 1 januari 2025 geldt volgens het RSVZ een tweede voorwaarde: u moet ook 64 kwartalen effectieve tewerkstelling bewijzen, met overgangsregels naargelang uw geboortejaar. Bent u geboren vóór 1963, dan moet u enkel de 30 loopbaanjaren bewijzen. Op mypension.be kijkt u na wat dat voor u betekent. Meer over de regeling voor alle stelsels leest u op onze pagina over het minimumpensioen.
Dit zijn de bruto bedragen van het minimumpensioen voor een volledige loopbaan van 45 jaar, sinds 1 september 2026:
| Soort pensioen | Per maand (bruto) | Per jaar (bruto) |
| Rustpensioen gezinsbedrag | 2.351,65 € | 28.219,84 € |
| Rustpensioen alleenstaande | 1.881,92 € | 22.582,98 € |
| Overlevingspensioen | 1.856,77 € | 22.281,18 € |
Hebt u geen volledige loopbaan, dan krijgt u het minimumpensioen in verhouding tot uw loopbaan als zelfstandige in België. Wie bijvoorbeeld 30 jaar als zelfstandige werkte, krijgt als alleenstaande 30/45 van 1.881,92 €, of ongeveer 1.254,61 € bruto per maand (eigen berekening op basis van de bedragen van het RSVZ). Het RSVZ berekent twee bedragen, één op basis van uw inkomsten en één op basis van het minimumpensioen, en u krijgt automatisch het hoogste.
Hebt u ook een pensioen als werknemer, dan geldt een plafond: de som van uw Belgisch pensioen als werknemer en uw pensioen als zelfstandige mag het minimumpensioen voor een volledige loopbaan niet overschrijden. Ligt de som hoger, dan wordt het minimumpensioen als zelfstandige zoveel als nodig verminderd. Blijft uw totale inkomen als gepensioneerde laag, dan kijkt u best ook na of u recht hebt op de inkomensgarantie voor ouderen (IGO).
Wanneer kunt u met pensioen als zelfstandige?
De wettelijke pensioenleeftijd is voor zelfstandigen dezelfde als voor werknemers en hangt af van uw geboortedatum. Ze wordt stap voor stap opgetrokken tot 67 jaar. Op onze pagina over de pensioenleeftijd vindt u daar meer uitleg over.
Bent u geboren vanaf 1 januari 1964, dan gaat u op 67 jaar met pensioen, tenzij u vervroegd kunt vertrekken. Op het moment dat u de wettelijke leeftijd bereikt, verandert er ook iets voor wie wil bijverdienen, zoals u verderop leest.
| Geboortedatum | Wettelijke pensioenleeftijd |
| Geboren vóór 1 januari 1960 | 65 jaar |
| Geboren van 1 januari 1960 tot en met 31 december 1963 | 66 jaar |
| Geboren vanaf 1 januari 1964 | 67 jaar |
Vervroegd pensioen als zelfstandige
U kunt ook vóór de wettelijke leeftijd stoppen, als u zowel de minimumleeftijd als de minimale loopbaan haalt. Het RSVZ hanteert deze combinaties: vanaf 63 jaar met 42 loopbaanjaren, vanaf 62 jaar of 61 jaar met 43 loopbaanjaren en vanaf 60 jaar met 44 loopbaanjaren. Alle voorwaarden en voorbeelden vindt u in ons artikel over het vervroegd pensioen.
Als zelfstandige telt een jaar mee als u in dat jaar voor minstens 2 kwartalen pensioenrechten opbouwde. Een studieperiode die u liet meetellen, helpt niet om vroeger te vertrekken: ze telt enkel mee voor uw bedrag. Wilt u vanaf 1 januari 2027 vervroegd vertrekken met een gemengde loopbaan, dan moet u in de stelsels voor werknemers en ambtenaren voor elk jaar 156 gewerkte of gelijkgestelde dagen bewijzen in plaats van 104, met een uitzondering voor het eerste werkjaar. Voor deze regel van 156 dagen gelden overgangsmaatregelen. Kunt u in 2026 al vervroegd met pensioen, dan verandert dat niets aan uw pensioendatum. Bent u geboren vóór 1966 en kunt u in 2025 of 2026 nog niet vervroegd vertrekken, dan gaat u maximaal 1 jaar later met pensioen dan vóór de hervorming; bent u geboren in 1966, maximaal 2 jaar later.
Malus en nieuwe pensioenbonus vanaf 2027
De pensioenhervorming, die op 28 mei 2026 in het federaal parlement werd goedgekeurd, voert een pensioenmalus in voor wie vervroegd met pensioen gaat zonder een lange effectieve loopbaan. De malus geldt voor vervroegde pensioenen die ingaan vanaf 2027 en is niet van toepassing als u op de wettelijke pensioenleeftijd vertrekt. Voldeed u al in 2026 aan de voorwaarden voor vervroegd pensioen en neemt u uw pensioen pas vanaf 2027 op, dan hebben de nieuwe maatregelen in de regel geen invloed op uw pensioen. De malus is niet van toepassing als u op uw vervroegde ingangsdatum aan twee voorwaarden voldoet: 35 loopbaanjaren met elk minstens 156 effectief gepresteerde dagen (2 kwartalen als zelfstandige) én in totaal 7.020 effectief gepresteerde dagen (90 kwartalen als zelfstandige).
Voldoet u daar niet aan, dan daalt uw bruto pensioen definitief met een percentage per jaar dat u vroeger met pensioen gaat dan uw wettelijke pensioenleeftijd, berekend in verhouding tot het aantal maanden. Het percentage hangt af van uw geboortejaar: 0 % als u geboren bent in 1960 of vroeger, 2 % voor 1961 tot en met 1965, 4 % voor 1966 tot en met 1974 en 5 % vanaf 1975. Door langer te werken tot u aan de voorwaarden voldoet, kunt u de malus voorkomen of beperken.
Omgekeerd beloont een nieuwe pensioenbonus wie langer werkt dan de wettelijke pensioenleeftijd. Die geldt voor pensioenen die ingaan vanaf 1 januari 2027, maar u bouwt hem op vanaf 1 januari 2026, met dezelfde dubbele loopbaanvoorwaarde als bij de malus. Uw pensioen stijgt dan per jaar uitstel met 2 % als u geboren bent in 1962 of vroeger, 4 % voor 1963 tot en met 1972 en 5 % vanaf 1973. De oude pensioenbonus is afgeschaft: u kon hem opbouwen tot en met 31 december 2025, en wat u al opbouwde, behoudt u.
Welke periodes tellen mee voor uw pensioen?
In de eerste plaats telt uw eigen beroepsactiviteit als zelfstandige of helper. Daarnaast kunnen sommige periodes waarin u niet werkte toch meetellen, via een gelijkstelling. Een deel daarvan is gratis, voor een ander deel betaalt u een bijdrage.
Gratis gelijkgesteld worden onder meer de militaire dienst, periodes van ziekte en invaliditeit (onder bepaalde voorwaarden), voorlopige hechtenis en palliatief verlof. Voor het gewone vervroegd pensioen tellen gelijkgestelde periodes van ziekte mee voor de loopbaanduur. Voor de nieuwe regels vanaf 2027 is dat anders: ziekte telt mee voor de malus, maar niet voor het vervroegd vertrek vanaf 60 jaar met een lange effectieve loopbaan en niet voor de nieuwe pensioenbonus.
Uw studiejaren laten meetellen
Uw studies kunt u tegen betaling laten meetellen, op voorwaarde dat u een diploma, getuigschrift of erkende beroepskwalificatie behaalde. Dat kan voor hoger onderwijs, een doctoraat (maximum twee jaar), bepaalde beroepsstages, een leerovereenkomst (maximum één jaar) en secundair onderwijs na het zesde jaar. Bij hoger onderwijs kunt u maar één van uw studies laten meetellen. Hoger onderwijs en secundair onderwijs na het zesde jaar tellen altijd per volledig studiejaar (4 kwartalen).
Dient u de aanvraag in binnen 10 jaar na uw afstuderen, dan betaalt u 494,81 € per kwartaal. Vraagt u het later aan, dan ligt de bijdrage hoger. Als zelfstandige vraagt u dit aan bij uw socialeverzekeringsfonds, en altijd voordat uw pensioen voor het eerst ingaat. Zo’n studieperiode verhoogt mogelijk uw bedrag, maar laat u nooit vroeger vertrekken.
Extra bedragen bovenop uw pensioen als zelfstandige
Bovenop uw pensioen bestaan er in het stelsel van de zelfstandigen nog enkele premies en bijslagen. U hoeft ze niet aan te vragen: als u aan de voorwaarden voldoet, worden ze vanzelf betaald.
De bijzondere bijslag wordt elk jaar in juli betaald aan wie minder dan 2/3 van een volledige loopbaan heeft en een pensioen krijgt dat lager is dan het minimumpensioen in verhouding tot de loopbaan. Hebt u daarnaast nog andere pensioenen, dan mag het totaal niet hoger liggen dan het minimumpensioen voor een volledige loopbaan. Voldoet u aan de versoepelde voorwaarden voor het minimumpensioen, bijvoorbeeld als meewerkende echtgenoot, dan krijgt u deze bijslag niet. De welvaartspremie wordt elk jaar in mei uitbetaald aan wie op 30 april minstens 75 jaar is, een zelfstandige loopbaan van minstens 20 jaar heeft en op die datum een pensioen als zelfstandige krijgt. Wie al een pensioenbijslag krijgt, heeft geen recht op de welvaartspremie.
| Extra bedrag | Gezinsbedrag | Alleenstaande of overlevingspensioen |
| Bijzondere bijslag (juli) | 177,70 € | 142,19 € |
| Welvaartspremie (mei) | 79,15 € | 63,29 € |
Vrij aanvullend pensioen voor zelfstandigen (VAPZ)
Wilt u meer dan het wettelijk pensioen, dan kunt u als zelfstandige in hoofdberoep of als meewerkende echtgenoot in het maxistatuut vrijwillig een vrij aanvullend pensioen voor zelfstandigen (VAPZ) opbouwen. U betaalt daarvoor een bijdrage aan uw socialeverzekeringsfonds, dat het bedrag doorstort aan een verzekeringsinstelling. Dat kan enkel voor de kwartalen waarvoor u uw gewone sociale bijdragen volledig betaalde.
Het VAPZ wordt uitbetaald zodra uw wettelijk pensioen ingaat, als kapitaal of als lijfrente per kwartaal. Het bestaat naast andere vormen van sparen voor later, zoals het pensioensparen en het langetermijnsparen.
Hoe vraagt u uw pensioen als zelfstandige aan?
Gaat u op de wettelijke pensioenleeftijd met pensioen, dan hoeft u meestal niets te doen. Het RSVZ onderzoekt uw rechten dan automatisch, als u in België woont op de eerste dag van de 15de maand voordat u de wettelijke leeftijd bereikt. Dat automatische onderzoek geldt enkel als u op die datum in België woont.
Wilt u vervroegd vertrekken, dan moet u wel zelf een aanvraag indienen, ten vroegste 12 maanden vóór de gewenste ingangsdatum. Dat kan online via mypension.be met uw eID en een kaartlezer of met itsme, telefonisch op 02 225 17 65 (maandag tot vrijdag van 8.30 tot 12 uur) of persoonlijk bij het gemeentebestuur van uw woonplaats. Hoe het platform werkt, leest u in onze uitleg over mypension.be. Voor pensioenen die vanaf 1 februari 2027 ingaan, toont het platform tijdelijk bepaalde informatie niet meer, omdat het aan de hervorming wordt aangepast.
Een raming van uw pensioen kunt u ten vroegste 5 jaar vóór uw mogelijke pensioendatum aanvragen. Na een raming moet u 2 jaar wachten voordat u een nieuwe kunt vragen. Het bedrag wordt daarna uitbetaald door de FPD. Krijgt u een verdacht bericht over uw pensioen, raadpleeg dan eerst onze tips tegen phishing.
Mag u bijverdienen naast uw pensioen als zelfstandige?
Vanaf 1 januari van het jaar waarin u de wettelijke pensioenleeftijd bereikt, mag u onbeperkt bijverdienen als u enkel een rustpensioen of een rust- en overlevingspensioen krijgt. Vóór 1 januari van dat jaar geldt er ook geen grens als u een vervroegd rustpensioen krijgt en u op de ingangsdatum van uw eerste rustpensioen een loopbaan van minstens 45 jaar kon aantonen (als zelfstandige, in een combinatie van stelsels of in een buitenlandse regeling).
Krijgt u een rustpensioen (of een rust- en overlevingspensioen) vóór de wettelijke pensioenleeftijd en hebt u geen loopbaan van 45 jaar, dan zijn uw beroepsinkomsten in 2026 begrensd. Voor een activiteit als zelfstandige is dat 8.346 € netto per jaar zonder kind ten laste en 12.519 € met kind ten laste. Als werknemer gaat het om 10.432 € bruto of 15.648 € met kind ten laste. Alle regels leest u in ons artikel over bijverdienen naast uw pensioen, en voor een bijverdienste als flexi-job gelden eigen regels.