
Wilt u bijverdienen naast uw job, maar zonder het statuut van zelfstandige in bijberoep? Dat kan, via een flexi-job, verenigingswerk, de amateurkunstenvergoeding, de deeleconomie of een occasionele activiteit. Elke regeling heeft eigen grenzen en een eigen belastingtarief. In dit artikel uit onze rubriek over werk en tewerkstelling leest u welke mogelijkheden er in 2026 zijn, hoeveel u mag verdienen en waar u op moet letten.
Hoe kunt u legaal bijverdienen zonder zelfstandige te worden?
Wilt u meer bijverdienen, of valt uw activiteit niet onder een van de regelingen hieronder, dan kunt u zich best vestigen als zelfstandige in bijberoep. Voor kleinere bijverdiensten bestaan er aparte regelingen met een eenvoudiger statuut en vaak een voordelig belastingtarief.
Welke regeling past, hangt af van wat u doet en voor wie. Werkt u voor een werkgever, voor een vereniging, voor particulieren via een platform of eenmalig voor iemand anders? Hieronder vindt u de belangrijkste mogelijkheden op een rij, met de bedragen die in 2026 gelden.
- Flexi-job: bijverdienen bij een werkgever met een vrijgesteld flexi-loon.
- Verenigingswerk: betaald werk voor een vereniging in de sport of de socioculturele sector.
- Amateurkunstenvergoeding: een vergoeding voor kleine artistieke opdrachten.
- Deeleconomie: diensten aan particulieren via een erkend platform.
- Occasionele activiteit: een eenmalige bijverdienste, belast als divers inkomen.
Bijverdienen met een flexi-job
Met een flexi-job kunt u bijverdienen aan een gunstig fiscaal regime, op voorwaarde dat u drie kwartalen eerder minstens 4/5 (80 %) bij een andere werkgever werkte, of dat u gepensioneerd bent. Uw flexi-loon blijft voor niet-gepensioneerden in 2026 vrijgesteld van belasting tot 18.440 € per jaar.
Voor de werkgever is het systeem ook voordelig: hij betaalt op het flexi-loon een bijzondere bijdrage van 28 %, in plaats van de gewone sociale bijdragen. In welke sectoren een flexi-job mogelijk is en welk minimumloon geldt, leest u in onze gids over de flexi-job hierboven. Bekijk ook de regels voor vrijwillige overuren als u liever bij uw eigen werkgever meer werkt.
Verenigingswerk in de sport en de socioculturele sector
Verenigingswerk is een apart arbeidsstelsel voor de sportsector en de socioculturele sector. Denk aan een trainer bij een sportclub, een begeleider op een speelplein of in een jongerenkamp, of een lesgever in een erkende amateurkunstenorganisatie. Het loon voor verenigingswerk is vrijgesteld van socialezekerheidsbijdragen en het belastingtarief is voordelig.
Er geldt wel een maximum aantal uren per jaar: 450 uur in de sportsector en 300 uur in de socioculturele sector. Op de website Verenigingswerk.be vindt u welke activiteiten onder verenigingswerk vallen en hoe de vereniging uw prestaties registreert. Werkt u onbetaald en krijgt u alleen uw kosten terug, dan gaat het om vrijwilligerswerk (zie verder).
Amateurkunstenvergoeding voor artistieke opdrachten
Voor kleine artistieke prestaties in opdracht, zoals een muziekoptreden, bestaat de amateurkunstenvergoeding. Die vergoeding kunt u onder bepaalde voorwaarden ontvangen zonder belastingen of sociale bijdragen. U bouwt daarmee wel geen sociale rechten op.
In 2026 bedraagt de amateurkunstenvergoeding maximaal 81,90 € per dag, voor maximaal 30 dagen per kalenderjaar bij alle opdrachtgevers samen. U mag niet meer dan zeven opeenvolgende dagen voor dezelfde opdrachtgever werken. Vóór of uiterlijk bij het begin van uw activiteit moeten zowel u als de opdrachtgever zich registreren via Working in the Arts.
Bijverdienen in de deeleconomie
Via een erkend deelplatform kunt u diensten aanbieden aan particulieren. Ook als zelfstandige kunt u dat, voor zover het om een andere activiteit gaat dan uw hoofdactiviteit.
De inkomsten worden belast als divers inkomen tegen 20 %. Daarvoor moet u aan drie voorwaarden voldoen: u werkt alleen voor particulieren die niet handelen voor hun beroep, de overeenkomst komt tot stand via het erkende platform, en u wordt betaald door of via dat platform. Buiten een erkend platform geldt dat tarief van 20 % niet; dan gelden de regels voor diverse inkomsten of voor zelfstandigen.
Occasionele activiteit: belast als divers inkomen
Verdient u eenmalig iets met een activiteit die losstaat van uw beroep, dan wordt dat inkomen in de regel beschouwd als een divers inkomen. Een voorbeeld: u bent ambtenaar, u bent vogelspotter in uw vrije tijd en u geeft daar eenmalig een betaalde lezing over. Die inkomsten geeft u aan in de rubriek diverse inkomsten van uw belastingaangifte.
Die inkomsten worden afzonderlijk belast tegen 33 %, tenzij u minder betaalt door ze samen met uw andere inkomsten te laten belasten volgens de gewone belastingschijven. U mag de kosten aftrekken die u kunt bewijzen en die u maakte om dit inkomen te verkrijgen. Voor een occasionele activiteit kunt u geen factuur opmaken.
Uw eigen spullen verkopen via een app
Veel mensen verdienen iets bij door tweedehandsspullen te verkopen via een app of een website. Sinds januari 2024 geven online platformen gegevens door aan de fiscus over verkopers met minstens 30 verkopen of meer dan 2.000 € aan verkopen per jaar.
Die melding is een mededeling van het platform aan de fiscus. Of u belasting verschuldigd bent, hangt af van de aard van de verkoop. Koopt u spullen in met het oog op doorverkoop, dan gaat het niet meer om uw eigen spullen. Twijfelt u, vraag dan raad aan de FOD Financiën voordat u uw aangifte indient.
Niet-commerciële verkoop voor een goed doel
Organiseert u een occasionele verkoop zonder commercieel karakter, bijvoorbeeld voor een goed doel of voor uw vereniging, dan valt die onder het reglement van uw gemeente. Zo’n verkoop is bedoeld om een project te steunen, niet om voor uzelf bij te verdienen.
Sinds 1 april 2024 bepaalt uw gemeente de regels voor niet-commerciële verkopen. Zij kan vooraf toestemming vragen of een standplaats toewijzen, maar alleen als dat in een gemeentelijk reglement staat. Vraag dat dus na bij uw gemeente voordat u uw verkoop organiseert.
Vrijwilligerswerk: geen loon, wel een onkostenvergoeding
Vrijwilligerswerk is in de regel geen manier om bij te verdienen. Vrijwilligers werken onbetaald en krijgen geen loon. Ze mogen wel een vrijwilligersvergoeding ontvangen als terugbetaling van hun kosten, volgens strikte regels.
In 2026 bedraagt de forfaitaire onkostenvergoeding maximaal 44,02 € per dag en 1.760,83 € per jaar voor alle organisaties samen. Gaat u boven die bedragen, dan is het meerdere geen vrijgestelde onkostenvergoeding meer en kan het als inkomen beschouwd worden. Bent u jonger en werkt u tijdens uw studies, bekijk dan ook de regels voor een jobstudent.
Wanneer is het statuut van zelfstandige in bijberoep toch beter?
De regelingen hierboven zijn bedoeld voor kleine of tijdelijke bijverdiensten. Groeit uw bijverdienste uit tot een vaste activiteit met eigen klanten, dan past het statuut van zelfstandige in bijberoep beter. Als zelfstandige in bijberoep sluit u zich aan bij een sociaal verzekeringsfonds en betaalt u sociale bijdragen.
Hebt u een werkloosheidsuitkering? Dan kunt u met de springplank naar zelfstandige uw uitkering maximaal twaalf maanden behouden tijdens een zelfstandige nevenactiviteit. U geeft de activiteit vooraf aan met de formulieren C1 en C1C bij uw uitbetalingsinstelling. Meer over de rechten die u opbouwt, leest u bij de sociale zekerheid.