
Wilt u naast uw job iets voor uzelf beginnen, dan wordt u zelfstandige in bijberoep. Dat statuut is goedkoper dan een zelfstandige activiteit in hoofdberoep: onder een bepaald inkomen betaalt u zelfs geen sociale bijdragen. Het is een van de populairste manieren om werk en inkomen te combineren in België. Hieronder leest u wie als zelfstandige in bijberoep telt, hoeveel u in 2026 betaalt, welke rechten u opbouwt en welke regels gelden als u een uitkering krijgt of in tijdskrediet gaat.
Wat is een zelfstandige in bijberoep?
U bent zelfstandige in bijberoep wanneer u een zelfstandige activiteit uitoefent en tegelijk een andere beroepsactiviteit hebt als werknemer of ambtenaar. Die andere activiteit is uw hoofdberoep: daaruit haalt u uw sociale bescherming. Het bijberoep komt er gewoon bovenop, bijvoorbeeld als grafisch ontwerper, fotograaf of klusjesman in het weekend.
Ook wie een vervangingsinkomen krijgt voor een weggevallen job als werknemer of ambtenaar, kan zelfstandige in bijberoep zijn. Denk aan een werkloosheidsuitkering, een uitkering bij arbeidsongeschiktheid of een vervroegd pensioen als ambtenaar. Dat inkomen moet dan wel minstens even hoog zijn als het minimumpensioen van een alleenstaande zelfstandige; is het lager, dan bent u volgens het RSVZ zelfstandige in hoofdberoep.
Een bijberoep is iets anders dan af en toe wat bijverdienen. Wie maar occasioneel iets verkoopt of klusjes doet, kan soms bijverdienen zonder zelfstandige te worden, en ook een flexi-job is een aparte regeling. Wilt u uw activiteit op termijn uitbouwen tot een voltijdse zaak, lees dan ook wat het betekent om freelancer te worden.
Voorwaarden voor het statuut van zelfstandige in bijberoep
De belangrijkste voorwaarde heeft te maken met uw hoofdberoep. Als werknemer moet u minstens halftijds werken: uw aantal arbeidsuren per maand moet minstens de helft bedragen van wat een voltijdse werknemer in dezelfde onderneming of dezelfde sector presteert. Werkt u minder, dan valt u niet onder het gunstige statuut en rekent uw socialeverzekeringsfonds u als zelfstandige in hoofdberoep.
Voor ambtenaren gelden eigen minimumprestaties. Bent u benoemd in het onderwijs, dan moet uw opdracht minstens 6/10 van een volledig lesrooster omvatten; geeft u les met een contract, dan volstaat een half uurrooster. Bent u ambtenaar en ontstaan er door uw hoofdactiviteit rechten in een andere pensioenregeling (ingesteld bij wet, provinciaal reglement of door de NMBS), dan moet u minstens 8 maanden of 200 dagen per jaar werken, met minstens de helft van de uren van een voltijdse betrekking. Uw rechten als werknemer of ambtenaar blijven daarbij gewoon bestaan: het bijberoep verandert niets aan uw arbeidsovereenkomst.
Kijk wel uw arbeidsovereenkomst na voordat u start. Een contract kan een exclusiviteitsbeding of een concurrentiebeding bevatten. Twijfelt u, dan bespreekt u uw plannen best vooraf met uw werkgever.
Hoeveel sociale bijdragen betaalt een zelfstandige in bijberoep in 2026?
Als zelfstandige in bijberoep betaalt u sociale bijdragen op uw netto belastbaar beroepsinkomen uit de zelfstandige activiteit, dus na aftrek van uw beroepskosten. Hoe lager dat inkomen, hoe minder u betaalt. Onder een grens van 1.922,16 € per jaar betaalt u niets, en tot 17.374,08 € geldt een verminderde regeling.
Zodra uw inkomen de eerste grens bereikt, betaalt u 20,50 % op uw inkomen, met een minimumbijdrage van 98,51 € per kwartaal. Vanaf 17.374,08 € betaalt u dezelfde bijdragen als een zelfstandige in hoofdberoep: 20,50 % op het inkomen tot 75.024,54 € en 14,16 % op het deel tussen 75.024,54 € en 110.562,42 €.
| Netto beroepsinkomen uit het bijberoep (2026) | Sociale bijdragen |
| Lager dan 1.922,16 € | Geen sociale bijdragen |
| Van 1.922,16 € tot 17.374,08 € | Verminderde bijdrage: 20,50 % op uw inkomen, minimum 98,51 € per kwartaal |
| Vanaf 17.374,08 € | Zoals een zelfstandige in hoofdberoep: 20,50 % tot 75.024,54 € en 14,16 % op het deel tussen 75.024,54 € en 110.562,42 € |
Voorlopige en definitieve bijdragen
Uw definitieve bijdragen worden berekend op basis van uw inkomen van het jaar zelf. Dat bedrag kent de fiscus pas later, en daarom betaalt u eerst voorlopige bijdragen op basis van uw inkomen van drie jaar voordien. Als starter hebt u dat inkomen nog niet: in bijberoep geldt dan tot het einde van het derde volledige kalenderjaar een voorlopige bijdrage van 98,51 € per kwartaal.
Zodra de FOD Financiën uw werkelijke beroepsinkomen doorgeeft aan uw socialeverzekeringsfonds, volgt de regularisatie. Hebt u te weinig betaald, dan moet u bijbetalen; hebt u te veel betaald, dan krijgt u geld terug. Zet dus best een deel van uw winst opzij in de jaren dat uw activiteit groeit.
Welke sociale rechten bouwt u op met een bijberoep?
Uw sociale bescherming komt uit uw hoofdberoep. Als werknemer of ambtenaar blijft u gedekt voor ziekte en pensioen via dat stelsel, ook als u voor uw bijberoep geen of een verminderde bijdrage betaalt. Uw uitkeringen bij ziekte lopen dus gewoon via uw ziekenfonds.
Betaalt u geen of verminderde bijdragen, dan bouwt u in het sociaal statuut van de zelfstandigen geen extra rechten op. Betaalt u bijdragen zoals een zelfstandige in hoofdberoep, dan bouwt u normaal gezien wel dezelfde rechten op als een zelfstandige in hoofdberoep. Dat verschil is vooral belangrijk voor uw pensioen.
Voor een bijberoep waarvoor u de gewone bijberoepsbijdragen betaalde, krijgt u geen apart pensioen als zelfstandige. U krijgt wel uw pensioen uit uw hoofdberoep, afhankelijk van uw loopbaan en uw pensioenleeftijd. Betaalde u voor uw bijberoep bijdragen tegen het tarief van een zelfstandige in hoofdberoep, dan kunt u voor die activiteit wel pensioenrechten opbouwen.
Hoe start u als zelfstandige in bijberoep?
Voordat u begint, schrijft u uw onderneming in bij de Kruispuntbank van Ondernemingen via een erkend ondernemingsloket. Daar krijgt u uw ondernemingsnummer. Ga ook na of u btw moet aanrekenen op uw diensten of producten: de FOD Financiën legt uit wanneer u een btw-nummer nodig hebt en welke vrijstelling er bestaat voor kleine ondernemingen.
Daarnaast moet u vóór de start aangesloten zijn bij een socialeverzekeringsfonds naar keuze. Dat fonds int uw sociale bijdragen en houdt uw dossier bij. Wie zich niet aansluit, riskeert volgens het RSVZ een administratieve boete van 500 € tot 2.000 €. U krijgt dan een aanmaning met 30 dagen om alsnog aan te sluiten; doet u dat niet, dan wordt u automatisch lid van de Nationale Hulpkas.
- Arbeidsovereenkomst nakijken op een exclusiviteits- of concurrentiebeding.
- Inschrijven in de Kruispuntbank van Ondernemingen via een ondernemingsloket.
- Btw-verplichtingen nagaan bij de FOD Financiën.
- Aansluiten bij een socialeverzekeringsfonds, voordat u start.
- Uw uitkeringsinstelling of ziekenfonds verwittigen als u een uitkering krijgt (zie hieronder).
Zoekt u begeleiding bij de opstart van uw zaak, dan kunt u terecht bij VLAIO, het Agentschap Innoveren en Ondernemen. Meer over de rechten en plichten van kleine zelfstandigen leest u in ons artikel over zelfstandigen zonder personeel in Vlaanderen.
Een bijberoep combineren met een uitkering
Krijgt u een uitkering, dan gelden er strengere regels. Zonder de juiste aangifte riskeert u dat u uw uitkering moet terugbetalen. Hieronder vindt u de regels van de RVA en het RIZIV per situatie.
Belangrijk: de voorwaarden verschillen sterk naargelang u werkloos bent, arbeidsongeschikt bent of in tijdskrediet of thematisch verlof bent. Lees dus de regel voor uw eigen situatie, en verwittig uw uitbetalingsinstelling of ziekenfonds altijd vooraf.
Werkloos met een zelfstandig bijberoep
Als volledig werkloze mag u onder voorwaarden een zelfstandig bijberoep uitoefenen met behoud van uw werkloosheidsuitkering. U moet die activiteit dan al minstens 3 maanden vóór uw uitkeringsaanvraag uitgeoefend hebben terwijl u werknemer was. U doet er aangifte van met het C1-formulier en het C1A-formulier, en tijdens de week oefent u de activiteit uit vóór 7 uur en na 18 uur.
Uw dagbedrag wordt verminderd met het deel van uw inkomsten uit de activiteit dat hoger ligt dan 18,44 € per dag (index van 1 september 2026). Wilt u als werkzoekende een eigen zaak opstarten, dan bestaat er ook de maatregel Springplank naar zelfstandige: daarmee combineert u een zelfstandig bijberoep maximaal 12 maanden met uw uitkering.
Arbeidsongeschikt en toch aan de slag
Bent u arbeidsongeschikt en wilt u (opnieuw) een activiteit uitoefenen, dan hebt u een toelating van de adviserend arts van uw ziekenfonds nodig. U meldt de werkhervatting bij uw ziekenfonds en vraagt die toelating ten laatste op de eerste werkdag vóór de hervatting aan.
Start u zonder die melding, dan kan uw uitkering in het gedrang komen. Neem dus eerst contact op met uw ziekenfonds voordat u facturen begint te sturen.
Tijdskrediet of thematisch verlof
Tijdens tijdskrediet mag u uw onderbrekingsuitkering combineren met een zelfstandige activiteit gedurende 12 maanden bij een volledige onderbreking, 24 maanden bij een onderbreking tot de helft en 60 maanden bij een vermindering met 1/5. Dat mag enkel als u de zelfstandige activiteit al uitoefende tijdens de 12 maanden vóór het begin van uw tijdskrediet.
Bij thematisch verlof, zoals ouderschapsverlof, geldt een ruimere regel. Onderbreekt u volledig, dan mag u de uitkering 12 maanden combineren met een zelfstandige activiteit. Of u die activiteit daarvoor al vóór uw verlof moet uitoefenen, vraagt u best vooraf na bij de RVA. Bij een gedeeltelijke onderbreking (tot de helft: 24 maanden; met 1/5, of 1/10 bij ouderschapsverlof: 60 maanden) moet u de activiteit altijd al uitgeoefend hebben in de 12 maanden vóór de onderbreking. Na afloop van die periode verliest u het recht op de onderbrekingsuitkeringen. Meer uitleg vindt u bij loopbaanonderbreking.
Belastingen op uw bijberoep
Wat u verdient met uw bijberoep, telt mee voor de personenbelasting. Uw winst of baten worden samengeteld met uw loon en uw andere beroepsinkomsten, en daarop betaalt u belasting volgens de gewone tarieven. U geeft die inkomsten elk jaar aan in uw belastingaangifte.
Belast wordt uw inkomen na aftrek van uw beroepskosten, zoals materiaal of verplaatsingen voor uw activiteit. Houd daarom alle facturen en bewijsstukken bij. Omdat er op uw bijberoep geen bedrijfsvoorheffing wordt ingehouden zoals op uw loon, kunt u met voorafbetalingen voorkomen dat u achteraf een grote rekening krijgt. Hoe het belastingvrije deel van uw inkomen werkt, leest u in ons artikel over de belastingvrije som.
Student of gepensioneerd: een apart statuut
Studeert u nog, dan bent u geen zelfstandige in bijberoep maar student-zelfstandige. Dat statuut heeft eigen, ruimere grenzen: onder een inkomen van 8.687,04 € betaalt u geen sociale bijdragen, en tot 17.374,08 € betaalt u een verminderde bijdrage op het deel boven die grens. Werkt u liever als werknemer, dan is een studentenjob een alternatief.
Ook wie een zelfstandige activiteit uitoefent met een vervroegd pensioen of na de wettelijke pensioenleeftijd, valt onder een aparte categorie met eigen bijdrageregels. Vraag uw socialeverzekeringsfonds in die gevallen welk statuut op u van toepassing is.
Voordelen en nadelen van een zelfstandig bijberoep
Het grote voordeel is de zekerheid: u behoudt uw loon en de sociale bescherming van uw hoofdberoep, terwijl u uw eigen activiteit uittest. Met een klein inkomen betaalt u weinig of geen sociale bijdragen, zodat u zonder groot financieel risico kunt starten.
Er zijn ook nadelen. U hebt extra administratie (boekhouding, btw, aangiften), u bouwt met verminderde bijdragen geen extra pensioen op, en bij de regularisatie kan er een flinke bijbetaling volgen als uw activiteit sterk groeit. Wie een uitkering krijgt, moet bovendien de strikte cumulatieregels volgen. Een uitgebreider overzicht vindt u in ons artikel over de voordelen en nadelen van freelancen.