
Na een overlijden blokkeert de bank de rekeningen van de overledene. Om dat geld vrij te krijgen, hebt u als erfgenaam een attest van erfopvolging nodig: een officieel document dat vermeldt wie de wettelijke erfgenamen zijn. In eenvoudige situaties vraagt u het aan bij de FOD Financiën; in andere gevallen gaat u naar de notaris. Hieronder leest u wanneer welke weg geldt, hoe u het attest aanvraagt en welk geld al vrijkomt terwijl u wacht. Meer over geld, belastingen en premies vindt u in onze rubriek financiering.
Wat is een attest van erfopvolging?
Een attest van erfopvolging is een document dat vermeldt wie de wettelijke erfgenamen van de overledene zijn. Het bestaat omdat de bank bij een overlijden niet zelf kan uitmaken aan wie het geld op de rekeningen toekomt. Met het attest weet de bank aan wie ze de tegoeden mag uitbetalen, zodat ze later niet blijkt te hebben uitbetaald aan de verkeerde persoon.
U mag het attest niet verwarren met de akte van erfopvolging. Beide documenten vermelden de erfgenamen, maar ze dienen voor iets anders. Het attest volstaat als de erfenis alleen roerende goederen bevat, zoals geld op een zichtrekening of spaarrekening. Zit er een woning of een ander onroerend goed in de erfenis, dan hebt u een akte nodig om dat goed later te kunnen verkopen of schenken. Dat verschil leest u verderop.
Waarvoor hebt u een attest van erfopvolging nodig?
Het belangrijkste gebruik is het deblokkeren van de bankrekeningen en de andere financiële tegoeden van de overledene. Zolang de bank geen attest of akte van erfopvolging heeft ontvangen, blijven die rekeningen geblokkeerd. Er kan nog geld op binnenkomen, maar er kan niets meer van af: lopende opdrachten en domiciliëringen worden stopgezet.
Het attest dient ook voor andere instellingen die geld aan de overledene verschuldigd zijn. Denk aan een terugbetaling van het ziekenfonds, bijvoorbeeld voor remgeld dat nog openstond, of aan een teruggave van personenbelasting na de laatste belastingaangifte van de overledene. Ook voor die bedragen tonen de erfgenamen met het attest aan dat zij het geld mogen ontvangen.
Let op: de bank blokkeert niet alleen de rekeningen van de overledene, maar ook die van de langstlevende partner. Dat gebeurt omdat de bank nog niet weet aan wie het geld toekomt: dat hangt onder meer af van het huwelijksstelsel en van wie de erfgenamen zijn. Had u samen met de overledene een gezamenlijke rekening, dan doet u er dus goed aan het attest snel aan te vragen.
Attest bij de FOD Financiën: in welke gevallen?
De FOD Financiën levert het attest van erfopvolging af, maar alleen voor eenvoudige erfenissen. In de praktijk zijn dat erfenissen waarbij de wet zelf bepaalt wie erft en waarbij niets is vastgelegd dat die verdeling verandert. De Vlaamse Belastingdienst, die de erfbelasting int, levert zelf geen attesten of akten van erfopvolging af.
U kunt het attest alleen bij de FOD Financiën krijgen als aan alle voorwaarden hieronder is voldaan. Is dat niet zo, dan moet u naar een notaris. Bij een notaris kunt u altijd terecht, ook als de erfenis eenvoudig is.
- de overledene had geen huwelijkscontract;
- de overledene had geen testament, eigenhandig of notarieel;
- de overledene had geen erfovereenkomst opgemaakt;
- er is geen contractuele erfstelling: een schenking tussen echtgenoten van goederen die de schenker zal nalaten, die pas bij het overlijden uitwerking krijgt;
- er zijn geen handelingsonbekwame erfgenamen, zoals minderjarige kinderen.
Hoe vraagt u het attest aan bij de FOD Financiën?
De snelste weg is online via MyMinfin, het onlineplatform van de FOD Financiën. In MyMinfin vult u de aanvraag voor een attest van erfopvolging rechtstreeks online in.
Hebt u geen toegang tot MyMinfin, dan kunt u een papieren aanvraagformulier krijgen via het contactcenter van de FOD Financiën op het nummer 02 572 57 57. Dat is ook een goede optie als u niet vertrouwd bent met computers.
Zodra u het attest ontvangt, bezorgt u het aan elke bank waar de overledene een rekening had. De bank betaalt de tegoeden dan uit aan de erfgenamen die op het attest staan. Bewaar een kopie: u kunt het attest ook nodig hebben voor het ziekenfonds of voor de belastingen.
Attest of akte van erfopvolging bij de notaris
Valt de erfenis niet onder de eenvoudige gevallen, bijvoorbeeld omdat er een testament is, een huwelijkscontract of een minderjarig kind onder de erfgenamen, dan stelt de notaris het attest of de akte van erfopvolging op. Bij de notaris is dat niet gratis: hij rekent een ereloon aan. Wat een notaris aanrekent, en hoe u die kosten inschat, leest u bij de notariskosten.
Voor een akte van erfopvolging rekent de notaris in 2026 een vast ereloon van 365 euro aan, verhoogd met 143 euro per onroerend goed in de akte. Is de erfenis eenvoudig en bevat ze alleen geld op rekeningen, vraag dan eerst na of u het attest bij de FOD Financiën kunt krijgen.
Hebben de erfgenamen weinig middelen en zit er bijna niets in de erfenis, dan is het goed om te weten dat er ook hulp bestaat voor juridische kosten. Meer daarover leest u bij de pro-deoadvocaat. Bij vragen over schulden in de erfenis kan een dienst voor schuldbemiddeling u op weg helpen.
Erft u een woning? Dan hebt u een akte nodig
Een attest van erfopvolging volstaat niet als u een geërfde woning of een ander onroerend goed wilt verkopen of schenken. Daarvoor is een akte van erfopvolging nodig. Die akte vermeldt niet alleen de erfgenamen, maar beschrijft ook het onroerend goed en het aandeel van de overledene erin. De akte moet in de hypothecaire registers worden overgeschreven voordat u het goed kunt verkopen of schenken.
Ook die akte kan de FOD Financiën opmaken, onder dezelfde voorwaarden als het attest: geen testament, geen huwelijkscontract, geen erfovereenkomst, geen contractuele erfstelling en geen handelingsonbekwame erfgenamen. In alle andere gevallen gaat u naar de notaris. Zitten er zowel rekeningen als een woning in de erfenis, dan kan de notaris één akte opmaken die voor beide dient: voor het deblokkeren van de rekeningen en voor de latere verkoop van het onroerend goed.
Een geërfde woning brengt ook andere kosten mee. Wie op 1 januari van het aanslagjaar eigenaar van de woning is, betaalt de onroerende voorheffing voor het volledige jaar. Die wordt berekend op basis van het kadastraal inkomen.
Welk geld komt al vrij voor u het attest hebt?
De periode waarin de rekeningen geblokkeerd zijn, kan financieel zwaar zijn, zeker voor de langstlevende partner. Daarom kan de bank bepaalde dringende facturen rechtstreeks betalen met het geld op de geblokkeerde rekeningen, zoals de ziekenhuisfacturen en de begrafeniskosten. Vraag bij de bank van de overledene na welke facturen zij op die manier betaalt.
Daarnaast mag de langstlevende echtgenoot of wettelijk samenwonende partner een deel van het geld opnemen: de helft van de tegoeden op de zicht- en spaarrekeningen, met een maximum van 5.000 euro. De bank maakt dat bedrag vrij om de periode van blokkering te overbruggen. Neemt u als langstlevende partner meer op dan de helft van de tegoeden of meer dan 5.000 euro, dan wordt ervan uitgegaan dat u de erfenis aanvaardt, met alle risico’s van dien. Eventuele schulden zijn dan voor uw rekening. Wat wettelijk samenwonen verder betekent voor uw rechten, leest u bij de voordelen van wettelijk samenwonen.
Snel nog geld van de rekeningen afhalen voordat de bank ze blokkeert, is geen goed idee. De bank meldt de stand van de rekeningen op de dag van het overlijden zelf aan de fiscus. Zijn er schulden in de erfenis, dan kan zo’n opname de erfgenamen zelfs in moeilijkheden brengen.
Schiet het geld tekort en hebt u als langstlevende partner geen inkomen meer, dan kunt u terecht bij het Sociaal Huis of OCMW van uw gemeente. Daar gaan ze na of u recht hebt op financiële hulp, zoals een leefloon.
Na het attest: erfbelasting, pensioen en andere stappen
Het attest van erfopvolging regelt alleen wie het geld mag ontvangen. Het staat los van de erfbelasting: daarvoor dienen de erfgenamen een aangifte van nalatenschap in bij de Vlaamse Belastingdienst, als de overledene in Vlaanderen woonde. Hoeveel u betaalt en welke vrijstellingen er zijn, leest u in ons artikel over de erfbelasting. Kunt u het bedrag niet in één keer betalen, kijk dan naar een afbetalingsplan voor belastingen.
Was de overledene uw echtgenoot of echtgenote, dan hebt u mogelijk recht op een overlevingspensioen. Daarvoor moet u onder meer de minimumleeftijd hebben (51 jaar in 2026), minstens 1 jaar getrouwd zijn geweest (of in een gelijkgestelde situatie zitten) en niet hertrouwd zijn.
Bent u werknemer, dan hebt u bij het overlijden van een familielid recht op klein verlet. Het aantal dagen hangt af van de verwantschap: 10 dagen bij het overlijden van uw echtgenoot, echtgenote, partner of kind (3 dagen rond de begrafenis en 7 dagen binnen het jaar), 3 dagen voor een ouder of schoonouder, en 1 of 2 dagen voor bijvoorbeeld een broer, zus of grootouder, afhankelijk van of die bij u inwoonde.