
Een vervangingsinkomen is een uitkering die uw loon vervangt wanneer u niet of niet meer werkt: een werkloosheidsuitkering, een ziekte- of invaliditeitsuitkering, een pensioen en vanaf de inkomsten van 2026 ook het leefloon. Zo’n uitkering is in de regel belastbaar, maar u krijgt er een belastingvermindering voor, die de belasting op een bescheiden uitkering of pensioen sterk verlaagt. Hieronder leest u wat precies meetelt, hoeveel die vermindering bedraagt voor uw inkomsten van 2026 en wat de hervorming van de personenbelasting verandert. Meer fiscale voordelen en financiële steun vindt u in ons overzicht.
Wat is een vervangingsinkomen?
Een vervangingsinkomen is geld dat u krijgt in de plaats van uw loon, wanneer u door werkloosheid, ziekte of een arbeidsongeval tijdelijk geen of minder inkomen uit werk hebt. Fiscaal krijgen ook uw pensioen en, vanaf de inkomsten van 2026, het leefloon een eigen belastingvermindering. Het geld komt van de RVA via uw uitbetalingsinstelling, uw ziekenfonds, de Federale Pensioendienst of, voor het leefloon, het OCMW.
Het begrip is op twee vlakken belangrijk. In de sociale zekerheid heeft elke uitkering eigen regels voor wie werkt of een andere uitkering ontvangt. In de personenbelasting bepaalt het hoe uw uitkering belast wordt en welke belastingvermindering u krijgt. Dit artikel gaat vooral over dat fiscale luik, want daar merkt u het verschil in uw portemonnee.
Een vervangingsinkomen is iets anders dan een tegemoetkoming die extra kosten dekt. De inkomensvervangende tegemoetkoming en de integratietegemoetkoming voor personen met een handicap zijn, ondanks de naam van de eerste, niet belastbaar. Ook het Groeipakket voor uw kinderen is geen vervangingsinkomen en is niet belastbaar.
Welke uitkeringen zijn een vervangingsinkomen?
De fiscus deelt de vervangingsinkomsten op in groepen, omdat elke groep een eigen belastingvermindering heeft. Op uw aangifte staan werkloosheidsuitkeringen, ziekte- en invaliditeitsuitkeringen en de andere vervangingsinkomsten in vak IV, samen met de lonen. De pensioenen staan in vak V.
De uitbetaler bezorgt u elk jaar een fiscale fiche met het bedrag dat u kreeg en de ingehouden voorheffing. In de vooraf ingevulde aangifte staat dat bedrag meestal al ingevuld. In de tabel ziet u de belangrijkste soorten en wie ze uitbetaalt.
| Soort vervangingsinkomen | Voorbeelden | Uitbetaald door |
| Werkloosheidsuitkeringen | volledige werkloosheid, tijdelijke werkloosheid | de RVA via uw uitbetalingsinstelling (vakbond of Hulpkas voor Werkloosheidsuitkeringen) |
| Wettelijke ziekte- en invaliditeitsuitkeringen | primaire arbeidsongeschiktheid, invaliditeit | uw ziekenfonds of de Hulpkas voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering |
| Pensioenen | rustpensioen, overlevingspensioen | uw pensioeninstelling, meestal de Federale Pensioendienst |
| Leefloon (vanaf de inkomsten van 2026) | leefloon of financiële hulp die ermee gelijkstaat | het OCMW |
| Werkloosheid met bedrijfstoeslag (SWT, vroeger brugpensioen) | wettelijke werkloosheidsuitkering en bedrijfstoeslag | de RVA en uw vroegere werkgever |
| Andere vervangingsinkomsten | vergoedingen bij tijdelijke ongeschiktheid door een arbeidsongeval of beroepsziekte, aanvullende vergoedingen van een vroegere werkgever | de instelling die u uitbetaalt of uw vroegere werkgever |
Meer uitleg over elke uitkering vindt u in onze artikels over de werkloosheidsuitkering, de tijdelijke werkloosheid, de uitkering bij arbeidsongeschiktheid, de invaliditeitsuitkering, het SWT of brugpensioen en het leefloon.
Is een vervangingsinkomen belastbaar?
Ja. Een vervangingsinkomen wordt belast zoals een loon: het telt mee bij uw andere inkomsten en wordt belast volgens de belastingschijven, nadat uw belastingvrije som is toegepast. De uitbetaler houdt in de regel bedrijfsvoorheffing in op uw uitkering. Dat is een voorschot op de belasting, geen definitieve afrekening.
Het verschil met een loon zit in de belastingvermindering voor vervangingsinkomsten. Die gaat rechtstreeks van de belasting af. Hebt u alleen een bescheiden pensioen, leefloon of ander vervangingsinkomen, dan is ze bedoeld om uw belasting tot nul terug te brengen. Voor ziekte- en werkloosheidsuitkeringen geldt die garantie niet. Hebt u daarnaast nog andere inkomsten, of is uw totale inkomen hoger, dan wordt de vermindering kleiner of valt ze weg.
Hoeveel bedraagt de belastingvermindering in 2026?
Het bedrag van de vermindering hangt af van de soort vervangingsinkomen. De bedragen hieronder gelden voor uw inkomsten van 2026 (aanslagjaar 2027) en zijn de maximale verminderingen als uw netto-inkomen alleen uit die soort inkomen bestaat. Bestaat uw inkomen maar voor een deel uit een vervangingsinkomen, dan krijgt u een evenredig deel van die bedragen.
Voor pensioenen, het leefloon en de andere vervangingsinkomsten bestaat de vermindering uit een basisvermindering en een aanvullende vermindering. Die aanvullende vermindering is bedoeld voor lage inkomens: ze wordt kleiner zodra uw belastbare inkomen hoger is dan 20.110 € en valt weg vanaf 29.490 €.
| Uw netto-inkomen bestaat alleen uit | Maximale vermindering (inkomsten 2026) |
| pensioenen | 2.182,06 € + 467,87 € aanvullende vermindering |
| leefloon | 2.182,06 € + 467,87 € aanvullende vermindering |
| andere vervangingsinkomsten | 2.182,06 € + 467,87 € aanvullende vermindering |
| wettelijke ziekte- en invaliditeitsuitkeringen | 2.959,25 € |
| werkloosheidsuitkeringen | 545,51 € |
Bij een hoger totaal inkomen wordt de vermindering afgebouwd. Voor werkloosheidsuitkeringen daalt ze tussen 21.810 € en 29.190 € belastbaar inkomen en valt ze boven dat bedrag helemaal weg. Voor pensioenen daalt ze vanaf 29.490 € en krijgt u boven 72.310 € geen vermindering meer. De verminderingen voor ziekte- en invaliditeitsuitkeringen, het leefloon en de andere vervangingsinkomsten worden geleidelijk afgebouwd tussen 29.490 € en 58.980 € belastbaar inkomen. Vanaf aanslagjaar 2030 verdwijnt de aparte regeling voor werkloosheidsuitkeringen.
Wat verandert de hervorming van de personenbelasting?
De federale regering heeft in 2026 de personenbelasting hervormd. Voor vervangingsinkomsten gelden de eerste wijzigingen vanaf uw inkomsten van 2026 (aanslagjaar 2027), en een deel loopt stap voor stap verder tot aanslagjaar 2031.
In die periode stijgt de belastingvrije som elk jaar. De basisverminderingen voor pensioenen, ziekte- en invaliditeitsuitkeringen, de andere vervangingsinkomsten en het leefloon dalen in dezelfde periode. De belangrijkste wijzigingen voor wie een uitkering of pensioen heeft:
- Leefloon: het leefloon dat u vanaf 1 januari 2026 krijgt, is in de regel belastbaar als vervangingsinkomen. U krijgt er wel een eigen vermindering voor, met dezelfde bedragen als voor een pensioen.
- Werkloosheidsuitkeringen: de extra vermindering voor werkloosheidsuitkeringen verdwijnt vanaf aanslagjaar 2027. Alleenstaande ouders met kinderen ten laste die een werkloosheidsuitkering krijgen, kunnen voor de aanslagjaren 2027 tot en met 2029 onder voorwaarden een hogere basisvermindering krijgen. Bestaat hun inkomen maar voor een deel uit een werkloosheidsuitkering, dan geldt dat evenredig.
- Pensioenen: de vermindering voor pensioenen wordt afgebouwd boven 29.490 € belastbaar inkomen en valt weg boven 72.310 €.
Een vervangingsinkomen combineren met werk
Fiscaal wordt alles samengeteld. Werkt u een deel van het jaar en krijgt u de rest van het jaar een uitkering, dan krijgt u de vermindering alleen voor het deel van uw inkomen dat uit die uitkering bestaat. Uw werkgever en uw uitbetalingsinstelling houden elk voorheffing in op hun eigen betaling. Dat kan leiden tot een bijbetaling bij de afrekening van uw aanslag.
In de sociale zekerheid gelden daarnaast eigen regels voor wie werkt met een uitkering. Bij ziekte meldt u de werkhervatting bij uw ziekenfonds en vraagt u de toestemming van de adviserend arts voor een progressieve werkhervatting, uiterlijk op de werkdag voordat u opnieuw begint. Als werkloze geeft u een activiteit (loonwerk, een zelfstandige activiteit, vrijwilligerswerk) aan bij uw uitbetalingsinstelling, in de regel voordat u eraan begint. Wie met pensioen is, kan bijvoorbeeld via een flexi-job bijverdienen. Met de springplank naar zelfstandige behoudt u onder voorwaarden maximaal twaalf maanden uw recht op werkloosheidsuitkeringen terwijl u een zelfstandige nevenactiviteit uitoefent. Uw uitkering wordt wel verminderd met het deel van uw dagelijks inkomen uit die activiteit dat 18,44 € overschrijdt.
Wat er gebeurt als uw uitkering stopt, leest u in ons artikel over de beperking van de werkloosheid in de tijd.
Waar vindt u uw vervangingsinkomen op uw aangifte?
Elke uitbetaler stuurt u een fiscale fiche: de fiche 281.11 voor pensioenen, de fiche 281.12 voor ziekte- en invaliditeitsuitkeringen, de fiche 281.13 voor werkloosheidsuitkeringen en de fiche 281.17 voor werkloosheid met bedrijfstoeslag (SWT). De bedragen op die fiches staan meestal al in uw belastingaangifte in MyMinfin. Controleer ze toch, zeker als u in hetzelfde jaar van uitbetalingsinstelling of ziekenfonds veranderde.
U hoeft de vermindering niet apart in te vullen: u geeft uw uitkeringen en pensioenen aan en de FOD Financiën past de vermindering toe op uw aanslag. U ziet het resultaat op uw aanslagbiljet. Bent u gehuwd of wettelijk samenwonend, dan wordt de vermindering per partner berekend, ook al krijgt u samen één aanslagbiljet. Lees ook hoe het huwelijksquotiënt werkt als een van beide partners weinig verdient.
Andere steun als u van een vervangingsinkomen leeft
Een laag vervangingsinkomen geeft vaak recht op andere steun, los van de belastingen. Met een laag gezinsinkomen kunt u de verhoogde tegemoetkoming krijgen, waardoor u minder betaalt voor uw doktersbezoeken en geneesmiddelen. Krijgt u een leefloon of de inkomensgarantie voor ouderen, dan hebt u in de regel ook recht op het sociaal energietarief.
Gepensioneerden met een klein pensioen hebben mogelijk recht op de inkomensgarantie voor ouderen (IGO). De Federale Pensioendienst onderzoekt dat in bepaalde gevallen zelf; in andere gevallen moet u de IGO aanvragen. Lees ook wanneer u recht hebt op het minimumpensioen. De maximumfactuur beperkt bovendien uw medische kosten per jaar, en in Vlaanderen bestaat er ook een sociaal tarief voor water.