
Bent u langer dan een jaar arbeidsongeschikt, dan stort uw ziekenfonds uw invaliditeitsuitkering één keer per maand, op een vaste datum rond het einde van de maand. Hieronder vindt u alle data voor de uitbetaling van de invaliditeit in 2026, waarom het geld soms later op uw rekening staat en hoe de betaling in het eerste jaar van uw ziekte verloopt. Meer over steun bij ziekte en gezondheidskosten vindt u in onze andere artikels.
Wanneer betaalt het ziekenfonds uw invaliditeitsuitkering?
De invaliditeitsuitkering krijgt u vanaf het tweede jaar van uw arbeidsongeschiktheid. Uw ziekenfonds betaalt ze één keer per maand, en dat gebeurt rond het einde van de maand zelf: de uitkering van maart staat dus eind maart op uw rekening, niet pas in april. U krijgt het geld met andere woorden voor de lopende maand.
Volgens de regels van het RIZIV mag de invaliditeitsuitkering ten vroegste op de derdelaatste werkdag van de maand worden betaald. In december wordt de betaling gewoonlijk vervroegd. Zo komt u op twaalf vaste betaaldata per jaar.
Betaaldata invaliditeitsuitkering 2026
De HZIV (Hulpkas voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering, de openbare instelling van sociale zekerheid die ook de ziekteverzekering aanbiedt) publiceert voor 2026 de onderstaande data voor de uitbetaling van de invaliditeit. Bij de HZIV, het VNZ, het NZVL en CM vallen de betalingen voor de invaliditeit op dezelfde dagen.
De data hieronder zijn de dagen waarop het ziekenfonds de betaalopdracht geeft. Ze gelden alleen voor een dossier dat volledig in orde is. Afhankelijk van uw bank staat het bedrag er soms een of twee werkdagen later op.
| Maand | Betaling invaliditeit |
| Januari 2026 | woensdag 28 januari |
| Februari 2026 | woensdag 25 februari |
| Maart 2026 | vrijdag 27 maart |
| April 2026 | dinsdag 28 april |
| Mei 2026 | woensdag 27 mei |
| Juni 2026 | vrijdag 26 juni |
| Juli 2026 | woensdag 29 juli |
| Augustus 2026 | donderdag 27 augustus |
| September 2026 | maandag 28 september |
| Oktober 2026 | woensdag 28 oktober |
| November 2026 | donderdag 26 november |
| December 2026 | maandag 21 december |
Krijgt u ook een tegemoetkoming voor personen met een handicap, dan wordt die volgens een andere kalender betaald. U vindt die data in ons artikel over de uitbetaling van de FOD-tegemoetkomingen. Gaat u later met pensioen, dan geldt de betaalkalender van het pensioen.
Waarom staat het geld soms later op uw rekening?
Een betaaldatum is de dag waarop het ziekenfonds het geld overschrijft. Hoe snel het bedrag daarna op uw rekening verschijnt, hangt af van uw bank. Ziet u op de betaaldag nog niets, wacht dan eerst een of twee werkdagen af voordat u uw ziekenfonds contacteert.
Daarnaast kan het ziekenfonds in een aantal situaties van de vaste data afwijken. Dat is vooral zo wanneer het nog niet alle gegevens heeft om uw uitkering te berekenen. De ziekenfondsen noemen deze situaties:
- De start van uw arbeidsongeschiktheid: de eerste betaling volgt pas als het ziekenfonds alle gegevens heeft om uw uitkering te berekenen, zoals de loongegevens van uw werkgever.
- Toegelaten arbeid: oefent u een toegelaten activiteit uit, dan kan de betaling van de vaste datum afwijken. Bij sommige ziekenfondsen volgt ze pas na ontvangst van uw inkomstenverklaring.
- Een medische controle: kreeg u een uitnodiging voor een onderzoek, dan kan de betaling verschuiven.
- Beslag of collectieve schuldenregeling: loopt er een loonbeslag of een collectieve schuldenregeling, dan kan het ziekenfonds uw uitkering op een andere datum betalen.
Uitbetaling in het eerste jaar: de ziekte-uitkering twee keer per maand
Tijdens het eerste jaar van uw ziekte spreekt men van primaire arbeidsongeschiktheid. Bent u werknemer, dan betaalt uw werkgever eerst het gewaarborgd loon. Pas daarna neemt het ziekenfonds de betaling over met een ziekte-uitkering.
Die ziekte-uitkering wordt voor werknemers en werklozen twee keer per maand betaald: een betaling voor de eerste helft van de maand en een voor de tweede helft. Waar de grens ligt (bij het ene ziekenfonds na de 15e, bij een ander na de 14e) en de dag waarop er betaald wordt, verschillen per ziekenfonds, soms met enkele dagen.
Bij de HZIV staat voor januari 2026 bijvoorbeeld de eerste betaling op 16 januari en de tweede op 3 februari. Bij het VNZ is dat 16 januari en 2 februari, en andere ziekenfondsen gebruiken weer andere data. De precieze data van uw ziekenfonds vindt u op zijn website of in uw ledenzone.
Bent u langer dan een jaar ziek, dan wordt uw uitkering een invaliditeitsuitkering. Vanaf dan krijgt u nog maar één betaling per maand, op de data uit de tabel hierboven. Wie in het eerste jaar gewend was aan twee stortingen per maand, houdt daar best rekening mee bij het plannen van vaste kosten.
Zelfstandigen: één betaling per maand
Bent u zelfstandige, dan krijgt u uw uitkering bij arbeidsongeschiktheid één keer per maand, ook in het eerste jaar. Voor de invaliditeit gelden voor zelfstandigen dezelfde betaaldata als in de tabel hierboven.
Voor het eerste jaar kiest elk ziekenfonds de precieze datum. Bij sommige ziekenfondsen is dat dezelfde dag als bij de invaliditeit, bij andere pas in de eerste dagen van de volgende maand. Meer over uw rechten bij ziekte leest u in ons artikel over de arbeidsongeschiktheid. Over uw latere pensioen als zelfstandige leest u meer in een apart artikel.
De inhaalpremie: een extra betaling in mei
Bent u al lang invalide, dan krijgt u mogelijk één keer per jaar een inhaalpremie bovenop uw maandelijkse uitkering. Het is een jaarlijkse herwaardering van de uitkering voor mensen die al langer arbeidsongeschikt zijn. U hoeft er niets voor aan te vragen: uw ziekenfonds betaalt ze automatisch.
Recht op de premie heeft wie op 31 december van het vorige jaar al minstens een jaar arbeidsongeschikt erkend was en in mei nog minstens één dag als invalide erkend is. Het ziekenfonds betaalt ze eind mei. Meer over het bedrag van uw maandelijkse uitkering leest u in ons artikel over de invaliditeitsuitkering.
Wat als uw uitkering niet op de verwachte datum komt?
Komt uw uitkering niet binnen, controleer dan eerst of de datum van uw ziekenfonds al voorbij is en geef uw bank een of twee werkdagen. Gaat het om het eerste jaar, kijk dan of u de data van uw eigen ziekenfonds hebt bekeken en niet die van een ander ziekenfonds.
Blijft het geld uit, neem dan contact op met uw ziekenfonds. Soms ontbreekt er nog een document of gegeven, zoals een attest van uw werkgever of uw inkomstenverklaring als u toegelaten arbeid doet. Hebt u door de vertraging moeite om uw rekeningen te betalen, vraag dan bij uw OCMW na of u een voorschot op uw uitkering kunt krijgen. Het OCMW onderzoekt eerst uw situatie. Hebt u op lange termijn te weinig inkomen, dan bestaat ook het leefloon.
Andere steun als u langdurig ziek bent
Naast uw uitkering zijn er nog regelingen die uw kosten drukken. Wie veel medische kosten heeft, kan in aanmerking komen voor het zorgforfait voor chronisch zieken. Kunt u door uw ziekte uw job niet meer uitoefenen, dan leest u bij medische overmacht wat dat betekent voor uw arbeidscontract.
Hebt u door een handicap extra kosten in het dagelijks leven, bekijk dan ook de tegemoetkomingen van de FOD voor personen met een handicap. Die worden apart betaald, naast uw invaliditeitsuitkering.