
Met het Vlaams zorgkrediet kunt u tijdelijk minder of helemaal niet werken om voor uw kind of een zieke te zorgen of om een opleiding te volgen, en krijgt u daarvoor een maandelijkse uitkering van de Vlaamse overheid. Het zorgkrediet geldt alleen voor wie in de Vlaamse openbare sector werkt, ook in het onderwijs en bij gemeenten en OCMW’s. Hieronder leest u wie recht heeft, hoelang het duurt, hoeveel u krijgt en hoe u het aanvraagt. Meer over verlof en tijdelijk minder werken vindt u bij onze steun rond werk en werkgelegenheid.
Wat is het Vlaams zorgkrediet?
Het Vlaams zorgkrediet is een verlofstelsel met uitkering voor personeelsleden van de Vlaamse openbare sector. U onderbreekt uw loopbaan volledig, halftijds of voor 1/5, en het Departement Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie en Sociale Economie (Departement WEWIS) betaalt u elke maand een onderbrekingsuitkering. Bij het zorgkrediet hoort dus een uitkering: u kunt het niet opnemen zonder die uitkering.
U kunt het zorgkrediet alleen met een motief opnemen: zorg voor een kind, zorg voor een zwaar zieke, palliatieve zorg of een erkende opleiding. Een onderbreking zonder motief is niet mogelijk. In de Vlaamse openbare sector vervangt het zorgkrediet sinds 2016 de vroegere loopbaanonderbreking van de RVA. Werkt u in de privésector, dan heet de vergelijkbare regeling tijdskrediet, en die verloopt via de RVA.
Wie heeft recht op zorgkrediet?
U komt alleen in aanmerking als u in de Vlaamse openbare sector werkt en de vrijgekomen tijd gebruikt voor een van de erkende motieven. Of u contractueel of statutair werkt, maakt geen verschil. Ook hoelang u al in dienst bent, speelt geen rol: er is geen minimale anciënniteit nodig.
De Vlaamse openbare sector is ruimer dan alleen de Vlaamse administratie. Twijfelt u of uw werkgever eronder valt, vraag het dan na bij uw personeelsdienst. Volgens de Vlaamse overheid horen er onder meer bij:
- de diensten van de Vlaamse overheid: departementen en agentschappen, zoals de VDAB, maar niet De Lijn;
- het officieel en vrij onderwijs;
- Vlaamse gemeenten, OCMW’s en provincies;
- de VRT, de Vlaamse Gemeenschapscommissie en ziekenhuizen die door een openbare instelling beheerd worden, zoals UZ Gent.
Zorgkrediet in het onderwijs
Ook leerkrachten en ander onderwijspersoneel, in het officieel en in het vrij onderwijs, vallen onder het Vlaams zorgkrediet. Voor tijdelijke personeelsleden geldt een uitzondering: start uw zorgkrediet na 1 april en loopt uw contract tot 30 juni, of start het na 1 juni en loopt uw contract tot 31 augustus, dan hoeft u bijvoorbeeld geen periode van minstens 3 maanden aan te vragen.
Werkt u voor meerdere scholen of meerdere werkgevers binnen de Vlaamse overheid, dan dient u één aanvraag in: bij de werkgever waar u wilt onderbreken, of bij de werkgever waar u de meeste uren presteert als u volledig onderbreekt.
Wie valt er niet onder?
Federale ambtenaren en de lokale en federale politie werken wel in de openbare sector, maar vallen niet onder het Vlaams zorgkrediet. Zij hebben nog altijd recht op de oude loopbaanonderbreking van de RVA. Werknemers uit de privésector nemen tijdskrediet of een thematisch verlof op.
Voor welke motieven kunt u zorgkrediet opnemen?
Bij uw aanvraag kiest u het motief dat past, en voor de meeste motieven voegt u een attest toe. Zonder het juiste attest kunt u de aanvraag niet indienen. Voor uw eigen kind is geen attest nodig, voor een adoptiekind of een pleegkind wel.
U kunt het zorgkrediet niet zonder motief opnemen: u moet aantonen dat u de vrijgekomen tijd gebruikt voor een van de erkende doelen. Dit zijn de vijf motieven die de Vlaamse overheid erkent:
- Zorg voor uw kind tot en met 12 jaar: uw eigen kind, adoptiekind of pleegkind, of het kind van de partner met wie u getrouwd bent of wettelijk samenwoont. Het zorgkrediet loopt tot en met de dag vóór de 13de verjaardag. Wordt uw kind binnen minder dan 3 maanden 13 jaar, dan kunt u voor dat kind geen zorgkrediet meer opnemen.
- Zorg voor een kind met een beperking, zonder leeftijdsgrens: het kind is voor minstens 66 % getroffen door een lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid, heeft minstens 4 punten in pijler 1 van de medisch-sociale schaal voor de zorgtoeslag van het Groeipakket, is erkend door het VAPH of heeft een indicatiestellingsverslag van het Agentschap Jongerenwelzijn.
- Zorg voor een zwaar ziek gezins- of familielid: iemand met wie u samenwoont, of een familielid in de eerste of tweede graad. De behandelende arts beslist of het om een zware ziekte gaat.
- Palliatieve zorg voor iemand uit uw omgeving, ook een vriend of kennis.
- Een erkende opleiding van minstens 120 contacturen of 9 studiepunten per jaar, die de Vlaamse overheid organiseert, subsidieert of erkent.
Volgt u een opleiding, dan moet u de lessen effectief bijwonen. Na elke goedgekeurde periode van drie maanden bezorgt u binnen 20 kalenderdagen een attest van regelmatige aanwezigheid. Bent u te laat, dan krijgt u voor het volgende kwartaal geen zorgkrediet.
Hoelang mag u zorgkrediet opnemen?
De maximumduur hangt af van hoeveel u onderbreekt. Over uw hele loopbaan hebt u recht op het equivalent van 18 maanden voltijdse onderbreking. Dat is geen optelsom: u krijgt niet 18 maanden voltijds én 36 maanden halftijds én 90 maanden 4/5, maar één tegoed dat u op verschillende manieren kunt gebruiken.
U mag de vormen afwisselen. Eén maand volledig stoppen staat gelijk met 2 maanden halftijds of 5 maanden 4/5 werken. Voor het motief opleiding geldt hetzelfde maximum. Hoeveel maanden u nog overhebt, ziet u in het WSE-loket: meld u aan, klik op ‘Mijn lopende dossiers’ en open een dossier.
| Uw arbeidsregime tijdens het zorgkrediet | Maximum over uw hele loopbaan |
| U stopt helemaal met werken | 18 maanden |
| U gaat halftijds werken | 36 maanden |
| U gaat 4/5 werken (alleen als u voltijds werkt) | 90 maanden |
In de regel vraagt u het zorgkrediet aan in termijnen van minstens 3 en hoogstens 12 maanden, en in volledige maanden. Zo’n maand hoeft niet op de eerste dag te beginnen: van 6 januari tot en met 5 februari is ook een volledige maand. Alleen in een paar gevallen mag het anders, bijvoorbeeld als uw kind tijdens de periode 13 jaar wordt of als uw opleiding geen volledige maanden omvat. Voor palliatieve zorg vraagt u 1, 2 of maximaal 3 maanden aan. Hebt u minder dan 3 maanden tegoed over, dan kunt u nog een periode van 1 of 2 maanden aanvragen.
Periodes van loopbaanonderbreking die u vroeger in het oude RVA-stelsel opnam, tellen niet mee: voor het Vlaams zorgkrediet begint uw teller op nul. Naast het zorgkrediet kunt u ook de thematische verloven van de RVA opnemen, maar niet op hetzelfde moment.
Hoeveel bedraagt de uitkering voor zorgkrediet?
De uitkering hangt af van hoeveel u onderbreekt, van uw normale arbeidsregime, van uw leeftijd en van de vraag of u alleenwonend of samenwonend bent. Werkt u volgens uw contract deeltijds, dan krijgt u een bedrag in verhouding tot uw arbeidsregime. Dat geldt ook als u een onvolledige maand zorgkrediet opneemt.
Bij halftijds werken is het brutobedrag in de tabel telkens hetzelfde, maar het nettobedrag verschilt naargelang uw gezinssituatie en uw leeftijd. De Vlaamse overheid vermeldt deze maandbedragen voor wie voltijds werkt:
| Situatie tijdens het zorgkrediet | Netto per maand | Bruto per maand |
| U werkt helemaal niet | 637,44 € | 709,29 € |
| U werkt halftijds en woont alleen | 306,65 € | 370,12 € |
| U werkt halftijds, woont samen en bent jonger dan 50 jaar | 259,09 € | 370,12 € |
| U werkt halftijds, woont samen en bent ouder dan 50 jaar | 240,58 € | 370,12 € |
| U werkt 4/5 | 146,08 € | 176,31 € |
Een alleenstaande ouder krijgt meer: 367,98 € netto (444,15 € bruto) bij halftijds werken en 223,02 € netto (269,18 € bruto) bij 4/5 werken. U geldt als alleenstaande ouder als u alleen met uw kinderen woont en al uw inwonende kinderen recht geven op het Groeipakket, of als u helemaal alleen woont en minstens één kind dat niet bij u woont recht geeft op het Groeipakket. Welke andere steun er bestaat als alleenstaande moeder of vader, leest u in een aparte uitleg.
De uitkering wordt maandelijks op uw rekening gestort, meestal in het begin van de maand na de maand waarop ze betrekking heeft. Afhankelijk van de datum van goedkeuring kan de eerste betaling ook halverwege de maand gebeuren. Loopt uw zorgkrediet al op het moment dat de aanvraag wordt goedgekeurd, dan krijgt u de voorbije maanden meteen mee uitbetaald. De uitkering geeft u aan in uw belastingaangifte: het fiscaal attest vindt u in het WSE-loket of via MyMinfin. Hoe u daarna de afrekening van uw belastingen leest, staat in onze uitleg over het aanslagbiljet.
Wordt u tijdens de aangevraagde periode 50 jaar, dan hoeft u zelf niets te doen: uw dossier wordt automatisch aangepast. Voor personeelsleden van de Vlaamse overheid, de lokale besturen en het onderwijs kunnen sommige periodes zorgkrediet ook meetellen voor uw pensioen. Hoe dat voor u uitvalt, vraagt u na bij de Pensioenlijn (02 225 17 65). Meer over hoe uw pensioen tot stand komt, leest u in onze uitleg over uw pensioen berekenen.
Hoe vraagt u zorgkrediet aan?
U vraagt het Vlaams zorgkrediet uitsluitend online aan via het WSE-loket, samen met uw werkgever. Uw werkgever start de aanvraag: die vult de werkgevers- en dossiergegevens in en bevestigt dat u het zorgkrediet mag opnemen. Daarna krijgt u een e-mail om de aanvraag zelf aan te vullen en in te dienen. Kijk ook in uw map met ongewenste mail.
Het zorgkrediet is een recht: uw werkgever mag de aanvraag niet zomaar weigeren. Alleen voor een beperkt aantal functies, zoals bepaalde leidinggevende functies, kan de werkgever weigeren of uitstellen, en dan moet dat in het arbeidsreglement staan. Zo verloopt de aanvraag:
- Uw werkgever opent de aanvraag in het WSE-loket.
- U meldt zich aan met uw eID of een andere digitale sleutel, vult uw gegevens en uw IBAN-rekeningnummer aan en voegt het attest voor uw motief toe.
- U dient de aanvraag in en krijgt meteen een ontvangstbevestiging per e-mail.
- U en uw werkgever krijgen de beslissing per e-mail, normaal binnen 10 werkdagen.
Let op de termijn: u dient de aanvraag ten vroegste 6 maanden vóór en ten laatste 2 maanden na de start van uw zorgkrediet in. Start u bijvoorbeeld op 4 april, dan moet de aanvraag uiterlijk op 3 juni binnen zijn. Bent u later, dan krijgt u het zorgkrediet pas vanaf de datum waarop uw volledige aanvraag verstuurd werd. U blijft zelf verantwoordelijk voor een tijdige aanvraag, ook als uw werkgever die moet opstarten. U start en volgt uw aanvraag op in het WSE-loket van de Vlaamse overheid.
Hebt u geen eID of andere digitale sleutel, dan doen u en uw werkgever de aanvraag op papier. Het papieren formulier vraagt u per e-mail aan bij de dienst Vlaams zorgkrediet, met de reden waarom online niet lukt. Wordt een aanvraag geweigerd, dan dient u samen met uw werkgever een volledig nieuwe aanvraag in.
Zorgkrediet combineren met ander werk of een ander inkomen
Een bijkomende job in loondienst mag u combineren met uw zorgkrediet als u die job bij de start al minstens 3 maanden uitoefent en ze tijdens het zorgkrediet niet uitbreidt. Gemiddeld mag u er niet meer uren werken dan in uw job in de openbare sector. Voor een flexi-job geldt een eigen regel: werkt u met flexi-jobs die niet van datum tot datum op elkaar volgen, dan moet u elke flexi-job in de 3 maanden vóór de start minstens 1 dag per maand uitgeoefend hebben. Begint u tijdens het zorgkrediet een nieuwe nevenactiviteit, dan wordt uw dossier stopgezet vanaf de startdatum van die activiteit, en moet u de uitkeringen die u daarna al kreeg terugbetalen.
Ook een zelfstandige activiteit, bijvoorbeeld als zelfstandige in bijberoep, mag u combineren, maar alleen onder strengere voorwaarden:
- u oefent de activiteit bij de start van het zorgkrediet al minstens 3 maanden uit;
- u breidt ze niet uit tot een zelfstandige activiteit in hoofdberoep;
- u onderbreekt uw gewone job voltijds;
- u mag het zorgkrediet en uw zelfstandige activiteit over uw hele loopbaan maximaal 12 maanden combineren.
Een overlevingspensioen mag u gedurende maximaal 12 al dan niet opeenvolgende kalendermaanden combineren met het zorgkrediet. Vrijwilligerswerk kan ook, zolang u een vrijwilligersvergoeding krijgt en geen loon. Elke bijkomende activiteit, uitkering of pensioen meldt u bij uw aanvraag. Vergeet u dat of meldt u het te laat, dan moet u de onterecht betaalde bedragen terugbetalen.
Zorgkrediet verlengen, wijzigen of stopzetten
Wilt u uw zorgkrediet verlengen of overschakelen naar een ander regime, bijvoorbeeld van 4/5 naar halftijds, dan dient u een nieuwe aanvraag in, opnieuw voor minstens drie maanden. Loopt uw zorgkrediet nog, dan laat uw werkgever eerst het huidige dossier stopzetten. Pas na de bevestiging van die stopzetting start uw personeelsdienst de nieuwe aanvraag op.
U kunt het zorgkrediet ook vroeger stopzetten dan gepland. U meldt dat per e-mail of brief aan de dienst Vlaams zorgkrediet, samen met een verklaring van uw werkgever. Kies de einddatum goed: per begonnen maand gaat er een volledige maand af van uw tegoed. Begon uw zorgkrediet bijvoorbeeld op de 27ste, dan stopt u best op de 26ste van een maand.
Overlijdt de persoon voor wie u zorgt tijdens uw onderbreking, dan kunt u het zorgkrediet nog tot maximaal 6 maanden na het overlijden behouden, binnen uw resterende tegoed. Overlijdt die persoon vóór de start, dan vervalt uw recht, ook als de aanvraag al was goedgekeurd. Elke wijziging in uw situatie, zoals een nieuw adres, een nieuwe werkgever of een andere gezinssamenstelling, meldt u schriftelijk per e-mail of brief: in het WSE-loket kunt u niets wijzigen. Een nieuw rekeningnummer meldt u met een apart formulier.
Zorgkrediet of thematisch verlof: wat is het verschil?
Als personeelslid van de Vlaamse openbare sector kunt u naast het zorgkrediet ook de thematische verloven van de RVA opnemen. Het gaat om twee aparte stelsels, elk met een eigen maximumduur en een eigen uitkering. U kunt ze na elkaar gebruiken en zelf de volgorde kiezen, maar niet tegelijk.
De thematische verloven zijn er alleen om voor iemand te zorgen, niet voor een opleiding. Concreet zijn dat ouderschapsverlof, verlof voor medische bijstand, palliatief verlof en mantelzorgverlof. Het belangrijkste verschil zit in wie het verlof toekent en voor wie het openstaat:
| Kenmerk | Vlaams zorgkrediet | Thematische verloven |
| Wie kent het toe? | Vlaamse overheid (Departement WEWIS) | Federale overheid (RVA) |
| Voor wie? | Alleen personeel van de Vlaamse openbare sector | Alle werknemers, in de privésector en in de openbare sector |
| Waarvoor? | Zorg voor iemand of een erkende opleiding | Alleen zorg voor iemand |
Werkt u in de privésector, dan bestaat het Vlaams zorgkrediet niet voor u. Neemt u daar tijdskrediet met een zorgmotief of een thematisch verlof op en keurt de RVA een onderbrekingsuitkering goed, dan kunt u onder voorwaarden een Vlaamse aanmoedigingspremie krijgen bovenop de uitkering van de RVA, voor maximaal 12 maanden over uw hele loopbaan. Tijdskrediet moet u daarvoor voltijds of halftijds opnemen: een onderbreking met 1/5 geeft geen recht op de premie. Gaat het om tijdskrediet voor de zorg voor een kind tot en met 7 jaar (of tot en met 11 jaar bij een handicap van minstens 66 %), dan moet uw sector of onderneming het recht op de premie vastgelegd hebben in een sectorakkoord, een bedrijfsakkoord of een toetredingsakte. Werkt u in de socialprofitsector, dan gelden andere voorwaarden en bedragen. Zorgt u langdurig voor een naaste, dan bekijkt u best ook de steun voor mantelzorgers.