Mobiliteitsbudget in 2026: bedragen, de drie pijlers en wat u netto overhoudt

23 Oktober 2026 door Isabelle - 9 minuten leestijd
Ontdek op welke steun u recht hebt naast uw loon
Bereken mijn steun

Mobiliteitsbudget: werknemer met elektrische fiets in een treinstation

Met een mobiliteitsbudget ruilt u uw (recht op een) bedrijfswagen in voor een jaarlijks bedrag dat u zelf verdeelt: een kleinere elektrische wagen, een fiets, een treinabonnement, een deel van uw huur of hypothecaire lening, en wat overblijft krijgt u in geld. Het is een federale regeling, naast andere voordelen voor uw mobiliteit. Hieronder leest u wie er recht op heeft, hoeveel het mag bedragen in 2026, wat u netto overhoudt per pijler en hoe het zit met de aangekondigde verplichting.

Wat is het mobiliteitsbudget?

Het mobiliteitsbudget bestaat sinds 2019 en is geregeld door een federale wet. Het idee is eenvoudig: uw werkgever berekent wat uw bedrijfswagen hem per jaar kost en geeft u dat bedrag als budget. In plaats van een wagen kiest u zelf hoe u zich verplaatst, binnen het aanbod dat uw werkgever vastlegt.

Het budget is verdeeld over drie pijlers: een milieuvriendelijke bedrijfswagen, duurzame mobiliteit (fiets, openbaar vervoer, deelwagens en ook uw huisvestingskosten) en het saldo in geld. Elke pijler heeft zijn eigen fiscale behandeling, en net daar zit het verschil met een gewone kilometervergoeding of een loonsverhoging.

Sinds 2024 staat het volledige bedrag virtueel op een mobiliteitsrekening. U moet op elk moment kunnen zien hoeveel u al gebruikt hebt en wat er nog beschikbaar is.

Wie heeft recht op een mobiliteitsbudget?

Vandaag is het mobiliteitsbudget een keuze van de werkgever: hij beslist zelf of hij het invoert en onder welke voorwaarden. Als werknemer kunt u het dus niet afdwingen. Een verplichting voor werkgevers is aangekondigd, maar nog niet goedgekeurd. Wil uw werkgever het aanbieden, dan moet hij die voorwaarden vooraf aan alle werknemers meedelen.

Het budget is bedoeld voor wie een bedrijfswagen heeft of er volgens het bedrijfswagenbeleid van de werkgever recht op heeft, omdat zijn functie in een wagen voorziet. Werknemers zonder bedrijfswagen vallen er vandaag niet onder. Voor hen bestaan andere regelingen, zoals de fietsvergoeding of de terugbetaling van uw vervoerskosten naar het werk.

  • Werknemers in de privésector en contractuelen of statutairen bij de overheid die een bedrijfswagen hebben of ervoor in aanmerking komen.
  • Sinds 2024 ook burgemeesters, schepenen en gedeputeerden van de provincies.
  • Niet voor bedrijfsleiders: zij blijven uitgesloten.

Uw werkgever kan het mobiliteitsbudget pas invoeren als hij al minstens 36 maanden zonder onderbreking bedrijfswagens ter beschikking stelt. Een werkgever die nog geen 36 maanden actief is, mag het wel invoeren als hij op dat moment bedrijfswagens aanbiedt. Voor u als werknemer geldt sinds 2022 geen wachttijd meer: u hoeft uw bedrijfswagen niet eerst een bepaalde tijd gehad te hebben.

Bent u net aangeworven in een functie met een bedrijfswagen? Vraag dan meteen of uw werkgever een mobiliteitsbudget aanbiedt: u kiest dan van bij de start, in plaats van eerst een wagen te nemen.

De drie pijlers van het mobiliteitsbudget

U verdeelt uw budget zelf over de pijlers, maar altijd binnen wat uw werkgever aanbiedt. Pijler 1 is niet verplicht: een werkgever mag kiezen om geen wagen meer aan te bieden. In pijler 2 moet hij wel een keuzeaanbod voorzien.

De volgorde is belangrijk: wat u in pijler 1 en pijler 2 niet uitgeeft, komt als saldo in pijler 3 terecht en wordt in geld uitbetaald. Dat saldo wordt één keer per jaar uitbetaald, uiterlijk samen met het loon van de eerste maand van het volgende kalenderjaar.

Pijler Wat valt eronder? Fiscaal
Pijler 1 Een bedrijfswagen zonder CO2-uitstoot (bij een bestelling of leasing vanaf 2026) Zoals een gewone bedrijfswagen (voordeel van alle aard)
Pijler 2 Fiets, openbaar vervoer, deelmobiliteit, taxi, huisvestingskosten Vrij van personenbelasting
Pijler 3 Het saldo, uitbetaald in geld Bijzondere bijdrage van 38,07 %, geen personenbelasting

Pijler 1: een milieuvriendelijke bedrijfswagen

Wilt u niet volledig zonder wagen, dan kunt u met een deel van uw budget een kleinere of zuinigere bedrijfswagen nemen. Sinds 1 januari 2026 komt een nieuwe bedrijfswagen in pijler 1 enkel nog in aanmerking als hij uitstootvrij is (zonder CO2-uitstoot), in de praktijk een volledig elektrische wagen. Dat geldt voor wagens waarvan de bestelbon of het leasecontract vanaf die datum is ondertekend: een hybride die u vóór 2026 hebt besteld of geleased, blijft in pijler 1 bruikbaar. Voor die wagen gelden dezelfde regels als bij een gewone bedrijfswagen: u wordt belast op het voordeel van alle aard en uw werkgever betaalt de CO2-solidariteitsbijdrage.

De kosten van die wagen (leasing, verzekering, laden of tanken, onderhoud) worden van uw budget afgetrokken. Hoe hoger die kosten, hoe minder er overblijft voor de andere pijlers. Twijfelt u tussen leasen en zelf een wagen kopen, lees dan ook wat een auto leasen inhoudt.

Pijler 2: duurzame mobiliteit en wonen dicht bij uw werk

Pijler 2 is vaak het voordeligste deel, omdat wat u ermee betaalt vrij is van personenbelasting. Uw werkgever moet er minstens één mogelijkheid in aanbieden. U kunt er onder meer het volgende mee betalen, voor zover uw werkgever het in zijn aanbod opneemt:

  • Fietsen en zachte mobiliteit: aankoop, huur, leasing en onderhoud van een (elektrische) fiets, step, bromfiets of motorfiets. Gemotoriseerde voertuigen mogen sinds 2026 geen CO2 uitstoten.
  • Openbaar vervoer: abonnementen voor u en uw inwonende gezinsleden bij de NMBS of De Lijn, en losse tickets.
  • Deelmobiliteit: autodelen, carpooling, deelfietsen en -steps, taxi’s, auto’s met chauffeur en de huur van een wagen zonder chauffeur (maximaal 30 kalenderdagen per jaar). Deelauto’s en auto’s met chauffeur moeten sinds 2026 uitstootvrij zijn.
  • Georganiseerd gemeenschappelijk vervoer, zoals een bedrijfsbus.
  • Huisvestingskosten: huur, of de interesten en kapitaalaflossingen van uw hypothecaire lening, als u binnen 10 kilometer van uw normale werkplek woont.

Sinds 2024 mogen deze uitgaven ook in een ander land van de Europese Economische Ruimte gebeuren, en vallen de beheerskosten van het mobiliteitsbudget ook onder pijler 2. Wie dicht bij het werk gaat wonen, kan het budget dus deels gebruiken voor de woning. Huurt u, ga dan ook na of u in aanmerking komt voor de Vlaamse huurpremie.

Pijler 3: het saldo in geld

Wat u in pijler 1 en 2 niet opgebruikt, krijgt u in geld. Op dat saldo betaalt u als werknemer een bijzondere bijdrage van 38,07 %, die uw werkgever aan de RSZ doorstort. Daarna betaalt u er geen personenbelasting meer op.

Pijler 3 is dus minder voordelig dan pijler 2, maar vaak nog altijd interessanter dan een gewone loonsverhoging, waarop u de gewone RSZ-bijdragen en personenbelasting volgens de belastingschijven betaalt. Het saldo valt buiten het gewone loon voor de sociale bijdragen, maar telt wel mee als loon bij de berekening van sociale uitkeringen.

Hoeveel bedraagt het mobiliteitsbudget in 2026?

Het bedrag van uw mobiliteitsbudget is gelijk aan wat uw bedrijfswagen de werkgever per jaar kost, de totale kostprijs (TCO). De werkgever berekent die standaard op basis van de werkelijke kosten (gemiddeld over de laatste vier jaar, of over de kortere periode dat u de wagen had). Hij mag ook een forfaitaire berekening gebruiken, maar dan voor alle werknemers en voor drie jaar.

Daarnaast legt de wet grenzen op. Het budget mag niet hoger zijn dan een vijfde van uw totale brutojaarloon en moet tussen een minimum en een maximum liggen. Sinds 2024 worden die grenzen elk jaar geïndexeerd. De werkgever toetst uw budget eraan bij de toekenning, bij een functiewijziging of promotie, en daarna op 1 januari van elk jaar.

Grens Bedrag per jaar
Minimum in 2026 3.233 €
Maximum in 2026 17.244 €
Basisbedragen (vóór indexering) 3.000 € en 16.000 €
Relatief maximum Een vijfde van uw totale brutojaarloon
Bekijk welke andere premies en toelagen u nog kunt krijgen
Bereken mijn steun

Voorbeeld: zo verdeelt u een mobiliteitsbudget

Een voorbeeld maakt het concreter. Stel dat uw bedrijfswagen uw werkgever 9.000 € per jaar kost en dat dit bedrag binnen de wettelijke grenzen valt (tussen 3.233 € en 17.244 € en niet meer dan een vijfde van uw brutoloon). U kiest geen nieuwe wagen, maar neemt een treinabonnement en een elektrische fiets in leasing, samen voor 3.000 € per jaar in pijler 2.

Er blijft dan 6.000 € over als saldo in pijler 3. Daarop wordt 38,07 % bijzondere bijdrage ingehouden, of 2.284,20 €. U krijgt dus 3.715,80 € in geld, zonder personenbelasting, bovenop het abonnement en de fiets die u belastingvrij gebruikt. De echte bedragen hangen af van de kostprijs van uw wagen en van het aanbod van uw werkgever: vraag de berekening best vooraf op.

Belangrijk
Uw werkgever moet u vooraf meedelen hoe het mobiliteitsbudget berekend is en hoeveel het bedraagt. Teken niets zonder die berekening.

Wordt het mobiliteitsbudget verplicht?

De federale regering wil het mobiliteitsbudget verplicht maken voor werkgevers die bedrijfswagens aanbieden. Dat is aangekondigd, maar nog niet goedgekeurd: er ligt een voorontwerp van wet, waarover de Nationale Arbeidsraad en de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven op 29 april 2026 advies hebben gegeven. Volgens dat voorontwerp zou de verplichting afhangen van het gemiddeld aantal werknemers van de werkgever (minder dan 15, minder dan 50, of 50 en meer).

Tot een wet in het Belgisch Staatsblad verschijnt, blijft de huidige regel gelden: uw werkgever beslist zelf of hij een mobiliteitsbudget aanbiedt. Wat er uiteindelijk in de wet komt (welke werkgevers, vanaf wanneer, voor welke wagens), kan nog veranderen.

Aandacht
Leest u ergens dat het mobiliteitsbudget al verplicht is of een vaste startdatum heeft? Op 21 oktober 2026 is daarover nog geen wet verschenen. Wij passen deze pagina aan zodra er een definitieve wet is.

Zo vraagt u een mobiliteitsbudget aan

Biedt uw werkgever een mobiliteitsbudget aan, dan verloopt de aanvraag schriftelijk. Uw werkgever beslist en deelt die beslissing ook schriftelijk mee. Uw aanvraag en zijn akkoord vormen samen een overeenkomst die deel uitmaakt van uw arbeidsovereenkomst, met daarin het bedrag van uw budget.

Neem voordat u tekent de tijd om de berekening te vergelijken met wat de bedrijfswagen u vandaag oplevert. Denk ook aan de gevolgen voor uw privéverplaatsingen: zonder bedrijfswagen betaalt u zelf een eigen auto, de verkeersbelasting en de brandstof.

  1. Vraag na of uw werkgever een mobiliteitsbudget heeft ingevoerd en welke opties er in pijler 1 en 2 zijn.
  2. Vraag de berekening van uw budget op (methode en bedrag).
  3. Maak een schatting van wat u in pijler 2 nodig hebt: abonnement, fiets en zo nodig uw huur.
  4. Dien uw aanvraag schriftelijk in.
  5. Volg uw saldo op via de mobiliteitsrekening en plan uw uitgaven vóór het einde van het jaar.

Andere voordelen voor uw woon-werkverkeer

Hebt u geen bedrijfswagen, dan komt u niet in aanmerking voor een mobiliteitsbudget, maar er zijn andere manieren om uw verplaatsingen goedkoper te maken. Wie met de fiets naar het werk gaat, kan van zijn werkgever een fietsvergoeding krijgen. Rijdt u met uw eigen wagen voor het werk, dan kan uw werkgever een kilometervergoeding betalen.

Ook buiten mobiliteit zijn er voordelen die uw werkgever belastingvriendelijk kan toekennen, zoals ecocheques en maaltijdcheques. En voor uw belastingaangifte loont het om te kijken of de forfaitaire beroepskosten of uw werkelijke kosten voordeliger zijn.

Meer informatie

Isabelle is redacteur bij Mijntoeslagen.be en schrijft over hulpverlening en administratie in Vlaanderen. Voel je vrij om contact met haar op te nemen in het commentaargedeelte als je vragen hebt.


Stel een vraag aan onze deskundige

Ons algoritme berekent voor welke steun u in aanmerking komt

Simuleer gratis mijn hulpmiddelen