
Met de Springplank naar zelfstandige mag u als werkloze maximaal 12 maanden een zelfstandige activiteit in bijberoep uitoefenen en tegelijk uw recht op een werkloosheidsuitkering behouden, met een beperkte bijverdienste. Zo test u een eigen zaak zonder meteen uw inkomen op te geven. Het is een van de maatregelen rond werk en loopbaan die de RVA toekent. Hieronder leest u wie er recht op heeft, hoeveel u mag bijverdienen, hoe u het aanvraagt met het C1- en het C1C-formulier en wat er na die 12 maanden gebeurt.
Wat is de Springplank naar zelfstandige?
De Springplank naar zelfstandige is een voordeel van de RVA voor wie een werkloosheidsuitkering krijgt en een eigen zaak wil opstarten. U mag tijdens maximaal 12 maanden een nevenactiviteit als zelfstandige uitoefenen en houdt in die periode uw recht op uitkeringen. De overheid wil daarmee werklozen aanmoedigen om de stap naar het ondernemerschap te zetten.
Het grote verschil met de gewone regels: u hoeft de activiteit niet al minstens 3 maanden vóór uw uitkeringsaanvraag te hebben uitgeoefend en u bent niet gebonden aan de uren vóór 7 uur en na 18 uur. Als de RVA het voordeel toekent, kunt u uw bijberoep in principe om het even wanneer uitoefenen en toch uitkeringen krijgen. Hoe een zelfstandige in bijberoep verder werkt (statuut, bijdragen, belastingen), leest u in onze aparte gids.
Wie komt in aanmerking voor de Springplank?
De Springplank is bedoeld voor volledig werklozen met een werkloosheidsuitkering. Volgens de VDAB en Vlaanderen.be kan ook wie een inschakelingsuitkering ontvangt het voordeel aanvragen, maar niet tijdens de beroepsinschakelingstijd. U moet alle voorwaarden tegelijk vervullen.
De RVA kijkt onder meer naar uw verleden als zelfstandige en naar de manier waarop u werkloos bent geworden. Stopt of vermindert u uw werk in loondienst om van de maatregel gebruik te maken, dan komt u niet in aanmerking. Bent u tijdelijk werkloos, dan gelden andere regels voor een bijberoep.
- U doet aangifte van uw zelfstandige nevenactiviteit bij uw uitkeringsaanvraag of, als u al uitkeringen krijgt, vóór de start van de activiteit.
- Uw werkloosheid is niet ontstaan doordat u uw werk als loontrekkende stopzette of verminderde om dit voordeel te krijgen.
- U hebt dezelfde activiteit de voorbije 6 jaar (van datum tot datum) niet als zelfstandige in hoofdberoep uitgeoefend.
- U voert de activiteit zelf uit: u laat ze niet door anderen uitvoeren via een arbeidsovereenkomst of onderaanneming, behalve in heel uitzonderlijke gevallen.
- U ontvangt geen kunstwerkuitkering.
Welke activiteit mag u uitoefenen?
Het moet gaan om een zelfstandige activiteit. Werk in loondienst valt niet onder de Springplank: daarvoor gelden de gewone cumulregels van de RVA. Wilt u bijverdienen zonder het statuut van zelfstandige, bekijk dan ook bijverdienen zonder zelfstandige te worden of de regels voor vrijwilligerswerk.
De activiteit moet bovendien een echte nevenactiviteit blijven. Volgens Vlaanderen.be betekent dat dat het aantal uren dat u eraan besteedt en de grootte van uw inkomsten beperkt blijven. De RVA beoordeelt of dat zo is. Wie bijvoorbeeld als freelancer start, houdt de omvang van de opdrachten dus best in de gaten.
Hoe lang duurt het voordeel?
De RVA kent de Springplank toe voor 12 maanden, gerekend van datum tot datum. Die periode start op de dag dat uw activiteit begint of op het moment dat u het voordeel aanvraagt. De 12 maanden kunnen niet verlengd worden.
Het voordeel loopt ook nooit langer dan uw recht op werkloosheidsuitkeringen. Eindigt dat recht, dan stopt ook de Springplank. Houd daarom de einddatum van uw uitkering in het oog als u uw plannen maakt, en vraag die na bij uw uitbetalingsinstelling.
Hoeveel mag u bijverdienen met uw uitkering?
U mag de inkomsten uit uw bijberoep combineren met uw uitkering, maar in beperkte mate. De RVA vermindert het dagbedrag van uw uitkering met het deel van uw dagelijks inkomen uit de activiteit dat hoger ligt dan 18,44 € per dag (bedrag volgens de index van 1 september 2026).
Uw dagelijks inkomen berekent u door uw netto belastbaar jaarinkomen uit de activiteit (bruto min de kosten) te delen door 312. Werkt u maar een deel van het kalenderjaar als zelfstandige, dan deelt de RVA door een aantal dagen dat in verhouding staat tot die periode. Omdat het om uw jaarinkomen gaat, kan de RVA achteraf een deel van de uitkeringen terugvorderen.
| Voorbeeld van de RVA (heel kalenderjaar) | Bedrag |
| Uitkering per dag | 38 € |
| Netto belastbaar jaarinkomen uit het bijberoep | 10.000 € |
| Dagelijks inkomen (10.000 € gedeeld door 312) | 32,05 € |
| Deel boven 18,44 € per dag | 13,61 € |
| Uitkering per dag na vermindering | 24,39 € |
In dat voorbeeld wordt uw uitkering dus met 13,61 € verminderd, en dat bedrag vordert de RVA per uitkering terug. Hoe hoger uw winst, hoe kleiner uw uitkering: bij een groot inkomen in een korte periode kan de uitkering zelfs tot 0 € dalen. Leg daarom best een buffer opzij tot uw belastbaar inkomen bekend is.
Hoe vraagt u de Springplank aan?
U vraagt het voordeel aan bij uw uitbetalingsinstelling, zoals die van uw vakbond of de Hulpkas voor Werkloosheidsuitkeringen (HVW). Dat doet u op het moment van uw uitkeringsaanvraag of, als u al een uitkering ontvangt, vóór u met de activiteit begint. De uitbetalingsinstelling bezorgt uw aanvraag aan het werkloosheidsbureau van de RVA.
Beantwoord de vragen op de formulieren correct en nauwkeurig. Oefent u een bijberoep uit zonder aangifte, dan moet u volgens de RVA uw uitkeringen terugbetalen, wordt u meerdere weken uitgesloten van uitkeringen en kunt u zelfs strafrechtelijk vervolgd worden.
- Vul het C1-formulier (uw persoonlijke en familiale situatie) en het C1C-formulier (de aanvraag van het voordeel) in. U vindt ze op de pagina over de Springplank van de RVA en bij uw uitbetalingsinstelling.
- Bezorg beide formulieren aan uw uitbetalingsinstelling, bij uw uitkeringsaanvraag of, als u al uitkeringen ontvangt, vóór de start van uw activiteit.
- Het werkloosheidsbureau beslist. Vervult u alle voorwaarden, dan kent het de Springplank toe.
- Regel daarnaast uw start als zelfstandige, zoals uitgelegd in onze gids over het zelfstandig bijberoep.
Wat zijn uw verplichtingen tijdens de 12 maanden?
U blijft werkloze, met dezelfde plichten als elke andere werkzoekende. U blijft ingeschreven als werkzoekende bij de VDAB en u blijft beschikbaar voor de arbeidsmarkt. Dat betekent dat u een passende job, begeleiding of opleiding niet zomaar mag weigeren en dat u uw afspraken met uw VDAB-bemiddelaar nakomt.
U moet ook arbeidsgeschikt zijn en in België verblijven. Wordt u ziek, dan vergoedt uw ziekenfonds u en stuurt u binnen 48 uur een medisch attest naar uw ziekenfonds. Bent u meer dan 66 % arbeidsongeschikt, dan hebt u geen recht op werkloosheidsuitkeringen. Lees daarover meer bij arbeidsongeschiktheid.
Wat vult u in op uw controlekaart?
Tijdens de Springplank hebt u een controlekaart nodig, op papier of elektronisch. Uw zelfstandige nevenactiviteit vermeldt u daar niet op als de RVA u het voordeel heeft toegekend. Verricht u andere activiteiten, dan maakt u de betreffende vakjes wel zwart en hebt u voor die dagen geen uitkering.
Wat gebeurt er na de Springplank?
Na 12 maanden, of eerder als u dat zelf beslist, hebt u in grote lijnen drie mogelijkheden. Uw keuze bepaalt of u nog recht hebt op een uitkering. Stopt u uw activiteit tijdens de Springplank, meld dat dan aan uw uitbetalingsinstelling.
Een tussenweg bestaat er nauwelijks: wilt u na de Springplank uw nevenactiviteit voortzetten zonder zelfstandige in hoofdberoep te worden, dan verliest u in de regel uw uitkering. Van die regel kan afgeweken worden als u uw nevenactiviteit al vóór de Springplank tijdens uw werkloosheid uitoefende met toelating van de RVA. Neem in dat geval contact op met uw uitbetalingsinstelling.
- U wordt zelfstandige in hoofdberoep. Vanaf de dag dat u zich vestigt, hebt u geen recht meer op werkloosheidsuitkeringen. Maak de vakjes van uw controlekaart zwart vanaf die dag en dien daarna geen controlekaarten meer in.
- U stopt uw nevenactiviteit. Dan kunt u uw uitkering blijven ontvangen. Ga zo snel mogelijk naar uw uitbetalingsinstelling.
- U zet uw nevenactiviteit voort. Dan hebt u geen recht meer op uitkeringen, vanaf de dag na het einde van het voordeel.
Kunt u de Springplank meer dan één keer gebruiken?
Ja, u kunt het voordeel meerdere keren krijgen. De voorwaarde is dat u er de voorbije 6 jaar (van datum tot datum) geen gebruik van hebt gemaakt.
Wordt uw aanvraag geweigerd omdat u niet aan de voorwaarden voldoet, dan kunt u binnen de 3 maanden beroep aantekenen bij de arbeidsrechtbank.
Springplank of de gewone regels voor een bijberoep?
Naast de Springplank bestaat er een algemene regeling om een bijberoep te combineren met uw uitkering. Die is strenger: u moet de nevenactiviteit al minstens 3 maanden vóór uw uitkeringsaanvraag hebben uitgeoefend terwijl u loontrekkende was, en u doet aangifte met het C1-formulier en het C1A-formulier.
Bij die algemene regeling werkt u tijdens de week vóór 7 uur en na 18 uur. Werkt u tussen 7 en 18 uur, of op zaterdag of zondag, dan geeft u dat vooraf aan op uw controlekaart. Tussen 7 en 18 uur verliest u de uitkering voor die dag; voor elke zaterdag verliest u een uitkering, en voor werk op zondag verliest u een uitkering in de week erna. Ook de grens van 18,44 € per dag geldt bij die regeling. Bepaalde activiteiten mogen daar niet, zoals horeca, verkoop aan huis of op markten en het beroep van verzekeringsagent of -makelaar. Bij de Springplank bent u niet gebonden aan de uren vóór 7 uur en na 18 uur, maar de activiteit moet wel een nevenactiviteit blijven.
Andere steun voor wie zelfstandige wordt
Wie de sprong waagt, kan ook rekenen op andere steun. Bij VLAIO vindt u ondersteuning voor starters in Vlaanderen, en met loopbaancheques kunt u begeleiding krijgen bij een nieuwe loopbaanstap. Loopt het als zelfstandige later mis, dan kan het overbruggingsrecht een vervangingsinkomen bieden.
Stopt uw uitkering en hebt u onvoldoende inkomen om rond te komen, dan kan het OCMW nagaan of u recht hebt op een leefloon.