
Met een flexi-job klust u bij bovenop uw gewone job of uw pensioen, en wat bruto op uw loonbrief staat, houdt u ook netto over. Sinds 1 juli 2026 staat het systeem open voor bijna alle werkgevers, en niet langer alleen voor de horeca en een beperkte lijst van sectoren. Hieronder leest u wie in aanmerking komt, hoeveel u per uur verdient, hoeveel u belastingvrij mag bijverdienen en hoe u zo’n job in orde brengt. Andere regelingen rond werk en loon verzamelen wij in onze rubriek werkgelegenheid.
Wat is een flexi-job?
Een flexi-job is een bijkomende job in loondienst met een eigen, voordelig statuut binnen de sociale zekerheid. Op uw flexiloon houdt uw werkgever geen gewone werknemersbijdragen en geen bedrijfsvoorheffing in: uw brutoloon is dus uw nettoloon. In ruil betaalt uw werkgever een bijzondere bijdrage aan de RSZ.
Het systeem bestaat sinds 1 december 2015 en gold toen alleen in de horeca. Daarna werd het stap voor stap uitgebreid, tot het sinds 1 juli 2026 in de regel openstaat voor de hele privésector en de overheid. De bedoeling blijft dezelfde: mensen die al voldoende werken, of die met pensioen zijn, laten bijverdienen zonder dat de fiscus en de RSZ het grootste deel opeten.
Wat verandert er sinds 1 juli 2026?
De hervorming van 1 juli 2026 is een grote uitbreiding van het stelsel. Waar er vroeger een gesloten lijst van toegelaten sectoren bestond, geldt nu het omgekeerde principe: flexi-jobs zijn in de regel overal mogelijk, en slechts een beperkt aantal sectoren of activiteiten blijft uitgesloten.
Daarnaast geldt in de horeca een maximum uurloon van 21 € per uur, en mag u sinds 1 juli 2026 ook in een verbonden onderneming een flexi-job doen als u elders al voltijds werkt. Die wijzigingen komen bovenop de verhoging van het fiscale jaarplafond van 12.000 € naar 18.000 € (met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2025; 18.440 € voor 2026). Meer over de bredere plannen van de federale regering leest u in ons overzicht van het regeerakkoord.
| Punt | Vóór 1 juli 2026 | Sinds 1 juli 2026 |
| Sectoren | Gesloten lijst van toegelaten sectoren | Alle werkgevers in de privésector en bij de overheid, tenzij uitgesloten |
| Verbonden onderneming | Niet mogelijk binnen een onderneming die verbonden is met de vennootschap waar u 4/5 of meer werkt | Mogelijk als u elders, bij één of meer al dan niet verbonden ondernemingen, al voltijds werkt |
Voorwaarden: wie mag een flexi-job doen?
De hoofdregel is een arbeidsvolume van 4/5. U moet in het derde kwartaal vóór uw flexi-job (het referentiekwartaal T-3) minstens 80 % van een voltijdse betrekking gewerkt hebben bij één of meer andere werkgevers. Uw werkgever controleert dat aan de hand van de prestaties die in de aangifte bij de RSZ staan.
Niet alle prestaties tellen mee voor die 80 %. Buiten beschouwing blijven: werk als jobstudent onder solidariteitsbijdrage, werk als leerling in het alternerend leren, gelegenheidsarbeid in de horeca of in de land- en tuinbouw, een andere flexi-job en prestaties als politiek mandataris. Periodes van ziekte, moederschapsrust en tijdelijke werkloosheid tellen wel mee. Werkt u deeltijds en haalt u die 4/5 niet, dan komt u dus niet in aanmerking, tenzij u gepensioneerd bent.
- U mag geen flexi-job doen bij de werkgever waar u al een gewone arbeidsovereenkomst hebt.
- U mag zich niet in een opzeggingstermijn bevinden, en evenmin in een periode die gedekt is door een verbrekingsvergoeding of een ontslagcompensatievergoeding ten laste van de werkgever bij wie u de flexi-job uitoefent. Wat er bij een ontslag precies gebeurt, zetten wij apart uiteen.
- Ging u van een voltijdse job (kwartaal T-4) naar 4/5 (kwartaal T-3)? Dan mag u in de kwartalen T én T+1 geen flexi-job uitoefenen.
- Voor een verbonden onderneming gelden bijzondere regels, die sinds 1 juli 2026 versoepeld zijn als u elders al voltijds werkt.
In welke sectoren is een flexi-job mogelijk?
Sinds 1 juli 2026 zijn flexi-jobs in de regel mogelijk bij alle werkgevers in de privésector en bij de overheid. Er is dus geen lijst van toegelaten sectoren meer waarin u uw werkgever moet opzoeken.
Een beperkt aantal sectoren of activiteiten blijft wel uitgesloten. In de privésector kan een sector zelf een uitsluiting aanvragen: die aanvraag moet uiterlijk op 30 september ingediend zijn en gaat in op 1 januari daarna; in 2026 kan dat per kwartaal. Voor de overheid loopt de aanvraag via de bevoegde minister of bestuursmacht. Welke sectoren uitgesloten zijn, ligt dus niet voor altijd vast.
Sommige functies blijven altijd uitgesloten, ongeacht de sector: de artistieke, artistiek-technische en artistiek-ondersteunende functies, en de functies met taken die onder de gecoördineerde wet van 10 mei 2015 op de gezondheidszorgberoepen vallen. In de zorgsector kunt u dus wel een flexi-job doen, maar niet in een functie waarvoor een erkend gezondheidszorgberoep vereist is.
Hoeveel verdient u met een flexi-job?
In de horeca mag uw flexiloon sinds 1 september 2026 niet lager zijn dan 12,11 € per uur. Daar komt 0,93 € per uur flexivakantiegeld bij, samen dus minstens 13,04 € per uur. Dat bedrag wordt regelmatig geïndexeerd, net zoals de andere lonen die aan het indexcijfer gekoppeld zijn; over dat mechanisme leest u meer bij loonindexering.
Er is ook een maximum uurloon. In de horeca mag uw flexiloon niet hoger zijn dan 21 € per uur, of 22,61 € inclusief flexivakantiegeld. Dat maximum wordt geïndexeerd vanaf de eerste indexoverschrijding na 1 juli 2026, maar op 22 oktober 2026 vermeldt de RSZ nog altijd 21 €. In de andere sectoren mag uw flexiloon niet meer bedragen dan 150 % van het minimumbasisloon voor uw functie; die grens geldt alleen voor het basisloon, niet voor vergoedingen, premies en voordelen die op wettelijke of reglementaire grond of via een cao worden toegekend.
In alle andere sectoren, ook in de zorg, is het minimum het baremieke loon van de functie die u uitoefent, of het gewaarborgd gemiddeld minimum maandinkomen als er voor die functie geen barema bestaat. Boven op uw loon krijgt u telkens 7,67 % flexivakantiegeld, dat samen met het flexiloon wordt uitbetaald. U krijgt daardoor later geen apart vakantiegeld meer voor die prestaties.
| Onderdeel | Horeca, vanaf 1 september 2026 | Andere sectoren |
| Minimaal flexiloon | 12,11 € per uur | Baremiek loon van de functie |
| Flexivakantiegeld | 0,93 € per uur | 7,67 % van het flexiloon |
| Totaal minimum | 13,04 € per uur | Barema plus 7,67 % |
| Maximaal flexiloon | 21 € per uur | 150 % van het minimumbasisloon voor de functie |
| Inhoudingen werknemer | Geen | Geen |
| Bijzondere bijdrage werkgever | 28 % | 28 % |
Op dat bedrag worden dus geen gewone RSZ-bijdragen en geen bedrijfsvoorheffing ingehouden. Uw werkgever betaalt daarnaast een bijzondere werkgeversbijdrage van 28 %, een percentage dat sinds 1 januari 2024 geldt. Voordelen zoals ecocheques of maaltijdcheques via Pluxee volgen de gewone sectorafspraken, net als uw eindejaarspremie in uw hoofdjob.
Hoeveel mag u belastingvrij bijverdienen?
Bent u niet gepensioneerd, dan zijn uw flexi-inkomsten vrijgesteld van personenbelasting tot 18.440 € voor het inkomstenjaar 2026 (aanslagjaar 2027). Voor inkomstenjaar 2025 bedroeg die grens 18.000 € en sindsdien wordt ze elk jaar geïndexeerd. Voor inkomstenjaar 2024 lag de grens op 12.000 €.
Dat plafond geldt voor al uw flexi-inkomsten samen, ook als u bij meerdere werkgevers werkt. Verdient u meer, dan wordt alleen het deel boven het plafond belast als een gewone bezoldiging: uw werkgever houdt er bedrijfsvoorheffing op in. Andere fiscale regelingen, zoals de fiscale voordelen voor kinderen, blijven daarnaast gewoon van toepassing.
- Blijft u onder het plafond, dan houdt uw werkgever geen bedrijfsvoorheffing in op uw flexiloon.
- Alleen het deel boven het plafond wordt als een gewone bezoldiging belast; uw werkgever houdt daarop bedrijfsvoorheffing in.
- Is uw belastbaar tijdperk onvolledig, bijvoorbeeld omdat u in de loop van het jaar naar België verhuisde, dan wordt het plafond evenredig verminderd.
Flexi-job als gepensioneerde
Bent u wettelijk gepensioneerd, dan geldt de voorwaarde van 4/5 in kwartaal T-3 niet voor u. Wie enkel een overgangsuitkering ontvangt, telt niet als gepensioneerde. Bij een Dimona-aangifte voor een tewerkstelling vanaf 1 juli 2026 vermeldt het antwoord ‘gepensioneerd’ bij wie wettelijk gepensioneerd is.
Fiscaal bent u dan nog beter af: voor wettelijk gepensioneerden geldt het jaarlijkse plafond niet, hoeveel u ook verdient. Dat maakt de flexi-job aantrekkelijk naast een minimumpensioen of naast de opbouw van een pensioenbonus. Bent u met vervroegd pensioen, dan moet u uw beroepsactiviteit wel aangeven bij de Federale Pensioendienst, en gebeuren er voor 2026 twee controles. Eerst kijkt de dienst of uw totale beroepsinkomsten, uw flexi-inkomsten meegerekend, boven het algemene grensbedrag voor werknemers van 10.432 € uitkomen (15.648 € met kinderen ten laste). Daarna kijkt hij apart na of uw flexi-inkomsten alleen boven 8.121 € uitkomen.
Flexi-job combineren met een uitkering
Een flexi-job is gewoon werk in loondienst, en dat botst met de meeste uitkeringen. Krijgt u een werkloosheidsuitkering, dan moet u, voordat u begint, elke werkdag aankruisen op uw controlekaart, en voor die dagen ontvangt u geen uitkering. Hebt u geen controlekaart, gebruik dan het formulier C99 van uw uitbetalingsinstelling.
Bij loopbaanonderbreking is de regel strenger dan veel mensen denken: u mag geen nieuwe flexi-job starten tijdens uw tijdskrediet of tijdens een thematisch verlof. U mag een bestaande flexi-job alleen voortzetten, en u mag het aantal uren niet verhogen: per kwartaal mag u niet meer flexi-uren presteren dan uw gemiddelde uit de referteperiode vóór de onderbreking. Dat gemiddelde moet u zelf kunnen bewijzen: tel de flexi-uren op die u presteerde in de 12 maanden vóór uw tijdskrediet en deel het resultaat door 4. Bij een thematisch verlof rekent u met de 3 maanden vóór de onderbreking. De RVA houdt daar toezicht op.
| Situatie | Flexi-job mogelijk? | Voorwaarde |
| Werkloosheidsuitkering | Ja, maar zonder uitkering voor die dagen | Aangifte vooraf op de controlekaart |
| Tijdskrediet in de privésector | Alleen voortzetten | Bestond al minstens 12 maanden |
| Thematisch verlof | Alleen voortzetten | Bestond al minstens 3 maanden |
| Arbeidsongeschiktheid | Enkel met toestemming | Aanvraag bij de adviserend arts vóór de werkhervatting |
Bent u erkend arbeidsongeschikt, dan moet u uw werkhervatting aangeven bij uw ziekenfonds en de toestemming van de adviserend arts vragen, ten laatste de eerste werkdag die aan uw werkhervatting voorafgaat. Zodra u die formaliteiten vervuld hebt, mag u al beginnen: de adviserend arts heeft daarna maximaal 30 werkdagen, te tellen vanaf uw werkhervatting, om u zijn schriftelijke toestemming te bezorgen. Begin nooit te werken zonder die aangifte en die aanvraag. Houd er ook rekening mee dat uw uitkering volledig behouden blijft zolang u niet meer dan 1/5 (20 %) van een voltijdse betrekking werkt. Werkt u meer, dan wordt ze verminderd met het percentage dat boven die 20 % uitkomt: bij een halftijdse job (50 %) daalt ze dus met 30 %. Hetzelfde geldt tijdens een invaliditeitsuitkering.
Hoe start u een flexi-job? Stap voor stap
Voordat u uw eerste dag werkt, sluit u met uw werkgever een schriftelijke raamovereenkomst. Daarin staan de identiteit van beide partijen, hoe en wanneer uw werkgever u een flexi-jobovereenkomst voorstelt, een omschrijving van de functie, het afgesproken loon en de voorwaarden waaraan u moet voldoen om een flexi-job te mogen doen.
De flexi-jobarbeidsovereenkomst zelf mag daarna schriftelijk of mondeling worden gesloten. Alleen bij uitzendarbeid is er geen aparte raamovereenkomst nodig, omdat die vermeldingen dan in de uitzendovereenkomst staan.
- Controle van de voorwaarde. Uw werkgever kijkt na of u aan de 4/5-regel van kwartaal T-3 voldoet via de RSZ-toepassing Burgergegevens raadplegen. Uw werkgever stuurt u een QR-code of een link, en u geeft toestemming op toegangtotmijndata.fgov.be. Die toestemming blijft één maand geldig.
- Raamovereenkomst tekenen, vóór de eerste werkdag.
- Arbeidsovereenkomst, schriftelijk of mondeling, per opdracht of voor bepaalde duur.
- Dimona van het type FLX. Bij een schriftelijke overeenkomst gebeurt die per kwartaal, bij een mondelinge overeenkomst per dag, met vermelding van uw begin- en einduur.
- Groen licht. De echte bevestiging is de Dimona met antwoord ‘OK’. Pas dan staat vast dat u als flexi-jobwerknemer aangegeven kunt worden.
Welke sociale rechten bouwt u op?
Uw flexi-prestaties worden op dezelfde manier doorgegeven aan de sociale zekerheid als gewoon werk. Ze tellen dus in de regel mee voor uw pensioen, voor uw werkloosheid en voor uw ziekte-uitkering, ook al betaalt u er zelf geen bijdragen op.
U bouwt ook vakantiedagen op. Het vakantiegeld daarvoor kreeg u wel al bij elke betaling, via het flexivakantiegeld van 7,67 %. Voor de fiscus blijft die opbouw onzichtbaar, want het gaat om vrijgestelde inkomsten.
Wordt u ziek tijdens een flexi-job, vraag dan aan uw werkgever hoe het gewaarborgd loon in uw geval berekend wordt: dat hangt af van uw anciënniteit en van het soort overeenkomst.
Let ook op de organismen die bij een flexi-job komen kijken. De RSZ (Rijksdienst voor Sociale Zekerheid) int de bijzondere werkgeversbijdrage en beheert de Dimona. De FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg is bevoegd voor het arbeidsrecht, de FOD Financiën voor de belastingen, de RVA (Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening) voor werkloosheid en tijdskrediet, en de Federale Pensioendienst voor uw pensioen.