
Sinds 1 april 2026 gelden nieuwe regels voor vrijwillige overuren: u kunt er 360 per kalenderjaar presteren als uw werkgever die uren wil laten werken, in alle sectoren en zonder dat uw werkgever een reden moet geven. Voor 240 van die uren betaalt u geen RSZ-bijdragen en geen bedrijfsvoorheffing, zodat u het loon van die uren bruto = netto overhoudt. In de horeca kan dat oplopen tot 450 uren. Hieronder leest u hoeveel u verdient, wie mag meedoen en hoe het schriftelijk akkoord werkt. Meer over loon, verlof en premies vindt u bij onze steun rond werk en werkgelegenheid.
Wat zijn vrijwillige overuren?
Vrijwillige overuren zijn uren die u bovenop uw normale arbeidsduur werkt omdat u daar zelf mee instemt, en niet omdat uw werkgever een wettelijke reden heeft zoals een uitzonderlijke vermeerdering van werk. Uw werkgever hoeft dus geen motief te geven, en u krijgt voor die uren geen inhaalrust: u wordt ervoor betaald. De regeling hoort bij de maatregelen uit het federale regeerakkoord om meer werken financieel aantrekkelijker te maken.
De vrijwillige overuren tellen niet mee voor de interne grens van de arbeidsduur. Dat is de wettelijke grens van 143 uren: tijdens de referteperiode mag het totaal van de gewerkte uren op geen enkel moment meer dan 143 uren boven het toegelaten gemiddelde uitkomen. Het blijft wel uw keuze: zonder uw schriftelijk akkoord, dat u vooraf geeft, mag uw werkgever u geen vrijwillige overuren laten presteren, en hij mag u ook niet benadelen als u weigert.
Hoeveel vrijwillige overuren mag u presteren in 2026?
Sinds 1 april 2026 geldt één systeem van 360 vrijwillige overuren per kalenderjaar voor alle sectoren. De nieuwe regeling werd met terugwerkende kracht ingevoerd vanaf die datum. Voordien bestond er een klassieke regeling van vrijwillige overuren, naast de tijdelijke relance-uren.
Voor 2026 zelf worden de vrijwillige overuren en relance-uren die u van 1 januari tot en met 31 maart 2026 al presteerde, afgetrokken van de 360 uren van dit jaar. Daarnaast blijft volgens de RSZ een Europese bovengrens gelden:
| Regel | Wat het betekent |
| Jaarlijks contingent | 360 vrijwillige overuren per kalenderjaar, in alle sectoren |
| Bruto = netto | 240 van de 360 uren: geen overloon, geen RSZ-bijdragen, geen bedrijfsvoorheffing |
| Eerste kwartaal 2026 | Overuren en relance-uren van 1 januari tot en met 31 maart 2026 gaan af van de 360 uren |
| Europese bovengrens | Gemiddeld 48 uur per week (overwerk inbegrepen) over een periode van 4 maanden, wat neerkomt op ongeveer 174 uren; per kwartaal mag u nooit meer dan 174 overuren presteren |
Volgens de RSZ is die Europese bovengrens absoluut: ook als u nog uren over hebt in uw jaarcontingent, mag u ze niet allemaal in een paar drukke maanden opnemen. Vraag uw werkgever of loonadministratie daarom best hoeveel uren u dit jaar al gepresteerd hebt.
Bruto = netto: wat houdt u over van uw overuren?
Het financiële voordeel zit in 240 van uw 360 vrijwillige overuren per jaar. Voor die uren is geen overloon verschuldigd: u krijgt uw gewone uurloon, zonder toeslag. Maar op dat loon worden geen socialezekerheidsbijdragen en geen bedrijfsvoorheffing ingehouden. Wat u voor die uren bruto verdient, krijgt u dus netto op uw rekening. Dat principe heet bruto = netto.
Voor de overige 120 uren van het contingent krijgt u wel overloon. Overuren waarvoor u overloon krijgt, zijn wel vrijgesteld van socialezekerheidsbijdragen, maar niet van bedrijfsvoorheffing. Op dat deel betaalt u dus nog belastingen, berekend volgens de gewone belastingschijven.
Voorbeeld: u verdient 20 € bruto per uur en presteert in een maand 10 vrijwillige overuren die nog binnen uw 240 netto-uren vallen. Dan krijgt u voor die uren 200 € bruto, en omdat er geen RSZ-bijdragen en geen bedrijfsvoorheffing op ingehouden worden, staat er ook 200 € netto op uw rekening. Bij een gewoon loon gaat daar eerst de werknemersbijdrage van af en daarna de bedrijfsvoorheffing.
De vrijstelling van bedrijfsvoorheffing betekent dat er op die 240 uren niets wordt ingehouden. Hoe die uren in de personenbelasting verwerkt worden, kijkt u best na op uw aanslagbiljet of bij de FOD Financiën. Andere voordelen, zoals de werkbonus voor lage lonen, hebben hun eigen regels: kijk die apart na als uw loon in die buurt ligt.
Vrijwillige overuren in de horeca: tot 450 uren
In de horeca ligt het contingent hoger. Vanaf het tweede kwartaal van 2026 mag u er 450 vrijwillige overuren per jaar presteren, op voorwaarde dat uw werkgever in elke vestiging een geregistreerd kassasysteem (GKS) gebruikt. Zonder GKS blijft het bij de 360 uren van de algemene regeling.
Ook het netto-voordeel is in de horeca ruimer: voor 360 van de 450 uren is geen overloon verschuldigd, en die uren zijn vrijgesteld van socialezekerheidsbijdragen en bedrijfsvoorheffing. De Europese bovengrens van 174 overuren per kwartaal geldt ook hier. Meedoen kan met een voltijdse arbeidsovereenkomst bij een horecawerkgever, dus ook als gelegenheidsarbeider, als flexi-jobwerknemer of als student voor wie de solidariteitsbijdrage wordt aangegeven. Uitzendkrachten komen in aanmerking als het uitzendkantoor hen met een voltijdse overeenkomst bij een horecazaak tewerkstelt. Voor hen bestaat ook een sociaal fonds voor uitzendkrachten. Ook een jobstudent die voltijds in de horeca werkt en met solidariteitsbijdrage wordt aangegeven, kan dus meedoen.
Wie mag vrijwillige overuren presteren?
De regeling is in de eerste plaats bedoeld voor voltijdse werknemers. Werkt u voltijds, dan kunt u met uw werkgever afspreken om vrijwillige overuren te presteren, in alle sectoren. Voor deeltijdse werknemers zijn de regels sinds 1 april 2026 strenger geworden.
Werkt u deeltijds, dan mag u alleen vrijwillige overuren presteren, dat wil zeggen boven de grenzen van een voltijdse arbeidsduur werken, als aan twee voorwaarden tegelijk voldaan is. Meer over uw rechten als deeltijdse werknemer leest u in onze aparte gids. De twee voorwaarden zijn:
- er is een tijdelijke vermeerdering van werk;
- u werkt al minstens drie jaar deeltijds.
Had u als deeltijdse werknemer al een akkoord met uw werkgever om vrijwillige overuren te presteren op het moment dat de nieuwe wet op 1 juni 2026 in het Belgisch Staatsblad verscheen, dan gelden die twee extra voorwaarden niet voor u.
Wie is uitgesloten?
Werkt u minder via tijdskrediet of loopbaanonderbreking, bijvoorbeeld halftijds of voor 1/5 of 1/10 in ouderschapsverlof, dan mag u geen vrijwillige overuren presteren. Volgens de RSZ was dat voordien ook al zo. Gebruikt u een landingsbaan, dan valt u onder dezelfde uitsluiting zolang u uw prestaties vermindert, want een landingsbaan is een vorm van tijdskrediet.
Het schriftelijk akkoord: hoe werkt het?
Vrijwillige overuren kunnen alleen met uw schriftelijk akkoord. Sinds de nieuwe regeling is dat akkoord een jaar geldig in plaats van zes maanden. Het wordt bovendien telkens stilzwijgend verlengd voor een nieuw jaar, tenzij u of uw werkgever het schriftelijk opzegt, met een opzegtermijn van een maand.
Voor akkoorden die al liepen, bestaat er een overgangsregeling. Een akkoord dat u voor 1 april 2026 gaf, voor klassieke vrijwillige overuren of voor relance-uren, blijft geldig tot het einde van de afgesproken periode. Daarna moet u een nieuw akkoord van een jaar geven volgens de nieuwe regels.
Voorbeeld: u tekende een akkoord van 1 november 2025 tot en met 30 april 2026. Dat blijft geldig tot 30 april 2026, en vanaf 1 mei 2026 is een nieuw akkoord van een jaar nodig, dat daarna vanzelf verlengd wordt. Ook een akkoord van zes maanden dat u na 1 april 2026 maar voor de publicatie van de wet tekende, blijft geldig tot het afloopt.
Wat gebeurde er met de relance-uren?
De relance-uren waren een tijdelijke maatregel: 120 extra uren die u bruto = netto kon presteren. Ze konden worden ingezet tot en met 31 maart 2026. Vanaf 1 april 2026 vervangt de nieuwe structurele regeling van 360 vrijwillige overuren dat systeem.
Presteerde u in het eerste kwartaal van 2026 relance-uren, dan gaan die af van uw 360 uren voor 2026. Vraag bij twijfel aan uw werkgever hoeveel uren u dit jaar nog over hebt, want het contingent geldt per kalenderjaar.
Klassiek overwerk en overloon
Vrijwillige overuren zijn niet hetzelfde als gewoon overwerk. Bij klassiek overwerk werkt u langer dan de grenzen van uw arbeidsduur omdat uw werkgever een wettelijke reden heeft, bijvoorbeeld een uitzonderlijke vermeerdering van werk. Voor zulke uren hebt u recht op overloon zodra u boven de grenzen voor overloon (9 uur per dag of 40 uur per week) werkt, of boven de lagere grens van uw sector. Daarnaast moet het gemiddelde over een trimester binnen 40 uur per week blijven, wat meestal betekent dat de extra uren worden ingehaald met inhaalrust.
Het overloon bedraagt minstens 50 % bovenop uw gewone loon voor overwerk op weekdagen, zaterdag inbegrepen, en 100 % voor overwerk op zondag of op een rustdag die u krijgt in plaats van een feestdag. Een cao kan die toeslag omzetten in extra inhaalrust. Wilt u weten hoe uw loon verder verandert, lees dan ook onze uitleg over de loonindexering en het minimumloon.