
Uw werkgever laat weten dat er de komende weken geen werk is, maar u blijft wel in dienst. Dat is tijdelijke werkloosheid: de uitvoering van uw arbeidsovereenkomst wordt geschorst en de RVA betaalt u een uitkering in de plaats van uw loon. Sinds 1 januari 2024 bedraagt die uitkering 60 % van uw begrensd loon, en 65 % wanneer het om overmacht gaat. Hieronder leest u welke vormen er bestaan, hoeveel u precies krijgt, hoelang de schorsing mag duren en welke stappen u zelf zet. De andere regelingen rond ontslag en werkloosheidsuitkeringen verzamelen wij in onze rubriek werkloosheid.
Wat is tijdelijke werkloosheid?
Bij tijdelijke werkloosheid blijft uw arbeidsovereenkomst gewoon bestaan: enkel de uitvoering ervan wordt geschorst. Uw contract wordt dus niet verbroken, uw anciënniteit loopt door en uw werkgever blijft uw werkgever. Er is geen sprake van ontslag en er loopt dus ook geen opzegtermijn.
Omdat u op die dagen geen loon ontvangt, betaalt de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening een uitkering in de plaats. Het gaat om een federale regeling van de sociale zekerheid, die in heel het land dezelfde is. Waar u woont, maakt voor uw rechten dus geen verschil, anders dan bij een gewestelijke maatregel zoals de jobbonus.
Welke vormen van tijdelijke werkloosheid bestaan er?
De RVA erkent zes vormen van tijdelijke werkloosheid. Welke vorm uw werkgever inroept, bepaalt niet alleen de formaliteiten die hij moet vervullen, maar ook de maximumduur van de schorsing en zelfs het percentage van uw uitkering.
Het onderscheid tussen arbeiders en bedienden speelt vooral bij werkgebrek wegens economische oorzaken. Voor arbeiders bestaat die regeling al lang en is ze vrij toegankelijk, terwijl voor bedienden een aparte schorsingsregeling geldt met strengere voorwaarden, waarop wij verderop terugkomen.
- Werkgebrek wegens economische oorzaken, met een aparte regeling voor arbeiders en voor bedienden.
- Overmacht, met inbegrip van overmacht wegens medische redenen.
- Technische stoornis, bijvoorbeeld wanneer een machine of de stroomtoevoer uitvalt.
- Slecht weer, vooral in de bouw en in de sectoren die buiten werken.
- Collectieve sluiting wegens jaarlijkse vakantie of inhaalrust.
- Sociale actie, wanneer een staking het werk in de onderneming stillegt.
Valt u langdurig uit om medische redenen, dan zit u niet in dit systeem maar in dat van de arbeidsongeschiktheid, waar uw mutualiteit de uitkering betaalt en niet de RVA. Duurt die toestand langer dan een jaar, dan spreekt men van een invaliditeitsuitkering.
Hoeveel bedraagt uw uitkering bij tijdelijke werkloosheid?
Sinds 1 januari 2024 bedraagt uw uitkering 60 % van uw gemiddeld dagloon voor alle vormen van tijdelijke werkloosheid, behalve bij overmacht. Bij overmacht blijft het percentage op 65 %. Die verlaging staat in het koninklijk besluit van 17 december 2023, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 22 december 2023, dat artikel 114 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 wijzigde.
Uw loon telt niet onbeperkt mee. De RVA houdt rekening met een bedrag van hoogstens 3.571,18 € per maand, geïndexeerd op 1 september 2026. Verdient u meer, dan wordt uw uitkering toch op basis van dat plafond berekend. Op alle uitkeringen houdt de RVA bovendien 26,75 % bedrijfsvoorheffing in, zodat het bedrag op uw rekening merkbaar lager ligt dan het brutobedrag hieronder.
| Onderdeel | Overmacht | Alle andere vormen |
| Percentage van het begrensd loon | 65 % | 60 % |
| Maximaal dagbedrag (bruto) | 89,06 € | 82,33 € |
| Minimaal dagbedrag (bruto) | 70,14 € | 64,74 € |
| Bedrijfsvoorheffing | 26,75 % | 26,75 % |
De dagbedragen gelden vanaf 1 september 2026 en volgen de loonindexering: bij elke overschrijding van de spilindex worden ze opnieuw aangepast. Controleer dus altijd de datum naast een bedrag voordat u rekent, want cijfers van vorig jaar blijven lang in omloop.
Welk supplement betaalt uw werkgever bovenop de uitkering?
De uitkering van de RVA is niet alles wat u ontvangt. Bij economische werkloosheid van arbeiders legt uw werkgever er een supplement bovenop van minstens 2,00 € per dag waarop u wegens economische werkloosheid niet hebt gewerkt. Dat wettelijke minimum staat in artikel 51 van de arbeidsovereenkomstenwet van 3 juli 1978 en geldt al sinds 1 januari 2012.
Uw werkgever betaalt dat supplement zelf, tenzij een algemeen verbindend verklaarde cao de betaling ten laste legt van het Fonds voor Bestaanszekerheid van uw sector. Hoeveel dat fonds precies stort, verschilt van sector tot sector: dat staat in uw sectorale cao en niet in de federale wet, dus vraagt u het bedrag best na bij uw vakbond of bij uw werkgever.
Daarnaast bestaat er sinds 1 januari 2024 een aparte toeslag van 5,00 € per dag, ingevoerd door de wet van 5 november 2023 houdende diverse arbeidsbepalingen, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 23 november 2023. Ligt uw brutoloon onder 4.000 € per maand, dan krijgt u die toeslag vanaf de eerste dag tijdelijke werkloosheid. Ligt uw loon hoger, dan pas vanaf de 27ste dag tijdelijke werkloosheid bij dezelfde werkgever in hetzelfde jaar.
Hoelang mag uw werkgever u tijdelijk werkloos stellen?
Een schorsing is per definitie tijdelijk en de wet legt daarom maximumduren op. Voor arbeiders hangt het maximum af van de vorm die uw werkgever kiest: een volledige schorsing, waarbij u helemaal niet werkt, of een regeling van gedeeltelijke arbeid, waarbij u nog enkele dagen per week komt werken.
Bij een regeling van gedeeltelijke arbeid maakt de wet nog een tweede onderscheid. Werkt u minder dan drie dagen per week, dan gaat het om een grote schorsing; werkt u minstens drie dagen per week, dan om een kleine schorsing, die veel langer mag lopen.
| Regeling | Voor wie | Maximumduur |
| Volledige schorsing | Arbeiders | 4 weken (28 kalenderdagen) |
| Grote schorsing (minder dan 3 arbeidsdagen per week) | Arbeiders | 3 maanden |
| Kleine schorsing (minstens 3 arbeidsdagen per week) | Arbeiders | 12 maanden |
| Volledige schorsing | Bedienden | 16 weken per kalenderjaar |
| Regeling van gedeeltelijke arbeid | Bedienden | 26 weken per kalenderjaar |
Zodra de maximumduur van 4 weken of van 3 maanden bereikt is, moet uw werkgever eerst opnieuw één volledige werkweek invoeren, een ononderbroken periode van 7 kalenderdagen, voordat een nieuwe regeling kan starten. Die verplichte werkweek geldt niet voor de kleine schorsing van 12 maanden.
Combineert uw werkgever bij bedienden beide regelingen, dan tellen 2 weken gedeeltelijke arbeid als 1 week volledige schorsing. De schorsingsregeling voor bedienden staat bovendien enkel open voor een onderneming in moeilijkheden: er moet onder meer een daling zijn van minstens 10 % van de omzet, de productie of de bestellingen, én uw werkgever moet gebonden zijn door een sectorale cao, een ondernemings-cao of een goedgekeurd ondernemingsplan. Beschikt hij daarover niet, dan kan hij terugvallen op de suppletieve cao nr. 183, die loopt van 1 januari 2026 tot en met 30 juni 2029.
Hoe vraagt u een uitkering voor tijdelijke werkloosheid aan?
Het grootste deel van het papierwerk ligt bij uw werkgever, maar de aanvraag zelf moet ú indienen. Zonder die aanvraag betaalt de RVA niets uit, hoe correct uw werkgever de schorsing ook heeft aangemeld.
U dient uw aanvraag in bij een uitbetalingsinstelling. Dat is ofwel uw vakbond, ofwel de openbare instelling. Uw uitkering komt altijd via die instelling op uw rekening, nooit rechtstreeks van de RVA.
- Uw werkgever bezorgt u het C3.2-WERKGEVER-formulier en doet de elektronische mededeling aan de RVA.
- Uw werkgever dient de ASR scenario 2 in bij uw eerste aanvraag en daarna maandelijks de ASR scenario 5 met uw uren.
- U kiest een uitbetalingsinstelling: ABVV, ACV, SYNOVA of de Hulpkas voor werkloosheidsuitkeringen (HVW) als u niet bij een vakbond bent aangesloten.
- U bezorgt die instelling uw aanvraag en op het einde van elke maand uw controlekaart.
Let op de uiterste datum: uw aanvraag moet ten laatste toekomen op het werkloosheidsbureau op het einde van de tweede maand die volgt op de maand waarin u tijdelijk werkloos werd. Wordt u in maart voor het eerst tijdelijk werkloos, dan hebt u dus tijd tot en met 31 mei. Laat u die termijn verstrijken, dan verliest u uw uitkering voor die periode.
Hoe werkt de elektronische controlekaart eC3.2?
Elke dag tijdelijke werkloosheid moet u aangeven op een controlekaart. Sinds 1 januari 2025 gebeurt dat verplicht met de elektronische controlekaart eC3.2, die u via de toepassing van de RVA op uw smartphone of via de website invult. Die verplichting staat in het koninklijk besluit van 9 juli 2024, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 16 juli 2024.
De papieren C3.2A-kaart bestaat enkel nog voor het paritair comité 327, dat de maatwerkbedrijven en de sociale werkplaatsen groepeert. De overgangsvrijstelling voor wie nog niet digitaal kon werken, liep af op 30 juni 2025, dus vandaag is de elektronische kaart voor bijna iedereen de enige weg. Wat er precies veranderde, leest u in ons artikel over de controlekaart tijdelijke werkloosheid.
Wanneer moet uw werkgever de schorsing aankondigen?
Uw werkgever mag u niet van de ene dag op de andere naar huis sturen. Per vorm van tijdelijke werkloosheid legt de wet vast hoeveel dagen op voorhand hij u moet verwittigen en wanneer hij de mededeling aan de RVA moet doen.
Die termijnen zijn geen formaliteit: worden ze niet nageleefd, dan blijft uw werkgever uw normale loon verschuldigd voor de betrokken dagen. Het loont dus de moeite om na te gaan of de aankondiging op tijd kwam.
| Vorm | Verwittiging aan de werknemers | Mededeling aan de RVA |
| Economische oorzaken, arbeiders | 7 kalenderdagen vooraf | Tussen de 5de werkdag vooraf en de eerste werkloosheidsdag |
| Economische oorzaken, bedienden | 7 dagen vooraf, de dag van de kennisgeving niet inbegrepen | Het C106A-formulier 14 dagen vooraf, daarna de gewone mededeling |
| Technische stoornis | Uiterlijk de 1ste werkdag na de stoornis | Tussen de werkdag ervoor en de werkdag erna |
| Slecht weer | Geen voorafgaande verwittiging | Maandelijks, rond de eerste effectieve werkloosheidsdag |
| Overmacht | Geen wettelijke termijn | Mededeling aan de RVA, behalve bij medische overmacht |
| Sluiting wegens jaarlijkse vakantie | Geen | Geen |
Bij een technische stoornis geldt bovendien een eigen regel: uw werkgever betaalt uw normale loon gedurende 7 dagen vanaf de stoornis, en pas daarna begint de tijdelijke werkloosheid. Voor bedienden moet uw werkgever dezelfde dag als de RVA-melding ook de ondernemingsraad inlichten, of bij ontstentenis daarvan de vakbondsafvaardiging. Werkt u deeltijds, dan gelden dezelfde formaliteiten naar verhouding van uw uurrooster.
Wat betekent tijdelijke werkloosheid voor uw pensioen en uw andere rechten?
Perioden van tijdelijke werkloosheid gaan niet verloren voor uw pensioen. De Federale Pensioendienst berekent die jaren op basis van het normaal fictief loon, zodat de dagen waarop u niet werkte toch meetellen in uw loopbaan.
Voor uw andere rechten ligt het genuanceerder, en dat is precies waar veel misverstanden ontstaan. Of dagen tijdelijke werkloosheid meetellen, hangt af van regels die niet in één federale wet vastliggen, maar per instelling en per sectorale cao verschillen.
Loopt uw inkomen door de schorsing terug, kijk dan ook naar wat er naast uw uitkering bestaat. Denk aan het sociaal verwarmingsfonds, aan manieren om te besparen op uw vaste kosten of, bij een blijvend tekort, aan het leefloon van het OCMW. De tegemoetkomingen voor werknemers zetten wij apart op een rij.
Tijdelijke werkloosheid of volledige werkloosheid: wat is het verschil?
Het verschil zit in uw contract. Bij tijdelijke werkloosheid blijft uw arbeidsovereenkomst bestaan en keert u terug zodra het werk wordt hervat; bij volledige werkloosheid is uw contract beëindigd en zoekt u een nieuwe werkgever.
Dat onderscheid heeft gevolgen. Voor een gewone werkloosheidsuitkering moet u een aantal arbeidsdagen bewijzen en bent u beschikbaar voor de arbeidsmarkt, met alles wat daarbij hoort. Bij tijdelijke werkloosheid geldt geen van beide: u blijft gewoon ter beschikking van uw werkgever.
Ook de duur verschilt. De hervorming die de uitkeringen bij volledige werkloosheid in de tijd beperkt, raakt de tijdelijke werkloosheid niet: die kent haar eigen maximumduren per regeling, zoals hierboven beschreven. Hoe de uitkering bij volledige werkloosheid wordt opgebouwd, leest u in ons aparte artikel.
Wordt uw contract uiteindelijk toch verbroken, dan schuift u door naar dat andere systeem. Ook als uitzendkracht kunt u trouwens tijdelijk werkloos zijn, op voorwaarde dat u met doorlopende weekcontracten tewerkgesteld bent.