
De wettelijke pensioenleeftijd in België is niet meer 65 jaar voor iedereen. Voor pensioenen die vanaf 1 februari 2025 ingaan, ligt ze op 66 jaar, en vanaf 1 februari 2030 wordt dat 67 jaar. Welke leeftijd voor u geldt, hangt af van uw geboortedatum. Hieronder leest u hoe u uw eigen pensioenleeftijd bepaalt, op welke dag uw pensioen precies ingaat, wanneer u eerder kunt stoppen en wat de pensioenhervorming vanaf 2027 verandert. Alle andere regelingen voor ouderen vindt u in onze rubriek senioren.
Wat is de wettelijke pensioenleeftijd in België?
De wettelijke pensioenleeftijd is de leeftijd waarop u een rustpensioen kunt krijgen zonder aan een loopbaanvoorwaarde te voldoen. U hoeft dan geen minimumaantal gewerkte jaren te bewijzen: zodra u die leeftijd bereikt, hebt u recht op een pensioen voor de jaren die u hebt opgebouwd. Hoeveel dat is, hangt af van uw loopbaan en uw loon, niet van de leeftijd zelf.
Die leeftijd is een federale regel. Ze geldt dus in heel België, zowel in Vlaanderen als in Brussel en Wallonië, en ze is dezelfde voor mannen en vrouwen. Werknemers, zelfstandigen en ambtenaren volgen hetzelfde tijdpad van 65 naar 67 jaar. Er zijn wel enkele preferentiële stelsels, zoals dat van de militairen en van het personeel van HR Rail, waarvoor eigen leeftijden gelden die geleidelijk worden opgetrokken. Het pensioen zelf maakt deel uit van de sociale zekerheid.
Van 65 naar 67 jaar: welke pensioenleeftijd geldt voor u?
De wet van 10 augustus 2015, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 21 augustus 2015, heeft de pensioenleeftijd in twee stappen opgetrokken. Voor een pensioen dat uiterlijk op 1 januari 2025 ingaat, blijft het 65 jaar. Voor een pensioen dat ingaat vanaf 1 februari 2025 tot en met 1 januari 2030, is het 66 jaar. Vanaf 1 februari 2030 wordt het 67 jaar.
Omdat de wet werkt met de ingangsdatum van het pensioen, is uw geboortedatum de eenvoudigste manier om uw leeftijd af te lezen. De Federale Pensioendienst vat dat samen zoals in de tabel hieronder. Uw persoonlijke datum ziet u ook op mypension.be, waar zowel de datum van uw wettelijke pensioenleeftijd als uw vroegst mogelijke pensioendatum staat.
| Geboren | Wettelijke pensioenleeftijd | Pensioen gaat ten vroegste in |
| Vóór 1 januari 1960 | 65 jaar | Uiterlijk op 1 januari 2025 |
| Van 1 januari 1960 tot en met 31 december 1963 | 66 jaar | Van 1 februari 2026 tot en met 1 januari 2030 |
| Op of na 1 januari 1964 | 67 jaar | Vanaf 1 februari 2031 |
Op welke dag gaat uw pensioen precies in?
Uw rustpensioen gaat niet in op uw verjaardag zelf, maar ten vroegste op de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin u de pensioenleeftijd bereikt. Bent u geboren op 14 maart 1962, dan wordt u 66 op 14 maart 2028 en kan uw pensioen ingaan op 1 april 2028. Ook wie op de eerste van de maand verjaart, valt onder die regel.
Daarnaast telt het moment van uw aanvraag. Uw pensioen gaat in op de eerste dag van de maand na uw aanvraag, en ten vroegste op de datum hierboven. Vraagt u het dus laat aan, dan schuift de ingangsdatum mee op. De uitbetalingsdata van het pensioen hangen dan weer af van het stelsel waarin u gewerkt hebt.
Kunt u vóór de wettelijke pensioenleeftijd met pensioen?
Ja, maar alleen als u een lange loopbaan kunt aantonen. Dat heet het vervroegd pensioen. Anders dan bij de wettelijke pensioenleeftijd telt hier niet alleen uw leeftijd: u moet ook een minimumaantal loopbaanjaren hebben, en die voorwaarde wordt strenger naarmate u jonger wilt stoppen.
Voor een vervroegd pensioen dat nog in 2026 ingaat, telt een kalenderjaar mee als loopbaanjaar vanaf 104 gewerkte dagen of een derde van een voltijds arbeidsregime. Controleer daarom uw loopbaanoverzicht voordat u een datum vastlegt, zeker als u periodes van tijdskrediet of loopbaanonderbreking hebt gehad. De huidige voorwaarden staan in de tabel hieronder.
| Leeftijd | Vereiste loopbaan |
| 60 jaar | 44 loopbaanjaren |
| 61 jaar | 43 loopbaanjaren |
| 62 jaar | 43 loopbaanjaren |
| 63 jaar | 42 loopbaanjaren |
| 64 jaar | 42 loopbaanjaren |
| 65 jaar (als uw wettelijke leeftijd 66 of 67 jaar is) | 42 loopbaanjaren |
Wat verandert de pensioenhervorming vanaf 2027?
De Kamer keurde op 28 mei 2026 de federale pensioenhervorming goed. De wet van 30 mei 2026 houdende de pensioenhervorming werd op 1 juni 2026 in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd, en de meeste maatregelen gelden vanaf 1 januari 2027. Ze gaan vooral over wie vóór de wettelijke pensioenleeftijd stopt en over wie langer blijft werken.
Gaat u vanaf 2027 met vervroegd pensioen zonder 35 loopbaanjaren van elk minstens 156 effectief gepresteerde dagen en 7.020 effectief gepresteerde dagen over uw hele loopbaan, dan krijgt u een malus: een vermindering van uw brutopensioen. Neemt u uw pensioen op de wettelijke pensioenleeftijd, dan is die malus nooit van toepassing. Stelt u uw pensioen uit tot na de wettelijke pensioenleeftijd en voldoet u aan diezelfde twee voorwaarden, dan bouwt u sinds 1 januari 2026 een nieuwe pensioenbonus op.
Gaat uw vervroegd pensioen in vanaf 1 januari 2027, dan telt een jaar als werknemer of ambtenaar bovendien pas mee vanaf 156 gewerkte of gelijkgestelde dagen in plaats van 104, en dat voor uw hele loopbaan, ook voor de jaren vóór 2027. Voor het eerste werkjaar blijven 104 dagen volstaan, en over de hele loopbaan kunt u 5 reservedagen gebruiken om een jaar aan te vullen.
Voor wie heel jong begon te werken, komt er vanaf 1 januari 2027 een nieuwe mogelijkheid: pensioen vanaf 60 jaar met 42 loopbaanjaren van elk minstens 234 effectief gewerkte dagen. Die regeling geldt nog niet in 2026. De gevolgen voor uw eigen loopbaan berekent u best op mypension.be.
Wat gebeurt er met uw uitkering op de pensioenleeftijd?
Ontvangt u op het ogenblik van uw pensioenleeftijd een vervangingsinkomen, dan stopt de betaling ervan automatisch. Dat geldt voor uitkeringen wegens ziekte, zoals een invaliditeitsuitkering, voor een werkloosheidsuitkering van de RVA en ook voor het brugpensioen of SWT. Vanaf dan is uw rustpensioen uw inkomen.
Bent u arbeidsongeschikt of werkloos, kijk dan in de maanden vóór uw verjaardag goed uw post en uw pensioendossier na. Zo voorkomt u een maand zonder inkomen tussen uw laatste uitkering en uw eerste pensioen.
Ook de inkomensgarantie voor ouderen (IGO) is aan de wettelijke pensioenleeftijd gekoppeld. U kunt ze pas krijgen vanaf uw eigen wettelijke pensioenleeftijd, dus 65, 66 of 67 jaar naargelang uw geboortedatum. Het overlevingspensioen heeft een eigen minimumleeftijd, die elk jaar stijgt: 51 jaar bij een overlijden in 2026 en 55 jaar vanaf 2030.
Moet u stoppen met werken op de wettelijke pensioenleeftijd?
Neen. U bent niet verplicht om op uw wettelijke pensioenleeftijd te stoppen met werken. U kunt verder werken als werknemer of als zelfstandige, en uw pensioen gaat pas in wanneer het is aangevraagd of toegekend. De algemene regels over een ontslag of een eigen vertrek vindt u op onze pagina over de opzegtermijn.
Zodra u de wettelijke pensioenleeftijd bereikt en een rustpensioen ontvangt, mag u onbeperkt bijverdienen. Vóór die leeftijd gelden in de regel grenzen, die wij uitleggen op onze pagina over pensioen combineren met werk. Een flexi-job is voor gepensioneerden een veelgebruikte manier om bij te verdienen.
Hoe vraagt u uw pensioen aan?
U hoeft geen aanvraag in te dienen als u met pensioen gaat op de wettelijke pensioenleeftijd, als u als werknemer of zelfstandige in België hebt gewerkt en als u 13 maanden vóór uw wettelijke pensioenleeftijd in België woont. De Federale Pensioendienst onderzoekt uw pensioen dan automatisch. In alle andere gevallen dient u zelf een aanvraag in, bijvoorbeeld voor een vervroegd pensioen of als u alleen als ambtenaar gewerkt hebt.
U kunt uw pensioenaanvraag ten vroegste twaalf maanden vóór uw gewenste pensioendatum indienen en uiterlijk de maand ervoor. Dat doet u het eenvoudigst online op mypension.be, maar u kunt ook terecht bij het gemeentebestuur van uw woonplaats of bij de Pensioenlijn op het nummer +32 2 225 17 65.
Welke andere regelingen zijn belangrijk rond uw pensioen?
Uw pensioenleeftijd bepaalt niet alleen wanneer u stopt, maar ook wanneer andere rechten ontstaan of vervallen. Spaart u voor later, lees dan hoe de belastingvermindering voor pensioensparen werkt. Hebt u een laag inkomen, dan loont het de moeite om na te gaan of u recht hebt op de verhoogde tegemoetkoming van uw ziekenfonds.
Zorgt u na uw pensioen voor een partner of een ouder, dan zijn de regelingen rond mantelzorg interessant. En wilt u uw zaken voor later regelen, dan bekijkt u best ook de zorgvolmacht. Zo voorkomt u dat uw familie later naar de vrederechter moet.