
Een aanvullend pensioen is een extra pensioen dat uw werkgever of uw bedrijfssector voor u opbouwt, bovenop uw wettelijk pensioen. Vaak heet het een groepsverzekering, soms loopt het via een pensioenfonds. Het geld komt automatisch vrij zodra u met pensioen gaat, in één keer als kapitaal of gespreid als rente. Op het kapitaal betaalt u meestal 10 % of 16,5 % belasting, en als u van job verandert, blijft wat u opbouwde van u. Meer over uw rechten na uw loopbaan vindt u bij onze steun voor senioren.
Wat is een aanvullend pensioen?
Het Belgische pensioen rust op drie pijlers. De eerste pijler is het wettelijk pensioen dat de overheid u elke maand betaalt. De tweede pijler is het aanvullend pensioen, dat u opbouwt via uw werk. De derde pijler is wat u zelf spaart, zoals het pensioensparen en het langetermijnsparen.
Het wettelijk pensioen is lager dan uw laatste loon. Het aanvullend pensioen moet die kloof kleiner maken. De overheid moedigt het aan met fiscale voordelen voor werkgevers en werknemers, waardoor een bijdrage voor uw aanvullend pensioen voordeliger is dan hetzelfde bedrag als gewoon loon.
Als werknemer kunt u op twee manieren een aanvullend pensioen hebben:
- via uw bedrijfssector of uw werkgever: dat is de klassieke groepsverzekering of het pensioenfonds;
- op eigen initiatief, met het vrij aanvullend pensioen voor werknemers (VAPW), als u via uw werk geen of weinig opbouwt.
Bent u zelfstandige, dan bestaat er een aparte regeling: lees daarvoor onze uitleg over het VAPZ en over het pensioen als zelfstandige.
Groepsverzekering of pensioenfonds: wie bouwt uw aanvullend pensioen op?
Het initiatief komt van uw werkgever (een ondernemingsplan) of van uw bedrijfssector (een sectorplan). Sectorplannen bestaan bijvoorbeeld in de bouw, de voedingsnijverheid, de scheikunde en de non-profit. Werkgevers en sectoren zijn niet verplicht om een aanvullend pensioen aan te bieden, en elk plan heeft zijn eigen regels.
Meestal betaalt de werkgever of de sector de bijdragen zelf: dat zijn werkgeversbijdragen. Soms betaalt u ook mee met persoonlijke bijdragen, die uw werkgever van uw loon afhoudt en doorstort. Die inhouding ziet u dan op uw loonbrief.
Wie beheert het geld?
De bijdragen moeten naar een aparte pensioeninstelling gaan. Is dat een verzekeringsonderneming, dan spreekt men van een groepsverzekering. Het kan ook een pensioenfonds zijn, officieel een instelling voor bedrijfspensioenvoorziening (IBP). Die instelling belegt het geld, berekent uw rechten en betaalt uw aanvullend pensioen later uit.
Die verplichte scheiding is er om u te beschermen: gaat uw werkgever failliet, dan verliest u zo niet ook nog uw opgebouwde pensioenrechten. De spelregels van uw plan staan in het pensioenreglement. U kunt het raadplegen op mypension.be of opvragen bij de pensioeninstelling, uw werkgever of uw sector.
Hoeveel aanvullend pensioen bouwt u op?
Hoeveel u krijgt, hangt af van het type pensioenplan in uw reglement. Er zijn twee grote types. Bij een plan met vaste prestaties belooft de werkgever een bepaald eindresultaat, berekend op basis van uw loon en het aantal dienstjaren. Is er op het einde te weinig geld, dan moet de werkgever of de sector bijpassen.
De meeste plannen zijn van het type vaste bijdragen. Daar staat geen eindbedrag vast, maar wel de bijdrage die regelmatig wordt gestort: een vast bedrag per maand of een percentage van uw loon. Uw aanvullend pensioen hangt dan af van het rendement van de beleggingen. Een derde, minder vaak gebruikt type is het cash-balanceplan: een bijdrage, verhoogd met een rendement dat in het reglement vastligt.
De wettelijke rendementsgarantie
Om u te beschermen tegen slechte beleggingen legt de wet een minimumrendement op. Bij uw pensioen of bij een overdracht na uw vertrek moet u minstens de gestorte bijdragen terugkrijgen, verhoogd met een wettelijke rentevoet. Is de reserve bij de pensioeninstelling lager, dan moet uw werkgever of sector het verschil bijpassen.
Die rentevoet wordt elk jaar op 1 januari vastgelegd en ligt volgens de wet tussen 1,75 % en 3,75 %. Sinds 1 januari 2025 bedraagt hij 2,50 %, ook in 2026. Bij plannen met vaste bijdragen en cash-balanceplannen geldt de garantie voor de bijdragen van de werkgever én van de werknemer; bij plannen met vaste prestaties alleen voor de werknemersbijdragen.
De 80 procentregel
Het fiscale voordeel is begrensd. Uw wettelijk pensioen en uw aanvullend pensioen samen, omgerekend naar een jaarlijkse rente, mogen niet hoger liggen dan 80 % van uw laatste bruto jaarloon. Alle aanvullende plannen als werknemer en als zelfstandige tellen mee; uw pensioensparen en langetermijnsparen niet.
Wanneer wordt uw aanvullend pensioen uitbetaald?
Uw aanvullend pensioen is gekoppeld aan uw wettelijk pensioen. Zodra u met pensioen gaat, wordt het automatisch uitbetaald, of dat nu op de gewone pensioenleeftijd is of met vervroegd pensioen. De wettelijke pensioenleeftijd is sinds 2025 66 jaar en stijgt in 2030 naar 67 jaar.
U hoeft daarvoor geen apart formulier in te vullen. Wanneer u uw pensioen aanvraagt bij de Federale Pensioendienst of online, krijgt uw pensioeninstelling daar automatisch bericht van. Zij neemt dan contact met u op om de uitbetaling te regelen.
Een paar regels die vaak verrassen:
- Niet vóór uw pensioen: u kunt het aanvullend pensioen in de regel niet opvragen zolang u niet met pensioen bent, ook niet als uw plan nog een leeftijd van 60 jaar vermeldt. Er zijn enkele uitzonderingen, onder meer voor wie geboren is vóór of in 1961, vanaf een bepaalde leeftijd.
- Niet later dan uw pensioen: zodra u met pensioen bent, kunt u de uitbetaling niet meer uitstellen.
- Wel als u verder werkt: voldoet u aan de voorwaarden voor vervroegd pensioen maar werkt u door, dan kunt u de uitbetaling vragen bij uw pensioeninstelling, als uw pensioenreglement dat toelaat.
- Voor uw woning: laat het reglement het toe, dan kunt u uw aanvullend pensioen vóór uw pensioen gebruiken om een woning te kopen, te bouwen of te renoveren.
Kapitaal of rente: hoe krijgt u het geld?
Een aanvullend pensioen kan op drie manieren worden uitbetaald. Bij een kapitaal krijgt u het volledige bedrag in één keer. Bij een rente krijgt u elke maand of elk jaar een bedrag, levenslang of voor een beperkte periode, bijvoorbeeld tien jaar. Ook een combinatie van beide bestaat.
Het pensioenreglement bepaalt welke vorm u krijgt, soms met een keuze. Voorziet uw plan een kapitaal, dan geeft de wet u meestal het recht om dat kapitaal om te zetten in een levenslange rente. Soms is de rente overdraagbaar: na een overlijden blijft een deel dan naar de overlevende partner gaan, naast een mogelijk overlevingspensioen.
Hoeveel belasting betaalt u op uw groepsverzekering?
De bedragen op mypension.be zijn brutobedragen. Bij de uitbetaling houdt de pensioeninstelling eerst twee sociale bijdragen in: een RIZIV-bijdrage van 3,55 % op het volledige brutobedrag, winstdeelneming inbegrepen, en een solidariteitsbijdrage van 2 % op een kapitaal. Die kan uiteindelijk lager of zelfs 0 % uitvallen, afhankelijk van het totaal van al uw pensioenen en uw gezinssituatie. De Federale Pensioendienst maakt de eindberekening en betaalt terug wat u te veel betaalde.
Daarna volgt de personenbelasting, berekend op het brutobedrag na aftrek van die bijdragen en zonder de winstdeelneming, die belastingvrij is. Bij een kapitaal houdt de pensioeninstelling meteen bedrijfsvoorheffing in, als voorschot op uw belastingaangifte. Het tarief op het deel uit werkgeversbijdragen hangt af van uw leeftijd, uw loopbaan en of u de laatste drie jaar effectief aan het werk bleef.
| Leeftijd bij uitbetaling van het kapitaal | Tarief op het deel uit werkgeversbijdragen |
| 60 jaar | 10 % na een volledige loopbaan van 45 jaar én als u de laatste 3 jaar effectief actief bleef. Anders 16,5 % als u het krijgt bij uw (vervroegd) pensioen, of 20 % als u het opneemt vóór uw pensioen. |
| 61 jaar | 10 % na een volledige loopbaan van 45 jaar én als u de laatste 3 jaar effectief actief bleef. Anders 16,5 % als u het krijgt bij uw (vervroegd) pensioen, of 18 % als u het opneemt vóór uw pensioen. |
| 62, 63, 64 of 65 jaar | 10 % na een volledige loopbaan van 45 jaar én als u de laatste 3 jaar effectief actief bleef. In alle andere gevallen 16,5 %. |
| Vanaf de wettelijke pensioenleeftijd (66 jaar) | 10 % als u het ten vroegste op de wettelijke pensioenleeftijd krijgt én de laatste 3 jaar effectief actief bleef. In alle andere gevallen 16,5 %. |
Voor het deel uit uw eigen persoonlijke bijdragen geldt op elke leeftijd vanaf 60 jaar 10 % voor bijdragen betaald na 1 januari 1993 en 16,5 % voor oudere bijdragen. Bovenop die tarieven komt de gemeentebelasting. Daarom houdt de pensioeninstelling als voorheffing 10,09 % in plaats van 10 % en 16,66 % in plaats van 16,5 %. De definitieve berekening gebeurt het jaar nadien, via uw belastingaangifte.
En als u een rente krijgt?
Krijgt u uw aanvullend pensioen als rente, dan houdt de pensioeninstelling bij elke betaling bedrijfsvoorheffing in, behalve bij kleine renten. U vermeldt de renten in uw jaarlijkse aangifte en ze worden samen met uw andere inkomsten belast volgens de belastingschijven.
Zet u een kapitaal om in een rente, dan wordt eerst het kapitaal belast zoals hierboven. Daarna betaalt u elk jaar nog roerende voorheffing op een fictieve rente van 3 % van het netto-kapitaal.
Voorbeeld: u houdt na sociale bijdragen en belasting een netto-kapitaal van 10.000 € over en laat het omzetten in een rente. De fictieve rente is dan 300 € per jaar (3 % van 10.000 €). Daarop betaalt u elk jaar 30 % roerende voorheffing, dus 90 €.
Wat gebeurt er met uw groepsverzekering als u van werkgever verandert?
Gaat u uit dienst vóór uw pensioen, door ontslag of omdat u zelf vertrekt, dan stopt de opbouw: er worden geen nieuwe bijdragen meer gestort. Het opgebouwde geld blijft wel van u, maar u kunt het niet laten uitbetalen. Werkt u verder in dezelfde sector, dan blijft u gewoon aangesloten bij hetzelfde sectorplan.
Bij uw vertrek krijgt u een brief van de pensioeninstelling met uw mogelijkheden. Bekijk die goed, want ze verschillen in garanties, rendement en risico. Niet elke optie heeft bijvoorbeeld een overlijdensdekking: bij zo’n optie krijgen uw nabestaanden geen vergoeding als u overlijdt, zelfs de opgebouwde reserve niet.
U hebt in de regel twee keuzes:
- laten staan in het pensioenplan van uw vroegere werkgever (u wordt dan een «slaper»);
- overdragen, bijvoorbeeld naar de pensioeninstelling van uw nieuwe werkgever of sector, als die ook een aanvullend pensioen aanbiedt.
Is uw opgebouwde reserve heel klein, dan hebt u geen keuze: ze blijft in het plan staan en u krijgt geen uittredingsbrief.
Geen of weinig aanvullend pensioen? Het vrij aanvullend pensioen voor werknemers
Bouwt u via uw werkgever of sector geen of maar een laag aanvullend pensioen op, dan kunt u zelf bijsparen met het vrij aanvullend pensioen voor werknemers (VAPW). Of u daarvoor in aanmerking komt, ziet u op mypension.be. U kiest zelf een verzekeraar of pensioenfonds en sluit er een VAPW-overeenkomst mee af.
U beslist zelf hoeveel u stort: er is geen minimumbijdrage en u kunt op elk ogenblik stoppen met betalen. Er is wel een maximum, dat mypension.be voor u berekent. Uw werkgever houdt de bijdrage af van uw nettoloon en stort ze door, maar betaalt zelf niets bij. Verandert u van werkgever, dan loopt uw VAPW gewoon door.
Op uw VAPW-bijdragen betaalt u een taks, maar ze geven ook recht op een belastingvermindering in de personenbelasting. Bij de uitbetaling zijn sociale bijdragen, een voorheffing en gemeentebelasting verschuldigd, net als bij een gewone groepsverzekering.
Uw aanvullend pensioen opzoeken en vragen stellen
Op mypension.be ziet u uw wettelijk én aanvullend pensioen op één plek: de plannen van uw huidige en vroegere werkgevers, het opgebouwde bedrag. Uw pensioensparen staat er niet bij. De gegevens over het aanvullend pensioen worden elk jaar begin september bijgewerkt. Hoe dat werkt, leest u in onze uitleg over inloggen op mypension.be.
Hebt u een vraag of een klacht, ga dan eerst naar de personeelsdienst van uw werkgever of naar de pensioeninstelling. Bij een geschil met een verzekeraar kunt u terecht bij de Ombudsman van de Verzekeringen, en voor persoonlijk advies bij uw vakbond of een advocaat. De FSMA houdt toezicht op de aanvullende pensioenen en grijpt in als de regels niet worden nageleefd, maar geeft geen persoonlijk advies. Bij een geschil over uw contract beslist de rechtbank.