
Het gezinspensioen is uw rustpensioen berekend aan het gezinsbedrag: daarbij telt 75 % van uw loon mee in plaats van 60 %. U krijgt het als u gehuwd bent en uw huwelijkspartner geen of weinig eigen inkomsten heeft. Het is een belangrijke regel voor uw pensioen en zorg als senior: het verschil kan oplopen tot honderden euro per maand. Hieronder leest u wie er recht op heeft, hoeveel uw partner mag bijverdienen, wat er gebeurt bij een scheiding en wat de aangekondigde hervorming kan veranderen.
Wat is het gezinspensioen?
Als werknemer of zelfstandige bouwt u elk jaar pensioen op. De Federale Pensioendienst (FPD) telt die jaren samen en berekent uw pensioen op twee manieren: aan het bedrag als alleenstaande, waarbij 60 % van uw loon meetelt, of aan het gezinsbedrag, waarbij 75 % meetelt. Dat hogere bedrag noemen we in de volksmond het gezinspensioen. Hoe die berekening stap voor stap verloopt, leest u in onze uitleg over uw pensioen berekenen.
Omgerekend is het gezinspensioen 1,25 keer uw pensioen als alleenstaande. Verandert uw gezinssituatie, dan rekent de Pensioendienst om: uw pensioen als alleenstaande wordt vermenigvuldigd met 1,25 bij de overstap naar het gezinsbedrag, en uw gezinspensioen wordt vermenigvuldigd met 0,8 als u terugvalt op het bedrag als alleenstaande. Het gezinsbedrag is één pensioen voor het hele gezin: uw partner krijgt er geen tweede, apart pensioen van de Pensioendienst bovenop.
Wie heeft recht op het gezinspensioen?
De eerste voorwaarde is eenvoudig: u moet gehuwd zijn. Wettelijk samenwonen geeft geen recht op het gezinsbedrag, ook niet na vele jaren samen. Welke andere voordelen wettelijk samenwonenden wel hebben, leest u bij wettelijk samenwonen en de voordelen.
Daarnaast kijkt de Pensioendienst naar de inkomsten van uw huwelijkspartner. U krijgt het gezinsbedrag als uw partner aan alle voorwaarden hieronder voldoet:
- uw partner heeft elke niet-toegelaten beroepsactiviteit stopgezet;
- uw partner ontvangt geen eigen rust- of overlevingspensioen of gelijkwaardige uitkering, of enkel een pensioen dat niet hoger is dan het verschil tussen uw pensioen aan het gezinsbedrag en uw pensioen als alleenstaande;
- uw partner ontvangt geen vervangingsinkomen, zoals een werkloosheidsuitkering, een ziekte-uitkering of een invaliditeitsuitkering;
- uw partner ontvangt geen premie voor tijdskrediet, loopbaanonderbreking of verminderde arbeidsprestaties.
Het gezinsbedrag van 75 % hoort bij de pensioenregeling voor werknemers en voor zelfstandigen. Voor zelfstandigen onderzoekt ook het RSVZ uw pensioenrechten, en ook daar geldt dezelfde verhouding van 75 % tegen 60 %: meer daarover in ons artikel over het pensioen als zelfstandige. Voor ambtenaren gelden andere rekenregels, die we uitleggen bij het pensioen van een ambtenaar.
Hoeveel mag uw partner bijverdienen?
Uw huwelijkspartner mag werken zonder dat u het gezinspensioen verliest, maar alleen binnen een grensbedrag per kalenderjaar. Die grens hangt af van twee dingen: heeft uw partner zelf de wettelijke pensioenleeftijd al bereikt, en heeft hij of zij kinderen ten laste? Voor een job als werknemer telt het brutoloon, voor een activiteit als zelfstandige het netto beroepsinkomen.
De bedragen in de tabel gelden voor een volledig kalenderjaar. Gaat het gezinspensioen later dan 1 januari in, dan wordt de grens naar verhouding verminderd: bij een start op 1 mei wordt het grensbedrag vermenigvuldigd met 8/12. Combineert uw partner in hetzelfde jaar een activiteit als zelfstandige met een job als werknemer, dan telt de Pensioendienst 100 % van het netto zelfstandigeninkomen en 80 % van het brutoloon mee en geldt de grens in de kolom voor zelfstandigen.
| Situatie van uw huwelijkspartner | Grens als werknemer (bruto per jaar) | Grens als zelfstandige (netto per jaar) |
| Jonger dan de wettelijke pensioenleeftijd, zonder kinderen ten laste | 10.432 € | 8.346 € |
| Jonger dan de wettelijke pensioenleeftijd, met kinderen ten laste | 15.648 € | 12.519 € |
| Wettelijke pensioenleeftijd bereikt, zonder kinderen ten laste | 30.132 € | 24.105 € |
| Wettelijke pensioenleeftijd bereikt, met kinderen ten laste | 36.652 € | 29.321 € |
Overschrijdt uw partner die grens, dan zet de Pensioendienst het gezinspensioen voor de maanden waarin uw partner beroepsinkomsten had terug naar het bedrag als alleenstaande, en moet u het verschil tussen beide bedragen terugbetalen. Uw partner moet een beroepsactiviteit ook altijd aangeven bij de Pensioendienst. De actuele grensbedragen vindt u op de pagina Bijverdienen tijdens mijn pensioen van de Federale Pensioendienst.
Wat als uw partner zelf een pensioen krijgt?
Heeft uw huwelijkspartner zelf een klein pensioen, dan is het gezinspensioen niet automatisch uitgesloten. De regel is: als het pensioen van uw partner niet hoger is dan het verschil tussen uw gezinspensioen en uw pensioen als alleenstaande, krijgt u het gezinsbedrag, verminderd met het pensioen van uw partner. Uw partner houdt zijn of haar eigen pensioen.
Hebben u en uw partner allebei pensioenrechten als werknemer of zelfstandige, dan vergelijkt de Pensioendienst beide berekeningen en past hij volgens zijn eigen regels de voordeligste situatie toe: ofwel één pensioen aan het gezinsbedrag voor u beiden, ofwel elk een eigen pensioen aan het bedrag als alleenstaande. U hoeft die vergelijking dus niet zelf te maken.
Voorbeeld: stel dat uw pensioen aan het gezinsbedrag 2.000 € bruto per maand bedraagt en aan het bedrag als alleenstaande 1.600 €. Het verschil is dan 400 €. Krijgt uw partner een eigen pensioen van 150 €, dan is dat lager dan 400 €: u ontvangt 2.000 € min 150 €, dus 1.850 €, en uw partner behoudt de eigen 150 €. Samen komt u zo op 2.000 € in plaats van 1.750 € met twee pensioenen als alleenstaande.
Hoeveel meer levert het gezinspensioen op?
Omdat het gezinspensioen 1,25 keer het bedrag als alleenstaande is, levert het een kwart meer op dan uw pensioen als alleenstaande. Bij een pensioen als alleenstaande van 1.600 € bruto per maand wordt dat 2.000 €. Op dat brutobedrag worden nog inhoudingen toegepast: welke dat zijn, leest u in onze uitleg over de pensioenberekening van bruto naar netto.
Ook de minimumbedragen kennen een gezinsbedrag. Het gewaarborgd minimumpensioen voor een werknemer met een volledige loopbaan bedraagt vanaf 1 september 2026 2.351,65 € bruto per maand aan het gezinsbedrag, tegen 1.881,92 € als alleenstaande. Het vakantiegeld bij uw pensioen volgt dezelfde logica: een gepensioneerde werknemer met een gezinspensioen kreeg in mei 2026 een vast vakantiegeld van 1.524,04 € bruto, tegen 1.219,23 € als alleenstaande of met een overlevingspensioen. Het bedrag kan lager uitvallen: in het eerste pensioenjaar krijgt u meestal geen vakantiegeld, in het tweede jaar telt het naar verhouding van het aantal maanden pensioen in het eerste jaar, en het is nooit hoger dan uw bruto pensioen van mei.
| Bedrag (werknemer, bruto) | Als alleenstaande | Aan het gezinsbedrag |
| Berekening van het pensioen | 60 % van het loon | 75 % van het loon |
| Gewaarborgd minimumpensioen, volledige loopbaan, per maand vanaf 1 september 2026 | 1.881,92 € | 2.351,65 € |
| Vakantiegeld bij het pensioen (vast bedrag, mei 2026) | 1.219,23 € | 1.524,04 € |
Wilt u weten welke andere tegemoetkomingen uw huishouden naast het pensioen kan krijgen? Is uw inkomen laag genoeg, dan kunt u bijvoorbeeld in aanmerking komen voor de verhoogde tegemoetkoming van het ziekenfonds of, als u de wettelijke pensioenleeftijd hebt bereikt, voor de inkomensgarantie voor ouderen (IGO).
Wat gebeurt er met het gezinspensioen bij een scheiding?
Bij een feitelijke scheiding kunt u een deel van het pensioen van uw huwelijkspartner krijgen. Er is sprake van een feitelijke scheiding als u officieel op twee verschillende adressen ingeschreven bent, als u bij gerechtelijke beslissing van tafel en bed gescheiden bent, of als uw partner in de gevangenis zit of om geestelijke gezondheidsredenen opgenomen is. Er geldt geen minimumleeftijd, maar er zijn wel voorwaarden: onder meer moet uw huwelijkspartner werkelijk een rustpensioen als werknemer of zelfstandige krijgen en mag u niet uit de echt gescheiden zijn.
De Pensioendienst garandeert u dan een totaal pensioenbedrag dat gelijk is aan de helft van het gezinspensioen van uw partner. Ontving uw partner op het moment van de scheiding een gezinspensioen, dan krijgt u elk de helft, en de Pensioendienst onderzoekt dat recht in dat geval automatisch. Is uw eigen pensioen hoger dan die helft, dan houdt u gewoon uw eigen pensioen.
Na een echtscheiding
Bent u uit de echt gescheiden, dan bent u niet langer gehuwd en hebt u geen recht meer op het gezinsbedrag: uw pensioen wordt dan berekend aan het bedrag als alleenstaande. U kunt wel recht hebben op een echtscheidingspensioen, berekend op de loopbaan als werknemer van uw ex-partner tijdens het huwelijk. De Pensioendienst rekent daarvoor met 62,5 % van het loon van uw ex-partner, min uw eigen loon als werknemer. U mag niet hertrouwd zijn, tenzij dat nieuwe huwelijk door een overlijden of een echtscheiding is ontbonden.
Had uw ex-partner tijdens het huwelijk alleen een loopbaan als ambtenaar, dan bestaat er geen echtscheidingspensioen. Overlijdt uw ex-partner, dan kunt u mogelijk wel een overlevingspensioen krijgen. Wat een scheiding verder betekent voor uw financiën, leest u in ons artikel over scheiden in België.
Wordt het gezinspensioen afgeschaft?
Het federale regeerakkoord van 2025 kondigt aan dat het gezinspensioen voor werknemers en zelfstandigen op middellange termijn wordt afgebouwd, behalve voor de pensioenminima. Dat is aangekondigd, nog niet goedgekeurd: de Pensioendienst meldt dat de beslissingen over de pensioenhervorming nu in wetgeving worden omgezet en dat hij nog niet alle details kent. Een datum of een overgangsregeling voor het gezinspensioen is ons op 22 oktober 2026 niet bekend.
Vandaag berekent de Pensioendienst het gezinsbedrag nog altijd aan 75 % van het loon, tegenover 60 % voor het bedrag als alleenstaande. De pensioenwet van 2026 regelt onder meer nieuwe voorwaarden voor vervroegd pensioen en een malus en bonus vanaf 2027. Zodra er nieuwe regels voor het gezinspensioen gepubliceerd worden, werken we dit artikel bij.
Hoe krijgt u het gezinspensioen?
Het gezinsbedrag is geen aparte uitkering: de Pensioendienst houdt bij de berekening van uw rustpensioen rekening met uw gezinstoestand. Gaat u met pensioen op de wettelijke pensioenleeftijd, hebt u in België als werknemer of zelfstandige gewerkt en woonde u 13 maanden vóór die leeftijd in België, dan hoeft u volgens de Pensioendienst geen aanvraag in te dienen: de Pensioendienst start zelf. In alle andere gevallen dient u een pensioenaanvraag in, ten vroegste 12 maanden en ten laatste de maand vóór de ingangsdatum, bijvoorbeeld online via mypension.be.
Bekijk na de beslissing of uw pensioen aan het gezinsbedrag of als alleenstaande is berekend. Verandert er nadien iets, bijvoorbeeld omdat uw partner opnieuw gaat werken of een uitkering krijgt, dan kan uw bedrag wijzigen. Geef een beroepsactiviteit van uw partner dus altijd aan. Wanneer het geld op uw rekening komt, ziet u in het overzicht van de betaaldata van het pensioen.
- Stap 1: controleer of u gehuwd bent en of uw partner onder de inkomensgrenzen blijft.
- Stap 2: valt u niet onder de gevallen waarin de Pensioendienst zelf start, vraag uw pensioen dan aan via mypension.be, uw gemeente of de Pensioenlijn.
- Stap 3: kijk in de beslissing welk bedrag de Pensioendienst toepast.
- Stap 4: meld elke beroepsactiviteit van uw partner aan de Pensioendienst.
Werkt u zelf nog na uw pensioen, dan gelden voor u eigen regels, die we uitleggen in ons artikel over bijverdienen naast uw pensioen.