
Als gepensioneerde werknemer of ambtenaar kunt u in mei bovenop uw pensioen een extra bedrag krijgen: het vakantiegeld van uw pensioen. Hoeveel dat is, hangt af van het stelsel waarin u werkte en van uw gezinssituatie. Hieronder leest u of u recht hebt op vakantiegeld bij uw pensioen, welke bedragen de Pensioendienst in 2026 betaalt, wat er netto overblijft en waarom u in het eerste jaar van uw pensioen meestal nog niets krijgt. Meer over de andere steun voor senioren vindt u in onze overzichtspagina.
Wie krijgt vakantiegeld bij zijn pensioen?
Het vakantiegeld bij uw pensioen is geen apart pensioen en ook geen vakantiegeld van een werkgever. Het is een jaarlijks bedrag dat de Federale Pensioendienst samen met uw pensioen van mei uitbetaalt. Het is bedoeld voor wie als werknemer of als vastbenoemd ambtenaar werkte. Daarnaast moet u voldoen aan de voorwaarden van uw stelsel.
De eerste voorwaarde geldt in alle stelsels: u moet in mei een pensioen ontvangen. Krijgt u in mei geen pensioen, dan hebt u in geen enkel stelsel recht op vakantiegeld. De andere voorwaarden en het bedrag verschillen tussen het werknemersstelsel en het ambtenarenstelsel. Hoe uw maandelijkse pensioen zelf berekend wordt, leest u in onze uitleg over pensioen berekenen.
- Gepensioneerde werknemers krijgen een vast bedrag, behalve in het eerste jaar van hun pensioen.
- Gepensioneerde ambtenaren krijgen een kleiner bedrag, maar alleen onder een inkomensgrens en vanaf een minimumleeftijd, soms met een aanvullende toeslag.
- Gepensioneerde zelfstandigen krijgen geen vakantiegeld.
- Wie een overgangsuitkering krijgt, heeft geen recht op vakantiegeld.
Vakantiegeld bij een werknemerspensioen: de voorwaarden
In het eerste jaar dat u uw werknemerspensioen ontvangt, krijgt u geen vakantiegeld van de Pensioendienst. Pas vanaf het tweede jaar van uw pensioen komt het vakantiegeld er elk jaar in mei bij. Het vakantiegeld als werknemer voor uw laatste werkjaren krijgt u niet van de Pensioendienst. Als bediende betaalt uw werkgever u vertrekvakantiegeld wanneer uw arbeidsovereenkomst door uw pensioen eindigt. Als arbeider betaalt het bevoegde vakantiefonds u uw vakantiegeld in het jaar dat volgt op uw pensionering.
Er is wel een uitzondering. Kreeg u tijdens het hele kalenderjaar voor uw pensioen alleen een vervangingsinkomen voor ziekte, invaliditeit, werkloosheid of SWT (brugpensioen), dan krijgt u ook in het eerste jaar van uw pensioen vakantiegeld. Daarvoor moet u aan drie voorwaarden voldoen:
- u hebt in dat jaar geen enkele dag gewerkt;
- u had in dat jaar geen statuut van loopbaanonderbreking, tijdskrediet of zorgkrediet;
- uw uitkering kwam voort uit een activiteit als werknemer.
Die uitzondering is vooral van belang als u voor uw pensioen lang ziek was en een invaliditeitsuitkering kreeg, of als u het laatste jaar volledig werkloos was.
Het tweede jaar: vakantiegeld in verhouding
In het tweede jaar van uw pensioen krijgt u niet altijd het volle bedrag. Het vakantiegeld staat dan in verhouding tot het aantal maanden dat u in het eerste jaar pensioen ontving. Ging uw pensioen bijvoorbeeld in april 2025 in en kreeg u in 2025 geen sociale uitkering, dan krijgt u in mei 2026 9/12 van het vakantiegeld. Vanaf mei 2027 krijgt u het volledige bedrag.
Hoeveel vakantiegeld krijgt u als gepensioneerde werknemer?
Gepensioneerde werknemers krijgen een vast bedrag. Het hangt af van het soort pensioen dat u in mei krijgt: een pensioen aan gezinsbedrag of een pensioen als alleenstaande. Wie een overlevingspensioen krijgt, valt onder het bedrag voor alleenstaanden.
De bedragen hieronder gelden vanaf 1 maart 2026. Het zijn brutobedragen, dus vóór de inhouding van bedrijfsvoorheffing. Ze kunnen veranderen door een indexaanpassing, een welvaartsaanpassing of een wetswijziging, dus het bedrag van mei 2027 kan anders zijn.
| Soort werknemerspensioen in mei | Vakantiegeld (bruto) |
| Gezinspensioen | 1.524,04 € |
| Pensioen als alleenstaande | 1.219,23 € |
| Overlevingspensioen | 1.219,23 € |
Bent u feitelijk gescheiden of van tafel en bed gescheiden en krijgt u een deel van het rustpensioen van uw (ex-)partner? Dan krijgen u en uw (ex-)huwelijkspartner elk een deel van het vakantiegeld, in dezelfde verhouding als het pensioen.
Een klein pensioen: het vakantiegeld wordt beperkt
Uw vakantiegeld mag niet hoger zijn dan uw pensioen van mei. Is het wel hoger, dan beperkt de Pensioendienst het vakantiegeld eerst tot het brutobedrag van uw werknemerspensioen. Daarna komt er een verhoging van 47,141910 % van dat bedrag bij. Het totaal mag nooit hoger zijn dan het volledige vakantiegeld.
Een voorbeeld van de Pensioendienst: uw rustpensioen als werknemer aan gezinsbedrag bedraagt in mei 2026 545,48 €. Het vakantiegeld wordt beperkt tot 545,48 €, en daar komt een verhoging van 257,15 € bij. U krijgt in totaal 802,63 € vakantiegeld. Is uw pensioen hoger, bijvoorbeeld 1.050 €, dan komt u met de verhoging boven 1.524,04 € uit en krijgt u het volle vakantiegeld. Hebt u een klein pensioen, dan kijkt u best ook na of u recht hebt op het minimumpensioen of de inkomensgarantie voor ouderen (IGO).
Vakantiegeld pensioen netto: hoeveel bedrijfsvoorheffing gaat eraf?
Op het vakantiegeld van een gepensioneerde werknemer kan de Pensioendienst bedrijfsvoorheffing inhouden. Het percentage hangt af van het totale belastbare bedrag van uw pensioen per maand en van het soort pensioen: als alleenstaande of aan gezinsbedrag. Afhankelijk van uw pensioen kan er dus minder overblijven dan het brutobedrag in de tabel hierboven.
Blijft uw belastbaar maandpensioen onder de eerste grens, dan houdt de Pensioendienst niets in. Voor een gezinspensioen is er in 2026 geen bedrijfsvoorheffing zolang het belastbare maandbedrag onder 2.300 € blijft; bij de hoogste pensioenen loopt het op tot 34 %. Voor een pensioen als alleenstaande gelden in 2026 deze percentages:
| Belastbaar pensioen per maand (alleenstaande) | Bedrijfsvoorheffing op het vakantiegeld |
| tot 1.499,99 € | 0 % |
| van 1.500,00 € tot 1.649,99 € | 1 % |
| van 1.650,00 € tot 1.699,99 € | 3 % |
| van 1.700,00 € tot 1.749,99 € | 4 % |
| van 1.750,00 € tot 1.849,99 € | 6 % |
| van 1.850,00 € tot 2.049,99 € | 10 % |
| van 2.050,00 € tot 2.399,99 € | 15 % |
| van 2.400,00 € tot 2.699,99 € | 20 % |
| van 2.700,00 € tot 3.199,99 € | 25 % |
| van 3.200,00 € tot 4.449,99 € | 30 % |
| van 4.450,00 € tot 4.599,99 € | 35 % |
| vanaf 4.600,00 € | 36 % |
De bedrijfsvoorheffing is een voorschot op uw belastingen. Bij de definitieve berekening van uw belasting wordt de ingehouden bedrijfsvoorheffing in mindering gebracht; zo kunt u nog iets terugkrijgen of moeten bijbetalen. Hoeveel belasting u betaalt, hangt onder meer af van uw belastingvrije som.
Vakantiegeld bij een ambtenarenpensioen
Ook gepensioneerde vastbenoemde ambtenaren krijgen in mei vakantiegeld, maar de regels zijn strenger en het bedrag is lager. Voor een rustpensioen gelden drie voorwaarden op 1 mei. Meer over het stelsel zelf leest u in ons artikel over het pensioen als ambtenaar.
De inkomensgrens telt al uw pensioenen samen: niet alleen uw ambtenarenpensioen, maar ook andere pensioenen en gelijkaardige uitkeringen uit binnen- en buitenland. Voor een rustpensioen moet u op 1 mei:
- minstens 60 jaar zijn;
- samen maximaal 2.922,35 € bruto pensioen ontvangen voor de maand mei;
- een pensioen hebben dat niet verminderd werd omdat u te veel bijverdiende.
Krijgt u een overlevingspensioen als ambtenaar, dan gelden andere voorwaarden. Op 1 mei moet u:
- minstens 45 jaar zijn, behalve als u een blijvende ongeschiktheid van 66 % aantoont of een kind ten laste hebt dat recht geeft op kinderbijslag;
- niet hertrouwd zijn;
- samen maximaal 2.337,88 € bruto pensioen ontvangen voor de maand mei;
- een pensioen hebben dat niet verminderd werd omdat u te veel bijverdiende;
- uw overlevingspensioen niet combineren met een vervangingsinkomen.
Voldoet u aan de voorwaarden van uw pensioen, dan krijgt u in mei 2026 de bedragen hieronder.
| Ambtenarenpensioen (mei 2026) | Vakantiegeld | Aanvullende toeslag |
| Als alleenstaande | 336,78 € | 509,15 € |
| Aan gezinsbedrag | 449,04 € | 610,51 € |
| Overlevingspensioen | 336,78 € | 509,15 € |
De aanvullende toeslag krijgt u alleen als u op 1 mei minstens 60 jaar bent en een supplement gewaarborgd minimum ontvangt. Wie alleen een basis gewaarborgd minimum krijgt, heeft er geen recht op. Het vakantiegeld en de toeslag samen worden beperkt tot het bedrag van al uw ambtenarenpensioenen van mei; die beperking wordt eerst op de toeslag toegepast.
Het gezinsbedrag krijgt u alleen als uw huwelijkspartner geen inkomen uit een beroepsactiviteit, geen vervangingsinkomen en geen pensioen of gelijkaardig voordeel ontvangt (behalve een pensioen van minder dan 112,26 € per maand). Bij een ambtenarenpensioen is het brutobedrag gelijk aan het nettobedrag: er gaat geen bedrijfsvoorheffing af. Het vakantiegeld is wel belastbaar en staat op uw pensioenfiche.
Een werknemers- én een ambtenarenpensioen
Hebt u een gemengde loopbaan als werknemer en als ambtenaar, dan gelden er geen aparte voorwaarden. De Pensioendienst kijkt per stelsel of u aan de voorwaarden voldoet. Het vakantiegeld en de toeslag op het ambtenarenpensioen worden wel verminderd met het vakantiegeld dat u voor een ander pensioen krijgt.
Geen vakantiegeld als gepensioneerde zelfstandige
Werkte u als zelfstandige, dan krijgt u bij uw zelfstandigenpensioen geen vakantiegeld. Hoe uw pensioen als zelfstandige wordt berekend, leest u in onze gids over het pensioen als zelfstandige.
In de plaats daarvan kunt u, als u aan de voorwaarden voldoet, recht hebben op een welvaartspremie, een bijzondere bijslag of een pensioenbijslag.
Wanneer wordt het vakantiegeld van uw pensioen betaald?
De Pensioendienst betaalt het vakantiegeld samen met uw pensioen van mei. In 2026 was dat op 4, 6, 13 of 22 mei, naargelang uw betaaldatum. Alle data vindt u in onze betaalkalender van het pensioen.
Loopt er een beslag of een invordering op uw pensioen, dan kan de schuldeiser vragen om ook het vakantiegeld in te houden: bij een werknemerspensioen gedeeltelijk of volledig, bij een ambtenarenpensioen een deel ervan. Hoe beslag op een inkomen werkt, leest u in ons artikel over loonbeslag. Uw bedragen en betaaldata kunt u nakijken in uw pensioendossier op mypension.be.
Vakantiegeld na een overlijden
Overlijdt een gepensioneerde, dan kan het vakantiegeld nog worden uitbetaald als achterstallig bedrag. Omdat het vakantiegeld altijd samen met het pensioen van mei wordt betaald, volgt het dezelfde regel: moet de Pensioendienst het pensioen van mei nog betalen als achterstallig bedrag, dan geldt dat ook voor het vakantiegeld.
Woonden de huwelijkspartner of de kinderen officieel op hetzelfde adres als de overledene, dan hoeven ze voor de achterstallen van het pensioen geen aanvraag te doen: de Pensioendienst betaalt die automatisch. De huwelijkspartner komt eerst aan de beurt, de kinderen pas daarna. Bij een ambtenarenpensioen gaan de achterstallen naar de langstlevende huwelijkspartner; is er geen, dan naar de wezen die recht hebben op een overlevingspensioen. Andere mogelijke rechthebbenden moeten altijd een aanvraag indienen. Als nabestaande kunt u daarna zelf recht hebben op een overlevingspensioen, met het vakantiegeld dat daarbij hoort.
Andere steun als u met pensioen bent
Het vakantiegeld is een welkome extra, maar met een klein pensioen is er meer steun. Hebt u recht op de verhoogde tegemoetkoming, dan betaalt u minder voor uw gezondheidszorg. Werkt u nog wat bij naast uw pensioen, dan leest u best eerst hoe u uw pensioen met beroepsinkomsten combineert.
Gaat u binnenkort met pensioen, dan bekijkt u best uw pensioenleeftijd en hoe u uw pensioen aanvraagt. Wie langer werkt, kan een pensioenbonus opbouwen.