Kangoeroewonen in Vlaanderen 2026: regels, zorgwonen, premies en gevolgen voor uw uitkering

17 Oktober 2026 door Isabelle - 11 minuten leestijd
Ontdek op welke steun u recht hebt als u met uw ouders of kinderen onder één dak gaat wonen
Bereken mijn steun

Kangoeroewonen: moeder en dochter drinken samen koffie aan de keukentafel

Bij kangoeroewonen wonen twee gezinnen in één woning, elk met een eigen woongedeelte: vaak een gezin met kinderen en een of twee (groot)ouders. Het is een manier om langer thuis te blijven wonen als senior en om elkaar te helpen. Maar welke regels gelden er, wanneer volstaat een melding bij de gemeente, wat betekent het voor uw uitkering of pensioen en welke premies kunt u krijgen? Hieronder vindt u wat u moet weten voordat u begint.

Wat is kangoeroewonen precies?

Een kangoeroewoning is een woning die is opgesplitst in een hoofdwoning en een kleinere wooneenheid. Beide gezinnen hebben hun eigen leefruimte en hun eigen privacy, maar wonen dicht genoeg bij elkaar om voor elkaar te zorgen. Denk aan een gelijkvloers dat wordt ingericht met een eigen keuken, badkamer en voordeur voor de grootouders, terwijl het gezin van hun zoon of dochter de rest van het huis bewoont.

Kangoeroewonen is een begrip uit de spreektaal. In de Vlaamse regelgeving heet de vorm waarbij u een woning opsplitst om voor een oudere of hulpbehoevende te zorgen zorgwonen. Dat onderscheid is belangrijk: alleen een zorgwoning geniet van de soepele regels (een melding in plaats van een vergunning) en van de afspraken over uw gezinssituatie. Een gewone opsplitsing van een woning voor twee gezinnen zonder zorgsituatie is in de regel vergunningsplichtig.

Komen uw ouders gewoon bij u inwonen en slapen ze in een kamer van uw huis, zonder eigen wooneenheid, dan blijft het stedenbouwkundig een eengezinswoning. Voor wie mantelzorg opneemt, vindt u meer uitleg over de steun die er bestaat in ons overzicht over mantelzorg.

Wanneer is uw kangoeroewoning een zorgwoning?

De Vlaamse overheid spreekt van een zorgwoning als uw project aan drie voorwaarden tegelijk voldoet. Het gaat om de woning zelf, om wie er eigenaar van is en om wie er gaat wonen. Ook een huurwoning kan een zorgwoning worden, maar dan moet de eigenaar op de hoogte zijn en zijn toestemming geven.

Lees de voorwaarden goed na voordat u verbouwingswerken laat uitvoeren. Voldoet uw project er niet aan, dan valt het niet onder zorgwonen en hebt u voor de opsplitsing een omgevingsvergunning nodig.

  • In of bij de bestaande, hoofdzakelijk vergunde woning wordt één kleinere wooneenheid gecreëerd.
  • De eigendom (of minstens de blote eigendom) van de hoofdwoning en van de kleinere wooneenheid, of van de grond waarop die tijdelijk staat, ligt bij dezelfde eigenaar of eigenaars.
  • De kleinere wooneenheid dient om maximaal 2 personen te huisvesten, van wie minstens 1 persoon 65 jaar of ouder is of hulpbehoevend is. Het kan ook omgekeerd: de zorgverlener woont in de kleinere wooneenheid en de hulpbehoevende blijft in de hoofdwoning.

Als hulpbehoevend geldt een persoon met een handicap, een persoon die in aanmerking komt voor een tegemoetkoming van de Vlaamse sociale bescherming (vroeger zorgverzekering), of iemand die hulp nodig heeft om zelfstandig te wonen. Kinderen ten laste van de hulpbehoevende tellen niet mee voor het maximum van 2 personen. Meer over de tegemoetkomingen van de Vlaamse sociale bescherming leest u bij het zorgbudget voor ouderen met een zorgnood en het zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden.

Melding of vergunning: drie vormen van zorgwonen

Een woning opsplitsen is in de regel vergunningsplichtig. Voor zorgwonen vervangt de Vlaamse regelgeving die vergunning onder voorwaarden door een eenvoudige melding. Er zijn drie situaties waarin een melding volstaat. Uw gemeente kan wel strengere lokale regels opleggen, dus informeer eerst bij de dienst omgeving van uw stad of gemeente.

Zorgwonen kan ook in zonevreemde woningen en in woningen binnen verkavelingen die het creëren van bijkomende woongelegenheden verbieden.

Zorgwonen binnen de bestaande woning

U richt een deel van uw huis in als kleinere wooneenheid, binnen het bestaande bouwvolume. Die wooneenheid vormt één fysiek geheel met de hoofdwoning en beslaat hoogstens een derde van de bruto vloeroppervlakte van de volledige woning (gedeelde ruimten tellen niet mee). Breidt u de woning uit, dan is wel een vergunning nodig.

Zorgwonen in een bestaand bijgebouw

U verbouwt een bestaand, hoofdzakelijk vergund vrijstaand bijgebouw, zoals een oude garage of werkplaats. De wooneenheid is dan maximaal 50 m², er komt geen bijkomende verharding (behalve een strikt noodzakelijke toegang) en de nutsvoorzieningen en de afvoer van het afvalwater sluiten aan op die van de hoofdwoning.

Zorgwonen in een tijdelijke, verplaatsbare zorgunit

U plaatst een verplaatsbare zorgunit in de tuin, binnen een straal van 30 meter van de hoofdwoning, op hetzelfde perceel of op een aangrenzend perceel. Een zorgunit kan niet in een overstromingsgebied, en ook niet in ruimtelijk kwetsbaar gebied (op enkele uitzonderingen na). Vraag dat vooraf na bij uw gemeente. De unit is maximaal 3,5 meter hoog en 50 m² groot, staat in de zijtuin tot op 3 meter of in de achtertuin tot op 1 meter van de perceelsgrens, en takt aan op de nutsvoorzieningen van de hoofdwoning. De plaatsing is tijdelijk: maximaal 3 jaar, met een nieuwe melding één keer te verlengen met maximaal 3 jaar. Binnen 3 maanden na het einde van de zorgsituatie moet de unit weg.

Zo meldt u een zorgwoning bij de gemeente

De melding gebeurt digitaal via het Omgevingsloket. U maakt er een nieuw project aan, kiest voor een melding en duidt uw perceel aan. Voor een verplaatsbare zorgunit voegt u onder meer drie kleurenfoto’s en een constructieve tekening toe; die tekening kan de fabrikant van de unit vaak bezorgen. Voor een unit tot 50 m² en 3,5 meter hoog hebt u geen architect nodig. Lukt het aanmelden niet, dan kunt u gratis bellen naar 1700.

Binnen 30 dagen krijgt u via het Omgevingsloket bericht of de gemeente akte neemt van uw melding. Is het antwoord positief, dan hangt u de affiche met de bekendmaking 30 dagen uit op een goed zichtbare plaats aan de straat. U mag beginnen vanaf de dag na de kennisgeving van de meldingsakte, of de dag nadat de termijn zonder beslissing is verstreken.

  • De oudere of hulpbehoevende moet binnen 2 jaar na de meldingsakte effectief in de zorgwoning wonen, anders vervalt de melding.
  • De inschrijving in het bevolkingsregister doet u bij de bevolkingsdienst van uw gemeente, zodra de kleinere wooneenheid in gebruik wordt genomen. Zijn er verbouwingswerken, dan pas na de voltooiing ervan.
  • Bewaar het bewijs dat uw woning bij de gemeente als zorgwoning geregistreerd staat. Meld uw zorgwoning dus ook als u voor de werken zelf geen vergunning nodig hebt.
Belangrijk
Een gezin dat samen van adres A naar adres B verhuist, kan zich niet laten inschrijven als zorgwonen, ook niet als de verbouwingen stedenbouwkundig in orde zijn. De oudere of hulpbehoevende, of de zorgverlener, moet echt van een ander adres komen.

Kangoeroewonen en uw uitkering, pensioen of belastingen

Voor veel gezinnen is dit de belangrijkste vraag. Een uitkering of een sociaal voordeel hangt vaak af van uw gezinssituatie: wie alleen woont, krijgt soms meer dan wie samenwoont. Bij zorgwonen worden de twee gezinnen onder voorwaarden als afzonderlijke gezinnen beschouwd. Volgens de Vlaamse overheid worden de twee gezinnen in een zorgwoning fiscaal niet als één gezin beschouwd, waardoor dat doorgaans geen nadelig effect heeft op sociale uitkeringen of voordelen zoals een werkloosheidsuitkering of een studietoelage.

Dat geldt alleen als de twee gezinnen afzonderlijke gezinnen zijn in de zin van de regels. De fiscus beschouwt ze als afzonderlijk als aan twee voorwaarden is voldaan: de zorgwoning voldoet aan de Vlaamse regels voor ruimtelijke ordening, en bij de start van het zorgwonen is er een echte verhuis van de zorgbehoevende of de zorgverlener. Beide gezinnen woonden dus vooraf niet op hetzelfde adres. Zorgwonen is niet bedoeld om een bestaand gezin te splitsen, omdat dat wel gevolgen heeft voor uw uitkeringen.

Ontvangt uw ouder een inkomensgarantie voor ouderen (IGO), dan is er een extra regel. Bij de berekening van de IGO telt enkel het eigen inkomen van uw ouder (en dat van zijn of haar echtgenoot of wettelijk samenwonende partner); de inkomsten van de kinderen met wie hij of zij samenwoont, tellen niet mee. Woont uw ouder alleen samen met bloed- of aanverwanten in de rechte lijn, zoals kinderen of kleinkinderen, dan krijgt hij of zij het hogere bedrag voor alleenstaanden. Krijgt uw ouder een leefloon van het OCMW of een andere uitkering, vraag dan vooraf na bij de instelling die ze betaalt hoe zij uw nieuwe woonsituatie beoordeelt.

Bekijk welke toelagen en premies er voor uw gezin mogelijk zijn
Controleer uw rechten

Welke premies krijgt u voor een kangoeroewoning?

Er bestaat geen aparte premie voor kangoeroewonen of zorgwonen. Dat zegt de Vlaamse overheid zelf. Wel kunt u voor de verbouwingswerken een beroep doen op de bestaande premies voor renovatie en voor het aanpassen van een woning aan een oudere bewoner. U kunt beide combineren, maar nooit voor dezelfde factuur of hetzelfde deel van een factuur.

Voor wie de woning aanpast voor een inwonende 65-plusser ligt vooral de Vlaamse aanpassingspremie voor de hand. De eigenaar-bewoner kan ze aanvragen voor een inwonende 65-plusser die een bloed- of aanverwant tot in de tweede graad is, zoals een ouder of grootouder. Ooms, tantes, neven en nichten vallen erbuiten. Voor een nieuwe badkamer kunt u bijvoorbeeld voor de leidingen Mijn VerbouwPremie aanvragen (als u voor dat werk in aanmerking komt) en voor de aangepaste douche en het toilet de aanpassingspremie.

Vlaamse aanpassingspremie Wat geldt er?
Bedrag 50 % van de goedgekeurde facturen (btw inbegrepen), per categorie van werken
Minimaal factuurbedrag 1.200 € per categorie (btw inbegrepen)
Maximale premie 1.250 € per categorie
Categorieën Technische installaties of hulpmiddelen, en verbouwingswerken die de woning veiliger en toegankelijker maken
Inkomensgrens aanvragen 2026 39.300 € voor één 65-plusser zonder persoon ten laste; 55.010 € voor één 65-plusser met één persoon ten laste (plus 4.410 € per bijkomende persoon ten laste); 55.010 € voor twee aanvragers (plus 4.410 € per persoon ten laste)

Voor de inkomensgrens telt het inkomen van elke 65-plusser die in de woning woont, en dat van zijn gehuwde of wettelijk samenwonende partner. Bent u het niet eens met de beslissing, dan kunt u binnen 1 maand na ontvangst van de beslissing met een aangetekende brief beroep aantekenen bij Wonen in Vlaanderen.

Woont er in de zorgwoning een persoon met een handicap, dan kan die voor de aanpassing van de woning ook terecht bij het VAPH voor een tegemoetkoming voor hulpmiddelen. Wie de werken niet in één keer kan betalen, kan bekijken of de Mijn VerbouwLening een optie is. En wie voor een inwonende ouder zorgt, kan in sommige gemeenten een mantelzorgpremie aanvragen; vraag het na bij uw gemeente.

Sociaal tarief voor water in een zorgwoning

Bij zorgwonen zijn er meestal twee gezinnen ingeschreven op hetzelfde adres, met in de meeste gevallen maar één watermeter. Dat heeft gevolgen voor het sociaal tarief voor water dat u mogelijk op uw waterfactuur krijgt.

Volgens de Vlaamse overheid krijgt u in die situatie geen sociaal tarief op de waterfactuur, maar wel een compensatie. Heeft een van beide gezinnen recht op het sociaal tarief, neem dan contact op met uw waterbedrijf om na te gaan hoe die compensatie voor u wordt geregeld.

Gaat u voor uw ouder zorgen en moet u daarvoor minder werken? Als werknemer kunt u mantelzorgverlof nemen, waarmee u uw loopbaan tijdelijk onderbreekt met een onderbrekingsuitkering van de RVA, op voorwaarde dat u door uw ziekenfonds erkend bent als mantelzorger.

Wat als de zorgsituatie stopt?

Zorgwonen is gekoppeld aan de zorgsituatie. Is er geen zorg meer nodig, bijvoorbeeld omdat de oudere overlijdt of naar een woonzorgcentrum verhuist, dan moet u dat opnieuw melden aan uw gemeente. Dat kan met een meldingsformulier of online via het Omgevingsloket. Een tijdelijke zorgunit moet u binnen 3 maanden na het einde van de zorgsituatie verwijderen, samen met de toegang die u ervoor hebt aangelegd.

Wordt de woning daarna weer door één gezin bewoond, dan volstaat die melding. Wilt u de kleinere wooneenheid daarna verhuren of laten bewonen door een ander gezin of een alleenstaande, dan hebt u wel een omgevingsvergunning nodig, omdat het aantal woongelegenheden verandert.

Is thuis wonen niet meer haalbaar, dan zijn er tussenstappen. Een kortverblijf geeft de mantelzorger even ademruimte, en een dagverzorgingscentrum biedt overdag opvang terwijl uw ouder ‘s avonds naar huis gaat.

Aandacht
Deze informatie is gebaseerd op de regels van de Vlaamse overheid en de Federale Pensioendienst. De regels voor zorgwonen gelden in het Vlaamse Gewest; uw gemeente kan strengere voorwaarden opleggen. Vraag bij twijfel na bij uw gemeente en bij de instelling die uw uitkering betaalt.

Isabelle is redacteur bij Mijntoeslagen.be en schrijft over hulpverlening en administratie in Vlaanderen. Voel je vrij om contact met haar op te nemen in het commentaargedeelte als je vragen hebt.


Stel een vraag aan onze deskundige

Ons algoritme berekent voor welke steun u in aanmerking komt

Simuleer gratis mijn hulpmiddelen