Bijverdienen met pensioen kan, maar hoeveel u mag verdienen, hangt af van uw leeftijd, uw loopbaan en het soort pensioen dat u krijgt. Met een rustpensioen mag u in de regel onbeperkt bijverdienen vanaf de wettelijke pensioenleeftijd of met 45 loopbaanjaren. Bent u vervroegd met pensioen en hebt u geen kinderen ten laste, dan ligt de grens in 2026 op 10.432 € bruto per jaar als werknemer. Hieronder vindt u de belangrijkste grensbedragen, de extra regel voor een flexi-job en hoe u uw activiteit aangeeft. Meer over uw rechten als gepensioneerde leest u bij onze steun voor senioren.
Mag u bijverdienen met uw pensioen?
Ja. Krijgt u een pensioen of een uitkering van de Pensioendienst, dan mag u in de regel bijverdienen. Dat geldt ook voor de huwelijkspartner van een gepensioneerde die een gezinspensioen ontvangt. De vraag is dus niet óf u mag werken, maar hoeveel u mag verdienen zonder dat uw pensioen daalt.
Het antwoord hangt af van vier dingen: uw leeftijd (hebt u de wettelijke pensioenleeftijd al bereikt?), uw loopbaan (hebt u minstens 45 loopbaanjaren?), het soort pensioen of uitkering dat u krijgt en of u kinderen ten laste hebt. Hoe uw pensioen zelf tot stand komt, leest u in ons artikel over pensioen berekenen.
Kort samengevat zijn er drie situaties:
- Onbeperkt bijverdienen: u krijgt een rustpensioen en hebt de wettelijke pensioenleeftijd bereikt, of u had 45 loopbaanjaren toen uw pensioen inging. Ook met enkel een overgangsuitkering mag u onbeperkt bijverdienen.
- Bijverdienen met een grensbedrag: u bent vervroegd met pensioen zonder 45 loopbaanjaren, u krijgt enkel een overlevingspensioen, uw partner krijgt een gezinspensioen of u krijgt een ambtenarenpensioen met een supplement gewaarborgd minimum.
- Eigen regels: voor de inkomensgarantie voor ouderen telt een deel van uw beroepsinkomen mee (bijvoorbeeld 75 % van het brutojaarloon), na aftrek van een vrijstelling van 5.000 €, ongeacht uw leeftijd.
Wanneer mag u onbeperkt bijverdienen?
Krijgt u een rustpensioen, dan mag u onbeperkt bijverdienen vanaf 1 januari van het jaar waarin u de wettelijke pensioenleeftijd bereikt. Die leeftijd is 65 jaar als u vóór 1 januari 1960 geboren bent, 66 jaar als u geboren bent tussen 1 januari 1960 en 31 december 1963 en 67 jaar als u vanaf 1 januari 1964 geboren bent. Wanneer ze voor u precies valt, leest u in ons artikel over de pensioenleeftijd. U hoeft uw beroepsactiviteit dan ook niet aan te geven.
Bent u jonger, dan mag u toch onbeperkt bijverdienen als u bij de start van uw eerste Belgische rustpensioen minstens 45 loopbaanjaren had. Ging of gaat uw pensioen in vóór 1 januari 2027, dan telt een loopbaanjaar mee als u er minstens 104 dagen in had. Gaat uw pensioen in vanaf 1 januari 2027, dan zijn dat 156 dagen per jaar. Die drempel van 156 dagen komt ook voor in de nieuwe loopbaanvoorwaarde voor vervroegd pensioen.
Een belangrijke uitzondering: krijgt u een ambtenarenpensioen met een supplement gewaarborgd minimum, dan moet u voor dat supplement wel binnen een grensbedrag blijven (1.289,49 € bruto per jaar), ongeacht uw leeftijd. Al uw bruto beroepsinkomsten tellen daarvoor voor 100 % mee.
Hoeveel mag u bijverdienen met vervroegd pensioen in 2026?
Hebt u de wettelijke pensioenleeftijd nog niet bereikt en geen 45 loopbaanjaren, dan geldt een grensbedrag per kalenderjaar. Als werknemer, ambtenaar of mandataris kijkt de Pensioendienst naar uw bruto-inkomsten; als zelfstandige naar uw netto beroepsinkomsten. Bouwt u een zelfstandige activiteit op naast uw pensioen, lees dan ook wat er geldt voor een zelfstandige in bijberoep.
Hebt u kinderen ten laste, dan ligt de grens hoger. Ontvangt u kinderbijslag (in Vlaanderen het Groeipakket) in de loop van het jaar waarin u met pensioen gaat, dan hebt u dat hele jaar recht op de hogere grens. U telt ook als iemand met kinderen ten laste als u zonder kinderbijslag een eigen of wettelijk geadopteerd kind opvoedt dat jonger is dan 14 jaar (voor oudere kinderen gelden aparte voorwaarden). Ontvangen u of uw huwelijkspartner kinderbijslag in het jaar waarin u bijverdient, dan mag slechts één van beiden de hogere grens toepassen.
| Soort activiteit (vervroegd pensioen, 2026) | Zonder kinderen ten laste | Met kinderen ten laste |
| Werknemer, ambtenaar of mandataris | 10.432 € bruto per jaar | 15.648 € bruto per jaar |
| Zelfstandige (al dan niet ook als werknemer) | 8.346 € netto per jaar | 12.519 € netto per jaar |
| Flexi-job (extra grens bovenop de gewone grens) | 8.121 € per jaar | 8.121 € per jaar |
Dit zijn bedragen voor een volledig kalenderjaar. Gaat uw pensioen later in dan 1 januari, dan vermenigvuldigt u het grensbedrag met het aantal maanden pensioen en deelt u door 12. Start uw pensioen op 1 mei, dan geldt dus 8/12 van het bedrag.
Werkt u in hetzelfde kalenderjaar als zelfstandige én in een ander stelsel, dan geldt het grensbedrag voor zelfstandigen. De Pensioendienst telt dan 100 % van uw netto inkomsten als zelfstandige mee en 80 % van uw bruto-inkomsten als werknemer of uit een andere activiteit.
Flexi-job als gepensioneerde: let op de extra grens
Als gepensioneerde kunt u bijverdienen met een flexi-job, onder bepaalde voorwaarden zonder sociale bijdragen of belastingen. Sinds 1 januari 2025 bestaat er wel een bijkomend grensbedrag voor flexi-inkomsten als u minder dan 45 loopbaanjaren had bij de start van uw eerste Belgische rustpensioen én de wettelijke pensioenleeftijd nog niet bereikt hebt. In 2026 bedraagt die extra grens 8.121 € per jaar.
Uw flexi-loon telt daarnaast mee voor de gewone grens. De Pensioendienst controleert in twee stappen: eerst of al uw beroepsinkomsten samen de algemene grens overschrijden, daarna of uw flexi-inkomsten boven 8.121 € uitkomen. Bij die tweede controle wordt uw pensioen (dat na de eerste stap al lager kan liggen) verminderd met de helft van het percentage waarmee u de flexi-grens overschrijdt.
Voorbeeld: Julien krijgt 27.000 € bruto pensioen per jaar, heeft geen kinderen ten laste en verdient 9.000 € bruto met een flexi-job. Hij blijft onder de algemene grens van 10.432 €, maar zit 879 € of 10,82 % boven de flexi-grens. De helft daarvan, afgerond 5 %, gaat van zijn pensioen af: 1.350 €. Hij houdt 25.650 € bruto pensioen over.
De extra flexi-grens geldt niet als u een eigen rustpensioen krijgt en de wettelijke pensioenleeftijd al bereikt hebt, als u 45 loopbaanjaren had bij de start van uw eerste Belgische rustpensioen, als u de huwelijkspartner bent van iemand met een gezinspensioen, als u enkel een overlevingspensioen of enkel een ambtshalve pensioen (bijvoorbeeld wegens lichamelijke ongeschiktheid) krijgt, of als u enkel een rustpensioen in een speciaal stelsel (vliegend personeel, zeevarenden, mijnwerkers) krijgt en uw loopbaan aan bepaalde voorwaarden voldoet. Wilt u liever iets extra verdienen zonder flexi-job, dan vindt u in ons artikel over bijverdienen zonder zelfstandigenstatuut nog andere mogelijkheden.
Wat gebeurt er als u te veel bijverdient?
Overschrijdt u het grensbedrag als werknemer, ambtenaar of zelfstandige, dan vermindert de Pensioendienst uw pensioen met hetzelfde percentage als de overschrijding. Gaat u 35 % over de grens, dan daalt uw pensioen dus ook met 35 %. Overschrijdt u de grens met 100 % of meer, dan wordt uw pensioen geschorst.
Let ook op het moment waarop u geld ontvangt. Uw inkomsten tellen mee voor het jaar waarin ze uitbetaald worden: het loon van december, het enkel vakantiegeld of achterstallen die u pas in januari krijgt, tellen mee voor de grens van het nieuwe jaar. Zit u dicht bij de grens, dan houdt u daar best rekening mee bij het plannen van uw uren.
Bijverdienen met een overlevingspensioen
Krijgt u enkel een overlevingspensioen, dan liggen de grenzen een stuk hoger dan bij een vervroegd rustpensioen. Ook hier hangt het bedrag af van uw leeftijd, uw statuut en of u kinderen ten laste hebt. Overschrijdt u de grens, dan daalt uw overlevingspensioen met hetzelfde percentage; bij 100 % of meer wordt het geschorst. Ontvangt u een overlevingspensioen als ambtenaar samen met een supplement gewaarborgd minimum, dan wordt dat supplement volledig geschorst zodra u het grensbedrag overschrijdt.
Krijgt u naast uw overlevingspensioen in de loop van het jaar voor het eerst ook uw eigen rustpensioen, dan gelden dat jaar nog de gunstigere grenzen van het overlevingspensioen. Vanaf 1 januari van het jaar daarna gelden de grensbedragen van het rustpensioen.
| Enkel overlevingspensioen (2026) | Werknemer, ambtenaar of mandataris (bruto per jaar) | Zelfstandige (netto per jaar) |
| Jonger dan de pensioenleeftijd, zonder kinderen ten laste | 24.289 € | 19.431 € |
| Jonger dan de pensioenleeftijd, met 1 kind ten laste | 36.434 € | 29.147 € |
| Jonger dan de pensioenleeftijd, per extra kind ten laste | + 6.072 € | + 4.858 € |
| Pensioenleeftijd bereikt, zonder kinderen ten laste | 30.132 € | 24.105 € |
| Pensioenleeftijd bereikt, met kinderen ten laste | 36.652 € | 29.321 € |
Uw partner krijgt een gezinspensioen: hoeveel mag u verdienen?
Krijgt uw huwelijkspartner een gezinspensioen, dan moet u zelf ook binnen een grens blijven. Hebt u de wettelijke pensioenleeftijd nog niet bereikt, dan is dat in 2026 10.432 € bruto als werknemer of 8.346 € netto als zelfstandige, en met kinderen ten laste 15.648 € bruto of 12.519 € netto. Hebt u die leeftijd wel bereikt, dan mag u tot 30.132 € bruto of 24.105 € netto verdienen, en met kinderen ten laste tot 36.652 € bruto of 29.321 € netto.
Gaat u over die grens, dan wordt het gezinspensioen voor de maanden waarin u een beroepsinkomen had verlaagd tot het pensioen als alleenstaande, en moeten u en uw huwelijkspartner samen het verschil tussen beide bedragen terugbetalen. De extra flexi-grens van 8.121 € geldt in deze situatie niet, de gewone grens wel.
Bijverdienen met een inkomensgarantie voor ouderen (IGO)
Voor de inkomensgarantie voor ouderen gelden andere regels, ongeacht uw leeftijd of loopbaan. Uw beroepsinkomsten en die van uw partner (gehuwd of wettelijk samenwonend), als u er een hebt, tellen mee: als werknemer, ook met een flexi-job, of als ambtenaar 75 % van het brutojaarloon; als zelfstandige 100 % van uw netto beroepsinkomsten (bruto min de lasten en verliezen) van het jaar vóór de ingangsdatum van de IGO.
Van dat bedrag trekt de Pensioendienst nog 5.000 € af als vrijstelling. Het bedrag boven die vrijstelling kan uw IGO verminderen. Voor werknemers en ambtenaren rekent de Pensioendienst per maand: uw maandloon plus 1/12 van uw vakantiegeld en 1/12 van uw eindejaarspremie van dat jaar. Van dat totaal telt 75 % mee; ligt het resultaat hoger dan 1/12 van 5.000 €, dan kan uw IGO voor die maand dalen.
Welke inkomsten tellen mee voor de grens?
Enkel inkomsten uit een activiteit die u uitoefent vanaf de ingangsdatum van uw pensioen tellen mee. Gaat u in juni met pensioen, dan tellen uw inkomsten van januari tot en met mei niet mee. Daarnaast telt elke activiteit met een inkomen of een vergoeding, of u ze nu uitoefent in België, in het buitenland of voor een internationale organisatie.
Als werknemer telt alles wat bij uw brutoloon hoort: het loon voor gewerkte dagen, commissielonen, het gewaarborgd loon, voordelen in natura, het enkel vakantiegeld en de eindejaarspremie. Twee uitzonderingen zijn handig om te kennen: maaltijdcheques en het dubbel vakantiegeld tellen niet mee. Als zelfstandige telt uw netto beroepsinkomen, dus na aftrek van de bijdragen aan uw sociaal verzekeringsfonds, uw beroepskosten en uw beroepsverliezen.
Enkele inkomsten tellen niet of maar deels mee:
- De forfaitaire onkostenvergoeding voor vrijwilligerswerk, tot het fiscaal vrijgestelde bedrag. Wat u daarboven krijgt, telt wel mee. Krijgt u bij uw ambtenarenpensioen een supplement gewaarborgd minimum, dan telt elke vrijwilligersvergoeding wel mee.
- Auteursrechten of vergoedingen voor een gedeponeerd merk uit wetenschappelijk of artistiek werk: die zijn toegelaten zonder inkomensgrens. Andere inkomsten uit een scheppende activiteit (schilder, beeldhouwer, schrijver, componist…) tellen niet mee als u de activiteit hebt aangegeven, ze geen weerslag heeft op de arbeidsmarkt en u geen handelaar bent.
- Een fiscaal vrijgestelde onkostenvergoeding als onthaalouder. Werkt u als onthaalouder met een statuut van werknemer of zelfstandige, dan telt uw inkomen wel mee.
- Een politiek of ander mandaat dat al liep vóór uw pensioen. Een mandaat dat u na de start van uw pensioen begint of hernieuwt, moet u wel aangeven, en de inkomsten ervan moeten binnen uw toegelaten grens blijven.
Een ontslagvergoeding, opzegvergoeding of verbrekingsvergoeding spreidt de Pensioendienst over de periode waarop ze betrekking heeft, ook al werkt u in die periode niet.
Mag u een werkloosheids- of ziekte-uitkering combineren met uw pensioen?
Met een rustpensioen is dat in de regel niet mogelijk. Een vervangingsinkomen zoals een werkloosheidsuitkering of een uitkering bij arbeidsongeschiktheid kunt u niet samen met uw rustpensioen krijgen. Wordt u tijdens uw pensioen (tijdelijk) werkloos of ziek, dan krijgt u dus in de regel geen uitkering bovenop uw rustpensioen. Uitzondering: een ambtshalve pensioen of een pensioen wegens lichamelijke ongeschiktheid mag u onbeperkt combineren met sommige vervangingsinkomsten.
Met een overlevingspensioen ligt het anders: u mag het maximaal 12 al dan niet opeenvolgende maanden combineren met een vervangingsinkomen, en het bedrag van uw overlevingspensioen kan dan beperkt worden. Krijgt uw huwelijkspartner een gezinspensioen, dan kunt u zelf geen vervangingsinkomen combineren met dat gezinspensioen.
Hoe geeft u uw beroepsactiviteit aan?
Mag u onbeperkt bijverdienen, dan hoeft u niets aan te geven. Dat geldt als u een rustpensioen krijgt en de wettelijke pensioenleeftijd bereikt hebt, als u 45 loopbaanjaren had voordat u met pensioen ging, of als u enkel een overgangsuitkering krijgt. In de meeste andere gevallen meldt u uw activiteit; voor een supplement gewaarborgd minimum gebruikt u de ‘Verklaring voor het supplement gewaarborgd minimum’. Bent u nog niet met pensioen, dan krijgt u bij de beslissing over uw pensioen het formulier ‘Verklaring Pensioen, beroepsactiviteit en vervangingsinkomen’.
Bent u al met pensioen en begint u te werken, dan gebruikt u het standaardformulier ‘Verklaring over de beroepsbezigheid en de sociale uitkeringen’ (model 74). Krijgt u een pensioen als werknemer of ambtenaar, dan stuurt u het naar de Federale Pensioendienst (FPD); krijgt u enkel een pensioen als zelfstandige, dan naar het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen (RSVZ). Met meerdere pensioenen kiest u één van beide: de aangifte bij het RSVZ geldt ook voor de Pensioendienst en omgekeerd.
- Download het formulier model 74 via de pagina Bijverdienen tijdens mijn pensioen van de Pensioendienst, of vraag het daar aan.
- Vul het formulier in en onderteken het.
- Stuur het binnen 30 dagen na de start van uw activiteit naar de Pensioendienst of het RSVZ.
- Meld het zo snel mogelijk als uw inkomsten het grensbedrag overschrijden of als u uw activiteit stopzet.
Uw online pensioendossier raadpleegt u via mypension.be. Hoe u daar inlogt en wat u er vindt, leest u in onze uitleg over uw pensioendossier online.
Belastingen en extra pensioenopbouw: waar moet u op letten?
De bedrijfsvoorheffing die de Pensioendienst op uw pensioen inhoudt, houdt alleen rekening met uw pensioen, niet met uw loon. De FOD Financiën telt bij uw belastingaangifte wel al uw inkomsten samen, waardoor u op uw aanslagbiljet fors kunt moeten bijbetalen. Om dat te voorkomen, kunt u in de loop van het jaar meer bedrijfsvoorheffing laten inhouden of voorafbetalingen doen.
Bijverdienen tijdens uw pensioen levert in de regel geen extra pensioenrechten op. Er zijn wel uitzonderingen. Hebt u een gemengde loopbaan en krijgt u uw pensioen als zelfstandige al, dan kunt u als werknemer nog pensioenrechten opbouwen. Omgekeerd bouwt u als zelfstandige in de regel geen verdere rechten op als u uw pensioen als werknemer, ambtenaar of uit het buitenland al opneemt.