
Een assistentiewoning is een aangepaste woning waarin u als senior zelfstandig blijft wonen, met een woonassistent, een noodoproepsysteem dat dag en nacht werkt en crisiszorg binnen handbereik. In Vlaanderen moet elke groep van assistentiewoningen erkend zijn door het Departement Zorg. U betaalt een dagprijs, maar die mag niet zomaar stijgen, de waarborg is begrensd en u kunt opzeggen met een vaste termijn. Wie komt in aanmerking, wat dekt de dagprijs, wat moet er in uw contract staan en welke steun helpt u de kosten te dragen? Dat leest u hieronder.
Wat is een assistentiewoning?
Een assistentiewoning is een individuele, aangepaste woning waarin u zelfstandig woont en toch een beroep kunt doen op zorg. Meerdere van die woningen vormen samen een groep van assistentiewoningen. Het is dus geen kamer in een woonzorgcentrum: u hebt uw eigen voordeur, uw eigen keuken en u beslist zelf hoe u uw dag invult. De groepen van assistentiewoningen zijn de opvolgers van de vroegere serviceflats en woningcomplexen met dienstverlening.
Elke erkende groep biedt minstens vier voorzieningen: crisis- en overbruggingszorg bij een noodsituatie, een woonassistent die u helpt met vragen en problemen, een noodoproepsysteem waarmee u dag en nacht hulp inschakelt, en een gemeenschappelijke ontmoetingsruimte voor activiteiten met andere bewoners. Wilt u liever bij familie wonen, dan kunt u ook zorgwonen of kangoeroewonen bekijken.
Waaraan moet de woning zelf voldoen?
Volgens de Vlaamse erkenningsregels heeft een assistentiewoning minstens een leefruimte, een keuken, een aparte slaapkamer en een aparte badkamer met toilet en bad of douche. Leefruimte, slaapkamer en keuken zijn samen minstens 40 m² netto groot. De woning en de badkamer zijn rolstoeltoegankelijk, dus zonder drempels aan de ingang, tussen de kamers of naar het terras.
In het gebouw zijn trappen en niveauverschillen zoveel mogelijk vermeden, er zijn leuningen en handgrepen en een gebouw met twee of meer bouwlagen voor de bewoners heeft minstens één lift. In elke woning kunt u tv, internet en telefoon laten aansluiten. Let op: voor oudere groepen, de vroegere serviceflats, geldt een overgangsperiode. Zij moeten pas tegen 1 januari 2034 aan deze gebouwvoorwaarden voldoen, dus vraag na wat er in die groep precies aanwezig is.
Wie komt in aanmerking voor een assistentiewoning?
Volgens het Departement Zorg kan elke 65-plusser in een assistentiewoning gaan wonen, alleen of samen met een partner. U moet nog zelfredzaam genoeg zijn om zelfstandig te wonen: een assistentiewoning is bedoeld voor wie zorg en dienstverlening graag dichtbij heeft, niet voor wie de hele dag verzorging nodig heeft.
Bent u jonger dan 65 jaar, dan is het soms ook mogelijk. Een erkende groep mag maximaal 25 % van haar assistentiewoningen voorbehouden voor bewoners onder de 65. Of er zo’n woning vrij is, hangt af van de groep zelf: dat vraagt u best rechtstreeks na.
Hoe vraagt u een assistentiewoning aan?
U vraagt een assistentiewoning rechtstreeks aan bij een erkende groep van assistentiewoningen in uw buurt. Er zijn zowel huurwoningen als koopwoningen. Sommige uitbaters werken met een wachtlijst, dus begin op tijd te zoeken, zeker als u in een bepaalde gemeente wilt blijven wonen.
Voor uw inschrijving op die wachtlijst mag de groep geen vergoeding vragen. Welke erkende voorzieningen er in uw gemeente zijn, vindt u op de Sociale Kaart. Kies bij voorkeur een erkende groep: een uitbating zonder erkenning is verboden. De regels over prijs, waarborg en opzeg in dit artikel zijn de Vlaamse erkenningsvoorwaarden voor erkende groepen.
Wat zit er in de opnameovereenkomst?
Uw verblijf wordt vastgelegd in een schriftelijke opnameovereenkomst van onbepaalde duur, die u ondertekent vóór u er gaat wonen. Er mag geen vergoeding gevraagd worden vóór die overeenkomst ondertekend is. De overeenkomst vermeldt onder meer:
- het bedrag en de samenstelling van de dagprijs op de dag dat u er gaat wonen, en hoe die dagprijs kan veranderen;
- het eventuele bedrag van de waarborg en waarvoor die gebruikt mag worden;
- de opzeggingstermijn en de manier waarop u of de uitbater de overeenkomst kan beëindigen;
- welke diensten u extra kunt afnemen en betalen, bovenop de dagprijs;
- de afspraken over de plaatsbeschrijving, het instapklaar maken van de woning en wat er gebeurt bij tijdelijke afwezigheid of overlijden.
Bij de opname krijgt u ook de interne afsprakennota met de huisregels, de contactgegevens van de woonassistent en de klachtenprocedure. Een clausule die ingaat tegen de Vlaamse erkenningsregels is nietig.
Hoeveel kost een assistentiewoning?
U betaalt een dagprijs, die de groep van assistentiewoningen zelf bepaalt binnen de Vlaamse regels. In die dagprijs zitten twee delen. De wooncomponent is het genotsrecht, de prijs om de woning te gebruiken. De dienstencomponent dekt minstens de woonassistent, het noodoproepsysteem, de garantie op crisis- en overbruggingszorg en, behalve in een sociale assistentiewoning, het gebruik van de ontmoetingsruimte.
Koopt u een assistentiewoning, dan betaalt u alleen de dienstencomponent. Die dienstencomponent is voor alle bewoners van de groep even hoog, of u nu huurt of eigenaar bent. Wonen er twee of meer personen in dezelfde assistentiewoning, dan mag de groep daarvoor een verlaagde prijs aanrekenen.
De zorg die u zelf vrij kiest, zit niet in de dagprijs, zoals thuisverpleging of gezinszorg. Ook de syndicuskosten vallen buiten de dagprijs. Voor extra diensten die u zelf kiest, mag de groep supplementen aanrekenen, maar u kunt niet verplicht worden om die diensten te gebruiken.
De dagprijs die van toepassing is, moet de groep uithangen op een centrale plaats en vermelden in een onthaalbrochure of op haar website. Maandelijks ontvangt u een factuur waarop het deel voor de woning en het deel voor de zorg en ondersteuning apart staan, net als alle supplementen. U hebt 30 dagen vanaf de ontvangst om die factuur te betalen.
Mag de dagprijs stijgen?
Een groep van assistentiewoningen mag haar dagprijs en supplementen niet zomaar zelf bepalen of verhogen: daarvoor is een melding aan of goedkeuring door de prijzendienst van het Departement Zorg nodig. Een prijsaanpassing moet vooraf aan de bewoners bekendgemaakt worden en gaat ten vroegste 30 dagen na die kennisgeving in.
Bij een overschrijding van de spilindex mag de groep de dagprijs indexeren, maar ze is dat niet verplicht. De geïndexeerde dagprijs gaat dan ten vroegste in op de eerste dag van de derde maand na de spilindexoverschrijding, en uiterlijk op de eerste dag van de zesde maand. U krijgt het nieuwe bedrag te horen vóór het wordt toegepast.
Hoe hoog mag de waarborg zijn?
Vraagt de groep een waarborg, dan mag die niet hoger zijn dan 30 keer de dagprijs. Het geld komt op een geblokkeerde, persoonlijke rekening, en de intrest is voor u. De waarborg mag alleen gebruikt worden om de afspraken uit de opnameovereenkomst uit te voeren of om schade te vergoeden die u opzettelijk hebt veroorzaakt.
In plaats van een waarborg kan ook een borgstelling volstaan, maar dan alleen een kosteloze borgstelling door een privépersoon, bijvoorbeeld een familielid. Voor een gewone huurwoning op de private markt gelden andere regels, die u vindt bij de huurwaarborg.
Welke steun helpt u de kosten te betalen?
De Vlaamse overheid financiert de groepen van assistentiewoningen niet, dus u draagt de dagprijs zelf. Toch bestaan er tegemoetkomingen die uw budget ademruimte geven. Die zorgbudgetten worden aan u uitbetaald, niet aan de assistentiewoning.
Hebt u een beperkt inkomen, dan kunt u ook een sociale assistentiewoning aanvragen. Uw huur hangt dan af van uw inkomen, volgens de regels voor een sociale huurwoning. De dienstencomponent betaalt u apart via een overeenkomst over de zorg en ondersteuning.
Zorgbudget voor ouderen met een zorgnood
Bent u minstens 66 jaar, hebt u een beperkt inkomen en hebben uw gezondheidsproblemen een impact op uw dagelijkse leven, dan kunt u het zorgbudget voor ouderen met een zorgnood aanvragen. Het bedraagt maximaal 754 € per maand en is niet belastbaar. U moet aangesloten zijn bij een zorgkas en minstens vijf opeenvolgende kalenderjaren (telkens minstens één dag per jaar) in Vlaanderen of Brussel gewoond hebben.
Woont u niet in een woonzorgcentrum, dan wordt uw zorgnood sinds 1 maart 2026 gemeten met de BelRAI Screener, door een medewerker van een dienst voor gezinszorg, het OCMW of de dienst maatschappelijk werk van uw ziekenfonds. Bij uw inkomen tellen niet alleen uw pensioen, maar ook uw spaargeld, beleggingen en eigendommen mee, net als het inkomen van uw partner.
Zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden
Hebt u veel zorg nodig, dan kunt u ook het zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden krijgen: 140 € per maand, niet belastbaar en zonder leeftijdsgrens. U bewijst uw zorgzwaarte met een attest, bijvoorbeeld minstens score B op de Katz-schaal in de thuisverpleging, of een voldoende hoge score op de BelRAI Screener bij gezinszorg.
Bewoners van een erkend woonzorgcentrum krijgen dat zorgbudget in de regel automatisch. Een assistentiewoning geldt niet als woonzorgcentrum: u hebt dus een attest nodig dat uw zorgbehoefte aantoont, en meestal vraagt u het zorgbudget zelf aan bij uw zorgkas. Met bepaalde attesten, bijvoorbeeld van een dienst voor gezinszorg, krijgt u het soms automatisch. Beide zorgbudgetten kunt u samen krijgen als u aan de voorwaarden van elk voldoet.
Andere steun voor senioren met een klein inkomen
Is uw pensioen laag, kijk dan na of u recht hebt op de inkomensgarantie voor ouderen (IGO) of op het minimumpensioen. Met de verhoogde tegemoetkoming betaalt u minder remgeld bij de dokter en in het ziekenhuis.
Helpt een familielid u veel, dan bepaalt uw gemeente of OCMW zelf of er een mantelzorgpremie bestaat en onder welke voorwaarden. Raakt u in de problemen met uw facturen, dan helpt het OCMW in uw gemeente u verder.
Hoe zegt u een assistentiewoning op?
Zegt u de opnameovereenkomst op, dan geldt een opzeggingstermijn van 30 dagen. Die termijn begint op de dag na ontvangst van uw opzegging. Tijdens de opzeggingstermijn betaalt u de dagprijs verder, zonder bijkomende opzegvergoeding. Wordt de woning binnen die termijn opnieuw bewoond, dan betaalt u de dagprijs alleen tot de dag vóór de nieuwe bewoner er intrekt.
De eerste 30 dagen van uw verblijf gelden als een proefperiode: dan is de opzeggingstermijn voor u en voor de uitbater beperkt tot 7 dagen. Ziet u vóór de afgesproken opnamedatum af van de woning, dan mag de verbrekingsvergoeding hoogstens 14 keer de dagprijs bedragen. Overlijdt de kandidaat-bewoner vóór de opname, dan mag er geen verbrekingsvergoeding gevraagd worden.
| Situatie | Termijn of maximum |
| U zegt op na de opname | 30 dagen |
| De uitbater zegt op | 60 dagen |
| Opzeg tijdens de eerste 30 dagen (proefperiode), door u of door de uitbater | 7 dagen |
| Opzeggingstermijn van de uitbater als de groep vrijwillig stopt | 6 maanden |
| U ziet af vóór de afgesproken opnamedatum | hoogstens 14 keer de dagprijs |
| Ontruiming door de nabestaanden na overlijden | 5 dagen, aanpasbaar in onderling overleg |
Wanneer mag de uitbater u laten vertrekken?
De uitbater mag u alleen ontslaan bij overmacht of om redenen en volgens de procedure die in uw opnameovereenkomst staan. Gaat het om storend gedrag of om een gezondheidstoestand waardoor een andere voorziening nodig is, dan moet eerst het oordeel van uw behandelende arts gevraagd worden. De uitbater zoekt dan samen met u of uw mantelzorger een passend verblijf, en de opzeggingstermijn wordt verlengd tot dat gevonden is.
Betaalt u uw factuur niet, dan krijgt u eerst een ingebrekestelling en verwijst de groep u door naar bijvoorbeeld het OCMW, het CAW of de dienst maatschappelijk werk van uw ziekenfonds, om te bekijken welke financiële steun mogelijk is. Pas als de facturen drie maanden onbetaald blijven, ondanks die stappen, mag de uitbater de overeenkomst opzeggen. Hulp bij schulden vindt u ook via schuldbemiddeling.
Assistentiewoning, woonzorgcentrum of kortverblijf?
Een assistentiewoning past bij wie nog zelfstandig kan wonen maar zekerheid wil bij een noodgeval. Hebt u dag en nacht verzorging nodig, dan is een woonzorgcentrum vaak een betere keuze. Daar verloopt de financiering anders en kan het OCMW in bepaalde gevallen tussenkomen in de rusthuisfactuur.
Hebt u bijvoorbeeld na een ziekenhuisopname even meer zorg nodig, dan kan een centrum voor kortverblijf soms flexibel kortverblijf aanbieden in uw eigen assistentiewoning, als het centrum daarvoor toestemming heeft van het Departement Zorg. U blijft dan in uw woning en krijgt tijdelijk de zorg van het kortverblijf. Overdag opvang zoeken kan ook in een dagverzorgingscentrum.
Waarop let u voor u tekent?
Bezoek best meer dan één groep en vraag de opnameovereenkomst en de interne afsprakennota mee naar huis, zodat u ze rustig kunt nalezen. Kijk na wat er precies in de dagprijs zit, welke supplementen er bestaan en hoeveel de waarborg bedraagt. Vraag ook hoe vaak de woonassistent aanwezig is: dat moet minstens één keer per week zijn, en hij is elke dag tijdens de kantooruren aanspreekbaar.
Laat bij het betrekken van de woning een omstandige plaatsbeschrijving opmaken en voeg die bij uw overeenkomst. Elke groep heeft een gebruikersraad van bewoners en familie die minstens één keer per trimester samenkomt: vraag gerust naar de verslagen. Twijfelt u tussen verschillende woonvormen, bespreek uw keuze dan met uw familie of mantelzorger.