
Hoe hoog wordt uw pensioen als vastbenoemd ambtenaar, en wat verandert er door de pensioenhervorming? De Federale Pensioendienst berekent uw ambtenarenpensioen op basis van uw referentiewedde, het aantal jaren dat meetelt en uw loopbaanbreuk, meestal 1/60 per jaar. Vanaf 2027 wordt de referentiewedde geleidelijk over meer jaren berekend en verdwijnen de gunstigere loopbaanbreuken voor nieuwe dienstjaren, ook voor leerkrachten. Hieronder leest u hoe de berekening werkt, welke maximum- en minimumbedragen gelden en hoe u uw pensioen aanvraagt. De andere steun voor senioren vindt u in ons overzicht.
Wie heeft recht op een ambtenarenpensioen?
U hebt recht op een ambtenarenpensioen als u als vastbenoemd personeelslid bij de overheid werkte. Dat kan bij de federale overheid, de gewesten en gemeenschappen, de provincies, de gemeenten en OCMW’s, maar ook bij de geïntegreerde politie, het leger, de NMBS of sommige instellingen van openbaar nut. Ook een vastbenoemde leerkracht valt onder dit stelsel.
Werkte u bij de overheid als contractueel, dan telt die tijd in de regel niet mee voor het ambtenarenpensioen, behalve in de gevallen hieronder. Hoe het pensioen van werknemers wordt berekend, leest u in onze uitleg over pensioen berekenen. Werkte u ook als zelfstandige, dan vindt u de regels voor dat deel van uw loopbaan in onze gids over het pensioen als zelfstandige.
Er zijn twee situaties waarin contractuele of vastbenoemde jaren anders meetellen:
- Contractueel en daarna vastbenoemd: bepaalde tijdelijke of contractuele diensten bij de overheid vóór uw vaste benoeming kunnen meetellen voor uw ambtenarenpensioen, op voorwaarde dat u uiterlijk op 30 november 2017 vastbenoemd werd, dat u door de Staatskas werd betaald en dat u in een graad werkte waarin op dat moment een vaste benoeming mogelijk was. Voor tijdelijke diensten in het onderwijs geldt die datum niet: ze tellen mee als er een vaste benoeming volgt. Tewerkgestelde werklozen (TWW) en prestaties in het Derde Arbeidscircuit (DAC) of het Bijzonder Tijdelijk Kader (BTK) tellen niet mee.
- Pensioenrechten verloren: verliest u als vastbenoemd ambtenaar uw pensioenrechten, bijvoorbeeld door een tuchtmaatregel, dan hebt u geen recht meer op een ambtenarenpensioen, maar op een werknemerspensioen.
Hoe wordt het pensioen van een ambtenaar berekend?
De Pensioendienst berekent elk ambtenarenpensioen op dezelfde manier: aanneembare diensten x referentiewedde x loopbaanbreuk. De aanneembare diensten zijn de jaren die meetellen, zoals uw jaren als vastbenoemde en bepaalde periodes van afwezigheid die als gewerkt worden beschouwd. De referentiewedde is uw gemiddelde wedde over een bepaalde periode, en de loopbaanbreuk bepaalt welk deel van die wedde u per dienstjaar opbouwt.
U hoeft dat bedrag niet zelf uit te rekenen: dat doet de Pensioendienst voor u op mypension.be, waar u ook uw loopbaanoverzicht kunt nakijken. Ontbreekt er een periode, laat die dan tijdig rechtzetten.
Voorbeeld: Sofie gaat met pensioen na 36 jaar als vastbenoemd ambtenaar met de loopbaanbreuk 1/60 en een referentiewedde van 48.000 € bruto per jaar. Haar pensioen bedraagt dan 36/60 x 48.000 € = 28.800 € bruto per jaar, of 2.400 € bruto per maand. Het relatief maximum (3/4 van 48.000 €, dus 36.000 €) bereikt ze niet. Dit is een vereenvoudigd voorbeeld met fictieve bedragen, zonder indexering en zonder inhoudingen.
Van dat brutobedrag gaan nog inhoudingen af, zoals de bijdrage voor de ziekteverzekering, de solidariteitsbijdrage en de bedrijfsvoorheffing. De hoogte daarvan hangt af van uw pensioenbedrag en uw gezinssituatie. Uw pensioen volgt daarna de index: hoe de spilindex werkt, leest u in onze uitleg over de loonindexering. De vaste betaaldagen vindt u op onze pagina over de uitbetalingsdata van het pensioen.
Over hoeveel jaar wordt uw referentiewedde berekend?
Vandaag is uw referentiewedde de gemiddelde wedde van uw laatste 10 loopbaanjaren, of van uw hele loopbaan als die korter is. Bent u geboren vóór 1 januari 1962, dan gaat het om het gemiddelde van uw laatste 5 jaar. Omdat uw wedde aan het einde van uw loopbaan meestal het hoogst is, levert die korte periode een gunstig pensioen op.
Voor pensioenen die ingaan in 2027 of later wordt die periode stap voor stap verlengd, naargelang uw geboortejaar, tot 45 jaar, net zoals bij het werknemerspensioen. Werkte u minder jaren als ambtenaar dan de periode bij uw geboortejaar, dan neemt de Pensioendienst uw volledige loopbaan als ambtenaar. Kunt u uiterlijk op 1 januari 2027 vervroegd met pensioen, dan blijft uw huidige referentieperiode gelden, ook als u uw pensioen uitstelt.
De Federale Pensioendienst vermeldt per geboortejaar de volgende referentieperiode. Tussen twee jaren in de tabel komt er telkens één jaar per geboortejaar bij:
| Geboortejaar | Referentieperiode voor ambtenaren |
| 1961 of vroeger | 5 jaar |
| 1962 | 10 jaar |
| 1965 | 13 jaar |
| 1970 | 18 jaar |
| 1975 | 23 jaar |
| 1980 | 28 jaar |
| 1985 | 33 jaar |
| 1990 | 38 jaar |
| 1997 of later | 45 jaar |
Beëindigt u uw loopbaan als vastbenoemde bij HR Rail of als militair, dan gelden aparte tabellen met een andere opbouw. Uw referentieperiode vindt u dan op de pagina over de pensioenhervorming van de Federale Pensioendienst of in uw dossier op mypension.be.
Loopbaanbreuk: wat verandert er vanaf 2027?
De loopbaanbreuk, ook tantième genoemd, is het deel van uw referentiewedde dat u per dienstjaar opbouwt. De meest voorkomende breuk is 1/60: na 45 jaar komt u dan op 45/60 of 3/4 van uw referentiewedde. Sommige ambtenaren hebben een gunstigere breuk, zoals 1/55 voor leerkrachten, 1/50 voor politieagenten of 1/48 voor lectoren in het hoger onderwijs.
Vanaf 1 januari 2027 worden al die gunstigere breuken vervangen door 1/60 voor de diensten die u vanaf dan presteert. De jaren tot en met 2026 behouden hun oude breuk. Voor een politieagent wordt een dienstjaar tot en met 2026 dus nog gedeeld door 600 (50 x 12 maanden) en een dienstjaar vanaf 2027 door 720 (60 x 12 maanden).
Ook de verhogingscoëfficiënt verandert. Hebt u vandaag een gunstigere breuk, dan wordt uw loopbaan voor de berekening van uw vroegste pensioendatum vermenigvuldigd met 1,05. Vanaf 2027 gaat die coëfficiënt in de regel naar 1. Voor enkele groepen daalt hij geleidelijk, met 0,005 per jaar, tot 1,025 in 2031: het onderwijspersoneel (behalve in het hoger onderwijs), wie actieve diensten presteert, zoals postbodes en douaniers, brandweerlieden die rechtstreeks aan de brandbestrijding deelnemen en het operationeel kader van de politie.
Pensioen als leerkracht: wat betekent de hervorming?
Voor een vastbenoemde leerkracht, bijvoorbeeld in het lager onderwijs, blijft de gunstige breuk 1/55 gelden voor de dienstjaren tot en met 2026. Voor de jaren vanaf 1 januari 2027 wordt dat 1/60, zodat die latere jaren iets minder pensioen opleveren. Op mypension.be ziet u hoe de Pensioendienst uw pensioen berekent.
Voor de pensioendatum behoudt een leerkracht een klein voordeel. De Federale Pensioendienst geeft als voorbeeld An, leerkracht in het lager onderwijs met een vroegste pensioendatum na 2031: met de verhogingscoëfficiënt van 1,025 telt elk volledig jaar als leerkracht mee voor 12,30 maanden in plaats van 12 maanden. Voor een lector in het hoger onderwijs wordt de coëfficiënt 1 en gaat de breuk voor nieuwe jaren van 1/48 naar 1/60.
Ook de regelingen om uw loopbaan af te bouwen, veranderen. Bij bepaalde werkgevers, zoals in het onderwijs, bestaan er vormen van verlof, terbeschikkingstelling of disponibiliteit vóór het pensioen, waarbij u minder of niet meer werkt en een deel van uw wedde of wachtgeld krijgt. Vanaf 1 januari 2027 tellen zulke periodes van eindeloopbaan nog voor maximaal 24 maanden mee voor uw pensioen, voltijds of deeltijds opgenomen.
Was u op 31 januari 2025 al in zo’n eindeloopbaanregeling, dan geldt die beperking niet voor u. Hetzelfde geldt als u uw aanvraag indiende vóór 1 februari 2025 voor een regeling die inging vóór 1 januari 2026.
Welke periodes tellen nog mee vanaf 2027?
Afwezigheden die u vanaf 1 januari 2027 opneemt, tellen minder mee voor uw ambtenarenpensioen. Voor periodes die u vóór die datum opnam, blijven de oude regels gelden. Dat is belangrijk als u overweegt om uw loopbaan te onderbreken of minder te werken, want een periode die niet meetelt, kan zowel uw pensioendatum als uw pensioenbedrag verlagen.
Voor periodes die u vanaf 1 januari 2027 opneemt, gelden de volgende regels, afhankelijk van het soort verlof of onderbreking dat u kiest:
- Thematische loopbaanonderbreking blijft meetellen. Het gaat om verloven zoals ouderschapsverlof. Meer daarover leest u in onze uitleg over de thematische verlofdagen.
- Loopbaanonderbreking eindeloopbaan van de RVA vanaf 60 jaar telt mee voor uw pensioendatum. Voor uw pensioenbedrag telt ze enkel als u een bijdrage van 7,5 % betaalt.
- Zorgverlof of opleidingsverlof telt mee voor maximaal 24 maanden voltijds, of maximaal 48 maanden als u het halftijds opneemt. Meer over verlof om voor een naaste te zorgen, leest u op onze pagina over zorgverlof.
- Andere loopbaanonderbrekingen en afwezigheden zonder zorg- of opleidingsmotief tellen niet meer mee. Begon zo een onderbreking vóór 2027 en loopt ze daarna door, dan telt het deel vanaf 1 januari 2027 niet mee.
Werkte u eerder als werknemer, dan gelden voor die jaren de regels van het werknemersstelsel, bijvoorbeeld voor het tijdskrediet. Twijfelt u, controleer dan uw loopbaanoverzicht op mypension.be voordat u een verlof aanvraagt.
Hoeveel bedraagt het maximum- en minimumpensioen voor ambtenaren?
Uw ambtenarenpensioen is begrensd door twee maxima. Het relatief maximum bepaalt dat uw pensioen niet hoger mag zijn dan 3/4 van uw referentiewedde; met onvolledige dienstjaren wordt dat maximum verminderd. Daarnaast is er een absoluut maximum voor al uw Belgische pensioenen samen, en sinds 1 juli 2025 tellen ook buitenlandse en internationale pensioenen mee.
Dat absoluut maximum bedraagt 8.291,60 € bruto per maand (99.499,24 € per jaar). Van 1 juli 2025 tot 31 december 2029 wordt het niet meer geïndexeerd; zijn er in die periode meer dan vijf overschrijdingen van de spilindex, dan wordt het vanaf de zesde opnieuw geïndexeerd. Anders dan in het werknemersstelsel bestaat er voor een ambtenarenpensioen geen gezinsbedrag: uw pensioen wordt niet verhoogd omdat u gehuwd bent. Uw gezinssituatie kan wel meespelen bij het gewaarborgd minimum en bij de inhoudingen op uw pensioen.
Is uw pensioen laag, dan kan de Pensioendienst het optrekken tot het gewaarborgd minimum voor ambtenaren. Daarvoor moet u aan deze voorwaarden voldoen:
- minstens 60 jaar zijn en 20 jaar aanneembare diensten hebben;
- over uw hele loopbaan 189 maanden effectief gewerkt hebben (als u enkel een loopbaan als ambtenaar hebt), met een overgangsregeling voor wie in 1969 geboren is, en voor wie tussen 1963 en 1968 geboren is en op 1 januari 2025 nog geen 20 jaar aanneembare diensten had;
- vastbenoemd zijn op het moment dat u met pensioen gaat, in een hoofdambt (minstens halftijds).
Een pensioen uit een bijambt of een uitgesteld pensioen geeft geen recht op dat gewaarborgd minimum. Hoe het minimumpensioen voor werknemers werkt, leest u in onze uitleg over het minimumpensioen. Blijft uw totale inkomen na uw pensioen laag, dan kunt u ook nagaan of u recht hebt op de inkomensgarantie voor ouderen (IGO).
Wanneer kunt u als ambtenaar met pensioen?
Voor ambtenaren geldt dezelfde wettelijke pensioenleeftijd als voor werknemers en zelfstandigen: 65 jaar als u geboren bent vóór 1960, 66 jaar als u geboren bent van 1960 tot en met 1963, en 67 jaar vanaf geboortejaar 1964. Meer over die leeftijdsgrenzen leest u op onze pagina over de pensioenleeftijd.
Eerder vertrekken kan met een vervroegd pensioen: vanaf 60 jaar met 44 loopbaanjaren, op 61 of 62 jaar met 43 loopbaanjaren of vanaf 63 jaar met 42 loopbaanjaren. Gaat uw vroegste pensioendatum in vanaf 1 januari 2027, dan telt een loopbaanjaar enkel nog mee als het minstens 156 gewerkte of gelijkgestelde dagen omvat (voor het eerste loopbaanjaar volstaan 104 dagen). Kunt u in 2026 al met pensioen maar stelt u het uit, dan heeft de hervorming volgens de Federale Pensioendienst geen invloed op uw pensioendatum en krijgt u geen malus.
Vanaf 2027 geldt ook voor ambtenaren een pensioenmalus voor wie vervroegd met pensioen gaat zonder aan de nieuwe werkvoorwaarden te voldoen. Wie langer werkt dan de wettelijke pensioenleeftijd, kan onder voorwaarden een nieuwe pensioenbonus opbouwen. Voor militairen dooft vanaf 1 februari 2027 geleidelijk de ambtshalve pensionering op vroegere leeftijd uit, volgens geboortejaar. Voor het rijdend personeel van HR Rail dooft vanaf diezelfde datum geleidelijk het vervroegd pensioen op aanvraag uit. Eerder met pensioen gaan blijft mogelijk als u aan de algemene leeftijds- en loopbaanvoorwaarden voldoet.
Ziektepensioen en perequatie: wat verdwijnt er?
Het pensioen wegens lichamelijke ongeschiktheid, beter bekend als het ziektepensioen voor ambtenaren, wordt door de hervorming afgeschaft. Daarvoor in de plaats komt een verzekering voor arbeidsongeschiktheid en invaliditeit, zoals die voor werknemers in de privésector bestaat. Wie al een definitief pensioen wegens ongeschiktheid krijgt, blijft dat ontvangen zoals vandaag.
Een tijdelijke pensionering wegens ziekte was nog mogelijk tot 1 juni 2026. Daarna valt u bij ziekte ten laste van uw werkgever. De details leest u in ons artikel over het ziektepensioen, en hoe arbeidsongeschiktheid voor werknemers werkt, leest u in onze uitleg over arbeidsongeschiktheid.
Hoe vraagt u uw ambtenarenpensioen aan?
Als ambtenaar moet u uw pensioen zelf aanvragen. U hoeft geen aanvraag in te dienen als u op de wettelijke pensioenleeftijd met pensioen gaat, in België als werknemer of zelfstandige gewerkt hebt en al 13 maanden vóór die leeftijd in België woont. In alle andere gevallen, bijvoorbeeld als u enkel ambtenaar was, dient u zelf een aanvraag in. Eén aanvraag volstaat, ook als u in verschillende stelsels werkte of verschillende pensioenen aanvraagt, zoals een rustpensioen en een overlevingspensioen.
U dient uw aanvraag ten vroegste 12 maanden vóór de ingangsdatum van uw pensioen in, en ten laatste de maand ervoor. Dat kan online via mypension.be, bij het gemeentebestuur van uw woonplaats of via de Pensioenlijn op het nummer +32 2 225 17 65. Vraagt u uw pensioen minstens 9 maanden vooraf aan, dan streeft de Pensioendienst ernaar om u 4 maanden vóór uw pensioendatum een beslissing te sturen.
Doorloop bij uw aanvraag deze stappen:
- Controleer uw loopbaan op mypension.be: ontbrekende jaren of verkeerde gegevens kunnen uw pensioendatum en uw bedrag beïnvloeden.
- Vraag uw pensioen aan binnen de termijn van 12 maanden tot de maand vóór de ingangsdatum.
- Stuur de formulieren terug die bij uw pensioenbeslissing horen, zoals het formulier ‘Verklaring beroepsactiviteit en vervangingsinkomen’.
- Zie af van een uitkering: vóór de uitbetaling van uw pensioen moet u afzien van een eventuele werkloosheidsuitkering of ziekte-uitkering.
- Meld een bijverdienste: wilt u blijven werken naast uw pensioen, dan meldt u dat aan de Pensioendienst. De grenzen leest u in ons artikel over bijverdienen naast uw pensioen.
Wordt uw pensioendossier door Ethias beheerd, wat bij sommige ambtenaren het geval is, dan richt u zich tot uw werkgever. Weet u niet zeker wie uw dossier beheert, vraag het dan na bij de personeelsdienst van uw instelling.