Loopbaanonderbreking in België 2026: regelingen, uitkering en aanvraag

9 September 2026 door Isabelle - 14 minuten leestijd
Ontdek op welke steun u recht hebt
Bereken mijn steun

Loopbaanonderbreking in Belgie: werknemer leest een brief van zijn werkgever aan de keukentafel

Met een loopbaanonderbreking legt u uw job tijdelijk volledig of gedeeltelijk stil om voor iemand te zorgen, een opleiding te volgen of op adem te komen, terwijl de RVA een forfaitaire onderbrekingsuitkering betaalt. Het stelsel is intussen opgesplitst: in de privésector heet het tijdskrediet, bij de Vlaamse overheid zorgkrediet, en daarnaast bestaan de thematische verloven die in alle sectoren openstaan. Hierna leest u welke regeling voor u geldt, hoe lang u kunt onderbreken, hoeveel u krijgt en binnen welke termijn u de aanvraag indient, samen met de andere steun voor werknemers die daarbij aansluit.

Wat is loopbaanonderbreking precies?

Een loopbaanonderbreking is een wettelijk stelsel waarmee u uw arbeidsovereenkomst of statutaire aanstelling tijdelijk laat schorsen of uw arbeidsduur laat verminderen, zonder dat de band met uw werkgever verdwijnt. U verliest het loon voor de uren die u niet meer werkt, maar u krijgt in de plaats daarvan een forfaitaire uitkering van de overheid. De basis ligt in de herstelwet van 22 januari 1985 houdende sociale bepalingen, meer bepaald in hoofdstuk IV, afdeling 5 over de onderbreking van de beroepsloopbaan.

Het grote verschil met gewoon onbetaald verlof zit in die uitkering en in de bescherming die erbij hoort. Wie onbetaald verlof neemt, zit zonder inkomen en onderhandelt over alles met de werkgever; wie een erkende onderbreking opneemt, heeft in de meeste gevallen een afdwingbaar recht, is beschermd tegen ontslag om die reden en blijft aangesloten bij de sociale zekerheid. Uw rechten als werknemer lopen dus gewoon door tijdens de periode dat u minder of niet werkt.

Een onderbreking is geen ontslag: uw contract blijft bestaan en u keert nadien terug naar dezelfde functie en hetzelfde arbeidsregime.

Loopbaanonderbreking, tijdskrediet of zorgkrediet: welke regeling geldt voor u?

De naam van uw regeling hangt af van wie uw werkgever is, en dat is meteen de grootste bron van verwarring. In de privésector bestaat de klassieke loopbaanonderbreking niet meer: daar geldt het tijdskrediet, geregeld door cao nr. 103. Werkt u in de Vlaamse openbare sector, dan is de RVA sinds 2 september 2016 niet langer bevoegd voor uw aanvraag tot loopbaanonderbreking met motief: u valt onder het Vlaams zorgkrediet.

Bij de federale overheidsdiensten en een aantal andere openbare besturen blijft de gewone loopbaanonderbreking onder haar oude naam bestaan, met een uitkering van de RVA. De thematische verloven staan daar volledig los van: die volgen federale regels en worden ook in Vlaanderen door de RVA betaald, welke werkgever u ook hebt. In de praktijk kiest u dus niet vrij tussen de stelsels: uw statuut bepaalt de deur waarlangs u binnenkomt.

Uw werkgever Naam van de regeling Wie betaalt de uitkering
Privésector Tijdskrediet (cao nr. 103) RVA
Vlaamse openbare sector Vlaams zorgkrediet Vlaanderen
Federale en andere openbare besturen Gewone loopbaanonderbreking RVA
Alle sectoren, bij een zorgsituatie Thematisch verlof RVA
Belangrijk
Ga eerst na welke regeling voor u geldt. Een aanvraag bij een dienst die voor uw statuut niet bevoegd is, levert u geen uitkering op en kost u tijd.

De thematische verloven: vier regelingen in alle sectoren

De thematische verloven zijn de bekendste vorm van loopbaanonderbreking, omdat ze aan een concrete gezinssituatie gekoppeld zijn. Het gaat om vier regelingen die naast elkaar bestaan: het ouderschapsverlof, het verlof voor medische bijstand, het palliatief verlof en het verlof voor mantelzorg.

Elk verlof heeft eigen voorwaarden, een eigen maximumduur en een eigen bewijsstuk, maar het financiële mechanisme is telkens hetzelfde: uw werkgever betaalt de geschorste uren niet meer en de RVA betaalt een forfaitair maandbedrag. Voor wie voor een ouder of een partner zorgt, sluiten deze verloven aan bij de bredere mantelzorg en bij de diensten voor gezinszorg aan huis.

Thematisch verlof Waarvoor Maximum bij volledige onderbreking
Ouderschapsverlof Zorg voor uw kind jonger dan 12 jaar (21 jaar bij een handicap) 4 maanden per kind
Verlof voor medische bijstand Zwaar ziek gezins- of familielid 12 maanden per patiënt
Palliatief verlof Iemand in de laatste levensfase 1 maand per patiënt, tweemaal verlengbaar
Verlof voor mantelzorg Erkende mantelzorger 6 maanden over de hele loopbaan

Bij het verlof voor mantelzorg is de regeling grondig gewijzigd. De wet van 22 maart 2026 houdende diverse maatregelen ten gunste van de mantelzorgers (Belgisch Staatsblad van 1 april 2026) en het koninklijk besluit van 12 juli 2026 (Belgisch Staatsblad van 17 juli 2026) zijn op 1 juli 2026 in werking getreden en gelden voor elke aanvraag die u vanaf die datum bij uw werkgever indient. Het krediet bedraagt sindsdien 6 maanden volledige schorsing, 12 maanden halftijds of 30 maanden met een vijfde over uw hele loopbaan. Periodes die u vóór 1 juli 2026 opnam, worden van dat krediet afgetrokken. De erkenning als mantelzorger vraagt u aan met een verklaring op eer bij uw ziekenfonds, en ze blijft twee jaar geldig.

Bij het ouderschapsverlof bestaan vier vormen: een volledige onderbreking van 4 maanden per kind, een halftijdse van 8 maanden, een vermindering met een vijfde van 20 maanden en een vermindering met een tiende van 40 maanden. Die laatste vorm is geen recht: uw werkgever moet ermee instemmen, al geldt geen antwoord als een akkoord. De leeftijd van het kind wordt beoordeeld op de ingangsdatum van de onderbreking, en u moet in de 15 maanden vóór uw aanvraag bij de werkgever minstens 12 maanden in dienst zijn geweest bij diezelfde werkgever, niet noodzakelijk aaneensluitend.

Het verlof voor medische bijstand vraagt u aan in periodes van minimum 1 tot maximum 3 maanden. Woont u alleen en zorgt u voor een kind van maximaal 16 jaar dat u hoofdzakelijk ten laste hebt, dan verdubbelen de maxima tot 24 maanden volledig en 48 maanden deeltijds.

De gewone loopbaanonderbreking in de openbare sector

Ambtenaren en contractuele personeelsleden van de federale besturen en van een aantal aanverwante diensten kunnen nog altijd een gewone loopbaanonderbreking opnemen. Zij ontvangen daarvoor een uitkering van de RVA, en die regeling staat volledig los van de thematische verloven.

De totale duur is beperkt tot 60 maanden over de hele loopbaan. Periodes van ouderschapsverlof, medische bijstand of palliatief verlof worden nooit van dat krediet afgetrokken, zodat een zorgsituatie uw gewone krediet niet opsoupeert. Naast de volledige onderbreking bestaan er verminderingen tot een half, een derde, een vierde of een vijfde van een voltijdse betrekking; die deeltijdse vormen gelden echter niet voor de statutaire personeelsleden van de federale besturen.

Vorm van onderbreking Brutobedrag per maand Nettobedrag per maand
Volledige onderbreking 552,68 € 496,70 €
Vermindering tot de helft 276,33 € Afhankelijk van uw situatie
Vermindering met een derde 184,20 € Afhankelijk van uw situatie
Vermindering met een vijfde 110,51 € Afhankelijk van uw situatie
Aandacht
Na 12 maanden uitkering worden deze bedragen met 5 % verminderd. De nettobedragen bij een deeltijdse onderbreking hangen af van uw gezinssituatie en van uw leeftijd, omdat de bedrijfsvoorheffing dan verschilt.

Het Vlaams zorgkrediet voor wie in de Vlaamse openbare sector werkt

Het Vlaams zorgkrediet geldt uitsluitend voor wie in de Vlaamse openbare sector werkt: de Vlaamse overheid, het Vlaamse onderwijs (zowel het officiële als het vrije net), de lokale en provinciale besturen, de VGC, de VRT en de openbare ziekenhuizen. Of u contractueel dan wel statutair bent aangesteld, maakt daarbij niets uit. Het stelsel steunt op het besluit van de Vlaamse Regering van 26 juli 2016 (Belgisch Staatsblad van 3 augustus 2016), dat op 2 september 2016 in werking trad en dat sindsdien de loopbaanonderbreking met motief voor die groep vervangt.

Twee kenmerken onderscheiden het zorgkrediet van de federale stelsels. Ten eerste is er geen anciënniteitsvoorwaarde: hoelang u al in dienst bent, speelt geen rol. Ten tweede is het een recht. Uw werkgever mag een aanvraag in de regel niet weigeren; alleen voor een beperkt aantal categorieën, zoals bepaalde leidinggevende functies, kan hij weigeren of uitstellen, en dan moet die mogelijkheid uitdrukkelijk in het arbeidsreglement staan. Wat wel altijd nodig is, is een motief: zorgkrediet zonder motief bestaat niet.

  • Zorg voor uw kind tot en met 12 jaar (het krediet loopt tot de dag vóór het kind 13 wordt).
  • Zorg voor uw kind met een handicap, zonder leeftijdsgrens.
  • Bijstand aan een zwaar ziek gezins- of familielid tot de tweede graad.
  • Palliatieve zorg, ook voor een vriend of kennis: een familieband is hier niet vereist.
  • Een erkende opleiding van minstens 120 contacturen of 9 studiepunten op jaarbasis.

Het krediet bedraagt 18 maanden volledige onderbreking, 36 maanden halftijds of 90 maanden met een vijfde. Let op: dat zijn geen drie aparte tellers maar één en hetzelfde krediet voor uw hele loopbaan, waarbij 1 maand volledig stoppen gelijkstaat met 2 maanden halftijds of 5 maanden 4/5. De onderbreking met een vijfde is bovendien alleen mogelijk als u volgens uw arbeidsovereenkomst voltijds werkt. U vraagt telkens een periode van minstens 3 tot maximaal 12 maanden aan; bij het motief palliatieve zorg gaat het om 1, 2 of maximaal 3 maanden.

De uitkering komt niet van de RVA maar van Vlaanderen: het Departement Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie en Sociale Economie beslist over uw dossier en betaalt uit. De bedragen hieronder zijn zoals de Vlaamse overheid ze vandaag publiceert. Het nettobedrag bij een halftijdse onderbreking hangt af van uw gezinssituatie en van uw leeftijd, omdat de ingehouden bedrijfsvoorheffing dan verschilt.

Vorm van onderbreking Brutobedrag per maand Nettobedrag per maand
U werkt helemaal niet meer 709,29 € 637,44 €
Halftijds, alleenwonend 370,12 € 306,65 €
Halftijds, samenwonend en jonger dan 50 jaar 370,12 € 259,09 €
Halftijds, samenwonend en ouder dan 50 jaar 370,12 € 240,58 €
U werkt 4/5 176,31 € 146,08 €

Woont u alleen met uw kind of kinderen, dan bestaat er een verhoogde uitkering voor de alleenstaande ouder. Al uw inwonende kinderen moeten daarvoor recht geven op het Groeipakket. Die verhoging bestaat enkel bij een halftijdse onderbreking (444,15 € bruto, 367,98 € netto) en bij een onderbreking met een vijfde (269,18 € bruto, 223,02 € netto), niet bij een volledige onderbreking, want daar is het bedrag voor iedereen gelijk.

Ook als u onder het zorgkrediet valt, blijven de thematische verloven federaal: die vraagt u gewoon bij de RVA aan, en u kunt ze naast uw zorgkrediet opnemen.

Hoeveel bedraagt de onderbrekingsuitkering van de RVA?

De onderbrekingsuitkering voor een thematisch verlof is een forfaitair maandbedrag: ze hangt niet af van uw loon, maar van de vorm van de onderbreking en van uw gezinssituatie. De bedragen worden geïndexeerd en gelden voor een voltijdse betrekking; werkt u deeltijds, dan wordt het forfait in verhouding tot uw arbeidsregime herrekend. De cijfers hieronder zijn de bedragen zoals ze op 1 september 2026 werden geïndexeerd.

Op het brutobedrag houdt de RVA bedrijfsvoorheffing in, zodat het bedrag op uw rekening lager ligt. Bij een volledige onderbreking bedraagt die inhouding 10,13 %. Bij een deeltijdse onderbreking (tot de helft, met een vijfde of met een tiende) en voor de alleenwonende werknemer is dat 17,15 %. Dezelfde tabel geldt voor het ouderschapsverlof, het palliatief verlof, het verlof voor medische bijstand en het verlof voor mantelzorg, met dit verschil dat de vermindering met een tiende alleen bij ouderschapsverlof bestaat.

Vorm van onderbreking Brutobedrag per maand Nettobedrag per maand
Volledige onderbreking 1.080,08 € 970,67 €
Volledige onderbreking, verhoogd bedrag 1.840,08 € 1.653,69 €
Halftijdse onderbreking 540,03 € 447,42 €
Vermindering met een vijfde 183,20 € 151,79 €
Vermindering met een tiende 91,60 € 75,90 €

Het verhoogde bedrag is er voor de alleenwonende werknemer met een kind ten laste. De leeftijdsgrens verschilt per verlof: het kind moet jonger zijn dan 12 jaar bij ouderschapsverlof en jonger dan 18 jaar bij palliatief verlof, mantelzorg of medische bijstand, en die grens gaat naar 21 jaar voor een kind met een handicap. Bij het tijdskrediet in de privésector liggen de forfaits merkelijk lager, wat vaak de doorslag geeft bij de keuze tussen beide stelsels.

Bekijk in enkele minuten op welke uitkeringen en premies u recht hebt
Controleer uw rechten

De Vlaamse aanmoedigingspremie bovenop uw uitkering

Vlaanderen kent bovenop de federale uitkering een eigen aanmoedigingspremie toe aan wie in de privésector werkt en zijn loopbaan onderbreekt om te zorgen. Werkt u in de Vlaamse of de federale openbare sector, dan hebt u er geen recht op: daar bestaat het Vlaams zorgkrediet met zijn eigen uitkering. Aanmoedigingspremie en zorgkrediet kunnen dus nooit gecombineerd worden.

De premie is een aanvulling, geen vervanging, en de volgorde ligt vast: u moet eerst de goedkeuring van de RVA hebben, die u met de C62-beslissingsbrief ontvangt. Pas daarna dient u de aanvraag voor de premie in bij hetzelfde Vlaamse departement. Het bedrag hangt af van twee dingen: het regime waarin u vóór de onderbreking werkte en het regime dat u tijdens de onderbreking nog presteert. Op het brutobedrag wordt 11 % bedrijfsvoorheffing ingehouden. De bedragen gelden sinds 1 juli 2026.

Regime vóór de onderbreking Regime tijdens de onderbreking Bruto per maand Netto per maand
Minimaal 75 % 0 % (volledige onderbreking) 261,15 € 232,42 €
Minimaal 75 % 50 % 174,10 € 154,95 €
Minimaal 50 % 0 % 174,10 € 154,95 €
Tussen 20 en 50 % 0 % 87,05 € 77,47 €
Voltijds 80 % (alleen bij thematisch verlof) 87,05 € 77,47 €
Voltijds 90 % (1/10 ouderschapsverlof) 43,53 € 38,74 €

Twee regels bepalen wat u er uiteindelijk aan overhoudt. Neemt u tijdskrediet met zorgmotief op met een vermindering van een vijfde, dan krijgt u geen premie: op die vijfde hebt u alleen recht via een thematisch verlof. En over uw hele beroepsloopbaan kunt u maximaal 12 maanden de premie ontvangen. Wie alleen woont, krijgt daarbovenop 64,42 € bruto (57,33 € netto) per maand, ongeacht het onderbrekingspercentage.

Belangrijk
De premie wordt hoogstens 6 maanden met terugwerkende kracht toegekend. U kunt dus later aanvragen, maar de maanden daarvóór worden niet meer uitbetaald.

Zo vraagt u uw loopbaanonderbreking aan, stap voor stap

De aanvraag verloopt in twee stappen die u niet met elkaar mag verwarren. Eerst regelt u de onderbreking met uw werkgever, want die moet het arbeidsregime aanpassen en de periode bevestigen. Pas daarna vraagt u de uitkering aan bij de bevoegde dienst, en dat is een apart dossier met een eigen termijn.

De RVA werkt daarvoor met de onlinetoepassing Break@Work. Sinds 1 juli 2024 moeten de aanvragen om onderbrekingsuitkeringen verplicht elektronisch worden ingediend, met uitzondering van het onderwijs en de CLB-centra. Het Vlaams zorgkrediet vraagt u uitsluitend online aan via het WSE-loket: uw werkgever start het dossier op en u vult het aan, maar u blijft zelf verantwoordelijk voor een tijdige indiening. Bij beide loketten hoort een bewijsstuk dat past bij uw motief: een medisch attest, een verklaring van de behandelende arts of het bewijs van uw erkenning als mantelzorger.

  • Stap 1: breng uw werkgever schriftelijk op de hoogte en leg de begindatum, de duur en de vorm van de onderbreking vast.
  • Stap 2: verzamel het bewijsstuk dat bij uw motief hoort.
  • Stap 3: dien de aanvraag elektronisch in en bewaar de ontvangstbevestiging.
  • Stap 4: geef elke wijziging (einde, verlenging of ander regime) meteen door aan de uitbetalende dienst.

Welke termijnen moet u naleven tegenover uw werkgever?

De termijnen zijn het punt waarop de meeste dossiers stranden, en ze verschillen per verlof. Voor het ouderschapsverlof verwittigt u uw werkgever in de privésector en bij de gemeente- en provinciebesturen ten vroegste 3 maanden en ten laatste 2 maanden vóór de gewenste begindatum; bij alle andere werkgevers geldt een vaste termijn van 3 maanden. Voor het verlof voor medische bijstand en het verlof voor mantelzorg volstaat een schriftelijke kennisgeving van minstens 7 dagen vooraf.

Voor de uitkering geldt bij de RVA een aparte termijn van 2 maanden, te rekenen vanaf de dag na de begindatum van de onderbreking. Dient u later in, dan verliest u het recht niet, maar gaat het pas in op de dag waarop uw volledige aanvraag werd ingediend: de verstreken maanden worden niet meer uitbetaald. Voor het Vlaams zorgkrediet geldt dezelfde logica, met een venster van ten vroegste 6 maanden vóór de start tot uiterlijk 2 maanden erna. Het palliatief verlof volgt dan weer een eigen regel en begint, ongeacht de sector, op de eerste dag van de week na de week waarin u uw werkgever schriftelijk verwittigde.

Wat betekent een onderbreking voor uw pensioen en uw sociale rechten?

Een periode van thematisch verlof is geen gat in uw loopbaan. De vier thematische verloven tellen volledig mee voor uw werknemerspensioen, op voorwaarde dat u voor die periode een onderbrekingsuitkering van de RVA ontvangt. Het ouderschapsverlof telt bovendien mee om na te gaan of u met vervroegd pensioen mag gaan.

Voor de gewone loopbaanonderbreking en voor het tijdskrediet ligt dat anders: daar is de gelijkstelling aan quota gebonden, zodat niet elke maand automatisch meetelt voor uw latere pensioen. Uw persoonlijke loopbaangegevens raadpleegt u op MyPension. Uw ziekteverzekering loopt intussen gewoon door, net als het Groeipakket voor uw kinderen. Wordt u ziek tijdens de onderbreking, dan gelden aparte regels: vraag bij uw ziekenfonds en bij de RVA na wat er in dat geval met uw uitkering bij arbeidsongeschiktheid gebeurt.

Welke steun kunt u nog krijgen als uw inkomen daalt?

Een onderbreking betekent bijna altijd minder inkomen, en dat opent soms de deur naar andere steun. Wie deeltijds blijft werken, gaat best na of de jobbonus binnen bereik komt, en wie een opleiding volgt, combineert de onderbreking vaak met het Vlaams opleidingsverlof of met educatief verlof.

Daarnaast bestaan er tegemoetkomingen die naar het gezinsinkomen kijken en die dus meebewegen wanneer dat inkomen daalt. Zakt uw inkomen sterk, dan kunt u bij het OCMW navragen of u in aanmerking komt voor het leefloon of voor aanvullende steun. Zorgt u voor een zwaar zorgbehoevend gezinslid, dan zijn ook het zorgbudget en de mantelzorgpremie van uw gemeente het bekijken waard.

Isabelle is redacteur bij Mijntoeslagen.be en schrijft over hulpverlening en administratie in Vlaanderen. Voel je vrij om contact met haar op te nemen in het commentaargedeelte als je vragen hebt.


Stel een vraag aan onze deskundige

Ons algoritme berekent voor welke steun u in aanmerking komt

Simuleer gratis mijn hulpmiddelen