
Met tijdskrediet zet u uw loopbaan een tijdlang op pauze of werkt u tijdelijk minder, terwijl de RVA een deel van uw loonverlies opvangt met een onderbrekingsuitkering. Sinds 1 januari 2026 gelden er nieuwe spelregels, want cao nr. 103/7 van 21 oktober 2025 wijzigt de loopbaanvoorwaarde voor een landingsbaan en stelt het 1/5de tijdskrediet open voor wie niet in een vijfdagenweek werkt. In dit overzicht van de steun en premies rond werk leest u welke motieven er bestaan, hoeveel maanden u kunt opnemen, wat de RVA precies betaalt en hoe u uw aanvraag indient.
Wat is tijdskrediet precies?
Tijdskrediet is het recht van een werknemer uit de privésector om zijn arbeidsprestaties tijdelijk te schorsen of te verminderen zonder de arbeidsovereenkomst te beëindigen. U blijft dus in dienst bij uw werkgever, u behoudt uw rechten als werknemer en u keert na afloop terug naar uw oorspronkelijke uurrooster. Het verschil met gewoon deeltijds gaan werken zit in die terugkeergarantie en in de uitkering die de overheid erbovenop legt.
Er zijn drie vormen: een volledige schorsing (voltijds tijdskrediet), een halvering van uw prestaties (halftijds) en een vermindering met een vijfde (1/5de loopbaanvermindering, in de praktijk één dag of twee halve dagen per week). De regeling staat in cao nr. 103 van 27 juni 2012 van de Nationale Arbeidsraad, die intussen meermaals is aangepast. De uitkering zelf komt van de RVA en maakt deel uit van de Belgische sociale zekerheid.
Tijdskrediet, thematisch verlof of loopbaanonderbreking: wat is het verschil?
Deze drie stelsels worden vaak door elkaar gehaald, en dat kost mensen geld. Tijdskrediet geldt alleen voor werknemers uit de privésector. Wie bij een overheidsdienst werkt, valt niet onder cao nr. 103 maar onder de loopbaanonderbreking en, in Vlaanderen, onder het Vlaams zorgkrediet. Dat zorgkrediet is goed voor 18 maanden volledige schorsing of 36 maanden halftijds, in beide gevallen dus 18 voltijdse equivalenten, en het Departement Werk en Sociale Economie betaalt het.
De thematische verlofdagen vormen een derde spoor. Zij hebben elk hun eigen wettelijke basis en, dat is het belangrijkste, hun eigen teller: wat u aan ouderschapsverlof, medische bijstand of palliatief verlof opneemt, wordt niet afgetrokken van uw tijdskrediet. U mag zelfs een thematisch verlof opnemen terwijl uw tijdskrediet loopt. Bent u zelfstandige, dan bestaat tijdskrediet voor u niet: u valt terug op de uitkering mantelzorg of het overbruggingsrecht, die u aanvraagt bij uw sociaalverzekeringsfonds.
Tijdskrediet met motief: welke motieven erkent de regelgeving?
Sinds 2017 bestaat tijdskrediet alleen nog met motief. U moet dus bij uw aanvraag opgeven waarom u minder gaat werken, en dat motief bepaalt hoeveel maanden u krijgt. De motieven vallen uiteen in twee groepen: de zorgmotieven en het motief erkende opleiding, die elk hun eigen maximum hebben en niet met elkaar worden verrekend.
Voor de zorgmotieven samen geldt een globaal plafond van 51 maanden tegenover uw werkgever. Binnen dat plafond is het motief zorg voor uw kind apart begrensd, en het motief opleiding staat er helemaal los van met een eigen maximum van 36 maanden. De minimumduur per aanvraag bedraagt 3 maanden voor een voltijds of halftijds tijdskrediet en 6 maanden voor een 1/5de vermindering.
| Motief | Recht bij uw werkgever | Maanden met uitkering | Bijzonderheid |
| Zorg voor uw kind | 51 maanden | 48 maanden | Kind jonger dan 5 jaar bij voltijds, jonger dan 8 jaar bij halftijds en 1/5de |
| Zorg voor een zwaar ziek gezins- of familielid | 51 maanden | 51 maanden | Per aanvraag van 1 tot en met 3 maanden |
| Palliatieve zorg | 51 maanden | 51 maanden | 1 maand per patiënt, één keer verlengbaar met 1 maand |
| Zorg voor uw kind met een handicap, jonger dan 21 jaar | 51 maanden | 51 maanden | Ook buiten de leeftijdsgrenzen van het gewone zorgmotief |
| Bijstand aan een zwaar ziek minderjarig kind | 51 maanden | 51 maanden | Per aanvraag van 1 tot en met 3 maanden |
| Een erkende opleiding volgen | 36 maanden | 36 maanden | Apart contingent, los van de zorgmotieven |
Recht bij uw werkgever en recht op een uitkering: twee aparte tellers
Hier gaat het bij de meeste lezers mis, en het kost hun drie maanden uitkering. Uw recht tegenover uw werkgever komt uit cao nr. 103 en geeft u voor de zorgmotieven 51 maanden. Uw recht op een onderbrekingsuitkering komt daarentegen uit het koninklijk besluit van 12 december 2001, en dat besluit betaalt voor het motief zorg voor uw kind slechts 48 maanden uit.
De laatste drie maanden mag u dus wel opnemen, maar dan zonder geld van de RVA. Dezelfde logica speelt bij de leeftijd van uw kind: voor een voltijds tijdskrediet moet uw kind jonger zijn dan 5 jaar, terwijl voor een halftijds tijdskrediet en voor een 1/5de vermindering de grens op 8 jaar ligt. Wie leest dat de leeftijd naar vijf jaar is gezakt en daaruit besluit dat een zevenjarige niet meer meetelt, laat een recht liggen dat wel degelijk bestaat.
Wat verandert er in 2026 aan het tijdskrediet?
De echte verandering van dit jaar is cao nr. 103/7 van 21 oktober 2025, die in werking treedt op 1 januari 2026 voor aanvragen die vanaf die datum bij de werkgever worden ingediend (vroeger heetten die aanpassingen 103bis en 103ter, nu 103/4 tot en met 103/7). Daarnaast verscheen het koninklijk besluit van 5 september 2025 in het Belgisch Staatsblad van 30 oktober 2025, eveneens met ingang van 1 januari 2026.
Die twee teksten zetten het luik loopbaaneinde van het regeerakkoord van 31 januari 2025 om in geldend recht. Het gaat dus niet langer om een aankondiging: de nieuwe loopbaanvoorwaarden zijn vandaag van toepassing. Daarnaast verruimt cao nr. 103/7 de toegang tot het stelsel voor een groep werknemers die er tot nu toe buiten viel.
- De loopbaanvoorwaarde voor een landingsbaan op 60 jaar loopt geleidelijk op en verschilt voorlopig naargelang u man of vrouw bent.
- Werkt u in een arbeidsregeling die niet over vijf dagen of meer is gespreid, dan kunt u voortaan ook een 1/5de vermindering opnemen, op voorwaarde dat u in de twaalf maanden vóór uw kennisgeving voltijds werkte en dat een cao of een schriftelijk akkoord daarin voorziet.
- Werknemers die palliatief verlof, verlof voor een zwaar ziek gezinslid, ouderschapsverlof of mantelzorgverlof opnemen, tellen niet meer mee voor de drempel van 5 % in de onderneming.
Tijdskrediet zonder motief: waarom het niet meer bestaat
Veel mensen zoeken nog altijd naar tijdskrediet zonder motief, de regeling waarmee u vroeger een pauze kon nemen zonder een reden op te geven. Die mogelijkheid is in twee stappen verdwenen. Eerst viel op 1 januari 2015 de onderbrekingsuitkering weg, waardoor het stelsel onbetaald werd. Vervolgens is op 1 april 2017 ook het recht zelf geschrapt, door cao nr. 103ter van 20 december 2016.
Vandaag bestaat er dus geen tijdskrediet meer waarbij u geen motief hoeft op te geven. De RVA houdt de oude webpagina online, maar uitdrukkelijk onder de hoofding “Reglementering van kracht vóór 1 april 2017”, dus als archief. Wilt u toch tijdelijk minder werken zonder een van de erkende motieven, dan blijft alleen een individueel akkoord met uw werkgever over, zonder uitkering en zonder wettelijke terugkeergarantie.
Landingsbaan: minder werken op het einde van uw loopbaan
De landingsbaan is de variant van tijdskrediet voor oudere werknemers die halftijds of met een vijfde minder willen werken tot aan hun pensioen. Het recht om die vermindering bij uw werkgever te vragen, begint op 55 jaar. Het recht op een uitkering van de RVA ligt hoger: dat begint in de regel pas op 60 jaar.
Vóór uw zestigste kunt u vanaf 55 jaar toch al een uitkering krijgen in vier situaties: u hebt een lange loopbaan van 35 jaar, u oefent een zwaar beroep uit of werkt met een medisch attest in de bouw met minstens 25 jaar loopbaan, uw onderneming is erkend als in moeilijkheden of in herstructurering, of u valt onder de regeling voor werknemers met een handicap. Die uitzonderingen staan in cao nr. 179 en cao nr. 181 van 21 oktober 2025, beide voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2027, en er is telkens een sectorale cao of een ondernemings-cao nodig die ze toepast.
De loopbaanvoorwaarde voor de gewone landingsbaan op 60 jaar loopt sinds 1 januari 2026 elk jaar met één jaar op, en ze verschilt voorlopig naargelang u man of vrouw bent. Ze staat los van de 35 jaar die de uitzondering vanaf 55 jaar vraagt: wie vroeger wil vertrekken, moet net een lángere loopbaan bewijzen.
| Landingsbaan op 60 jaar, vanaf | Loopbaan voor mannen | Loopbaan voor vrouwen |
| 1 januari 2026 | 31 jaar | 26 jaar |
| 1 januari 2027 | 32 jaar | 27 jaar |
| 1 januari 2028 | 33 jaar | 28 jaar |
| 1 januari 2029 | 34 jaar | 29 jaar |
| 1 januari 2030 | 35 jaar | 30 jaar |
Welke voorwaarden gelden er voor uw anciënniteit en uw tewerkstelling?
Naast een erkend motief moet u aan twee voorwaarden voldoen: een anciënniteitsvoorwaarde bij uw huidige werkgever en een tewerkstellingsvoorwaarde over de twaalf maanden vóór uw aanvraag. Die tweede voorwaarde verschilt per vorm, omdat de wetgever wil voorkomen dat iemand van een klein deeltijds contract naar een uitkering doorschuift.
De algemene anciënniteit bedraagt 24 maanden. Voor het motief zorg voor uw kind is ze sinds 1 juni 2023 opgetrokken tot 36 maanden, wat in de praktijk betekent dat u drie jaar bij dezelfde werkgever moet werken voordat u dat motief kunt inroepen. Ga die datum na aan de hand van uw arbeidsovereenkomsten en uw loonbrieven voordat u een startdatum vastlegt.
- Voltijds tijdskrediet: geen bijzondere tewerkstellingsvoorwaarde.
- Halftijds tijdskrediet: u moet in de twaalf maanden vóór uw schriftelijke kennisgeving minstens 3/4 gewerkt hebben.
- 1/5de loopbaanvermindering: u moet die twaalf maanden voltijds gewerkt hebben.
- Anciënniteit: 24 maanden in de regel, 36 maanden voor zorg voor uw kind.
Hoeveel bedraagt de onderbrekingsuitkering van de RVA?
De onderbrekingsuitkering is een forfaitair bedrag en geen percentage van uw loon: iemand met een hoog loon krijgt precies hetzelfde als iemand met een laag loon. De bedragen hieronder gelden voor een voltijdse tewerkstelling en zijn geïndexeerd op 1 september 2026. Werkt u deeltijds, dan wordt uw uitkering evenredig berekend.
Op het brutobedrag houdt de RVA bedrijfsvoorheffing in, en net daar zit het verschil tussen de gezinssituaties. Bij een halftijds tijdskrediet is het brutobedrag identiek voor wie jonger of ouder is dan 50 jaar; alleen het ingehouden percentage verschilt, waardoor het nettobedrag uiteenloopt. Het tarief hangt dus af van uw vorm én van uw gezinssituatie, en niet enkel van het feit dat u alleen woont.
- 10,13 % bij een voltijdse schorsing.
- 17,15 % bij een halftijds tijdskrediet als u alleen woont, en bij een 1/5de vermindering als u alleen woont met kinderen.
- 30 % bij een halftijds tijdskrediet als u samenwoont en jonger bent dan 50 jaar.
- 35 % in de overige gevallen, ook voor de alleenwonende zonder kinderen bij een 1/5de vermindering.
| Vorm van tijdskrediet | Situatie | Bruto per maand | Netto per maand |
| Voltijds | alle situaties | 660,31 € | 593,43 € |
| Halftijds, jonger dan 50 jaar | samenwonend | 330,15 € | 231,11 € |
| Halftijds, jonger dan 50 jaar | alleenwonend | 330,15 € | 273,54 € |
| Halftijds, 50 jaar of ouder | samenwonend | 330,15 € | 214,60 € |
| 1/5de vermindering | samenwonend | 217,41 € | 141,32 € |
| 1/5de vermindering | alleenwonend zonder kinderen | 280,57 € | 182,38 € |
| 1/5de vermindering | alleenwonend met kinderen | 290,75 € | 240,89 € |
Voor een landingsbaan gelden hogere bedragen, omdat de wetgever oudere werknemers wil aanmoedigen om aan de slag te blijven in plaats van volledig te stoppen. Ook hier gaat het om maandbedragen voor een voltijdse tewerkstelling, geïndexeerd op 1 september 2026.
| Vorm van landingsbaan | Situatie | Bruto per maand | Netto per maand |
| Halftijds | samenwonend | 657,61 € | 427,45 € |
| Halftijds | alleenwonend | 657,61 € | 544,83 € |
| 1/5de vermindering | samenwonend | 305,46 € | 198,55 € |
| 1/5de vermindering | alleenwonend zonder kinderen | 368,62 € | 239,60 € |
| 1/5de vermindering | alleenwonend met kinderen | 368,62 € | 305,40 € |
Zo vraagt u tijdskrediet aan, stap voor stap
De aanvraag verloopt in twee stappen die u niet mag verwarren. Eerst brengt u uw werkgever schriftelijk op de hoogte, want die kennisgeving doet uw termijn lopen en legt uw periode vast. Pas daarna vraagt u de uitkering aan bij de RVA, en dat is een aparte procedure met een eigen termijn.
Sinds 1 juli 2024 moeten alle aanvragen om onderbrekingsuitkeringen elektronisch worden ingediend bij de RVA. Een aanvraag op papier kan dus niet meer: u gebruikt de onlinedienst Break@Work, waarop u zich met itsme of met uw eID aanmeldt. Houd uw rijksregisternummer en de exacte begin- en einddatum van uw tijdskrediet bij de hand.
- Kies uw motief en uw vorm (voltijds, halftijds of 1/5de) en ga na of u aan de anciënniteit voldoet.
- Verwittig uw werkgever schriftelijk, met een aangetekende brief of tegen ontvangstbewijs, binnen de termijn die hieronder staat.
- Verzamel de bewijsstukken van uw motief, zoals een medisch attest of een inschrijvingsbewijs van uw opleiding.
- Dien uw aanvraag in via Break@Work van de RVA en bewaar het ontvangstbewijs.
- Wacht op het C62-formulier met de beslissing en controleer daarop uw bedrag, uw periode en uw gezinssituatie.
Krijgt u een beslissing die u niet begrijpt of die niet klopt met uw aanvraag, neem dan meteen contact op met uw RVA-kantoor. Een fout in uw gezinssituatie is de meest voorkomende oorzaak van een te laag nettobedrag, en achteraf is ze veel moeilijker recht te zetten dan bij de start.
Welke termijnen moet u naleven?
Voor de kennisgeving aan uw werkgever hangt de termijn af van de grootte van de onderneming, en u telt hem terug vanaf de gewenste begindatum. Werken er meer dan 20 werknemers, dan verwittigt u 3 maanden vooraf. Telt uw onderneming 20 werknemers of minder, dan is dat 6 maanden vooraf.
Voor de RVA geldt een andere termijn, en dat is net de termijn die mensen het vaakst laten verlopen. U kunt uw uitkering ten vroegste 6 maanden vóór de begindatum aanvragen en ten laatste 2 maanden na die begindatum. Dient u later in, dan verliest u de uitkering voor de maanden die al voorbij zijn, ook al loopt uw tijdskrediet correct.
Kan uw werkgever uw tijdskrediet weigeren of uitstellen?
Het recht op tijdskrediet is een recht, maar het is niet onbegrensd binnen één onderneming. In bedrijven met meer dan 10 werknemers geldt er een drempel van 5 % van het personeelsbestand: zoveel werknemers mogen gelijktijdig afwezig zijn in dit stelsel, tenzij een cao op sector- of ondernemingsniveau een hoger quotum vastlegt.
Wordt die drempel bereikt, dan mag uw werkgever uw tijdskrediet uitstellen, niet afwijzen: u komt op een wachtlijst en schuift door zodra er plaats vrijkomt. In ondernemingen met 10 werknemers of minder is zijn voorafgaand akkoord wel vereist. Cao nr. 103/7 heeft die telling sinds 1 januari 2026 wat soepeler gemaakt door de collega’s in thematisch verlof buiten het quotum te houden.
De Vlaamse aanmoedigingspremie bovenop uw uitkering
Bovenop de federale uitkering van de RVA kan Vlaanderen een aanmoedigingspremie betalen. Die premie komt van het Departement Werk en Sociale Economie, u vraagt ze apart aan en ze is cumuleerbaar met uw onderbrekingsuitkering. Voor de privésector bestaan er onder meer een zorgkrediet en een opleidingskrediet.
De bedragen hangen af van hoeveel u uw prestaties vermindert. Voor het zorgkrediet bedraagt de premie 261,15 € bruto per maand (netto 232,42 €) bij een volledige schorsing en 174,10 € bruto (netto 154,95 €) bij een halvering; bij een vermindering met een vijfde via tijdskrediet is er geen aanmoedigingspremie voor zorgkrediet. Voor het opleidingskrediet liggen de bedragen hoger: 732,96 € bruto bij een volledige schorsing vanuit een voltijdse job, 388,24 € bij een halvering en 217,63 € bij een vermindering met een vijfde. Deze Vlaamse premies vraagt u aan bij het Departement Werk en Sociale Economie; ze staan los van de onderbrekingsuitkering van de RVA.
Wat betekent tijdskrediet voor uw pensioen en uw andere rechten?
Een periode van tijdskrediet is niet zomaar een gat in uw loopbaan. Het basisprincipe is dat de maanden waarvoor u een uitkering van de RVA ontvangt, meetellen als gelijkgestelde periode voor uw pensioen. Neemt u de laatste maanden op zonder uitkering, dan geldt die gelijkstelling niet automatisch.
Hoe zwaar zo’n periode precies doorweegt, hangt af van regels die de Federale Pensioendienst beheert en niet de RVA. Vraag uw persoonlijke situatie daarom altijd na bij de pensioendienst voordat u een lange onderbreking vastlegt, zeker als u ook een vervroegd pensioen overweegt. Uw loopbaanoverzicht raadpleegt u via mypension.be, en het loont de moeite om de gevolgen voor uw minimumpensioen na te gaan.
Mag u bijverdienen tijdens uw tijdskrediet?
Bijverdienen mag, maar niet zomaar. De regel draait niet om een bedrag in euro maar om anciënniteit en uren: een bijkomende activiteit in loondienst is enkel cumuleerbaar als u ze vóór de start van uw tijdskrediet al minstens 12 maanden uitoefende, en u mag tijdens uw onderbreking het aantal uren niet verhogen.
Voor een zelfstandige activiteit gelden aparte maxima die de RVA in maanden uitdrukt en die eveneens veronderstellen dat de activiteit al twaalf maanden liep. Wie een bijberoep overweegt, kijkt dus eerst naar die kalender en pas daarna naar de omzet. Een nieuwe activiteit opstarten tijdens uw tijdskrediet kost u in de regel uw uitkering.
- Voltijds tijdskrediet: een zelfstandige activiteit is cumuleerbaar gedurende maximaal 12 maanden.
- Halftijds tijdskrediet: maximaal 24 maanden.
- 1/5de vermindering: maximaal 60 maanden.
Welke steun kunt u nog aanvragen als uw inkomen daalt?
Minder werken betekent bijna altijd minder loon, ook mét een uitkering. Het loont daarom de moeite om meteen na te gaan welke inkomensgebonden steun u erbij kunt krijgen, want veel Vlaamse tegemoetkomingen worden berekend op basis van uw gezinsinkomen. Een terugval kan u recht geven op steun die u vorig jaar nog niet kreeg.
Begin bij de premies rond werk en bij de gezinsbijslag, en kijk daarna naar de zorg- en woonsteun. Valt uw inkomen dieper terug dan verwacht, bijvoorbeeld omdat u ziek wordt tijdens uw tijdskrediet, dan gelden er andere stelsels met een eigen berekening.
- De tegemoetkomingen rond werk en de ecocheques waarin uw sector voorziet.
- Het Groeipakket en de bijhorende sociale toeslag voor gezinnen met een lager inkomen.
- De tussenkomst in de kinderopvang wanneer u uw opvangdagen aanpast.
- Het zorgbudget en de mantelzorgpremie als u voor iemand zorgt, naast de algemene uitleg over mantelzorg.
- De regels bij arbeidsongeschiktheid en de invaliditeitsuitkering als u langdurig ziek wordt.
- Het leefloon van het OCMW wanneer er te weinig overblijft om van te leven.