
Met zorgverlof mag u als werknemer tot vijf dagen per kalenderjaar van het werk wegblijven om te zorgen voor iemand die bij u inwoont, of voor uw echtgenoot of wettelijk samenwonende partner, uw ouder of uw kind, dat om een ernstige medische reden veel hulp nodig heeft. Moet u langer zorgen, dan bestaan er drie thematische verloven met een uitkering van de RVA: het verlof voor medische bijstand, het verlof voor mantelzorg (mantelzorgverlof) en het palliatief verlof. Hieronder leest u welke regeling bij uw situatie past, hoe u uw werkgever verwittigt, welk attest u nodig hebt en hoeveel u krijgt. Zo kent u uw rechten op het werk voordat u een beslissing neemt.
Wat is zorgverlof precies?
Het zorgverlof is een kort verlof dat in de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten staat (artikel 30bis, § 2). U mag maximaal vijf dagen per kalenderjaar afwezig zijn om persoonlijke zorg of steun te geven aan een gezinslid of familielid dat om een ernstige medische reden behoefte heeft aan aanzienlijke zorg. Zorg of steun is ruim bedoeld: het gaat om elke vorm van sociale, familiale of emotionele bijstand of verzorging.
U kiest zelf op welke dagen u het verlof opneemt. De vijf dagen mogen los of aaneensluitend worden opgenomen, of in een combinatie van beide. Het is dus een regeling voor de korte termijn, bijvoorbeeld om iemand na een operatie op te vangen, en geen vervanging van de langere thematische verloven die verderop aan bod komen. Het verlof staat ook los van het klein verlet bij familiegebeurtenissen en van het sociaal verlof uit uw sector.
Voor wie kunt u zorgverlof opnemen?
De wet somt precies op voor wie u de dagen mag gebruiken. Een gezinslid is elke persoon die met u samenwoont, ongeacht de band. Een familielid is uw echtgenoot of de persoon met wie u wettelijk samenwoont, en uw bloedverwanten in de eerste graad, dus uw ouders en uw kinderen.
Een ernstige medische reden is elke gezondheidstoestand, al dan niet het gevolg van een ziekte of een medische ingreep, die de behandelende arts als dusdanig beschouwt en waarbij die arts oordeelt dat er aanzienlijke zorg of steun nodig is. Niet u en niet uw werkgever beslissen dus of de toestand ernstig genoeg is, maar de arts van de patiënt. Voor een grootouder, broer of zus met wie u niet samenwoont, is het zorgverlof niet bedoeld; daarvoor bestaat wel het verlof voor medische bijstand.
Wie heeft recht op de vijf dagen zorgverlof?
Het recht geldt voor alle werknemers met een arbeidsovereenkomst die onder de wet van 3 juli 1978 valt. In de praktijk gaat het om de volledige privésector en om de contractuele personeelsleden in overheidsdienst.
Er zijn wel uitzonderingen. Statutaire ambtenaren, gesubsidieerde personeelsleden van het vrij onderwijs zonder arbeidsovereenkomst, vrijwilligers, zelfstandigen en meewerkende echtgenoten vallen niet onder deze regeling. Voor statutairen gelden de regels van hun eigen statuut, en daarover informeert u zich best bij uw personeelsdienst.
Hoe verwittigt u uw werkgever en welk attest hebt u nodig?
U moet uw werkgever vooraf laten weten dat u zorgverlof opneemt, uiterlijk voor de start van uw dagtaak. Dat mag mondeling, maar een e-mail met ontvangstbevestiging is veiliger, omdat u dan kunt bewijzen dat u tijdig verwittigde.
Daarnaast bezorgt u zo snel mogelijk een recent attest van de behandelende arts van het gezins- of familielid. Het attest vermeldt dat de persoon om een ernstige medische reden aanzienlijke zorg of steun nodig heeft, maar mag de medische reden zelf niet vermelden. Het moet afgeleverd zijn in het kalenderjaar waarin u het verlof opneemt. Spreidt u de vijf dagen over het jaar, dan volstaat één attest bij de eerste dag. Omdat zorg vaak onverwacht is, mag u het attest ook binnen een redelijke termijn na de afwezigheid indienen.
Wordt zorgverlof betaald?
Nee, in de regel niet. Het zorgverlof maakt deel uit van het verlof om dwingende redenen, en dat is onbetaald, tenzij u met uw werkgever iets anders afspreekt of een collectieve arbeidsovereenkomst van uw onderneming of sector in loon voorziet. Bij een koninklijk besluit, overlegd in de Ministerraad, zou er een RVA-uitkering kunnen komen voor de onbetaalde dagen zorgverlof, maar dat is tot op heden niet gebeurd.
Het verlof om dwingende redenen zelf telt maximaal tien arbeidsdagen per kalenderjaar. De dagen zorgverlof die u opneemt, worden daarvan afgetrokken. Neemt u vijf dagen zorgverlof, dan blijven er dat jaar nog vijf dagen over voor andere dwingende redenen, zoals een brand in uw woning of een bevel om in persoon te verschijnen voor de rechtbank wanneer u zelf partij bent in het geding. Controleer dus eerst in uw sector-cao of arbeidsreglement of er toch loon doorbetaald wordt. Moet u zelf het werk onderbreken omdat u ziek bent, dan gelden de regels van arbeidsongeschiktheid en niet die van het zorgverlof.
Bent u beschermd tegen ontslag tijdens zorgverlof?
Ja. Vanaf het ogenblik dat u uw werkgever verwittigt, en uiterlijk op de dag zelf, geldt er een ontslagbescherming die loopt tot een maand na het zorgverlof. Uw werkgever mag de arbeidsovereenkomst in die periode niet eenzijdig beëindigen, behalve om een reden die niets met het zorgverlof te maken heeft.
Ontslaat de werkgever u toch, dan moet hij de reden bewijzen. Een ontslag dat pas na de beschermingsperiode valt maar tijdens die periode werd voorbereid, wordt gelijkgesteld met een ontslag tijdens de bescherming. Wordt de bescherming niet nageleefd, dan betaalt de werkgever een forfaitaire vergoeding van zes maanden brutoloon, bovenop een mogelijke verbrekingsvergoeding. Meer over de gewone regels leest u in onze uitleg over ontslag en de opzegtermijn.
Langer zorgen: welke thematische verloven bestaan er?
Volstaan vijf dagen niet, dan kunt u een thematisch verlof aanvragen. Dat zijn bijzondere vormen van loopbaanonderbreking waarbij u uw prestaties volledig schorst of vermindert, en waarvoor de RVA een maandelijkse onderbrekingsuitkering betaalt. Er zijn er vier: het ouderschapsverlof, het verlof voor medische bijstand, het palliatief verlof en het verlof voor mantelzorg. De laatste drie zijn de eigenlijke zorgverloven voor een zieke of hulpbehoevende naaste.
De tabel hieronder zet de verschillen op een rij. Werkt u in de privésector, dan bestaat er daarnaast nog het tijdskrediet met motief zorg. Dat heeft andere voorwaarden, een andere duur en andere uitkeringen dan de thematische verloven.
| Regeling | Voor wie zorgt u? | Duur | Inkomen |
| Zorgverlof | Gezinslid, partner, ouder of kind met een ernstige medische reden | Max. 5 dagen per kalenderjaar | Onbetaald, tenzij anders afgesproken |
| Verlof voor medische bijstand | Zwaar ziek gezinslid of familielid | Volledig: max. 12 maanden; halftijds of 1/5: max. 24 maanden | RVA-uitkering |
| Verlof voor mantelzorg | Zorgbehoevende persoon voor wie u erkend mantelzorger bent | Volledig: max. 6 maanden; halftijds: 12 maanden; 1/5: 30 maanden | RVA-uitkering |
| Palliatief verlof | Iemand die ongeneeslijk ziek en terminaal is | 1 maand, twee keer verlengbaar met een maand | RVA-uitkering |
Verlof voor medische bijstand: zorgen voor een zwaar zieke naaste
Met het verlof voor medische bijstand onderbreekt u uw werk om bij te staan of te verzorgen: een gezinslid met wie u samenwoont, of een familielid. In de privésector en bij de lokale en provinciale besturen zijn dat de bloedverwanten tot de tweede graad (ouders, kinderen, grootouders, kleinkinderen, broers en zussen) en de aanverwanten in de eerste graad, zoals uw schoonouders. Een ziekte is zwaar als de behandelende arts van de patiënt ze zo beoordeelt. Die arts vult daarvoor het medisch attest 1 van de RVA in.
U kiest tussen een volledige onderbreking, een halftijdse onderbreking (als u minstens 3/4 werkt) of een onderbreking met 1/5 (als u voltijds werkt). Elke periode duurt minimaal een maand en maximaal drie maanden; met akkoord van uw werkgever kunt u een volledige onderbreking ook per week of per twee of drie weken opnemen. Per patiënt komt u zo tot maximaal 12 maanden volledige onderbreking of 24 maanden halftijdse of 1/5 onderbreking. Bent u alleenstaand en zorgt u voor een kind van maximaal 16 jaar dat u ten laste hebt, dan verdubbelen die plafonds tot 24 en 48 maanden. Voor een minderjarig kind in het ziekenhuis kunt u bovendien één week volledig verlof nemen, aansluitend verlengbaar met een tweede week.
In de privésector verwittigt u uw werkgever schriftelijk en minstens zeven dagen vooraf, met het attest erbij. De werkgever kan het verlof om organisatorische redenen met zeven dagen uitstellen, maar moet dat binnen twee werkdagen schriftelijk laten weten. Heeft uw werkgever minder dan tien werknemers, dan is een halftijdse of 1/5 onderbreking geen recht en hebt u zijn akkoord nodig.
Verlof voor mantelzorg: sinds 1 juli 2026 langer
Het verlof voor mantelzorg is bedoeld voor wie hulp geeft aan iemand die door een hoge leeftijd, zijn gezondheid of een handicap kwetsbaar en afhankelijk is. Het hoeft geen familielid te zijn. Wel moet u erkend zijn als mantelzorger voor die persoon. Die erkenning vraagt u met een verklaring op eer aan bij uw ziekenfonds, en ze blijft twee jaar geldig, met de mogelijkheid tot verlenging. Wat mantelzorg in de praktijk inhoudt, leest u in onze gids over mantelzorg.
De wet van 22 maart 2026 (Belgisch Staatsblad van 1 april 2026) verlengde het verlof voor aanvragen die vanaf 1 juli 2026 bij de werkgever worden gedaan. U kunt per zorgbehoevende persoon zes maanden volledige onderbreking opnemen, of twaalf maanden halftijds of dertig maanden 1/5. Over uw hele loopbaan blijft het plafond zes maanden volledige onderbreking of het equivalent daarvan, ook als u voor meerdere personen erkend bent. Periodes die u vóór 1 juli 2026 aanvroeg, worden van dat krediet afgetrokken.
Een volledige onderbreking neemt u per maand of een veelvoud daarvan, een halftijdse of 1/5 onderbreking per twee maanden. Met akkoord van uw werkgever kunt u een volledige onderbreking nu ook in weken opsplitsen en een halftijdse onderbreking in maanden. Er geldt geen anciënniteitsvoorwaarde, maar voor een halftijdse of 1/5 onderbreking moet u voltijds werken. U verwittigt uw werkgever schriftelijk en minstens zeven dagen vooraf, met het bewijs van uw erkenning.
Palliatief verlof: bijstand in de laatste levensfase
Het palliatief verlof dient om iemand bij te staan die lijdt aan een ongeneeslijke ziekte en in een terminale fase is. Er is geen familieband vereist. Per aanvraag krijgt u een maand, volledig, halftijds of met 1/5, en die periode kan twee keer met een maand verlengd worden. Per patiënt komt u zo op maximaal drie maanden.
De behandelende arts bevestigt met het medisch attest 2 dat u bereid bent palliatieve zorg te verlenen. Het verlof begint op de eerste dag van de week na de week waarin u uw werkgever schriftelijk verwittigde. In de privésector kan de werkgever het niet weigeren. Alle details over de voorwaarden en de aanvraag vindt u in onze gids over het palliatief verlof.
Hoeveel bedraagt de RVA-uitkering tijdens een zorgverlof?
Bij de drie lange zorgverloven betaalt de RVA een forfaitaire onderbrekingsuitkering: het bedrag hangt niet af van uw loon. De bedragen hieronder gelden in de privésector sinds de indexering van 1 september 2026, per maand en op basis van een voltijdse betrekking. De RVA houdt bedrijfsvoorheffing in: 10,13 % bij een volledige onderbreking en 17,15 % bij een halftijdse of 1/5 onderbreking.
Bent u alleenwonend en woont u uitsluitend samen met uw kinderen ten laste, dan bestaan er verhoogde bedragen. Het hoogste verhoogde bedrag geldt alleen als de zieke persoon uw kind is, jonger dan 18 jaar (21 jaar bij een handicap). Bij een onderbreking met 1/5 bestaat er daarnaast een lager verhoogd bedrag, ook als u voor iemand anders zorgt.
| Vorm van onderbreking | Bruto per maand | Netto per maand |
| Volledige onderbreking | 1.080,08 € | 970,67 € |
| Volledige onderbreking, verhoogd bedrag (zorg voor uw kind) | 1.840,08 € | 1.653,69 € |
| Halftijdse onderbreking | 540,03 € | 447,42 € |
| Halftijdse onderbreking, verhoogd bedrag (zorg voor uw kind) | 920,04 € | 762,26 € |
| Onderbreking met 1/5 | 183,20 € | 151,79 € |
| Onderbreking met 1/5, alleenwonende met kinderen ten laste | 246,37 € | 204,12 € |
| Onderbreking met 1/5, alleenwonende, verhoogd bedrag (zorg voor uw kind) | 368,01 € | 304,90 € |
De uitkering is belastbaar als vervangingsinkomen. U vindt het totaal op de fiscale fiche 281.18 in uw eBox. In sommige gevallen en onder bepaalde voorwaarden betaalt de Vlaamse overheid ook een aanmoedigingspremie bovenop de RVA-uitkering.
Hoe vraagt u een uitkering aan bij de RVA?
Voor elk thematisch verlof doorloopt u twee stappen. Eerst verwittigt u uw werkgever schriftelijk, met een aangetekende brief of met een brief waarvan uw werkgever een kopie ondertekent als ontvangstbewijs. Daarna dient u een aanvraag in bij de RVA. Sinds 1 juli 2024 gebeurt dat verplicht elektronisch, via de onlinedienst Break@work. Uw werkgever vult een deel van de aanvraag in, dus het is handig om de aanvraag samen af te werken.
U laadt het medisch attest of het bewijs van uw erkenning als mantelzorger op in Break@work, anders is de aanvraag niet volledig. Dien ze in ten vroegste zes maanden vóór en ten laatste twee maanden na de begindatum. Bent u te laat, dan krijgt u pas een uitkering vanaf de datum waarop uw volledige aanvraag binnenkwam. De RVA stuurt zijn beslissing met het C62-formulier naar uw eBox of per post.
Welke steun kunt u daarnaast krijgen als u voor iemand zorgt?
Zorgt u voor een naaste? Dan verliest u vaak een deel van uw inkomen en hebt u extra kosten. Veel gemeenten en ziekenfondsen geven een mantelzorgpremie. De zorgbehoevende zelf kan in Vlaanderen het zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden aanvragen, en met een laag gezinsinkomen is er soms recht op de verhoogde tegemoetkoming voor medische kosten.
Hebt u hulp aan huis nodig, dan kan gezinszorg en aanvullende thuiszorg een deel van de zorg overnemen. Wilt u de zorgbehoevende bij u laten intrekken, bekijk dan de regels rond zorgwonen. En lopen de ziektekosten hoog op, dan beschermt de maximumfactuur het gezin tegen te hoge rekeningen.