C4-formulier in België 2026: wanneer krijgt u het en wat doet u ermee?

24 September 2026 door Isabelle - 10 minuten leestijd
Ontdek op welke steun u recht hebt na uw ontslag
Bereken mijn steun

C4-formulier: man leest aan de keukentafel het werkloosheidsbewijs van zijn werkgever

Eindigt uw arbeidsovereenkomst, dan krijgt u van uw werkgever het C4-formulier, ook wel het werkloosheidsbewijs genoemd. Zonder dat document kan uw aanvraag voor een uitkering moeilijk verwerkt worden. Uw werkgever moet het u ten laatste op uw laatste arbeidsdag geven, ook als u zelf ontslag neemt. Hieronder leest u wat er op de C4 staat, waarom de reden van ontslag zo belangrijk is en wat u doet als u het formulier niet krijgt. Alle andere steun bij jobverlies vindt u in onze rubriek werkloosheid.

Wat is het C4-formulier?

Het C4-formulier is het werkloosheidsbewijs dat uw werkgever invult wanneer uw tewerkstelling afloopt. Het vat samen hoe lang u bij die werkgever werkte, onder welke arbeidsregeling en hoe en waarom de arbeidsovereenkomst eindigde. Met dat document vraagt u bij een uitbetalingsinstelling een werkloosheidsuitkering aan. De RVA beslist daarna of u recht hebt op een uitkering.

De C4 is dus geen aanvraag op zich, maar een bewijsstuk. Uw uitbetalingsinstelling voegt het bij uw dossier, samen met de gegevens over uw gezinssituatie. Wat er op het formulier staat, weegt mee in de beslissing over uw recht en over de vraag of u eerst een tijd zonder uitkering komt te zitten. Bewaar het daarom goed, ook als u meteen een nieuwe job vindt: bij een latere aanvraag kan uw uitbetalingsinstelling oudere C4-formulieren nodig hebben, zolang die gegevens nog niet elektronisch beschikbaar zijn.

Wanneer moet uw werkgever u een C4 geven?

Uw werkgever moet u het C4-formulier uit eigen beweging bezorgen, dus zonder dat u erom vraagt. De RVA is daar duidelijk over: het formulier moet ten laatste op uw laatste arbeidsdag in uw bezit zijn.

De verplichting geldt voor elk soort arbeidsovereenkomst: van bepaalde duur, van onbepaalde duur of voor een bepaald werk. Ze geldt ook ongeacht wie het initiatief nam of waarom de overeenkomst eindigt. Meer over de manieren waarop een arbeidsovereenkomst kan eindigen, leest u in ons artikel over ontslag.

  • Ontslag door de werkgever, ook bij ontslag wegens een zware fout.
  • Ontslag door de werknemer of vrijwillige werkverlating.
  • Beëindiging in onderling akkoord tussen u en uw werkgever.
  • Beëindiging wegens overmacht.
  • Faillissement van de onderneming.
Belangrijk
Loopt uw arbeidsovereenkomst nog, dan kunt u uw werkgever ook om een C4 als arbeidsbewijs vragen. Hij moet u dat geven, ongeacht de reden van uw vraag. Hij vult dan alleen deel A (uw tewerkstelling) en deel B (nog niet ingediende of aanvaarde RSZ-aangiften) in en ondertekent in deel F. De delen over het einde van de overeenkomst blijven leeg.

Kiest uw werkgever voor een papieren C4 of voor een elektronische aangifte?

Uw werkgever kan kiezen tussen twee manieren. Ofwel vult hij het papieren C4-formulier in en overhandigt hij het aan u. Ofwel doet hij een elektronische aangifte sociaal risico (ASR, scenario 1 “einde van de arbeidsovereenkomst”) via de portaalsite van de sociale zekerheid. Uw uitbetalingsinstelling haalt die elektronische gegevens dan zelf op.

Ook bij de elektronische aangifte krijgt u nog een papier in handen. De elektronische aangifte bevat namelijk niet alle gegevens van de C4. Daarom moet uw werkgever u bijkomend het C4-ASR-formulier bezorgen, dat automatisch beschikbaar wordt zodra hij de elektronische aangifte heeft gevalideerd. Voor sommige groepen bestaat er een aangepaste versie: wie in het onderwijs werkte, krijgt van de school het C4-Onderwijs-formulier, en voor uitzendkrachten bestaat er het C4-uitzendkracht-formulier.

Werkte u bij dezelfde werkgever met opeenvolgende contracten die alleen door een weekend, een feestdag of een inhaalrustdag onderbroken werden, en bleef uw tewerkstellingsbreuk (hoeveel u werkte ten opzichte van een voltijdse job) exact dezelfde? Dan mag uw werkgever al die contracten als één geheel beschouwen en u pas bij uw uitdiensttreding één C4-formulier bezorgen.

Wat staat er op het C4-formulier?

Het papieren formulier is opgedeeld in delen die elk een ander stuk van uw loopbaan bij die werkgever beschrijven. Het belangrijkste voor u is het deel over de manier waarop uw tewerkstelling eindigde: daar vult uw werkgever in hoe de overeenkomst eindigde. Ook een eventuele vergoeding bij het einde van de overeenkomst, zoals een opzeggingsvergoeding, staat erop.

Lees het formulier dus aandachtig na voordat u het bij uw uitbetalingsinstelling indient. Klopt een datum niet of staat er een reden van ontslag op die niet overeenkomt met wat er gebeurde, spreek dan eerst uw werkgever aan en vraag hem de fout recht te zetten. Bent u het niet eens, dan kan uw vakbond u helpen. In ons overzicht van de rechten van werknemers vindt u ook meer houvast.

Deel van de C4 Wat staat erin?
Deel A Gegevens over de tewerkstelling
Deel B RSZ-kwartaalaangiften die nog niet ingediend of nog niet aanvaard zijn
Deel C De manier waarop de tewerkstelling beëindigd werd
Deel D De vergoeding die bij het einde van de tewerkstelling betaald werd
Deel E Gegevens in het kader van het generatiepact
Deel F Handtekening van de werkgever

Waarom telt de manier van ontslag voor uw uitkering?

Hoe uw arbeidsovereenkomst eindigde, heeft gevolgen voor uw recht op uitkeringen. Neemt u zelf ontslag, dan spreekt de RVA van werkverlating. Ook een beëindiging in onderling akkoord met uw werkgever geldt in de regel als werkverlating. Hebt u daarvoor geen geldige reden, dan kunt u een waarschuwing krijgen of van 4 tot 52 weken uitgesloten worden van uitkeringen.

Werd u ontslagen door uw eigen schuld, dan kan de RVA u een waarschuwing geven of u van 4 tot 26 weken uitsluiten. In beide gevallen kan de RVA de uitsluiting geheel of gedeeltelijk met uitstel opleggen: tijdens die periode van uitstel behoudt u uw recht op uitkeringen. Wordt u gewoon door uw werkgever ontslagen, zonder fout van uw kant, dan is dat niet van toepassing. Wel hebt u geen uitkering voor de periode die door een opzeggingsvergoeding gedekt is; hoe die berekend wordt, leest u bij de opzegtermijn.

Overweegt u zelf ontslag te nemen? Vraag dan vooraf advies aan het werkloosheidsbureau van de RVA. Werkt u na uw ontslag nog minstens 13 weken bij een andere werkgever voordat u een uitkering aanvraagt, dan volgt er voor die eerdere werkverlating geen uitsluiting.

Wat doet u met uw C4 na uw ontslag?

Met uw C4 meldt u zich persoonlijk aan bij een uitbetalingsinstelling naar keuze. Dat is de Hulpkas voor Werkloosheidsuitkeringen (HVW) of de uitbetalingsinstelling van een vakbond: het ABVV, het ACV of SYNOVA. Daar vult u ook het C1-formulier in, uw aangifte van de persoonlijke en familiale toestand. Wat u daarop invult, bepaalt mee het bedrag van uw uitkering, dus antwoord volledig en correct.

Wacht niet tot u alle papieren bij elkaar hebt. Voldoet u aan de voorwaarden, dan krijgt u uitkeringen vanaf de datum van uw aanvraag, niet vanaf uw laatste werkdag. Meld u dus aan zodra uw werkloosheid begint. Vanaf dan houdt u ook een papieren of elektronische controlekaart bij, die u op het einde van elke maand bij uw uitbetalingsinstelling indient of bevestigt.

  1. Meld u aan bij de uitbetalingsinstelling van uw keuze, met uw C4 of C4-ASR.
  2. Vul het C1-formulier in over uw persoonlijke en familiale toestand.
  3. Schrijf u in als werkzoekende bij de VDAB, op de dag van uw aanvraag of binnen de 8 kalenderdagen daarna. Doet u dat later, dan krijgt u pas uitkeringen vanaf de dag van uw inschrijving.
  4. Houd uw controlekaart bij vanaf de dag van uw aanvraag.
Bekijk welke steun er voor u bestaat na uw jobverlies
Controleer uw rechten

In twee situaties moet u zich al vroeger inschrijven bij de VDAB, namelijk binnen 2 maanden. Dat geldt als u tijdens een opzeggingstermijn door uw werkgever (gedeeltelijk) vrijgesteld wordt van werken of als u bij het einde van uw overeenkomst een vergoeding krijgt die niet samen met uitkeringen mag, zoals een opzeggingsvergoeding. Die termijn van 2 maanden loopt vanaf de eerste dag van de vrijstelling of van de periode die door de vergoeding gedekt is.

Laat u die vroege inschrijving liggen, dan kan de RVA u bij uw aanvraag 4 weken uitsluiten van uitkeringen. Gebruik de tijd van een vrijgestelde opzeggingstermijn ook om te solliciteren: tijdens een opzeg hebt u vaak recht op sollicitatieverlof.

Wat als u uw C4 niet krijgt?

Heeft uw werkgever u op uw laatste arbeidsdag geen C4 bezorgd, vraag het hem dan zo snel mogelijk. Kunt u het formulier niet op tijd krijgen, dan dient u uw aanvraag toch in bij uw uitbetalingsinstelling, met het C109-formulier dat u daar krijgt. Uw dossier is dan wel onvolledig, en u moet alles doen om de C4 zo snel mogelijk alsnog te krijgen.

Hier telt opnieuw dat u pas uitkeringen krijgt vanaf de datum van uw aanvraag. Een werkgever die talmt, is dus geen reden om uw aanvraag uit te stellen. Heeft uw werkgever de elektronische aangifte al verstuurd, dan haalt uw uitbetalingsinstelling die gegevens zelf op.

Betaalt uw werkgever de opzeggingsvergoeding niet waarop u recht hebt, bijvoorbeeld bij een faillissement? Dan kunt u onder voorwaarden voorlopige uitkeringen krijgen, zodat u niet zonder inkomen komt te zitten. U vult daarvoor bij uw uitbetalingsinstelling het C4.2-formulier en het C4.2bis-formulier in. Daarmee verbindt u zich ertoe de vergoeding van uw werkgever te eisen, desnoods via de rechter, en de voorlopige uitkeringen terug te betalen zodra u de vergoeding ontvangt.

Aandacht
Krijgt u voorlopige uitkeringen en komt er geen minnelijke regeling met uw ex-werkgever, dan moet u binnen het jaar na het einde van uw arbeidsovereenkomst bewijzen dat u een rechtsvordering tegen hem hebt ingesteld. Bij een faillissement of sluiting van de onderneming hoeft dat niet: dan dient u een aangifte van schuldvordering in bij de rechtbank die het faillissement uitsprak, en een aanvraag bij het Fonds voor Sluiting van Ondernemingen.

Hoe lang krijgt u een uitkering met uw C4?

Sinds 1 maart 2026 gelden er nieuwe regels voor wie een werkloosheidsuitkering aanvraagt. Het recht op een volledige werkloosheidsuitkering is voortaan beperkt tot maximaal 24 maanden: een basisperiode van 12 maanden, waarbij er, naargelang uw beroepsverleden, maximaal 12 extra maanden bij kunnen komen. Ook de toegangsvoorwaarden zijn sinds die datum gewijzigd. Op 10 september 2026 sprak het Grondwettelijk Hof bovendien een arrest uit over de hervorming. Kreeg u al vóór de hervorming een uitkering, vraag dan aan uw uitbetalingsinstelling hoe lang uw recht precies loopt.

Uw C4 blijft daarbij het vertrekpunt van uw dossier, want het toont de tewerkstelling waarop uw recht steunt. Hoeveel u per maand krijgt en welke voorwaarden er voor u gelden, leest u in ons artikel over de uitkering bij werkloosheid. De achtergrond van de hervorming vindt u in onze uitleg over het regeerakkoord.

Welke andere steun bestaat er na uw ontslag?

Een ontslag brengt meer met zich mee dan alleen uw C4. Kijk bij het einde van uw overeenkomst ook na hoe het zit met uw vakantiegeld en uw eindejaarspremie. Wordt u ziek, lees dan wat er geldt bij arbeidsongeschiktheid en neem contact op met uw ziekenfonds.

Wilt u snel weer aan de slag of uw kansen vergroten, dan zijn er verschillende regelingen. De artikelen hieronder zetten telkens de voorwaarden op een rij, zodat u ziet welke op uw situatie van toepassing is.

Tot slot: bewaar een kopie van elk C4-formulier dat u ooit kreeg, samen met de brieven van de RVA en van uw uitbetalingsinstelling. Die documenten horen bij uw dossier binnen de sociale zekerheid en besparen u veel zoekwerk bij een volgende aanvraag.

Isabelle is redacteur bij Mijntoeslagen.be en schrijft over hulpverlening en administratie in Vlaanderen. Voel je vrij om contact met haar op te nemen in het commentaargedeelte als je vragen hebt.


Stel een vraag aan onze deskundige

Ons algoritme berekent voor welke steun u in aanmerking komt

Simuleer gratis mijn hulpmiddelen