
Verenigingswerk is een aparte regeling om tegen betaling bij te verdienen bij een sportclub, een speelplein of een socioculturele organisatie, zonder socialezekerheidsbijdragen. U mag maximaal 450 uur per jaar werken in de sportsector of 300 uur in de socioculturele sector, en u betaalt 10 % belasting zolang uw inkomsten onder de grens blijven. Het is een van de regelingen om naast uw job bij te verdienen. Hieronder leest u welke activiteiten meetellen, hoeveel u mag verdienen en wat er gebeurt als u een uitkering hebt.
Wat is verenigingswerk?
Verenigingswerk is een arbeidsstelsel waarmee verenigingen zonder winstoogmerk en openbare instellingen werknemers kunnen aanwerven voor tijdelijke activiteiten. Denk aan een trainer bij een sportclub, een monitor op een speelplein tijdens de schoolvakanties of een lesgever in een circusschool. Het stelsel geldt alleen in de sportsector en de socioculturele sector.
Het grote voordeel: op het loon voor verenigingswerk betaalt u geen socialezekerheidsbijdragen en het belastingtarief is voordelig. In ruil daarvoor geldt er een maximum aantal uren per jaar. Het is dus een manier om bij te verdienen zonder zelfstandige te worden, naast bijvoorbeeld een flexi-job of de deeleconomie.
Verenigingswerk is geen vrijwilligerswerk. Als vrijwilliger krijgt u geen loon, hoogstens een vrijwilligersvergoeding voor uw kosten. Als verenigingswerker hebt u een echte arbeidsovereenkomst en krijgt u een loon.
Voor welke organisaties en activiteiten kunt u verenigingswerk doen?
Niet elke vereniging en niet elke taak valt onder het stelsel. De regeling bevat een lijst van toegelaten werkgevers en activiteiten. Het gaat om openbare besturen (het Rijk, de gemeenschappen, de gewesten, de provincies en de gemeenten), vzw’s en vennootschappen met een sociaal oogmerk, en organisaties die door de overheid erkend zijn of zijn aangesloten bij een erkende koepelorganisatie.
In de sportsector telt een activiteit als sport als ze verbonden is met een erkende sportfederatie. Voor Vlaanderen vindt u de lijst bij Sport Vlaanderen. Muzikanten vallen niet onder verenigingswerk. Artistieke prestaties die al onder de forfaitaire onkostenvergoeding vallen of daarvoor in aanmerking komen, vallen er evenmin onder. Dit zijn de belangrijkste toegelaten activiteiten:
- Sportclubs en socioculturele organisaties: sporttrainer, sportlesgever, sportcoach, jeugdsportcoördinator, animator, monitor, coördinator of terreinverzorger-materiaalmeester, buiten uw werk- of schooluren of tijdens de schoolvakanties.
- Speelpleinen, vakantiekolonies en sportkampen: beheerder, huismeester, monitor of bewaker, alleen tijdens de schoolvakanties. Bijvoorbeeld een begeleider van een jeugdkamp.
- Amateurkunsten: artistieke of (kunst)technische begeleider, lesgever of coach in een erkende organisatie, zoals een dirigent of een lesgever in een circusschool.
- Sportwedstrijden: seingevers bij een wielerkoers, scheidsrechters, stewards of antidopingbegeleiders, uitsluitend op de dag van de wedstrijd. Betaalde sporters vallen erbuiten.
- Socioculturele evenementen: helpen bij de opbouw, de ticketcontrole of het opruimen van een festival, voor maximaal 32 uur op de dag van het evenement en de 3 dagen ervoor of erna.
- Scholen: animator van socioculturele en sportactiviteiten op vrije dagen of vrije halve dagen, bij een school die door een gemeenschap gesubsidieerd wordt.
- VRT, RTBF en BRF: bijvoorbeeld figuranten voor een tv-reeks. Hier wordt in dagen geteld, met een maximum van 25 dagen per jaar.
Hoeveel uren verenigingswerk mag u per jaar doen?
Het maximum wordt in uren berekend en hangt af van de sector. In de sportsector mag u 450 uur per jaar werken, in de socioculturele sector 300 uur per jaar. Daarbovenop geldt er ook een maximum per kwartaal, met een ruimer plafond in het derde kwartaal.
Werkt u in beide sectoren, dan mag u de activiteiten combineren. Voor alles samen blijft het maximum dan wel 450 uur per jaar (150 uur in het eerste, tweede en vierde kwartaal en 285 uur in het derde kwartaal). Bent u jobstudent, dan is uw maximum beperkt tot 190 uur per jaar.
| Periode | Sportsector | Socioculturele sector |
| Per jaar | 450 uur | 300 uur |
| 1ste kwartaal | 150 uur | 100 uur |
| 2de kwartaal | 150 uur | 100 uur |
| 3de kwartaal | 285 uur | 190 uur |
| 4de kwartaal | 150 uur | 100 uur |
Hoeveel uren u nog mag werken, ziet u in de onlinedienst Verenigingswerk van de sociale zekerheid. U kunt er ook een attest aanmaken dat vermeldt hoeveel uren u nog beschikbaar hebt voor elke sector. Dat attest bezorgt u aan uw werkgever, zodat de vereniging uw uursaldo kan raadplegen.
Wat gebeurt er als u het maximum aantal uren overschrijdt?
Een overschrijding heeft grote gevolgen. Gaat u over een van de grenzen (per jaar of per kwartaal), dan worden alle uren die u presteerde bij de werkgever bij wie de overschrijding gebeurde, omgezet in gewone arbeidsprestaties. Op dat loon zijn dan wel socialezekerheidsbijdragen verschuldigd.
Het gaat dus niet alleen om de uren boven de grens, maar om alle uren bij die werkgever. Daarom kijkt u uw uursaldo best na voordat u een nieuwe opdracht aanneemt, zeker in de zomer, wanneer kampen en speelpleinen elkaar snel opvolgen. Gaat het om een gewoon loon, dan gelden de gewone belastingschijven.
Hoeveel belasting betaalt u op verenigingswerk?
Uw werkgever houdt geen belasting in op uw loon voor verenigingswerk. U betaalt de belasting achteraf, bij de jaarlijkse afrekening van de personenbelasting. Het tarief bedraagt 10 %, op voorwaarde dat uw bruto-inkomsten uit verenigingswerk en de deeleconomie samen niet hoger liggen dan de jaarlijkse grens.
Voor de inkomsten van 2026 ligt die grens op 7.890 € per jaar. Het bedrag wordt elk jaar geïndexeerd. Verdient u meer, dan worden al die inkomsten als beroepsinkomsten beschouwd en betaalt u de gewone belastingtarieven. Op uw aanslagbiljet ziet u daarna hoeveel u precies verschuldigd bent.
Let goed op als u ook via een platform van de deeleconomie bijverdient. De grens van 7.890 € geldt voor verenigingswerk en deeleconomie samen: u telt beide inkomsten op. Voor vragen over uw belastingen kunt u terecht bij de FOD Financiën.
Welke arbeidsregels gelden er voor verenigingswerk?
Verenigingswerk is gewoon loonwerk, met een arbeidsovereenkomst. Het arbeidsrecht is van toepassing, ook de wettelijke loonbarema’s. De vereniging moet u dus minstens betalen volgens de wettelijke loonschalen.
Heeft de vereniging nog geen personeel, dan moet ze zich eerst als werkgever identificeren bij de RSZ. Daarna moet ze u via een Dimona-aangifte in uren aangeven en een arbeidsongevallenverzekering afsluiten. Krijgt u tijdens uw werk een ongeval, dan bent u dus gedekt zoals bij een gewoon arbeidsongeval. Toch wijkt verenigingswerk op een paar punten af van een gewone job:
- De opzegtermijn is relatief kort.
- Er is geen gewaarborgd loon bij ziekte (behalve een beroepsziekte) of bij een ongeval dat geen arbeidsongeval of ongeval op weg naar het werk is.
- U hebt geen recht op opleiding als werknemer.
- U krijgt geen toeslagen voor avond-, nacht- of zondagswerk.
- De vereniging moet maar een minimum aan sociale documenten bijhouden.
Wie mag geen verenigingswerk doen?
U mag geen verenigingswerk doen voor een werkgever met wie u in het jaar voor de start verbonden was door een arbeidsovereenkomst, een statutaire band of een aannemingsovereenkomst. Ook wie in die periode via een uitzendkantoor voor dezelfde werkgever werkte, mag er geen verenigingswerk doen.
Er zijn twee uitzonderingen. Werkte u voor dezelfde werkgever als student, of bent u intussen met pensioen, dan mag u wel verenigingswerk doen. Bovendien mag u bij dezelfde organisatie nooit tegelijk professioneel werk en verenigingswerk doen. Verenigingswerk en vrijwilligerswerk bij dezelfde vereniging kan wel, maar alleen voor activiteiten van een totaal verschillende aard.
Verenigingswerk combineren met studies, een uitkering of pensioen
Of u verenigingswerk mag doen naast een ander statuut, hangt sterk af van dat statuut. Wie een uitkering krijgt, moet goed opletten: bij werkloosheid en ziekte is de combinatie in de regel niet toegestaan. Hieronder vindt u per situatie wat er geldt.
Als student
Als student mag u in hetzelfde kalenderjaar werken met een studentenovereenkomst én verenigingswerk doen. U mag dan maximaal 190 uur verenigingswerk en 650 uur studentenarbeid presteren. De plafonds per kwartaal blijven van toepassing. Krijgt u een studietoelage, kijk dan ook na hoe uw inkomsten meetellen.
Met een werkloosheidsuitkering
Een loon combineren met een werkloosheidsuitkering is in de regel verboden. Wie een uitkering krijgt, kan dus meestal niet tegelijk verenigingswerk doen. U mag uw uitkering wel behouden als het gaat om de voortzetting van een lopende arbeidsovereenkomst voor verenigingswerk die u al had vóór uw uitkeringsaanvraag. Daarvoor moet u die activiteit op het moment van de aanvraag aangeven bij uw uitbetalingsinstelling, met het C44-formulier. Ging de overeenkomst pas in na uw uitkeringsaanvraag, dan krijgt u geen uitkering voor de periode die door die overeenkomst gedekt is. Meer uitleg staat in de infobladen van de RVA (T41 voor volledig werklozen en T6 voor werklozen met bedrijfstoeslag).
Met een ziekte-uitkering
Krijgt u een uitkering voor arbeidsongeschiktheid (ook een invaliditeitsuitkering), dan mag u die niet combineren met verenigingswerk. Doet u het toch, dan krijgt u voor die dagen geen uitkering. Alleen als de adviserend arts van uw mutualiteit hiervoor toestemming geeft, kan het wel.
Met pensioen
Gepensioneerden mogen verenigingswerk doen, ook voor een organisatie waar ze vroeger in loondienst werkten. Welke regels er gelden voor uw pensioen als u extra inkomsten hebt, leest u in onze gids over bijverdienen met pensioen.
Verenigingswerk, vrijwilligerswerk of deeleconomie: wat is het verschil?
Er bestaan meerdere regelingen om beperkt bij te verdienen, en ze lijken op elkaar. Het belangrijkste verschil zit in wie u betaalt en of u een arbeidsovereenkomst hebt. Kijk dus goed welke situatie bij u past.
Twijfelt u, vraag het dan na bij de vereniging voordat u begint. Valt uw activiteit niet onder verenigingswerk, dan is een flexi-job, vrijwilligerswerk of de deeleconomie misschien wel een optie. Elke regeling heeft eigen voorwaarden:
- Verenigingswerk: betaald werk met een arbeidsovereenkomst voor een toegelaten organisatie in de sport of de socioculturele sector, met een maximum aantal uren.
- Vrijwilligerswerk: onbetaald werk, met hoogstens een onkostenvergoeding.
- Deeleconomie: occasionele diensten aan andere particulieren via een online platform. Hiervoor geldt een eigen belastingregeling; de inkomsten tellen mee in dezelfde jaarlijkse grens als verenigingswerk.
Hoe regelt u verenigingswerk in de praktijk?
Als werknemer hoeft u zelf weinig te doen. U sluit een arbeidsovereenkomst met de vereniging, en de vereniging doet de Dimona-aangifte voordat u aan de slag gaat. Daarin geeft ze uw prestaties in uren aan.
Bezorg de vereniging vooraf een attest uit de onlinedienst Verenigingswerk, met daarop uw resterende uren per sector. De vereniging kan met de code op dat attest uw uursaldo raadplegen. Hebt u vragen, dan kunt u terecht bij het contactcenter van de RSZ op het nummer 02 509 90 91.
Krijgt u naast uw verenigingswerk een leefloon of een andere uitkering, vraag dan bij de instantie die u betaalt na hoe uw inkomsten meetellen.